Hoe bang moet Nederland zijn voor terreur?

Doemdenken: doelwit Borssele

Een vliegtuigcrash op een kerncentrale. Hoe bang moet Nederland zijn voor deze vormen van terreur? «De directie van Borssele moet meer verantwoordelijkheid nemen.»

Kerncentrales omgeven door raketinstallaties — dat was het beeld in Engeland en Frankrijk direct na de aanslag van de elfde september 2001 op de Twin Towers. Logisch, meent Femke Bartels, teamhoofd Klimaat en Energie van Greenpeace: «Tegen grote vliegtuigen zijn centrales niet bestand. Ze moeten slechts de klappen van invliegende sportvliegtuigen zoals Cessna’s kunnen opvangen. Op korte termijn is het niet mogelijk om de constructie zodanig te versterken dat de gevaren verminderen.»

Hoe groot de gevolgen van een invliegend passagiersvliegtuig zijn, hangt volgens Bartels af van de wijze waarop het vliegtuig de centrale raakt: «In het ergste geval komt er ioniserende straling vrij. Dan is iedereen in een straal van tientallen kilometers rondom de centrale binnen 24 uur overleden. Dat zagen we in Tsjernobyl. Het omliggende gebied is nog steeds niet toegankelijk. Verder van de centrale zijn de gevolgen pas op de lange termijn merkbaar: door leukemie en kindersterfte bijvoorbeeld.»

De website van EPZ, eigenaar van de kerncentrale in Borssele, spreekt niettemin geruststellende woorden: «Borssele is de veiligste fabriek van Nederland. (…) Het vergelijken van Tsjernobyl met een westerse kerncentrale is het vergelijken van een slecht onderhouden Trabant met een goed onderhouden westerse auto uit het topsegment.»

Tim van der Hagen, hoogleraar reactorfysica in Delft, beaamt dit. Hij ziet weinig gevaren bij een aanslag op de kerncentrales. Volgens Van Hagen is de splijtstof in kernreactoren erg goed beschermd. Onder de buitenste betonnen koepel van de kerncentrale in Borssele zit een koepel van staal. Daarbinnen zit nog een bunker van meters dik beton die een achttien centimeter dik stalen vat beschermt. En pas daarin zit de reactorkern, bestaande uit metalen buizen met splijtstof omgeven door water.

Van der Hagen: «Om werkelijk radioactiviteit te laten vrijkomen, moet een vliegtuig al deze barrières doorbreken. Dat is zeer onwaarschijnlijk. De installaties in de westerse wereld zijn bestand tegen aanslagen met grote vliegtuigen. Dat is na 11 september 2001 doorgerekend. De centrales zijn overgedimensioneerd, dus ze kunnen méér aan dan alleen dat sportvliegtuigje.» EPZ vult zijn betoog aan: «Vast staat dat met zo’n groot toestel de zeer kleine centrale erg moeilijk te raken is. De spanwijdte is bijvoorbeeld al groter dan de centrale, waardoor het meeste naast de centrale neerkomt.»

Van der Hagen beschikt over een recent Amerikaans onderzoek van de energiebranche. Daaruit blijkt dat een kerncentrale bij een aanval met een volgetankte Boeing 767 met een snelheid van ruim vijfhonderd kilometer per uur geen radioactieve stof vrijgeeft. «Maar dat neemt natuurlijk niet weg dat er economische schade is. De centrale is niet meer te gebruiken.»

De EPZ-site houdt echter een slag om de arm: «Waar Borssele geen zekerheid over heeft (omdat dit niet is doorgerekend) zijn de gevolgen van een grote kerosinebrand die kan ontstaan na een vliegtuigcrash.» Dan is het «zwarte scenario» mogelijk: een nucleair ongeluk.

Om dat te voorkomen zal de beveiliging van kerncentrales tegen terreur dus wel optimaal zijn. Maar dat valt tegen. Bartels: «Ik heb me erover verbaasd hoe wij bij acties in Nederland, Zuid-Afrika en Engeland eenvoudig op het terrein van de centrales konden komen. In Nederland zijn we op de koepel geklommen, in Engeland drong Greenpeace zelfs door tot de controlekamer. Dat moet niet mogelijk zijn. De directie van de centrale in Borssele moet meer verantwoordelijkheid nemen. Als wij met Greenpeace hun terrein betreden, zeggen ze dat wíj gevaarlijk bezig zijn. Maar zij beheren toch dat gevoelige object? Het lijkt wel of ze maar één doel hebben: het openhouden van hun centrale.»

Toch weet ook Bartels dat een leek niet veel kwaad kan in de controlekamer: «Maar iemand die weet hoe een centrale werkt, kan schade aanrichten. Als je de koeling uitschakelt, kan oververhitting ontstaan. Gevolg: een explosie en ontsnappende radioactiviteit. Dat gebeurt natuurlijk niet direct, maar ook op de redundantie kun je niet volledig vertrouwen.» Professor Van der Hagen spreekt dit tegen: «Een reactor is geen kernbom. Uitschakelen van de koeling leidt niet tot een explosie. Dat is onmogelijk. Wanneer iemand rare handelingen in de controlekamer verricht, stopt het splijtingsproces vanzelf. En datzelfde gebeurt wanneer de hele besturing met een bom wordt opgeblazen.»

Een ideaal doel voor terroristen is Borssele derhalve niet. Van der Hagen: «Wil een terrorist veel slachtoffers maken, dan kan hij zich beter op de chloorleidingen in Pernis richten. Die liggen open en bloot.»

Bartels: «Mondiaal gezien is Borssele inderdaad niet het eerste target voor terroristen. Meer angst heb ik voor een aanslag op de opwerkingsfabrieken in het Franse La Haque en het Engelse Sellafield.» In deze complexen wordt plutonium uit kernafval gewonnen en geschikt gemaakt voor het gebruik in kernwapens. «En de veiligheidsmaatregelen zijn er minder dan in de kerncentrales, terwijl de gevolgen veel groter kunnen zijn.»

Van der Hagen: «De opwerkingsfabrieken zijn inderdaad niet ingericht op invliegende vliegtuigen. Het is goed dat Greenpeace daar aandacht voor vraagt.»