Doillon deugt

Filmaftitelingen worden steeds langer. Voordat een acteur zijn handtekening onder een contract zet heeft een leger aan agenten en advocaten zich daarover gebogen. Het formaat van de letter waarin zijn naam op de credits komt is vastgelegd. Wie hem ‘s morgens naar de set brengt en wie daar zijn haar kamt ligt erin verankerd, en ook zijn de credits van die chauffeur en die kapper geregeld. Dat lijkt niet echt belangrijk. Bij tv-uitzendingen van films worden de aftitelingen verdonkeremaand en in de bioscoop zijn ze het sein om te vertrekken. Bovendien zijn de formules bekend. Iedere gelijkenis berust op toeval en de dieren in de film zijn nog in leven. Bezweringen van advocaten die zich richten op eventuele andere advocaten.

Na het slot van Jacques Doillons speelfilm Ponette krijgt de psychoanalytica van de kinderen een credit. Kennelijk heeft Doillon bezwaren tegen zijn werkwijze bij deze film voorvoeld en heeft hij zich naast de gebruikelijke juristen bij voorbaat verzekerd van de steun van een getuige-deskundige. De hoofdrollen in Ponette worden namelijk gespeeld door zeer jonge kinderen en die kinderen spelen een zeer volwassen thematiek. De film gaat over niets minder dan de dood, het rouwen, het hiernamaals, god en zelfmoord. Alleen als Doillon het over seks en porno had willen hebben in zijn kinderfilm had zijn onderneming nog riskanter kunnen zijn. Zijn moed en ook zijn meesterschap om dit waagstuk tot een goed einde te brengen werden niet door iedereen gewaardeerd. Het werd wel gewaardeerd door de jury van het festival van Venetië. Die gaf de vierjarige Victoire Thivisol de prijs voor de beste actrice. Voor veel critici was deze provocatieve waardering voor de moed en de kunde van Doillon het signaal om van hun morele verontwaardiging blijk te geven. Door een kind in zijn film te laten huilen om de dood van haar filmmoeder zou de regisseur het risico hebben genomen dat de jonge actrice de filmwerkelijkheid niet als fictie zou beleven. Doillon werd verweten de gevoelens van zijn jonge acteurs te hebben geëxploiteerd - waarmee die critici overigens aangaven net zo veel moeite te hebben met het onderscheiden van werkelijkheid en fictie als de acteurtjes die ze in bescherming zeiden te willen nemen.
In Nederland meenden de toonaangevende critici hun achterdocht nog ranziger te moeten formuleren. Volgens Peter van Bueren (de Volkskrant) hebben de films van Doillon altijd iets dubieus. Van Bueren: ‘Mij valt altijd te binnen die film waarin hij zelf een vader speelt die met zijn zoon en diens vriendin op vakantie gaat en dan zelf een relatie met die vriendin aangaat. Gespeeld, maar toch.’
Hans Beerekamp (NRC) maakte het nog bonter. Beerekamp: 'Plotseling schoot me te binnen dat twee van de hoofdrolspeelsters van Doillon, Dominique Laffin in La femme qui pleure (1978) en de tijdens de opnamen twaalfjarige Madeleine Desdevises in La Dr“lesse (1979), enkele jaren later zelfmoord hebben gepleegd. Het kan toeval zijn, maar er zitten ongetwijfeld risico’s aan het zó onder psychologische druk zetten van je jeugdige acteurs.’
Het is goed dat Doillon zich gesteund weet door zijn psychoanalytica en zijn advocaten; seksueel misbruik en aanzetten tot zelfmoord zijn tenslotte geen lichte beschuldigingen.
De al of niet plotselinge invallen van de critici bewijzen in elk geval de kracht van de film van Doillon. Dat ik denk dat die kracht eerder voortkomt uit Doillons vakmanschap en zijn fabuleuze spelregie dan uit perverse motieven, is mijn goed recht, zou ik zeggen. Dat de listige montage aantoont dat de lieve kinderen niet steeds deden wat oom Jacques verlangde en dat we hier te maken hebben met fictie van het zuiverste water is iets wat iedere professionele kijker zou moeten zien. Niet dan?

  • Echt bescheiden is de uitbreng van Nowhere, de nieuwe film van West Coast-enfant terrible Gregg Araki. Alleen in Amsterdam (Kriterion). Araki maakte een pulpvariant van Beverly Hills 90210 waarvoor het woord parodie tekortschiet.