Amsterdam krijgt zijn eerste Turkse medische kliniek

Dokter, ik heb pijn

In de luwte van het debat over integratie gaan Turken in de gezondheidszorg hun eigen weg. In Amsterdam opent binnen kort de eerste Turkse kliniek haar deuren.

Turkse Nederlanders roken vaker dan autochtone Nederlanders. Ze zijn vaker geheelonthouder. Ze slaan vaker het ontbijt over maar nuttigen wel regelmatiger een warme maaltijd. Ze gebruiken vaker drugs en vrijen minder veilig. Ze zijn vaker te zwaar en vaker depressief. Ze hebben vaker hart- en vaatziekten en diabetes. Turkse ouderen hebben vaker chronische aandoeningen, Turkse kinderen hebben vaker een slecht gebit. Ze maken minder gebruik van de thuiszorg, maar krijgen vaker informele hulp van familie. Ze gebruiken vaker door artsen voorgeschreven medicijnen.

Bij Turken is veel vaak. Afgezet tegen andere lagere sociale klassen is het verschil tussen allochtonen en autochtonen volgens het ZonMw-rapport Bewijs voor verschil (2003) en het SCP-rapport Gezondheid en welzijn van allochtone ouderen (2004) weliswaar minder groot, maar toch zijn veel Turken ontevreden.

Inci bijvoorbeeld, een Turkse van de eerste generatie, is in Turkije naar een arts geweest. Haar klachten werden in Nederland niet begrepen. Inci: «Ik ken veel mensen die in Nederland ziek werden, maar waar niets gevonden werd. In Turkije wordt wél goed onderzoek gedaan en wél wat gevonden. In Turkije doen ze grondiger onderzoek of een totale check-up, hier vindt men dat denk ik te duur. Maar voor Turken is gezondheid belangrijker dan geld.»

Allochtonen, vooral die van de eerste generatie, blijken moeite te hebben met het Nederlandse zorgsysteem. Contact met een arts gaat soms stroef. Taal en cultuur zijn struikelblokken. Ziek zijn en beter worden, dat doe je het liefst in eigen taal. Dat geldt ook voor Nederlanders, die graag uit verre vakantieoorden worden teruggevlogen naar het ziekenhuis om de hoek. Zelfs voor de meest geïntegreerde allochtoon blijft gezondheidszorg het laatste te veroveren bolwerk. Het lichaam is heilig en wordt als laatste toevertrouwd aan de nieuwe cultuur.

Ipek, een vriendin van Inci, heeft al tien jaar pijn in haar schouders en nek: «Ik ben zo vaak naar de huisarts geweest. Die verwees me telkens naar fysiotherapie. Laatst zei ik dat dit niets hielp, maar hij stuurde me er toch weer heen. Daarop stak hij zijn hand uit en ik begreep dat ik weg moest. In al die jaren ben ik nog nooit doorgestuurd naar het ziekenhuis. Toen ben ik naar een nieuwe huisarts gegaan. Die stuurde me wel naar het ziekenhuis. Daar schudde de arts mijn hoofd hard heen en weer, en van achter naar voor. Hij zei: je hebt niets. Maar geen foto’s, niks. Toen be sloot ik op va kantie in Turkije naar de dokter te gaan. Die maakte eerst een röntgenfoto en daarna een MRI-scan. Toen bleek dat ik een nekhernia had.»

Ipek en Inci vertrouwen de Turkse arts na al die jaren dus nog steeds meer dan de Nederlandse. Inci: «Turkse mensen willen graag het gezag van de arts aannemen. Dus niet: wat denkt u zelf dat u heeft? Als er in Nederland een Turkse kliniek komt, wil ik daar graag naartoe.»

Turkse Nederlanders beoordelen hun eigen gezondheid als slecht. Volgens Nederlandse artsen somatiseren allochtonen meer. Zij zeggen eerder «ik ga bijna dood» dan «ik voel me vandaag toch zo beroerd». Ze hebben vaak vage klachten: «ik heb pijn hier», met de hand die wijst naar de buik. De kunst de juiste diagnose te stellen wordt dan voor de ongeduldige arts een hele opgave. Psychische problemen blijven dikwijls onbehandeld. Bij dergelijke problemen kunnen allochtonen met onvoldoende taalvaardigheden moeilijker bij een Nederlandse psycholoog terecht. Ipek: «In Turkije ben ik ook naar een psychiater geweest. Die heeft mij medicijnen voorgeschreven. De Nederlandse arts heeft die overgenomen.»

Maar dan is daar de zomer. Met koffers vol frustratie en opgespaarde gezondheidsproblemen gaan veel Turken in Turkije naar een arts. Negentig procent van de Nederlandse Turken gaat jaarlijks op vakantie naar Turkije. Een goede gok is dat zeker de helft daarvan in Turkije een arts bezoekt. Ipek: «In het ziekenhuis in Turkije zag ik veel mensen uit Nederland. Allemaal zwaaiden ze met hun Nederlandse verzekeringspasje.»

Nederlandse zorgverzekeringen zijn in Turkije daarom steeds beter vertegenwoordigd. Agis heeft sinds drie jaar een servicecentrum in Turkije. Daar werd tot nu toe bemiddeld voor dertigduizend verzekerden, dit jaar twintig procent meer dan voorgaande jaren. Alleen spoedeisende hulp wordt vergoed. Vruchtbaarheidstoerisme en ooglaservakanties vallen daar dus niet onder.

Aise Çaliskan van Agis: «Ons centrum in Turkije is er om ook daar de vragen van de verzekerde te beantwoorden. De gezondheidszorg in Turkije wordt steeds beter. De Turkse overheid investeert miljarden. Dus Turkse Nederlanders en autochtone Nederlanders kunnen op heel veel plekken uitstekend terecht. Wij hebben inderdaad het idee dat de eerste generatie graag in Turkije naar een arts gaat voor een second opinion. Misschien is de uitkomst dan hetzelfde als in Nederland, maar voor de psychologische acceptatie is het heel goed.» Ook als een bezoek aan arts of privé-ziekenhuis niet vergoed wordt, is men bereid daar geld in te steken. Gerustheid over de gezondheid gaat voor alles.

Ook in Nederland wordt nu ingezien dat Turkse Nederlanders een specifieke zorgvraag hebben. Aise Çaliskan: «Etnische consumenten vormen bij ons een aparte doelgroep. Groepen met een specifiek zorgconsumptiepatroon kun je specifieke aandacht geven. Turken vinden gezondheid erg belangrijk, maar doen minder aan ziektepreventie. Onder allochtonen blijkt ook dat maagmiddelen en paracetamol veel gebruikt worden, en dat de kindersterfte er vijftig procent hoger is dan onder autochtonen. Met zorgprojecten spreken we die groepen aan. Zo hebben we onlangs een dvd uitgebracht met medische informatie over kraamzorg, omdat beelden bij sommige groepen meer aanspreken dan geschreven folders.»

Een gloednieuw initiatief voor Turkse zorgvragers is daarnaast het binnenkort te openen Turks Nederlands Medisch Centrum (TNMC) in Amsterdam, een zelfstandige kliniek waar Turkse Nederlanders terechtkunnen, ge steund door Agis. Het ziekenhuis is niet het eerste in zijn soort. Chinezen in Nederland kunnen voor Chinese geneeskunde terecht bij een Chinese kliniek en in ziekenhuis Amstelveen is een vleugel met joodse verpleging. Bij de Turkse kliniek zullen Turkse Nederlanders gaan werken die in Nederland zijn opgeleid. Turken kunnen er terecht voor check-ups, second opinions, lifestyle-advies en besnijdenis, allemaal in het Turks. Daarnaast zal de kliniek een Michelingids voor de Turkse medische markt zijn, door ziekenhuizen in Turkije aan te raden of af te raden en voor nazorg van vakantiegangers te zorgen.

Een kliniek speciaal voor Turken: een prachtig voorbeeld van geslaagde integratie of juist niet? In de luwte van het debat over integratie gebeurt hier iets belangrijks. De Haagse ministeries en de wethouders in Amsterdam wisten er tot voor kort niets van, maar onder hun ogen gebeurt het nu wel. Can Ince, hoog leraar klinische fysiologie aan het AMC en ini tiatiefnemer van het centrum: «Ik ben de enige Turkse hoogleraar in Nederland en heb die positie gebruikt. Ik zie om me heen dat oudere Turken problemen krijgen waar Nederlandse artsen geen raad mee weten. Diabetes, het einde van een leven of de levensstijl die veranderd moet worden. Deze groep heeft ook behoefte aan check-ups, die overal ter wereld gedaan worden maar niet in Nederland. Voor deze mensen heb ik dit project opgezet. Met deze kliniek willen we de Nederlandse zorg verlichten. Ik denk dat er behoefte aan is, en als dat niet zo is, sluiten we gewoon weer de deuren.»

Niks geen moeizame subsidies van de overheid dus die integratie of goede zorg willen stimuleren, maar een initiatief uit de eigen groep. Of moeten we juist vrezen voor de integratie? Is het niet beter dat de Turkse artsen en verpleegkundigen zich in de reguliere zorg begeven? Wordt zo geen verzuiling van de gezondheidszorg in de hand gewerkt?

Ince: «Of ik verzuiling in de hand werk? Daar kan ik zo boos om worden. Het gaat hier om zieke mensen die hulp nodig hebben. Moeten die dan eerst een taaltest doen voordat ze mogen worden opgenomen? Hebben mensen kritiek, dan is dat hun probleem, daarom is mijn kliniek ook zelfstandig.»

Is de kliniek daarnaast een signaal dat de Nederlandse gezondheidszorg ernstig tekortschiet? Turkse ouderen menen vaak van wel. Nederlandse artsen laten zich echter steeds meer bijscholen over culturele minderheden. Ook kunnen zij bijvoorbeeld een beroep doen op VETC’ers (Voorlichters in Eigen Taal en Cultuur) die ook in ziekenhuizen of kraamklinieken werken. Zij hebben meer en meer het idee dat ze de culturele verschillen kunnen overbruggen. Er wordt wel eens gemopperd op Turkse artsen in Turkije die het beleid van menige Nederlandse arts zouden dwarsbomen. Ince: «Turkije is geen medische rimboe. Verschil van mening tussen artsen heb je overal, ook binnen het AMC.» Als medische ambassade tussen Nederland en Turkije lijkt de kliniek dus gerechtvaardigd.

Maar moet de Turkse neiging tot uitputtend onderzoek ook in Nederland worden ingevoerd? Dilek Boyraz-Ikiz, huisarts in Amsterdam, aarzelt: «De kliniek lijkt mij een goede ontwikkeling. Voor het gevoel van Turken is onderzoek hier niet volledig genoeg. Maar ik maak me er kwaad over dat in Turkije veel overbodig onderzoek wordt gedaan. Ik hoop dan ook dat deze kliniek het Turkse mensen niet te gemakkelijk maakt.»

Nu is het afwachten of het zal stormlopen als het TNMC zijn deuren heeft geopend. De hoop is dat slechts een klein segment van de Turkse ouderen de kliniek zal bezoeken. De kliniek zal een graadmeter voor de integratie zijn.

Na te zijn geïnformeerd over de kliniek laat Herbert Raat, woordvoerder van wethouder Ahmed Aboutaleb in Amsterdam, weten dat als mensen goede zorg nodig hebben en die daar kunnen krijgen, die voor hem tot voor kort onbekende kliniek een goede zaak is: «Wat betreft integratie richten wij ons op de jongere generatie. Voor de oudere generatie geldt dat je natuurlijk liever hebt dat zo’n kliniek niet nodig is, maar mensen moeten wél goede zorg krijgen.»

Binnenkort wordt dus een kliniek geopend die volgens het officiële beleid zo snel mogelijk overbodig moet worden.