Waar Polen écht nodig zijn, mogen ze niet aan de slag

Dolende Polen

Nederland telt veel Poolse werknemers. Sommigen werken legaal, anderen illegaal. Maar daar waar ze echt nodig zijn, mogen ze niet aan de slag. Zie het verhaal van twee ingeburgerde Poolse vrouwen die niet als lerares Duits mogen werken.

Polen doen werk dat geen Nederlander meer wil doen, zoals inpakken of het uitbenen van karkassen in een slachterij. Ze werken ook daar waar bekwame mensen schaars zijn, zoals in de Nederlandse binnenvaart. Maar in de bouw en op de weg vormen ze een bedreiging voor Nederlandse werknemers, omdat ze goedkoper zijn en zich minder aantrekken van arbeidstijden of veiligheidsregels.

Er zijn duizend-en-één manieren om hier te werken, legaal of illegaal. Het rapport Poolshoogte van de Raad voor Werk en Inkomen (februari 2005) concludeerde dat door de complexiteit van de wet- en regelgeving (zie kader) veel Poolse werkzoekers bewust én onbewust verstrikt raken in het woud van onduidelijke constructies en mogelijkheden.

Zo kunnen werkgevers die Polen in dienst willen nemen het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) om de tuin leiden. Dit gebeurt onder meer in de wereld van het vrachtvervoer. Onlangs zei Bert Roozendaal, hoofdredacteur van Truckstar, in PREMtime: «In mijn blad stonden advertenties met daarin: vijfduizend chauffeurs gezocht. Toen ik daar achteraan ging, bleek dat ze vijfduizend ‹goedkope› chauffeurs bedoelden. Anderen hoefden hun advertentie niet eens geplaatst: een bonnetje was genoeg, zodat ze aan het CWI konden laten zien dat ze wel genoeg gezocht hadden.»

Jan Heilig van FNV Bondgenoten: «Wat moeten wij doen tegen een Nederlands bedrijf dat Poolse chauffeurs afneemt via een uitzendbureau uit Ierland, om maar een voorbeeld te noemen? Er zitten ook gaten in de CAO-wet geving. Net hebben wij de voorstellen van werkgevers gezien: zij willen dat werknemers volgens een buitenlandse CAO betaald kunnen worden. Dit is een oorlogsverklaring. We kunnen Polen hier toch niet voor twaalf cent per kilometer laten werken?»

Naar Nederlandse maatstaven worden Polen vaak uitgebuit. Nederlanders worden daardoor weggedrukt. Het zou dus in het belang van iedereen zijn als de mazen in de regelgeving werden opgespoord en gedicht. De wetgeving is echter juist te strikt in die sector waar we de Polen echt nodig hebben: het middelbaar onderwijs. Daardoor kunnen twee Poolse vrouwen niet aan de slag. Het gaat niet om schoonmaakwerk, maar om een docentschap volgens de Nederlandse CAO en tegen Nederlands loon. Moeten middelbare scholen dan ook maar illegaal of creatief gaan werven?

Twee jaar geleden, toen de EU nog tien landen armer was, kwam Hanna Makulska (29) uit Polen naar Nederland, met in haar zak een afgeronde universitaire opleiding in Duits en Nederlands. Ze begon in Nederland met de lerarenopleiding Duits aan de Universiteit van Amsterdam. Ze liep stage, kreeg een Nederlandse vriend en wilde graag gaan werken na het afronden van de opleiding. Een baan was geen probleem: twee scholen wilden haar direct aannemen voor een tijdelijke functie.

Toen begon het gelazer. Ook Hanna Makulska moest een tewerkstellingsvergunning aanvragen. Het CWI doet de arbeidsmarkttoets. In haar geval moesten de twee scholen eerst aantonen geen Nederlanders te kunnen vinden voor de baan. Het CWI gaf aan dat er bij hen wel degelijk mensen stonden ingeschreven die zich aanboden als docent Duits eerstegraads. De scholen vonden die echter dermate ongeschikt dat ze hen niet wilden aannemen, als ze al op het sollicitatiegesprek kwamen opdagen. Vervolgens moest er van het CWI in West- Europa gezocht worden. Stelt u zich de advertentie voor: «Gezocht: welke Spanjaard, Fransman of Deen met uitstekende kennis van het Nederlands en het Duits en de benodigde diploma’s wil zich in Nederland vestigen voor een tijdelijke zwangerschapsvervanging van zeven uur per week?» Verwachte reacties: nul. Advertentiekosten: hoog.

De reden voor de arbeidsmarkttoets is dat de Tweede Kamer zich zorgen maakte over het risico van verdringing van Nederlands aanbod op de Nederlandse arbeidsmarkt. Zal Nederland overspoeld worden met Poolse leraren Duits? Robert Sikkes van de Algemene Onderwijsbond: «Er is onmiskenbaar tekort aan leraren Duits, en ook aan leraren klassieke talen, wis-, natuur- en scheikunde. En dat wordt in de toekomst alleen maar erger, omdat veel mensen met pensioen gaan en er weinig studenten zijn. Dit geldt voor heel Europa. Er is overal gebrek aan leraren.»

Makulska mocht desondanks niet als do cente werken. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) raadde haar bij herhaling aan zo snel mogelijk met haar vriend te trouwen.

Marta Panufnik-Schreuder (26), ook afkomstig uit Polen, is wél getrouwd met een Nederlander. Zij heeft de lerarenopleiding Duits aan de Universiteit Utrecht afgerond. Ook zij kan zo bij een school aan de slag. Mag zij werken? Nee. Panufnik-Schreuder: «Toen ik het contract met een school al getekend had, bleek ik absoluut niet te mogen werken. Voor een permanente verblijfsvergunning, en dus werk, adviseerde de IND mij toen ‹verblijf bij partner› aan te vragen. Wat blijkt: mijn partner verdient minder dan de verplichte 120 procent van het minimumloon. Wat hij bijverdient als vrijwilliger bij de plaatselijke brandweer telt niet als inkomen. Ik mag wel hier blijven op basis van het verblijfsdocument ‹economisch niet actief› waarbij ik ook heb moeten bewijzen genoeg inkomsten te hebben. Ik mag hier dus wel trouwen, wonen, maar niet werken. Mijn partner zal eerst een extra baan moeten zoeken, voordat ik ook geld kan verdienen.»

De regels voor «verblijf bij partner» zijn verscherpt om onnodige steuntrekkerij te voorkomen. Van Marta Panufnik-Schreuder is het echter evident dat zij al ingeburgerd is en als werkende juist de staat steunt.

Als zij iets creatiever was geweest, waren er tal van mogelijkheden die wél hadden geleid tot een verblijfsvergunning, aldus de IND. Als zij met een Belg of een Fransman getrouwd was, hadden zij allebei in Nederland mogen werken. Dan geldt namelijk het Europese recht in plaats van het Nederlandse en dat is in dit geval gunstiger. Als Marta en haar partner in Polen waren getrouwd of in België, ook dan had het Europese recht gegolden. Dan neem je, zoals dat heet, «je EU-voordeel mee». Emigreren en weer terugkomen zou een andere oplossing zijn. Als het stel een half jaar naar Duitsland emigreert, geldt daarna ook het Europese recht. Maar met een Nederlander trouwen die in zijn eigen vaderland woont, is strategisch niet handig. En tot slot, na een jaar legaal in Nederland gewerkt te hebben, is Marta ook vrij op de arbeidsmarkt. Een jaar in de asperges dus. Maar daar waar docenten nodig zijn, kan zij niet aan de slag.

Het ministerie van Justitie verbaast zich over zijn eigen beleid. Woordvoerder Maud Bredero: «Ik vind het een wonderlijk verhaal. Het verbaast me echt dat iemand die hier staat ingeschreven, getrouwd is en hier gestudeerd heeft, hier geen baan mag hebben.»

Volgens de IND zijn dit inderdaad de regels. Maar als het om werk gaat, verwijzen ze naar het CWI: «Het pijnpunt ligt dan bij het CWI, die moeten de vergunning afgeven.» Het CWI houdt echter vol dat er wel Nederlandse kandidaten voor docent Duits zijn en dat scholen zich niet voldoende inspannen om prioriteitsgenietend aanbod te vinden. En zo vangt Marta aan twee kanten bot: van de IND geen vergunning om te werken en van het CWI geen vergunning om als leraar Duits te werken.

Ben Olivier, universitair docent bestuursrecht in Amsterdam, vindt dat de regels op zich geen probleem zijn, maar dat de bureaucratie verder moet kijken dan haar neus lang is: «Ten eerste moeten werkgevers inderdaad meer hun best doen. Het probleem bij scholen is dat zij ook niet weten hoe het allemaal precies werkt. Wat zij moeten doen is het volgende. Als zij een formulier invullen waarop staat: hebt u ook in Madrid naar docenten gekeken? dat ze dan invullen: nee, natúúrlijk niet. En dan een klein briefje erbij schrijven wat er aan de hand is. Je moet altijd iets doen zodanig dat de bureaucratie daarna een terecht verwijt krijgt. Maar in dit geval doet het CWI wel heel moeilijk. De wet heeft geen hardheidsclausule, daar zit ruimte in. Hier gaat het niet om een terroriste, haar man heeft inkomen, dan vraag ik me af waar justitie mee bezig is. Het staat de minister vrij om die werkvergunning wél te geven en dat moet hij doen. Het is heel idioot om te weigeren.»