Doe-het-zelf regime change

Zo werkt dat dus. China en Rusland liggen dwars in de Veiligheidsraad en weigeren een VN-resolutie over Syrië te ondertekenen. In plaats van bij de pakken neer te zitten verzamelt de rest van de wereld zich in Istanbul voor een ‘Vrienden van Syrië’-conferentie. Vrienden betekent in dit verband geen vrienden van de Syrische president Bashir Assad. Die moet opstappen, en wel direct. Zijn dagen zijn geteld, goedschiks of kwaadschiks.

Medium groene commentaar regime change 750

De 83 vrienden van Syrië zijn niet de minsten. Amerika is een vriend, vertegenwoordigd door niemand minder dan Hillary Clinton. Nederland is een vriend, in de vorm van minister Uri Rosenthal. Turkije is een vriend, premier Recep Erdogan is uitgebreid en nadrukkelijk aanwezig. De EU, de Arabische Liga, de Afrikaanse Unie - allemaal vrienden van het Syrische volk. Arabische landen als Saoedi-Arabië, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten zijn zelfs heel goede en vooral royale vrienden: ruim honderd miljoen dollar beloven ze, om de salarissen van opstandelingen te steunen.

Nu zijn verschillende soennitische landen al lang bezig de alawitische Assad uit het zadel te krijgen, en ze steunen al geruime tijd het verzet. Eigenlijk wilden ze het liefst een voorraad tanks en raketwerpers doneren aan de oppositie, maar dat werd wel erg concreet, dus moest de steun gegoten worden in de vorm van salarissen aan manschappen. In de praktijk maakt het weinig uit. Van dat geld kunnen wel weer wapens gekocht worden, als het nodig is.

Hoe dan ook, de op zich wat vrijblijvende conferentie kreeg daarmee serieuze consequenties. Zo buiten het keurslijf van het internationaal recht gaat dat kennelijk makkelijker.

Het stappenplan van de oud-secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, werd formeel gesteund maar in de praktijk ten grave gedragen nog voordat het begonnen was. De Syrische Nationale Raad werd en passant erkend als ‘legitieme vertegenwoordiger van het Syrische volk’ en als de paraplu waaronder de oppositie zich moet verenigen. De EU en de VS wilden nog niet direct geld overboeken aan de opstandelingen, maar boden wel allerlei technische hulp (satellietcommunicatie voor de opstandelingen, onder meer). En minister Rosenthal riep Syrische militairen op toch vooral over te lopen naar het verzet.

Met andere woorden: we grijpen niet in, maar dragen graag bij aan een doe-het-zelf regime change.

Erdogan verwoordde het dilemma treffend. Ingrijpen in de binnenlandse politiek van Syrië kan niet, toekijken terwijl de oppositie wordt vermoord en de bevolking wordt geterroriseerd kan ook niet. En dus wordt gezocht naar alternatieven. Het zou legitiem zijn als dat beperkt werd tot het beschermen van de bevolking, bijvoorbeeld door toegang te verkrijgen voor het internationale Rode Kruis. Het wordt al lastiger als er binnen de vriendengroep verschillende belangen spelen en verschillende strategieën worden gevolgd. En het wordt zelfs problematisch als een paar van die vrienden besluiten salarissen aan opstandelingen te gaan betalen en andere materiaal gaan leveren. Nog afgezien van de vraag of zoiets als een directe interventie dan wel een bijdrage aan een burgeroorlog moet worden gezien, creëert het direct steunen van een opstand een morele verplichting: er wordt aangezet tot actie, maar wat als dat fout loopt? Wat als enthousiaste, zichzelf gesteund wanende, opstandelingen met salaris en al in de pan gehakt dreigen te worden? Echte vrienden staan dan ook klaar.