Media

Doenleren

Een paar maanden geleden publiceerde een voormalige leerlinge van de Utrechtse School voor Journalistiek een boos en verdrietig bericht op The Post Online. Daarin vertelde ze waarom ze met de opleiding was gestopt. Kleuterwerk, was haar mening. Korsettenregime. Niet uitdagend.

Het stukje riep nogal wat reacties op, onder meer van Elma Drayer die in Vrij Nederland schreef dat een dergelijke teleurstelling onvermijdelijk is. ‘Journalistieke opleidingen berusten immers op het pijnlijke misverstand dat je het vak kunt leren in de collegebanken. Quod non. Om (schrijvend) journalist te kunnen worden, is het bezit van een vaardige pen, nieuwsgierigheid en een open blik op de wereld voorwaardelijk. En de wil om te lezen, heel veel te lezen. De rest is nonsens.’

Laat ik om te beginnen zeggen dat zowel die klagende student als Drayer volgens mij deels gelijk heeft. Over dat korsettengedoe binnen het hoger onderwijs (‘regeltjes, regeltjes’) heb ik ook zelf herhaaldelijk geschreven. En de voorwaarden die Drayer opsomt zijn terecht. Maar ze overdrijft, zoals vaak. De waarheid is, denk ik, dat je op een opleiding wel degelijk vaardigheden, kennis, ervaringen en wat al niet meer kunt opdoen die helpen bij de ontwikkeling tot professional. Bovendien, als een opleiding journalistiek onzinnig zou zijn, geldt dat dan niet ook voor, pak beet, sociologie, filmkunde, talen, geschiedenis, ja misschien zelfs wel architectuur, diergeneeskunde en andere vakken? Moet dan niet heel het onderwijs door de plee? Quod evidenter non.

Tot voor een eeuw of zo werden bijna alle disciplines in de praktijk geleerd. De theorie, in dit geval die van het hoger onderwijs, ontstond toen men ontdekte dat praktijkmensen de nodige basiskennis missen. En dus groeide er een systeem waarin men eerst de theorie leerde en zich vervolgens in de praktijk bekwaamde. Vergelijk het met autorijden. Je zou mensen toch niet de weg op willen sturen zonder een flink aantal lessen plus een examen? Maar iedereen die zijn rijbewijs haalt en bij zinnen is weet dat hij op basis van zo’n papiertje nog niet kan rijden. Ook hier speelt de tienduizend uren-wet: je kunt iets pas echt als je er heel veel tijd in gestopt hebt. Dat geldt voor journalisten, artsen, historici, filmers, iedereen. Een opleiding is de basis, daarna begint het pas. Maar deze waarheid als een koe betekent nog niet dat alle theorie en oefening zinloos zouden zijn. Eerst droogzwemmen, dan zwemmen. Het is een oude en beproefde volgorde.

Je kunt iets pas echt als je er heel veel tijd in gestopt hebt

De kritiek op de huidige journalistiekopleidingen staat niet op zich. Het theoretisch leren is inderdaad doorgeslagen, business geworden, een mantra, en in tijden van crisis en jongerenwerkloosheid ook nog eens een middel om een probleem te verhullen. Maar alle theorie en oefening overboord gooien getuigt van eenzelfde doorslaan. Leren en doen horen bij elkaar als vingers bij de hand. Ik weet het uit ervaring. Zo spreek ik beter Spaans dan de gemiddelde hispanist en toch mis ik iets. De reden? Ik heb nooit van mijn leven een Spaanse grammatica ingekeken. Maar ken je alleen die grammatica, dan mis je eveneens iets – en vermoedelijk meer. Mijn moeder was hispaniste, ze kende de halve Spaanse poëzie uit het hoofd maar sprak als Cervantes met een Haarlems accent. Leuk, intellectueel, maar Spaans? Nee.

In reactie op de te grote klemtoon op het theoretisch leren, in dit geval in de journalistiek, zijn sinds enkele jaren in de VS zogenoemde teaching hospitals in de mode. De werkwijze is simpel: journalistiekopleidingen werken samen met mediaproducenten. In verreweg de meeste gevallen betreft het hier journalistiek voor de regionale of lokale markt, veel web dus maar ook blaadjes, radio en af en toe tv. Er zijn ook ambitieuzere projecten. Het meest opmerkelijke daarvan is News21(.com), een onderzoeksjournalistieklaboratorium dat lijkt op het teaching lab dat bij De Groene is ondergebracht. Er zijn in Nederland meer van dergelijke initiatieven, de BNN University bijvoorbeeld en het, ondertussen overigens deels gesneuvelde, Nero-project dat de journalistiekopleiding van Tilburg samen met twee Brabantse kranten opzette.

Vaak snijdt het mes bij projecten als deze aan twee kanten: mediaproducenten krijgen goedkope arbeidskrachten of junior-werknemers die tijd kunnen besteden aan zaken waar de eigen journalisten niet aan toekomen. Het nut hiervan is goed te zien aan de recente artikelen in De Groene over de Nederlandse energiepolitiek. Zonder het teaching lab waren die vermoedelijk niet tot stand gekomen. Het voordeel voor de aanstaande journalisten c.q. studenten is niet minder duidelijk: ze maken ‘vlieguren’, leren al doende terwijl ze ook nog eens bijgestuurd worden, doen al lerende zogezegd. Aldus raakt de slinger weer een beetje in het midden en gebeurt wat volgens mij moet gebeuren: leren en doen komen opnieuw in elkaars verlengde te liggen: doenleren. Zo ging het in het verleden en zo gaat het in de toekomst hopelijk opnieuw.