Maarten Luther hamerde zijn stellingen op de deur van de kerk in Wittenberg. Karl Marx zwoegde op zijn communistische manifest als migrant in Brussel. Een nieuw manifest voor deze tijd werd onlangs verkocht als ‘non fungible token’ – een digitale code, in essentie – voor tien stuks van de cryptomunt ethereum.

Die transactie is een voorbeeld van waar het manifest over gaat: virtualisme, oftewel van de politiek van de verzonnen werkelijkheid. De auteur van het manifest, bestaande uit vijftien stellingen, is Bruno Maçães, oud-Europa-minister van Portugal en geopolitiek intellectueel. In zijn uitleg is virtualisme de ideologie die volgt op het dominante liberalisme. ‘Onder het virtualisme gaan de grote politieke verschillen niet langer over de verschillen tussen links en rechts maar die tussen fictie en realiteit’, zo luidt stelling vijf.

Om te begrijpen wat Maçães bedoelt: kijk naar de grote maatschappelijke kwesties van dit moment, pandemie en opwarming van de aarde. In beide gevallen botst de werkelijkheid, respectievelijk ziekte en een extremer klimaat, met fictie waaraan het makkelijk laven is: dat je door kunt gaan met fossiele brandstoffen. Dat mensen moeten kunnen leven precies zoals ze altijd deden. ‘De realiteit heeft tirannie of bemoeienis vervangen als het grootste politieke kwaad’, luidt stelling vier van het manifest. Wie klaagt dat indammen van covid of het tegengaan van klimaatopwarming te veel inbreuk op persoonlijke levenskeuzes betekent, vindt eigenlijk dat menselijke verzinsels boven biologische realiteit moeten staan en is daarmee een virtualist.

De politieke strijd die de pandemie heeft losgemaakt, zeker in Nederland, valt momenteel misschien praktisch uit in het voordeel van de realiteit, maar geeft tegelijkertijd het virtualisme vleugels. Een kenmerk van deze ideologie is de oneindige ruimte om een identiteit en rol in de samenleving te mogen verzinnen. Geen krachtiger voorbeeld van virtualisme dan de figuren die zichzelf uitgeven als ‘verzetsstrijder’ tegen een ‘regime’ omdat ze het oneens zijn met QR-codes. Die identiteit wordt vooral uitgevent in de digisfeer, het grote transmissiekanaal van het virtualisme.

Waren wereldleiders in Glasgow bezig met een cosplay van het fenomeen ‘wereldtop’?

De steeds extremere vergelijkingen die het coronadebat kenmerken laten zien dat het virtualisme grenzeloos wil zijn. Het zijn eigenlijk niet eens meer vergelijkingen die worden getrokken tussen nazisme en coronabeleid. Het gaat erom de virtuele mogelijkheden voor jezelf te scheppen om een verzetsstrijd te kunnen beleven zoals die ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. De huidige omstandigheden zijn simpelweg decor voor een geconstrueerde beleving.

Virtualisme is daarmee ook ahistorisch. Het verleden is een grabbelton waaruit naar believen concepten geplukt kunnen worden voor de eigen hedendaagse politieke virtualrealitybeleving. Daarom reageren de ‘wappies’ ook zo extreem gestoken op het moment dat iemand de realiteit – het echte, historische nazisme – aanvoert om duidelijk te maken dat de coronapas in niets lijkt op rassenwetten. Dit steekt virtualisten, zoals ongelijkheid een affront is voor socialisten of centrale planning een gruwel is voor vrijemarktliberalen.

Virtualisme, kortom, betekent politiek waarbij de gespeelde rol het belangrijkste is. Een leider die in Glasgow zegt dat het ernst is en in zijn beleid de fossiele industrie blijft steunen is niet zozeer een leider als wel iemand die leider speelt binnen kaders van het virtualisme. Er worden woorden gebruikt die bij leiders horen (‘actie, actie, actie’), er worden handelingen verricht die bij leiderschap horen (vergaderen in een conferentieoord met de andere ‘spelers’), maar uiteindelijk verandert er niets.

Een andere manier om virtualisme te begrijpen is als volgt: voor sommigen is het een tijdverdrijf om historische veldslagen na te spelen. Cosplay, een samentrekking van costume play, wordt het ook wel genoemd. Er is sprake van virtualisme wanneer het verschil tussen gebeurtenis en nabootsen vervalt. Waren wereldleiders in Glasgow bezig om de planeet te redden of was het een grote cosplay van het fenomeen ‘wereldtop’? Aan de uitkomst valt het verschil in ieder geval niet af te lezen.

‘De filosofen hebben de wereld tot dusver slechts geïnterpreteerd; nu komt het erop aan haar te veranderen’, schreef Karl Marx. ‘Pogingen om de wereld te veranderen zijn niet geslaagd, en dus heeft de mensheid besloten de echte wereld achter zich te laten en nieuwe virtuele werelden te bouwen’, is de eerste stelling uit het virtualisme-manifest van Bruno Maçães. In antwoord op een niet te verkroppen wereld is het antwoord van deze tijd ‘doen alsof’ geworden. Bijna iedereen doet eraan mee, waarschijnlijk met catastrofale afloop.