Doelgroep: kinderen

Incest, aids, autisme: kinderboeken staan vol verantwoorde treurnis. Zo niet ‘Mariken’, het boek waarmee Peter van Gestel zich voor De Gouden Uil nomineerde. Op 14 maart vindt de uitreiking plaats, maar hij is nu al de gedoodverfde winnaar. ‘Het kan me niet zo veel schelen of mijn boek kinderen aanspreekt.’ ..LE Peter van Gestel, Mariken. Uitg. Fontein, 192 blz., Ÿ 27,90 ..LE ‘LANG GELEDEN, toen de mensen zich nog niet zo vaak wasten’, zo begint Peter van Gestel zijn Mariken. In de Middeleeuwen groeit in het donkere Waanwoud een meisje op bij een oude zonderling. De twee zijn gelukkig. Tot het meisje op een dag de wijde wereld in trekt. Over wat zich buiten het woud bevindt, heeft ze dan al veel geleerd uit De wereld is een klucht. Dat boek is een satire, maar het meisje begrijpt het als een handleiding voor de wereld. Ze leert er wijsheden uit, zoals: ‘Als een koning zweren op zijn billen heeft, gaat-ie oorlog voeren en vergeet-ie zijn pijn.’

Of ze leert over hoe de mensheid ontstond. Als de aarde af is en God besluit om toch maar geen mensen te scheppen, snoept hij van de vruchten in zijn paradijs. Zo veel dat het begint te rommelen in zijn buik en hij een grote wind laat. Als hij achter zich kijkt, ligt er een sujet met vossentanden en geitenhorens. Ik ben een mens, roept die. Nee, zegt God, jij bent de duvel. Later valt een engel uit de hemel. Zij en de duvel kussen elkaar en krijgen heel veel kinderen, ‘en daarom zijn alle mensen half duvel en half engel’.
PETER VAN Gestel (60) ziet er jongensachtig uit. Hij lijkt begin veertig. Op zijn vijfentwintigste, in 1961, won hij de prestigieuze Reina Prinsen Geerligsprijs, de debutantenprijs die eerder aan Reve en Mulisch was toegekend. En nu, maart 1998, maakt hij een goede kans om met Mariken De Gouden Uil te winnen. 'Gedoodverfd favoriet’ noemen ze hem in Belgi‰.
Het komt daarbij van pas dat het verhaal speelt in de Middeleeuwen. Want de jury van De Gouden Uil is inmiddels overvoerd met boeken door auteurs die de moderne kinderziel trachten te verlichten. Ging dat vroeger nog in de trant van: 'Je mag niet discrimineren, het milieu is okÇ, en drugs zijn slecht’, tegenwoordig gaat kinderboekenschrijvers geen taboe te hoog. Juryvoorzitter Annemie Leysen liet in Humo weten wat de leden van de jury zoal onder ogen komt: incest, dementie, autisme, aids, straatkinderen en gekkekoeienziekte. Maar ook de zaak-Dutroux wordt de kinderwereld binnengevoerd. Absoluut hoogtepunt in dezen is de Vlaamse auteur die poogt het verschil uit te leggen tussen pedofilie en pedoseksualiteit.
Liever geen platte moraal, zegt Van Gestel. 'Een boodschap moet in de lezer zelf zitten. Als hij hem uit een boek wil halen, is dat zijn zaak. Ik heb eerder last van de beperking dat ik geen mallotige nicht kan opvoeren. Een volstrekt krompratende, helemaal niets begrijpende Marokkaan die de gangen dweilt is niet een ideale figuur in een kinderboek.’
Hij staat op en loopt naar een boekenkast, die is gevuld met kinderboeken. Hij trekt er een uit en leest geamuseerd voor: 'Moet je horen. Titel: De geschiedenis van drie pikzwarte nikkertjes. Dat is een in de jaren vijftig volstrekt onschuldig kinderboek. De eerste zin: “Zijn jullie nooit in Nikkerland geweest? Dan hebben jullie nooit gehoord van Pimpampoentje uit de Bananenstraat in Klapperdorp.” En hier: “Leren, daar hadden ze een broertje aan dood. Ze wilden liever dom blijven, echte domme zwarte nikkertjes.” De auteur zou nu direct worden aangeklaagd.’
IN DE TWEEDE helft van de jaren zeventig vroeg Vrij Nederland hem om voor de jongerenbijlage De Blauw Geruite Kiel een stukje te schrijven. Van Gestel: 'Ik zei tegen mijn vrouw: Ik ga een verhaaltje voor kinderen schrijven. D†t, zei ze, is wel het laatste wat je kunt. Het werd een leuk verhaaltje. Het ging over zo'n modern onderwerp - wat je auteurs nu sterk moet afraden. Een jongetje van gescheiden ouders, wiens vader met een andere vrouw in de stad is gaan eten. Tot††l ongeschikt voor kinderen. Dat is me altijd blijven achtervolgen: dat het niet helemaal geschikt is voor kinderen.’
In 1979 verschijnt Schuilen onder je schooltas, een paar jaar later is er Joost. Dan is het tijd voor de puber Ko Kruier. Van 1983 tot 1989 verschijnen diens belevenissen in feuilletonvorm in Goochem, de kinderpagina van Het Parool.
Van Gestel: 'Ik kreeg wel eens het idee dat Ko Kruier op het Barlaeus leuker gevonden werd dan op andersoortige scholen. Er wordt wel eens gedacht dat een boek geschikt moet zijn voor kinderen als ware dat een groep met ÇÇn bepaalde smaak. Dat is grote onzin. Er zitten evenveel verschillen tussen kinderen als tussen volwassenen. Je hoeft maar om je heen te kijken om te zien dat uit de meeste kinderen buitengewoon domme volwassenen voortkomen. Die zullen dus in hun jeugd ook niet zo vreselijk slim zijn geweest.’
Van Gestel schrijft kinderboeken van niveau. Over de problemen van pubers en tegen de puberteit aan hangende jongens en meisjes. Soms in een modern gezin, soms in een verre tijd. Mariken is net als Prinses Roosje en Masja, de verhalen van Katja een variant op een oud verhaal.
Van Gestel: 'Prinses Roosje was een echte bewerking van Doornroosje. Maar z¢nder spinnewiel. In Doornroosje staat het spinnewiel heel symbolisch voor de eerste ongesteldheid. Meisjes worden lui en traag en sluiten zich af in een soort slaap tussen puberteit en volwassenheid.’
In Van Gestels versie slaapt de prinses geen honderd jaar. Haar treft een ander lot. Prinses Roosje verstaat de mensen niet meer, en de mensen verstaan haar niet meer. Ze hoort iedereen andersom praten. De anderen horen haar weer alles andersom zeggen. Alleen een prins die niet uit zijn woorden kan komen, zo is voorspeld, zal haar kunnen redden. De prins die uiteindelijk opduikt is heel zenuwachtig. Hij stottert zo erg dat het andersomeffect niet meer optreedt.
Masja, of de verhalen van Katja is een prachtig boek. Erg ingewikkeld ook. Van Gestel: 'Dat boek was geãnspireerd op De verhalen van duizend-en-ÇÇn nacht. Sheherazade moest iedere avond een verhaal vertellen om aan het schavot te ontkomen. Aangezien ze telkens weer een ander verhaal in het vooruitzicht stelt voor de volgende nacht, gaat haar executie steeds niet door. Bij mij moet een oud vrouwtje iedere dag een verhaal vertellen om niet uit haar huis gezet te worden. Omdat die verhalen uit haar diepste jeugd komen, moet ze vanuit haar instinct werken. Ze zegt dat dromen en dingen die zo lang geleden gebeurd zijn, bijna hetzelfde zijn. Daarom zijn de verhalen een beetje vreemd en dromerig. Dat was geloof ik wel een beetje moeilijk voor kinderen.
Voor Mariken gebruikte ik de Mariken van Nieumeghen. Mijn Mariken is een onbevangen meisje van een jaar of acht, negen dat samen met de lezer de wereld buiten het woud leert kennen. Het is een totaal ander verhaal geworden dan dÇ Mariken. Mijn probleem was de duivel. Ik vond het jammer dat de echte Mariken op het eind zo ontzettend wordt bekeerd. Bovendien is haar billenknijpende en gezellige satan wel heel clichÇmatig. Mijn duvel is een rondtrekkende wagenspeler die de duivel in de Mariken speelt. Daarmee is het wel een heel ander verhaal geworden. Hij brengt haar niet op het slechte pad.’
VAN GESTEL weet dat hij met Mariken een boek schrijft voor tienjarigen. De stijl moet dus zo zijn dat zij het kunnen begrijpen. Dat is een beperking die hij zichzelf oplegt. 'Vervolgens vraag ik me op het moment van schrijven niet meer af: is dit wel geschikt voor die kinderen? Denken aan de doelgroep vind ik eerlijk gezegd een onartistiek uitgangspunt. Ik geloof niet dat een doelgroep een auteur moet programmeren. In die zin kan het me uiteindelijk ook niet zo veel schelen of mijn boek kinderen aanspreekt.’
Je zou, zegt hij, goed na kunnen gaan wat voor boeken kinderen precies willen lezen. Iets met de Spice Girls of met gedonder in de gangen van een middelbare school. Maar wat kinderen enorm aanspreekt, daar moet hij niks van hebben. Hij vindt de nu onder wat oudere kinderen populaire griezelboeken vervelend. De meeste boeken die op middelbare scholen spelen ook. 'Dat zijn van die ontzettend voor de hand liggende boeken waarin de gesprekken z¢ saai zijn. In het echt zullen ze ook wel enigszins onnozel zijn, maar in die boeken zijn ze echt tÇ erg.’
Eigenlijk vindt hij kinderboeken voor boven de dertien overbodig. Toen hij zelf dertien was, ontdekte hij dat Tsjechov vele malen leuker was dan de stijve kinderboeken die hij gewend was. Hij wil niet direct zeggen dat elke veertienjarige aan CÇline moet beginnen, maar zelfs d†t zou moeten kunnen.
Een geslaagd kinderboek is een vorm die voor volwassen goed te lezen is. Het volmaakte kinderboek voor Van Gestel? Hij betwijfelt of dat werk ook veel kinderen aanspreekt. 'Ik ben’, zegt Van Gestel, 'gefascineerd door de vorm van het kinderboek. Dat is een buitengewoon moeilijke. De dieptepunten in de kinderliteratuur liggen ook veel dieper dan die in de volwassen literatuur. Ik hou van zuivere kinderboeken. Boeken die spelen in een eigen wereld, die anders is dan de volwassen wereld. De klassieken onder de kinderboeken kun je daarop terugbrengen.’
De klassieke kinderboeken zijn overigens lang niet allemaal alleen voor kinderen geschreven. Schateiland van Stevenson? Dat was ¢¢k geschikt voor kinderen. Huckleberry Finn van Twain was voor alle leeftijden. Kees de Jongen van Theo Thijssen dan?
Van Gestel: 'Dat is absoluut geen kinderboek, in ieder geval niet als zodanig bedoeld. Net als Eric, of het klein insectenboek van Godfried Bomans. Dat werd door volwassenen gelezen. Robinson Crusoe: Ook geen zuiver kinderboek, het werd steeds bewÇrkt voor kinderen.
Eigenlijk zijn er bijna geen klassieke kinderboeken die als kinderboek geschreven zijn. Winnie de Poeh, misschien wel het allermooiste kinderboek ooit geschreven, wordt pas leuk als je een leeftijd als de onze hebt bereikt. Of Alice in Wonderland, ook zo mooi; al is het voor een klein meisje geschreven, toch is er discussie of het wel voor kinderen bedoeld is.’
Bij teruglezing blijken oude kinderboeken wel vaak oersaai. Het lijkt of de kinderboeken van nu beter en sneller geschreven zijn.
Van Gestel: 'Alleen de toplaag. Maar ik weet niet hoe kinderen de stijl van nu ondergaan. Die voelen zich misschien veiliger bij een wat oubolliger en langdradiger stijl. Met lastige zinnen hebben kinderen niet zo'n moeite. Ze hebben meer moeite met dingen die weggelaten worden.’
Van Gestel werkte jarenlang als dramaturg bij radio en televisie. Inmiddels is hij met pensioen. Na zijn eerste kinderboek schreef hij niet meer voor volwassenen.
'Kinderen kun je een bepaald gevoel geven. Een ervaring met iets dat onbekend voor ze is. Het leven wordt magischer door het lezen van een boek. Je betrekt kinderen zo bij de dingen van andere mensen. Dat doen platte beelden op televisieschermen niet. De televisie voedt kinderen op met dulle dialogen. Het is een onwaarschijnlijk grote prestatie van Goede tijden slechte tijden dat er nu geloof ik wel achthonderd delen zijn geweest en dat er nog nooit ÇÇn geestige opmerking in is gemaakt.
Het griezelige is dat het kinderen misschien bezighoudt op het moment dat ze kijken, maar dat ze niet zo betrokken zijn als bij een verhaal waarvan ze de beelden zelf cre‰ren. Als mensen niet lezen, raken ze sneller beãnvloed door dingen waardoor ze maar beter niet beãnvloed kunnen worden.’