De «lost generation» van Ernest Hemingway

Dolend tot de dood

Getergd door de kille tijdgeest in eigen land zochten Amerikaanse schrijvers in de jaren twintig hun heil in Europa. De «lost generation» van Ernest Hemingway.

Ze goten zichzelf vol met wijn en pernod, discussieerden tot diep in de nacht over hun laatste schrijfsels, papten aan met de lokale bevolking, probeerden elkaars vrouwen te versieren, gingen met elkaar op de vuist en dronken daarna nog een absint om het af te leren. Ze staan bekend als de lost generation: een stel gedesillusioneerde Amerikanen die, vlak na de Eerste Wereldoorlog, met hun katten en typemachines het eigen land ontvluchtten om hun verdrukte geesten de ruimte te geven in Parijs.

In hun ogen waren de Verenigde Staten onder het gezag van president Warren G. Harding veranderd in een kil en inspiratieloos land waar de machine en de dollar regeerden. Dus vertrokken schrijvers als Ernest Hemingway, F. Scott Fitzgerald, John Dos Passos en e.e. cummings naar Parijs en schreven vanuit hun krappe appartementen de Amerikaanse kranten en tabloids vol met reportages, korte verhalen, lokale roddel en achterklap.

Als ze daar tenminste tijd voor hadden. Want wat deze dolende zielen voornamelijk deden, was door Europa reizen en geld over de balk smijten. En als Ernest Hemingway nog ergens tijd vrij kon maken, schreef hij snel een meesterwerk. Het was de Amerikaanse avant-gardeschrijfster Gertrude Stein die hem op een van haar drank overgoten etentjes aan de Rue de Fleurus een idee voor een nieuw boek aanreikte. «You are all a lost generation», fluisterde ze hem in het oor. Hemingway vond deze typering zo treffend dat hij al snel overging tot het schrijven van The Sun Also Rises.

Deze roman gaat over het lusteloze tijdverdrijf van een stel zwaar gedesillusioneerde Amerikanen. Het verhaal draait om Jake en Brett die, de oorlog nog vers in het geheugen, elkaar in hun onmogelijke liefde tot het uiterste tarten. Jake is door de oorlog impotent geraakt en Brett heeft een verscheurde ziel en zoekt vertier door de ene man na de andere te verslinden.

Jake, een gebroken man, doet een wanhopige poging om zijn doelloze bestaan te ver klaren, maar geen enkele filosofische wijsheid biedt houvast. Ten slotte moet hij concluderen: «Het kan me niet schelen waar het uiteindelijk om draait. Het enige wat ik wil weten is hoe ik in deze wereld kan overleven.»

Te veel nadenken op een abstract niveau is gevaarlijk voor mensen als Jake en Brett. Ze kunnen slechts leven in het hier en nu en drukken het besef van vergankelijkheid zo veel mogelijk op de achtergrond. En dat gaat ze aardig af. Ze drinken zich onder de tafel en als God ter sprake komt, verzucht Brett: «Die heeft voor mij nooit veel kunnen betekenen.» Ze is het type labiele, drankzuchtige vrouw dat herhaaldelijk voorkomt in de werken van Hemingway.

Zijn mannelijke helden vertonen stuk voor stuk karaktertrekken van de grootste mannetjesputter die Amerika ooit heeft gekend: Hemingway zelf. Want als er iemand fier kan poseren bij een zojuist neer geschoten leeuw of met een vers gevangen zwaardvis in de hand, is hij het wel. Een onverwoestbare levensgenieter die maar liefst twee keer een vliegtuigramp overleefde voordat hij zichzelf door de kop schoot. Want het hart van deze schrijver was te klein en de wereld te groot.

Het is opvallend dat juist deze man, die gedurende de Eerste Wereldoorlog gewond raakte toen hij in Italië voor het Rode Kruis werkte, zichzelf niet als een held beschouwt. In een van de korte verhalen uit de bundel Men Without Women schrijft Hemingway vanuit de ik-persoon over een gewonde Amerikaan in Italië die zich minderwaardig voelt ten opzichte van de plaatselijke oorlogshelden: «Ik geneerde me niet voor mijn lintjes en soms, na het cocktail uurtje, fantaseerde ik dat ik dezelfde dingen had gedaan als waarmee zij hun medailles hadden gekregen. Maar als ik ’s avonds, met een gure wind en de deuren van de winkels gesloten, door de lege straten wandelde en zoveel mogelijk in de buurt van de straatlampen bleef, wist ik dat ik nooit dat soort dingen zou hebben gedaan en dat ik erg bang was om dood te gaan.»

Uiteindelijk werd Hemingway — en een hele generatie landgenoten met hem — zijn leven lang gekweld door het vooruitzicht van de dood. Zijn leven stond daarmee in het teken van de melancholie; elk hoogtepunt in zijn bestaan was doortrokken van een eindigheidsbesef. De strijd hiermee aangaan, dat durfde hij niet, ook al begreep hij dat hij het had moeten doen. Als hij zich ertoe had kunnen zetten, had hij de trekker nooit overgehaald en zou een treurige Brett, op de laatste bladzijde van The Sun Also Rises nooit tegen Jake hebben gefluisterd: «We hadden zo'n geweldig goede tijd met elkaar kunnen hebben.»