Dolende joden

David Bezmozgis, De vrije wereld, € 19,90
David Bezmozgis, The Free World, € 18,95

Een schrijver die in verzonnen interviews met zichzelf zegt dat hij een hekel heeft aan vraaggesprekken en eigenlijk geitenherder op Madagascar is, of een islamitische zwarte man uit Togo, speelt een spel met taal, betekenis en identiteit als hij zijn eerste roman De vrije wereld noemt. Vrij? De pas geëmigreerde Lets-joodse familie Krasnanski uit Riga verblijft in 1978 maandenlang op het tussenstation Rome, in afwachting van visa die hen naar Amerika of Canada brengen. Alle familieleden - onder anderen het gestaalde kaderlid Samuel, rokkenjager Alec en zijn plooibare vrouw Polina - zitten klem tussen een besmet verleden vol stalinisme en antisemitisme en weten niet wat de naaste toekomst brengt. De vrije wereld speelt zich af in een onzeker schemergebied. Afhankelijk van joodse hulporganisaties en toevallige desinformatie, ontheemd en richtingloos proberen deze dolende joden een nieuwe richting in hun leven te bepalen. De vrijheid is elders, net voorbij de horizon.
In zijn verhalenbundel Natasja (2004) portretteerde David Bezmozgis (Riga, 1973) keurig Russisch-Letse emigranten in het Toronto van de jaren tachtig en negentig. In die romaneske bundeling - met als hoofdpersoon een opgroeiende jongen die zich sneller in de Nieuwe Wereld wortelt dan zijn ouders, die nog vastzitten aan het bemoeizuchtige Moedertje Rusland en zich als joodse emigranten onzeker voelen - springt het titelverhaal eruit: het wereldwijze veertienjarige meisje Natasja leert de dan zestienjarige hoofdfiguur (die zijn gedrogeerde dagen lezend doorbrengt in de kelder onder het ouderlijk huis) een paar essentiële levenslessen over seksualiteit en nuchter en tactisch leven. Hij bevrijdt Natasja niet uit haar benarde familieomstandigheden, zij bevrijdt hém, al beseft hij dat niet meteen. ‘Je bent zestien en mag niks. De wereld verwacht gewoon dat je ongehoorzaam bent.’ Natasja is openlijk ongehoorzaam, het alter ego van Bezmozgis slechts in het verborgene. Tussen laf en lef zit meer dan één letter verschil.
De vrije wereld gaat vooraf aan Natasja, vertellingen waarin de auteur al liet zien dat hij Roth, Malamud en Michaels goed bestudeerd had. Wie De vrije wereld leest als roman over het wel en wee van joodse emigranten zal kritiek hebben op de al te losse constructie. Het is eerder een verhalenbundel, afwisselend verteld vanuit drie uiteenlopende 'werelden’. Samuel is de meest fascinerende figuur. Vier jaar voor de Oktoberrevolutie is hij geboren. Zijn vader verloor hij vlak na die revolutie aan de Witten (de 'contrarevolutionairen’), zijn broer in de Tweede Wereldoorlog aan de Duitsers. Als trouw partijlid, directeur van een fabriek én als ongelovige jood zit hij wel permanent in een spagaat. Deze emigrant tegen wil en dank is blijven hangen in het onverwerkte verleden van een halve eeuw wereldgeschiedenis vol KGB, Letland versus Sovjet-Unie, jodenhaat, refuseniks, corruptie en zionisme (Israël als utopie en als steen des aanstoots). Dat verleden was tenminste écht. 'Tijdens de oorlog was je op de vlucht voor de vijand. Maar voor wie ben je nu op de vlucht?’
In tussenstation Rome probeert hij al schrijvend en rouwend - het leven is als een kinderhemd: kort en vuil - antwoorden te vinden en zijn heimwee de baas te blijven. Er knaagt iets aan hem, want 'ergens ben ik in de fout gegaan’. Tegelijkertijd beheerst hij het partij-jargon tot in de details als hij uitvaart tegen het imperialistische kapitalisme en zijn 'zionistische onruststokers’. En het beeld van de jood? Schrijnend en scherp is zijn kritiek op een uitvoering van Anatevka, de musical die hij wegzet als een sentimentele joodse karikatuur. Amerika-ganger Sjolem Aleichem was gelukkig al dood 'voor de ergste gruwelen’ bekend werden.
Heeft Samuel, medisch afgekeurd, in het Rome van komende en gaande pausen het gevoel 'nergens heen’ te gaan en in een schemergebied te verkeren, jongste zoon Alec meent dat de wereld wenkt en dat hij overal naartoe kan gaan waar hij wil. Hij, 'een jongen met een vlindernetje’, krijgt een baantje bij een joodse hulporganisatie, scharrelt wat met een meisje, ondanks zijn huwelijk met Polina, en raakt verzeild in een iconensmokkel waar zijn broer Karl alles mee te maken heeft. Als oppervlakkig personage is hij het minst overtuigend. Bijfiguur Ljova, die zorgt voor huisvesting voor Alec en zijn vrouw, is boeiend omdat hij het dilemma Israël voor de niet-zionist effectief belichaamt.
Vooral dankzij de ingewikkelde figuur Samuel Krasnanski heeft David niet alleen het harde heden van joodse emigranten verbeeld maar ook 'een reizende tentoonstelling’ gepresenteerd met Russisch-joodse communisten die de dood dagelijks in de ogen keken. Door die Samuel-fragmenten krijgt De vrije wereld iets beklemmends: de hele familie zit klem ('in limbo’) tussen het belaste en beladen verleden en een ongewisse toekomst. Daarom is het tussenstation Rome anno juni-november 1978 een mooie vondst.

DAVID BEZMOZGIS
DE VRIJE WERELDUit het Engels vertaald door Nicolette Hoekmeijer, De Bezige Bij, 384 blz., € 19,90