Doekie deelt uit

Er wipt een meeuw door het gras, en het ziet er niet goed uit: z'n linkervleugel hangt levenloos langs z'n lijf en sleept over de grond. Als ik iemand als Jan Wolkers was, wist ik nu precies wat ik moest doen. Dan pakte ik hem op en prevelde ik: ‘Ach bééstje toch, hebben ze jou zo toegetakeld…’

Maar ik ben Jan Wolkers niet en laat het dier aan z'n lot over, terwijl ik het vanachter het glas van mijn huurhuisje op Terschelling hoofdschuddend gadesla. Ik hou best van de natuur, maar hoef er zelf niet per se in te participeren. Mij zul je niet zo gauw naakt door een frisse onweersbui zien dansen of zelfgevangen vis zien bakken op campinggasstelletjes in schuurtjes. Ik ben ook niet zo'n liefhebber van dieren, zolang die niet in een wijnsaus op m'n bord liggen. Dat ik daarmee een hoop potentiële lezers misloop, is helaas niet anders. De plattelandsliteratuur heeft haar opleving niet aan mij te danken.

Een tijdje terug was er thuis een duif naar binnen gevlogen. Ik had geen idee hoe ik hem ertoe kon bewegen de balkondeuropening te nemen in plaats van zich verbeten tegen het bovenlicht kapot te vliegen, vegen bloed achterlatend en de keuken onder schijtend van angst.

Toch geniet ik vaak van de natuur. Ik heb honderden kilometers grande randonnée in m'n benen, huur een huisje op Terschelling en heb eens een week het Britse South West Coast Path gevolgd. Dat liep soms dwars door weilanden. Nu zien koeien er vanuit de A-zoveel altijd tamelijk gemoedelijk uit, maar weet u hoe groot ze in werkelijkheid zijn? Een keer kwam er een hele kudde van die Britse kustrunderen op me af gegaloppeerd. Ik kon net op tijd ontsnappen door een hek.

Mijn zoon (bijna twee) gaat, door regelmatig bezoek aan de kinderboerderij, nu al vertrouwelijker om met schapen en geiten dan ik. Hij loopt er gewoon tussendoor en laat ze gras uit z'n handen eten.

Maar op Terschelling was hij dan toch even bang voor een stel monsterachtig grote koeien die op vol volume stonden te loeien tegen hun kalfjes die even verderop aan palen stonden vastgebonden en waarvan de verzorgster ons had gezegd: ‘Je kunt er gewoon langslopen, maar kijk wel een beetje uit, want ze zijn nog heel springerig en kunnen kopstoten geven.’ Goed, weer eens wat anders dan dat eeuwige 'hij doet niks, hoor’ van de hondenbezitters, maar erg gerust sjok je dan ook niet meer met je peuter door het veld.

Terwijl zijn liefde voor de koe groot is. Soms, rijdend over de A-zoveel, meen ik dat hij in slaap is gevallen, als ik ineens vanaf de achterbank hoor uitroepen: 'KOEIEN!’ en ik een ruk aan het stuur moet geven om mijn schrikreflex te herstellen.

Maar op Terschelling prefereert hij de grote 'speelkoeien’, zoals die soms op terrassen staan. Zelf heb ik de natuur ook liever in gecultiveerde vorm, zoals ik geniet van een theatervoorstelling of een maaltijd. Zolang anderen maar in de keuken of op het toneel staan. Op Terschelling krijg je die indruk naar een groot toneelstuk te kijken vanzelf. Het is eigen aan eilanden dat de bewoners er theater lijken op te voeren. Venetië mag dan heel andere koek zijn dan Terschelling; ze delen de theatrale bevreemding. Het komt denk ik door het intense, contrastrijke licht op eilanden en de begrenzing van de ruimte: je kunt geen kant meer op.

Plus dat je er met de boot heen moet, waar je je vanzelf voelt als theaterpubliek voorafgaand aan de voorstelling. Voor kinderen was er op de heenweg een ballenbad.

We hebben onze zoon daar al helemaal lekker mee gemaakt, als we voor de terugtocht een andere boot blijken te hebben. Geen ballenbad, maar een kindersalon waar een tv met duffe cartoons klaarstaat.

Na een half uurtje komt iemand in een reusachtig blauw berenpak de ruimte binnenlopen. Hij moet een zeehond voorstellen, Doekie, en komt kleurplaten uitdelen. Bij de allerkleinsten wekt hij echter alleen huilbuien op. Ook die van ons begint te krijsen als Doekie aan ons tafeltje komt. 'Béér…’ hoor ik tussen zijn snikken door, en dan: 'Eng!’ Terwijl Doekie zijn arm om mij heen slaat vraag ik me af waar hij dat woord 'eng’ kan hebben opgedoken. Doekie verdwijnt om verderop twee jongetjes aan het huilen te maken, en mijn zoon valt uitgeput tegen me aan in slaap.

Na drie kwartier wordt hij even wakker, staart waterig en slaapwarm om zich heen, en voordat hij weer in slaap valt mompelt hij, slaapdronken: 'Beer… eng… beer… eng…’ Doekie, bedankt. Soms kun je toch beter echte dieren hebben dan gespeelde speelgoedbeesten.