Sport

Doel

Gewelddadige computerspelletjes zouden funest zijn voor de tere kinderziel, zoals bijna alles in deze boze wereld funest is voor tere kinderzielen. Ook het lezen van de krant. Vooral arme sportspruiten hebben het zwaar. Een kind met ambities om het ver te schoppen in het Nederlandse sportwezen moet sterk in de schoenen staan en goed kunnen relativeren. Want waar zijn tere zieltje aan wordt blootgesteld bij het lezen van de krant kan funest zijn voor al zijn sportdromen en -wensen:
‘Dieptepunt Nederlands wielrennen. Kruis baalt van Van Geenhuizen. Steegmans per direct ontslagen. De Groot vertrekt bij Rabobank. Fans PSV klagen over dure kaartjes. Beachvolleyballer Ronnes stopt. Griep op WK badminton. Boete voor haren trekken. Eerste ontslag voor Advocaat. Cor Pot: ‘Triest voor Dick’. Knieblessure Olde Heuvel. Donk kampt met voetblessure. Rode kaart kost Holla twee duels. Flecha weg bij Rabobank. Van der Vaart: Maffe situatie. Krajicek enkele weken eruit. Badmintonsters raken Europese titel kwijt. Van Calker/Jansma onderuit bij WK. Ook nieuwe doelman biedt AZ geen redding.
Het kan ook anders. Een andere manier van sportverslaggeven geeft enorme winst. Het Parool gaf al het goede voorbeeld:
‘De Dam was weer toneel van het voetbaltoernooi voor daklozen. Wat begon als een voetbaltoernooitje, is inmiddels een gesmeerd en professioneel jaarlijks evenement op de Dam met maatschappelijke doeleinden: de Dutch Homeless Cup.’ De sport had ook maatschappelijk zin, want de organisatoren concludeerden blij: ‘De daklozen hebben een doel.’
Weg met de dieptepunten en valpartijen! Afvallen en met blessures kampen, ontslag en griep en haren trekken! Ruim baan voor daklozen die voetballen en een doel hebben.
Een doel hebben. Alles op een rijtje hebben (kegelen). Zorgen dat alles gesmeerd loopt (motorcrossen). Niet te kort door de bocht gaan (schaatsen). Met vallen en opstaan (judo) kom je er wel. Zoek een goede baan (hardlopen). Nooit de handdoek in de ring werpen (boksen), maar alle neuzen dezelfde kant op (synchroonzwemmen) en het hoofd boven water houden (waterpolo).
Als het je soms tegenzit (alles), dan moet je je belager de andere wang toekeren (boksen), maar niet over je laten lopen (rugby). Dan heb je de wind in de zeilen (zeilen) en zet je leven in een hogere versnelling (autoracen) waarna je niet meer in zeven sloten tegelijk loopt (steeple chase) en de ene horde na de andere neemt (110 meter horden).
Dat is positief! Niet van dat ‘Oranje zakt weg’, maar voetballen zonder dak en dan een doel hebben. Want als je een doel hebt, weet je hoe de hazen lopen (hondenrennen). Dan sta je stevig in je schoenen (skiën) en ga je niet zo snel onderuit (shorttrack). Als je niet met alle winden mee waait (surfen) en je niet voor iemands karretje laat spannen (paardenrennen) heb je de teugels zelf in handen (concours hippique), zodat er een last van je af valt (gewichtheffen) als je zonder kleerscheuren (waterpolo) het strijdperk verlaat (sumoworstelen).
Als je een doel hebt, durf je de lat steeds een stukje hoger te leggen (hoogspringen). Je kunt tegenslagen (kickboksen) beter verwerken en roeit met de riemen die je hebt (roeien), zodat je niet met scheve ogen (dammen) hoeft op te letten of het gras aan de andere kant groener is (korfbal). Maar omdat je weet dat het balletje raar kan rollen (golf) en een ongeluk in een klein hoekje zit (biljarten) en een kat in het nauw rare sprongen maakt (turnen) is het zaak te allen tijde de rug recht te houden (ritmische gymnastiek) en je ultieme doelen in het vizier te houden (kleiduivenschieten).
Als je een doel hebt hoef je niet bang te zijn (vechtsporten) dat iets of iemand je een spaak in het wiel steekt (wielrennen), een stoot onder de gordel geeft (boksen), je kapot maakt (schaken), blijft drammen tot je sterretjes ziet (boksen) of je afbluft (poker).
Dus besef dat hoogmoed voor de val komt (polsstokhoogspringen) en dat de laatsten de eersten zullen zijn (Tour de France na bekendmaking van de dopingzondaars).
Want je kunt veel hebben als je een doel hebt. Stel, je krijgt een steek onder water van iemand (waterpolo) of hij zet je op het verkeerde been (basketbal) of draait je een poot uit (judo) – dan laat je hem in zijn sop gaar koken.
Dus je moet een doel hebben. En je niet uit het veld laten slaan.