Stemmen van de rede

Dolkstootlegendes in soorten en maten

Een maand na het begin van de oorlog in Israël en Libanon, in de VS en Nederland eufemistisch «crisis in het Midden-Oosten» gedoopt, is er ondanks de Veiligheidsraad nog geen tastbaar spoor van een oplossing. Ook in Israël begint de stem van de rede luider te klinken. Een beschouwing van Uri Avnery, de scherpste criticus van de regering, plus een bloemlezing uit artikelen die het dagblad Ha’aretz in de afgelopen weken publiceerde.

TEL AVIV – Op de eerste dag na de oorlog tussen Israël en Libanon volgt natuurlijk de Nacht van de Lange Messen. Iedereen in Israël zal iedereen de schuld geven. De Israëlische politici geven elkaar de schuld. De Israëlische generaals geven elkaar de schuld. De politici zullen de generaals de schuld geven. En in de allereerste plaats zullen de generaals de politici de schuld geven.

Altijd weer, in elk land en na elke oorlog, steekt de «dolkstootlegende» de kop op als de generaals falen. Als de politici de generaals nu maar niet hadden tegengehouden, toen het leger net op het punt stond een reusachtige, historische, allesbepalende overwinning te behalen, dan…

Dat gebeurde in Duitsland na de Eerste Wereldoorlog. Die legende leidde tot de opkomst van de nazi-beweging. Dat gebeurde in de Verenigde Staten na de oorlog in Vietnam. En dat is ook wat er in Israël zal gebeuren. De eerste tekenen daarvan zijn nu al te zien.

De simpele waarheid is dat tot nu toe, na een maand oorlog, nog geen enkele militaire doelstelling is bereikt. Hetzelfde leger dat in 1967 maar zes dagen nodig had om drie grote Arabische legers te verpletteren is er niet in geslaagd korte metten te maken met een kleine «terroristische organisatie» in een periode die nu al langer duurt dan de hele Jom Kippoeroorlog. In 1973 wist dat leger in niet meer dan twintig dagen een schokkende nederlaag te veranderen in een eclatante militaire overwinning.

Om toch de suggestie van een wapenfeit te creëren, verklaarde een legerwoordvoerder vorige week dat «wij erin geslaagd zijn tweehonderd (of driehonderd, of vierhonderd, wie zal ze tellen?) van de duizend Hezbollah-strijders te doden». Dat zou inhouden dat die hele verschrikkelijke Hezbollah uit niet meer dan duizend strijders zou bestaan. De bewering spreekt voor zichzelf.

Israëlische correspondenten in Amerika melden dat president Bush gefrustreerd is. Het Israëlische leger heeft niet gedaan wat het heeft beloofd. Bush heeft ze oorlog laten voeren in het heilige geloof dat dit machtige leger, uitgerust met de meest geavanceerde Amerikaanse wapens, in een paar dagen het karweitje zou klaren. Het Israëlische leger zou Hezbollah elimineren, Libanon overgeven aan de stromannen van de VS, Iran verzwakken en wellicht de weg vrij maken voor een verandering van het regime in Syrië. Het is niet zo verbazingwekkend dat Bush nu boos is.

Ehud Olmert is nog woedender. Hij ging de oorlog luchthartig in en met hoge verwachtingen, want de generaals van de luchtmacht hadden beloofd dat ze die hele Hezbollah, met al hun raketten erbij, binnen een paar dagen zouden vernietigen. Nu zit Olmert vast in de modder en er is in de verste verte geen overwinning in zicht.

Zoals gebruikelijk in Israël zal bij het beëindigen van de gevechtshandelingen, en mogelijk al eerder, de Oorlog van de Generaals beginnen. De frontlinies daarvan doemen nu al op. De commandanten van de landmacht geven de opperbevelhebber van de strijdkrachten (luchtmachtgeneraal Halutz) en de rest van zijn machtsdronken luchtmacht de schuld. Die hebben immers beloofd dat ze helemaal op hun eentje de overwinning zouden behalen. Bombarderen, bombarderen en bombarderen, wegen, bruggen, woonwijken en dorpen vernietigen, en klaar is Kees!

De volgelingen van de opperbevelhebber en de andere luchtmachtgeneraals zullen de landmacht de schuld geven en speciaal het hoofd van het noordelijke commando. Hun woordvoerders verklaren nu al in de media dat dit commando vol zit met onbekwame officieren, die naar het noorden waren afgevoerd omdat alles daar rustig leek en de belangrijke wapenfeiten plaatsvonden in het zuiden (Gaza) en het centrum (Westelijke Jordaanoever).

Er zijn zelfs al insinuaties te horen dat de bevelhebber van het noordelijke commando, generaal Udi Adam, zijn baan alleen maar heeft gekregen als eerbewijs aan zijn vader, generaal Kuti Adam, die is gesneuveld in de Eerste Libanese Oorlog.

Die wederzijdse beschuldigingen zijn overigens volkomen terecht. Deze oorlog stikt van de militaire blunders: te land, ter zee en in de lucht. Ze hebben hun wortels in de vreselijke arrogantie waarin wij Israëliërs zijn grootgebracht en die deel is geworden van het volkskarakter. In het leger is dat zo mogelijk nog erger dan in de rest van de maatschappij, en vooral in de luchtmacht.

Jarenlang hebben we tegen elkaar gezegd dat we het meeste dit, het meeste dat, het meeste zus en het meeste zo leger in de wereld hebben. We hebben niet alleen onszelf, maar ook Bush en de hele wereld daarvan weten te overtuigen. We hebben immers ooit een stevige overwinning geboekt in de Zesdaagse Oorlog van 1967. Het gevolg is dat iedereen stomverbaasd was toen het leger dit keer niet binnen zes dagen een klinkende overwinning wist te behalen. Hoe komt dat? Wat is er gebeurd?

Er zit een andere kant aan de medaille van de arrogantie. Die is: diepe minachting voor Arabieren. Deze houding heeft ook in het verleden al tot ernstige militaire blunders geleid, bijvoorbeeld aan het begin van de Jom Kippoeroorlog van 1973. Nu moeten de Israëlische soldaten in Libanon op een keiharde manier leren dat de «terroristen» geduchte en zeer gemotiveerde strijders zijn, beslist geen junkies die vaag zitten te dromen over hun maagden in het paradijs.

Maar naast de Israëlische arrogantie en de minachting voor de tegenstander is er een fundamenteel militair probleem: het is nu eenmaal niet mogelijk een oorlog tegen guerrilla’s te winnen. Dat hebben we zelf ervaren tijdens de achttien jaar van onze militaire aanwezigheid in Libanon. Daar hebben we toen de onvermijdelijke conclusie uit getrokken en we zijn weggegaan uit Libanon. Dat hebben we alleen gedaan zonder er goed over na te denken en zonder een overeenkomst met onze tegenstanders te sluiten. Want wij praten niet met terroristen, of wel? Zelfs niet als ze de belangrijkste kracht tegenover ons zijn. Maar we gingen er in elk geval vandoor en lieten Libanon voor wat het was.

God alleen weet waar de huidige generatie van generaals het ongefundeerde zelfvertrouwen vandaan heeft gehaald te geloven dat ze nu wel een overwinning zouden kunnen behalen, terwijl hun voorgangers zo verschrikkelijk hebben gefaald.

Maar het belangrijkste is dat zelfs het beste leger van de wereld geen oorlog kan winnen die geen duidelijke doelstellingen heeft. Karl von Clausewitz, de goeroe van alles wat militair is, heeft de beroemde uitspraak gedaan dat «oorlog niets anders is dan de voortzetting van de politiek met andere middelen». Premier Olmert en minister Peretz van Defensie zijn twee volstrekte amateurs als het om oorlogvoering gaat en zij hebben deze uitspraak op z’n kop gezet: «Oorlog is niets anders dan de voortzetting van het gebrek aan politiek beleid met andere middelen.»

Deskundigen op militair gebied zeggen dat voor succes in de strijd in elk geval drie dingen nodig zijn: a. een duidelijke doelstelling, b. die doelstelling moet haalbaar zijn en c. je moet over de middelen beschikken om die doelstelling te bereiken.

Deze drie voorwaarden ontbreken volledig in deze oorlog. Dat is in de eerste plaats de fout van de leidende politici. Daarom zal straks de belangrijkste beschuldiging terechtkomen op het bordje van de tweeling Olmert-Peretz. Zij hebben de verleiding van het moment niet kunnen weerstaan en met een overhaast, onoverdacht en roekeloos besluit de staat Israël de oorlog in gesleurd.

Zoals Nehemia Strassler schreef in Ha’aretz: ze hadden na twee of drie dagen kunnen stoppen, toen de hele wereld het er nog mee eens was dat de provocatie van Hezbollah een Israëlisch antwoord rechtvaardigde en toen niemand nog twijfelde aan de capaciteiten van het leger. Dan had deze operatie verstandig, gematigd en proportioneel geleken.

Maar Olmert en Peretz konden niet stoppen. Als groentjes in oorlogszaken wisten ze niet dat je niet kunt vertrouwen op de grootspraak van de generaals, dat zelfs de beste militaire plannen vaak het papier niet waard zijn waar ze op zijn geschreven, dat je in tijden van oorlog altijd het onverwachte moet verwachten, en dat niets tijdelijker is dan de overwinningsroes in een oorlog. Zij waren dronken van de populariteit die deze oorlog aanvankelijk had, ze werden opgejaagd door een troep kwispelstaartende journalisten en raakten hun verstand kwijt door hun eigen roem als Grote Oorlogsleiders.

Kadima-leider en Sharon-opvolger Olmert werd opgehitst door zijn eigen ongeloofwaardige kitschtoespraken, die hij vooraf ijverig oefende op een groepje van zijn trouwe aanhangers. De gloednieuwe Arbeiderspartij-voorman Peretz stond, zo schijnt het, graag voor de spiegel en zag zichzelf al als de volgende minister-president, als Mijnheer Veiligheid, als een Tweede Ben-Goerion, de nieuwe Vader des Vaderlands.

En dus plaatsten zij zich, als twee dorpsidioten, onder begeleiding van trommels en trompetten aan het hoofd van hun Mars van de Waanzin en marcheerden recht op hun politieke en militaire nederlaag af.

Het is redelijk om aan te nemen dat zij na de oorlog de prijs van de mislukking ervan zullen betalen.

Maar wat zal het andere resultaat zijn van deze jammerlijke warboel?

Niemand praat meer over het uitroeien van Hezbollah of over het ontwapenen van Hezbollah en het vernietigen van alle raketten. Dat alles is al lang vergeten.

Aan het begin van de oorlog verwierp de regering woedend de suggestie dat welke internationale strijdmacht dan ook langs de grens zou worden gelegerd. Het leger was van mening dat een dergelijke strijdmacht Israël niet zou kunnen beschermen, maar alleen in zijn vrijheid van handelen zou belemmeren. Nu is plotsklaps de inzet van een dergelijke strijdmacht de belangrijkste doelstelling van de hele campagne geworden. Het leger zegt de operatie nu alleen nog maar door te zetten om «de grond rijp te maken voor een internationale strijdmacht». Olmert verklaart dat hij doorgaat met vechten totdat die internationale strijdmacht ter plekke is.

Dat is natuurlijk een zielig alibi, een ladder om uit een veel te hoge boom naar beneden te kunnen klauteren. De internationale strijdmacht kan alleen ter plekke komen als er een overeenkomst is met Hezbollah. Geen enkel land zal zijn soldaten naar een plek sturen waar ze moeten vechten met de bewoners. En overal in het gebied zullen de sjiitische inwoners terugkeren naar hun dorpen, inclusief de clandestiene strijders van Hezbollah.

Bovendien is die internationale strijdmacht zelf volkomen afhankelijk van een overeenkomst met Hezbollah. Als er straks onverhoopt een bom ontploft onder een bus met Franse soldaten zal in Parijs de roep klinken: breng onze zonen terug. Dat is tenminste wat er gebeurde toen Amerikaanse mariniers in Beiroet onder vuur lagen.

En zullen de Duitsers, die de wereld hebben geschokt omdat ze net als de Nederlanders en in overeenstemming met het Israëlische standpunt zeiden tegen een onmiddellijk staakt-het-vuren te zijn, soldaten naar de Israëlische grens sturen? Dat is het laatste wat ze willen: straks verplicht te zijn op Israëlische soldaten te schieten.

Maar wat het belangrijkste is: niets weerhoudt Hezbollah ervan om wanneer ze maar willen raketten over de hoofden van de internationale strijdmacht heen te lanceren. Wat zal de internationale strijdmacht dan doen? Het hele gebied tot aan Beiroet veroveren? En hoe zal Israël dan reageren?

Olmert wil dat de internationale strijdmacht ook de Libanees-Syrische grens controleert. Die grens loopt om het hele westen en noorden van Libanon heen. Als iemand wapens wil smokkelen zal hij de hoofdwegen, waar de internationale militairen patrouilleren, vermijden. Hij zal aan de grens honderden plekken vinden waar hij rustig zijn gang kan gaan. Met wat steekpenningen kun je in Libanon alles bereiken.

Daarom zal er na de oorlog weinig veranderd zijn vergeleken met de situatie voordat we dit droevige avontuur begonnen, voordat meer dan duizend Libanezen en Israëliërs werden gedood, voordat meer dan een miljoen mensen uit hun huizen werden verdreven, voordat duizenden woningen in Libanon en Israël werden vernietigd.

Na de oorlog zal het enthousiasme zachtjes weglekken, zullen de bewoners van het noorden van Israël hun wonden likken en het leger zal een onderzoek starten naar zijn eigen fouten. Iedereen zal dan beweren dat hij of zij vanaf het allereerste begin tegen deze oorlog is geweest. Vervolgens komt de Dag des Oordeels.

De conclusie zal duidelijk zijn. Premier Olmert moet verdwijnen, defensieminister Peretz kan zijn boeltje pakken en opperbevelhebber Halutz wordt ontslagen. Zodat er een nieuwe weg kan worden ingeslagen, de enige die naar een oplossing van het probleem kan leiden: onderhandelingen en vrede met de Palestijnen, de Libanezen, de Syriërs. Inclusief Hamas en Hezbollah. Want je kunt nu eenmaal alleen maar vrede sluiten met je vijanden. 

Uri Avnery (1923) maakte tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948 commando bij de «revisionistisch zionistische» guerrillagroep Irgun. Tussen medio jaren zestig en begin jaren tachtig was hij tweemaal lid van de Knesset. In 1993 was Avnery een van de oprichters van de vredesbeweging Gush Shalom.

Vertaling: Max Arian