Interview defensiespecialist Dan Plesch

Doelwit Irak

Dan Plesch, defensiespecialist in Londen, betwijfelt het nut van de Amerikaanse campagne tegen het internationale terrorisme. Een aanval op Irak vindt hij misplaatst. «Saddams aandeel in het internationale terrorisme is nihil.»

«Iedereen heeft de mond vol van internationale terreurbestrijding, maar geen enkel land ter wereld heeft serieus onderzoek laten verrichten naar de vereiste grootscheepse aanpak van abc-wapens. Niet één land. Alleen in Australië heeft een vrijblijvende parlementaire club zich erover gebogen. Dat bewijst hoe laag de proliferatie van zulke wapens op de internationale agenda staat. Staten zijn niet geïnteresseerd, terwijl ze wel onderzoek laten doen naar hun eigen strategische opties en die van hun potentiële vijanden. Het heeft geen zin één land, zoals Irak, aan te vallen terwijl de internationale inspectieregimes op nucleair, chemisch en biologisch terrein niet waterdicht zijn.»

Dan Plesch, onderzoeker bij het Royal United Services Institute for Defense Studies in Londen, is niet de enige expert die twijfelt aan het nut van de huidige Amerikaanse campagne tegen het internationale terrorisme. Plesch is bijzonder gekwalificeerd omdat hij zich in de loop der jaren bezighield met een breed terrein van nucleaire strategie tot vredesonderhandelingen en nation-building. Hij is een van de weinige buitenlanders die ooit mochten getuigen voor een Amerikaanse Congres-commissie.

Wanneer ik hem spreek, zijn de bombardementen op Kandahar nog in volle gang, in de rest van Afghanistan zijn de Taliban verjaagd of gevangengenomen. «Nu staan de VS, hun bondgenoten en de VN voor de taak het land weer op te bouwen. En meteen zie je hoe amateuristisch dat gebeurt. Er is in de wereld niet net zo’n professioneel kader voor nation-building als voor militaire operaties. Pogingen worden zelfs niet gewaardeerd. Wanneer je samen met mensen uit de regio werkt aan een vredesplan, zoals ik jarenlang heb gedaan over Bosnië, wil geen diplomaat naar je luisteren. Toch is dat nodig als je de conflicthaarden in de wereld wilt aanpakken en nieuwe wanhoopsdaden zoals die van 11 september wilt voorkomen.»

De radicale oplossing voor het internationale terrorisme, aldus Plesch, is waarschijnlijk veel te ambitieus en in elk geval zo tijdrovend dat spoedige resultaten niet te verwachten zijn. Hij denkt dan aan een soort wereldwijde sociaal-democratie naar Europees model, gedragen door een middenklasse die geen schrijnende welvaartsverschillen tolereert en bereid is te betalen om uitvallers binnen de maatschappij te houden. «Ga dat maar eens vertellen aan de Amerikanen. Die zweren bij ondernemingszin, hun maatschappij is er een van winnaars en verliezers en wie buiten de boot valt, grijpt een pistool of berooft een oud vrouwtje. Als je zo’n systeem op wereldschaal reproduceert, vraag je om wraakacties. Dat neemt niet weg dat ik de reactie van links momenteel buitengewoon teleurstellend en goedkoop vind. Die pacifistische reflex slaat nergens meer op. Zelfs als honger en onrecht de ware oorzaken van het terrorisme zijn, zul je de gevolgen toch moeten bestrijden, onder meer met militaire middelen, anders nemen lieden als Osama bin Laden de wereld over.»

Hetzelfde wordt aan gene zijde van de oceaan al jaren gezegd over Saddam Hoessein, volgens veel Republikeinen nog steeds de grootste bedreiging voor de Amerikaanse belangen in de wereld. Het lijkt erop dat de VS na «Afghanistan» opnieuw een offensief tegen Saddam gaan ontketenen, met als voorwendsel zijn veronderstelde bezit van massavernietigingswapens. Aanvankelijk wilde een invloedrijke kliek in het buitenland-establishment van Washington hem ook de verantwoordelijkheid voor de aanslagen in New York en Washington in de schoenen schuiven. Een verband tussen Saddam en al-Qaeda kon echter niet worden aangetoond, hoewel president Bush in oktober zijn CIA-directeur Woolsey speciaal naar Londen stuurde «om bewijzen te verzamelen die meneer Hoessein in verband brengen met 11 september», zoals The Times meldde.

Op 19 september kwam een besloten groep veiligheidsdeskundigen bijeen om de consequenties van de aanslagen voor het buitenlandbeleid te analyseren. Deze groep, waarvan ook Henry Kissinger deel uitmaakt, dient als denktank voor staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Paul Wolfowitz en wordt daarom wel de Wolfowitz-bende genoemd. De groep was het roerend eens «over de noodzaak om Irak aan te pakken zodra de eerste fase van de oorlog in Afghanistan voorbij is». Op 26 november sprak Bush zich voor het eerst in die zin uit, maar hij gooide het over de boeg van de massavernietigingswapens. Terwijl Amerikaanse troepen een oefening hielden aan de Iraakse zuidgrens, eiste hij op hoge toon dat Irak weer internationale wapeninspecteurs toelaat. Gevraagd naar de gevolgen indien Saddam weigerde, antwoordde Bush: «Dat zal hij dan wel merken.»

Op de Geneefse conferentie over biologische wapens stellen de Amerikanen dat Saddams programma voor biologische aanvalswapens nog altijd op volle toeren draait. Tal van experts spreken dit tegen. Een recente VN-coördinator voor Irak, Hans von Sponeck, verklaarde dat «Irak niet langer een bedreiging vormt voor wie dan ook en alle inlichtingendiensten weten dat». Voor massavernietigingswapens is volgens hem «geen enkel bewijs». Integendeel, Saddam probeert al jaren onder de internationale sancties tegen zijn land uit te komen en gedraagt zich naar regionale maatstaven tamelijk netjes.

Ook pogingen om de antraxbrieven met Saddam in verband te brengen, leden schipbreuk toen uit laboratoriumanalyses bleek dat de gebruikte bacteriën van de Amerikaanse Ames-stam waren, niet de Vollum-stam die Irak ooit gebruikte in zijn biologische aanvalsprogramma. Overigens betrok Irak die bacteriën begin jaren tachtig uit de Verenigde Staten. Daarmee is meteen het werkelijke probleem van de proliferatie van abc-wapens geschetst. Als de Amerikanen geïnteresseerd waren in non-proliferatie, zouden ze niet zo lang alle pogingen om te komen tot een serieus internationaal inspectieregime hebben tegengewerkt. Afgelopen zomer saboteerden ze de implementatie van een inspectieregime onder de Conventie voor Biologische en Toxische Wapens, het resultaat van zes jaar onderhandelen.

Inspecties zijn voor de dommen, zo zou je het Amerikaanse standpunt kunnen samenvatten. Sinds de officiële beëindiging van het Amerikaanse biochemische aanvalsprogramma in 1969 lopen tal van onderzoeken gewoon door onder de dekmantel van andere ministeries, zoals het ministerie van Landbouw. De marine ontwikkelt een microbe die plastics opvreet, de CIA test biologische bommen in Nevada, andere overheidsorganen werken met particuliere bedrijven aan zogenaamd niet-dodelijke wapens van chemische en biologische aard. Recent lekte uit dat de anti-narcoticabrigade experimenteert met een schimmel die coca- en papaverplanten vernietigt ten behoeve van de war on drugs in Colombia en straks misschien Afghanistan. En het leger gaat door met de ontwikkeling van biologische aanvalswapens in geheime laboratoria in New Mexico en Maryland, zoals onderzoekster Barbara Rosenburg van de Federatie van Amerikaanse Wetenschappers onthulde.

Saddam afschilderen als vertegenwoordiger van de duivel op aarde is veel te gemakkelijk, vindt ook Plesch. «Hij is geen bedreiging voor de wereldvrede, hij is gewoon de zoveelste succesvolle heerser over Mesopotamië sinds Nebukadnezar. Zijn land is een regionale grootmacht in een gebied waar de wereld driekwart van zijn olie betrekt. Dat is pech voor ons en het zou ons er in de eerste plaats toe moeten brengen anders met energie om te gaan. Het heeft weinig zin Saddam te verjagen als zijn opvolger van ongeveer hetzelfde kaliber zal zijn, ook de olielanden worden er niet stabieler van. En zijn aandeel in het internationale terrorisme is nihil. Saddam heeft in zijn buurlanden het een en ander aangericht, net zoals die buurlanden dat op hun beurt hebben gedaan bij hem, maar er is geen sprake van dat hij als spin in een web van internationale terreurnetwerken zit.»

Bondskanselier Schröder waarschuwde vorige week in het Duitse parlement dat een Amerikaanse aanval op Irak het «einde van de coalitie» zou betekenen; zijn minister van Buitenlandse Zaken Fischer maakte duidelijk dat Duitsland in dat geval afhaakt. Tony Blair liet al in een eerder stadium weten niet mee te zullen doen tegen Irak, evenals president Chirac, die de Franse hulp bij de oorlog in Afghanistan ook al tot een minimum beperkt. Saoedi-Arabië zal zijn bases ditmaal niet ter beschikking stellen en ook Turkije toont grote aarzeling. Vooral de terughoudendheid van Blair, die zich na 11 september ontpopte als een betere coalitiebouwer dan Bush, moet Washington aan het denken zetten.

«Er is een reusachtig meningsverschil tussen Britten en Amerikanen over die hele strijd tegen het terrorisme, veel groter dan je in de media hoort», zegt Plesch, die zijn werkplek in Whitehall heeft zodat hij niet alleen beroepshalve, maar ook fysiek dicht bij het diplomatieke vuur zit. «Met name tussen de Britse regering en de rechtervleugel van de Republikeinen, die nog dezelfde mentaliteit heeft als in de dagen van McCarthy en achter elk bosje een buitenlander of een communist vermoedt. Wat Tony Blair nu doet, en met hem andere Europese leiders, is pappen en nathouden, zorgen dat de Amerikanen niet doorslaan en een of andere rampzalige actie uitvoeren.»