De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk vanavond om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

De therapeutische humor van Boris Johnson

Dom, ijdel, corrupt: hilarisch!

De nieuwe premier van het Verenigd Koninkrijk is een grappige man. Maar schuilt er onder Boris Johnsons humor geen peilloze leegte?

Premier Johnson moet het typetje dat hij van zichzelf maakte nu afschudden © Francois Lenoir / REUTERS / ANP

Eén keer eerder was Boris Johnson bijna premier van het Verenigd Koninkrijk. Het was de ochtend na het Brexit-referendum in 2016. Tot het moment dat de stembussen sloten had Johnson verwacht dat zijn Leave-campagne zou verliezen, en dat hij, als hij mazzel had, ergens een onbelangrijke post in Camerons kabinet kon krijgen. Maar de peilingen klopten niet. In de privacy van het stembusje gooiden mensen hun behoudzucht overboord en kozen voor de meest radicale optie: zoek het maar uit met je Europese Unie, rule Britannia.

Veel conservatieve brexiteers ervoeren geen euforische ontlading die nacht. Voor veel van hen was het de vraag of ze wel echt voor een Brexit waren of dat ze de Brexit-campagne hadden gebruikt voor hun eigen stokpaardjes en om naam voor zichzelf te maken. Johnson had zich nog bij zijn oud-Eton-klasgenoot David Cameron verontschuldigd toen hij zich een jaar eerder bij de Leave-campagne aansloot: Dave moest het niet persoonlijk nemen, het ging voor hem meer om het gebaar tegen Brussel.

Die vrijdagochtend keek Johnson in zijn keuken op blote voeten en in zijn Zuid-Afrika-rugbyshirt toe hoe Cameron op tv hand in hand met zijn vrouw 10 Downing Street uit kwam lopen. Mijn god, zei Johnson. Een premier die met zijn vrouw de pers toespreekt, dat betekent foute boel. ‘Arme Dave’, zei hij. ‘Dit is vreselijk.’

Het blijft een van de raadsels van de brexiteers dat ze nooit hadden nagedacht wat Cameron zou doen als ‘leave’ een meerderheid haalde. Want Cameron was zo duidelijk pro-remain geweest dat zijn onderhandelingspositie in Brussel bij een Brexit ongeloofwaardig zou zijn; zijn premierschap was onhoudbaar. De markten reageerden. Honderd miljard verdween in het niets op de beurzen, de pond kelderde. In het paniekoverleg later die ochtend bij de Leave-campagne werden de topstukken op hun plicht aangesproken – Johnson, Michael Gove en anderen. Zij moesten leiderschap tonen en dat leken ze te doen ook, Johnson zou een gooi naar het leiderschap doen met de steun van de andere topstukken. Het dreamteam, noemde de pers het al snel.

Het punt van dromen, natuurlijk, was hun tijdelijke status. Terwijl in Westminster politici die zaterdag kongsi’s sloten, vertrok Johnson voor een potje cricket naar het landgoed van zijn goede vriend de negende graaf Spencer, de broer van prinses Diana. De wedstrijd was een vaste traditie van hun families, Johnson zag het als wat ‘decompressie’ met alle stress in het verschiet.

Later lekte een informeel gesprek uit dat Johnson tijdens de lunch had met een gast van graaf Spencer. ‘Wat denk jij dat ik moet doen?’ had hij haar gevraagd. Hoewel hij al volop in de race voor het premierschap was, had hij geen idee of hij dat wel wilde, hij twijfelde zelfs of het land wel uit de EU moest stappen. Het gekste was, vertelde de gast, wat zijn vrouw Marina zei: ‘Wij willen eigenlijk niet dat hij zich kandidaat stelt.’

Luister naar De Groene

In De Groene Amsterdammer Podcast interviewt Kees van den Bosch Joost de Vries over hoe Boris Johnson zichzelf uitvond als humoristisch typetje en hoe hij daarmee de media en de politiek op het verkeerde been zette.
Onze podcast is elke vrijdagochtend gratis beschikbaar via groene.nl/podcasts en via de andere bekende podcastkanalen

In de hectische week daarop liet Johnson verschillende keren verstek gaan bij partijbijeenkomsten, hij reageerde sporadisch of vaag op sms’jes van collega’s. De leden van het dreamteam begonnen te twijfelen. Uiteindelijk brak het team op de speech waarin Johnson zijn officiële kandidatuur bekend zou maken. In tegenstelling tot de meeste politici schreef Johnson zijn speeches zelf, een erekwestie. Maar in dit geval bleef hij ploeteren, kreeg de woorden niet uit zijn pen en terwijl zijn concullega’s tot diep in de nacht hun steun aan hem bediscussieerden, ging hij vroeg naar bed. Toen hij de volgende ochtend opstond werd hem duidelijk dat hij de steun niet meer had van Michael Gove en andere leden van zijn dreamteam. Aan het eind van de ochtend maakte hij op een persconferentie bekend dat Groot-Brittannië met de Brexit een nieuwe toekomst tegemoet ging, met een nieuwe leider. Alleen, zei Johnson, ‘ik moet jullie vertellen, vrienden, die persoon kan ik niet zijn’.

De media waren verbouwereerd. Johnsons persoonlijke ambitie was een van de drijvende krachten achter de Brexit geweest – en nu wilde hij niet meer? Pas veel later, uit allerlei journalistieke reconstructies, bleek hoezeer Johnson een crisis van zelfvertrouwen had gehad. Die speech die hij moest geven had hem de das om gedaan. Die moest slim en serieus zijn, een zeker gewicht uitstralen. ‘Ik weet niet hoe ik zo’n speech moet doen’, piepte hij tegen zijn assistenten. ‘Ik kan alleen grappige speeches doen.’

Boris Johnson is inderdaad goed in grappige speeches. Een van zijn grappigste hield hij op de slotdag van de Olympische Zomerspelen van 2008, in Beijing. Johnson sprak als burgemeester van Londen de Britse sporters toe. Londen zou in 2012 de gastheer van de Spelen zijn en de Chinezen hadden met een welhaast militaire organisatie de lat intimiderend hoog gelegd. Johnson zei dat ze niet moesten twijfelen aan hoe de Spelen in Londen zouden verlopen. Want was niet elke internationale sport uitgevonden door de Britten?

Juist omdat Boris Johnson zo niet capabel overkomt, willen mensen dat hij slaagt

Vergeet niet, zei hij, dat hoewel de Chinezen bijna alle medailles in tafeltennis hadden gewonnen, het in feite een Britse sport was. ‘Pingpong is uitgevonden op de eettafels in Engeland, in de negentiende eeuw, en wij noemden het toen wiffwaff. Dat is het verschil tussen ons en de rest van de wereld. De Fransen keken naar een eettafel en zagen een kans om te dineren. Wij keken naar een eettafel en zagen een kans om te wiffwaffen. Dus ik zeg tegen de Chinezen, en ik zeg tegen de wereld: pingpong is coming home!’

Op het moment van spreken was Johnson net drie maanden burgemeester van Londen. Dat voorjaar had hij het als conservatieve MP opgenomen tegen Ken Livingstone van Labour, die er al twee termijnen als burgemeester op had zitten. Onder Livingstone was het openbaar vervoer grondig aangepakt, milieuvervuiling teruggedrongen, waren er zesduizend politieagenten bij gekomen en het stoppen van haatmisdrijven tegen etnische of seksuele minderheden had prioriteit gekregen. Livingstone had van alle kanten lof gekregen hoe hij de-escalerend reageerde na de terroristische aanslagen van 2005, waarbij 52 mensen omkwamen.

Johnsons kandidatuur werd niet direct serieus genomen. Maar serieus is nooit zijn stijl geweest. In 1989 was Johnson correspondent geworden voor The Daily Telegraph in Brussel. Het was de stad waar hij een groot deel van zijn jeugd had doorgebracht; kort nadat het Verenigd Koninkrijk in 1973 tot de EU was toegetreden, was zijn vader Stanley voor de Europese Commissie gaan werken. Volgens zijn broers en zussen had de puberende Johnson het vreselijk gehad in Brussel. Wellicht dat dit het moment was om dat terug te betalen. Want al snel bleek dat Johnson misschien geen journalistiek talent was, maar wel een sarcastisch talent. Hij schreef vettige stukken met dankbare oneliners waarin de regelgeving van de EU belachelijk werd gemaakt, vol grappige anekdotes die half of geheel verzonnen waren. Alsof de hele Europese Commissie één groot Ministry of Silly Walks was.

Halverwege de jaren negentig werd Johnson teruggehaald naar Londen. In een recent profiel in The New Yorker werd beschreven hoe de hoofdredactie van The Daily Telegraph hem de politieke column aanbood, waarop Johnson zei dat hij helemaal geen politieke meningen had. Nou ja, hij was tegen Brussel en tegen de doodstraf. Prima, zei de hoofdredactie.

De periode die toen aanbrak moet leuk geweest zijn. Johnson hertrouwde, kreeg kinderen, kreeg buitenechtelijke kinderen, schreef succesvolle boeken, socializede met zijn upper class vrienden uit zijn studietijd en kreeg steeds grotere naamsbekendheid. Als columnist was hij politiek nooit rechtlijnig, hij schreef vooral om te entertainen. Hij gebruikte met enige regelmaat racistische termen, noemde homoseksuelen ‘tank-topped bumboys’, zoals hij onlangs vrouwen met een nikab ‘brievenbussen’ noemde, maar de lezers van de rechts-conservatieve Telegraph waren daar niet vies van.

In 1998 was hij voor het eerst te gast bij het populaire satirische bbc-programma Have I Got News For You en daarmee veranderde alles. Op tv leerde hij een typetje van zichzelf te maken. Hij stamelde, haalde geen enkel einde van een zin, sprak met een diepe stem die van onder uit zijn buik kwam, zijn haar zat door de war; hij speelde het herkenbare Bertie Wooster-type, de verstrooide gentleman, elitair maar aandoenlijk. In zijn eerste optreden in 1998 is het frappant om te zien hoe de andere panelleden hem te grazen nemen met een uitgelekte opname van een gesprek waarop een van fraude beschuldigde oud-klasgenoot (Johnson: ‘Good chap’) hem vraagt te helpen een kritische journalist in elkaar te slaan. Johnson stottert en zegt eufemistisch beschaamd: ‘That did come up.’

En vroeg hij je niet om het adres van die journalist? Jazeker, zegt Johnson, ‘maar dankzij mijn grote incompetentie als journalist kon ik het adres niet vinden’. De panelleden grappen verder, het publiek lacht en als Johnson uiteindelijk zegt: ‘I’ve walked straight into a massive elephant trap’, ligt de zaal dubbel.

Zoals Michael Gove over hem zei: ‘Boris is in staat in elke zin te verdwalen, als een kind in een kersttoneelstuk. Je hoopt dat hij toch slaagt, en als hij dat doet, deel je mee in zijn triomf.’ Het is moeilijk om niet mee te lachen als je de opname van Have I Got News For You ziet: Johnson is charmant, maar de dynamiek is een omgekeerde wereld. Johnson had zich met notoir foute lui ingelaten, heeft moreel dubieus gehandeld – en toch ligt je sympathie bij hem. Johnson speelt het beschaamde, onzekere type zo goed (type Hugh Grant in Four Weddings and a Funeral), dat de terecht scherpe panelleden als pestkoppen overkomen. De lach overstemt de aanklacht.

Daartegen was Livingstone niet opgewassen. Juist omdat Johnson zo niet capabel overkwam, wilden mensen dat hij slaagde. Ze leefden met hem mee, inderdaad zoals je met het kind meeleeft dat tijdens het schooltoneel zijn tekst vergeet. Have I Got News-panellid Ian Hislop noemde Johnson eens ‘onze enige feelgoodpoliticus’.

© Stefan Wermuth / REUTERS / ANP
Met elke grap verlaagt Boris Johnson de drempel waar hij zelf overheen moet

In een zaal in Amsterdam-Noord interviewde ik een paar jaar terug de Britse schrijver Edward St Aubyn – overigens ook een boezemvriend van graaf Spencer. Wat me opvalt in uw boeken, merkte ik op, is dat u continu Groot-Brittannië belachelijk maakt. Als je langs de Britse zenders zapt, lijkt sowieso elk tv-programma overgenomen door komieken die het land afzeiken. Hoe komt dat toch?

‘Well’, zei St Aubyn droogjes, ‘have you ever been there?’

Superieur relativerend sarcasme lijkt het toonbeeld van het Britse gevoel voor humor, maar dat is het niet altijd geweest. Natuurlijk was er een traditie van satire (denk aan Evelyn Waugh of P.G. Wodehouse), maar het moment dat satire echt invloedrijk werd, wordt vaak gelegd in 1960, toen vier studenten van Oxford en Cambridge – Peter Cook, Alan Bennett, Jonathan Miller en Dudley Moore; nu allemaal legendarische figuren in de theater- en comedywereld – op het Edinburghse Fringe Festival hun cabaretact Beyond the Fringe opvoerden. De show trok later naar Londen en naar de VS en werd uitgezonden op de bbc. Voor het eerst richtten komieken hun pijlen op het establishment: ze maakten grappen over de Anglicaanse kerk, kostscholen, de regering, ze bespotten de oorlogsheroïek van Churchill, maakten snoeiharde sketches over de schijnheiligheid waarmee de overheid deed alsof ze een vinger in de pap hadden in de Koude Oorlog. Zelfs Shakespeare werd belachelijk gemaakt. (In de Netflix-serie The Crown gaat premier Macmillan incognito naar de show, om te zien hoe ze hem belachelijk maken; de serie presenteert het als het moment dat ‘de tijd van eerbied’ voorgoed voorbij is.)

De ‘satire boom’, zoals het werd genoemd, duurde een paar jaar en viel samen met de tijd van het ‘kitchen sink realism’ en de ‘young angry men’ in het theater: democratiserende genres die lieten zien dat de levens van ‘gewone mensen’ ook voer voor drama konden zijn, en dat het establishment niet iets was waar alleen maar tegen opgekeken moest worden. Monty Python vervormde comedy iets later weer door te laten zien dat er niets was waar je geen grappen over kon maken, van mijnwerkers tot God aan toe.

(Er zit een ironie in dat de komieken die het establishment bespotten allemaal aan Oxford en Cambridge studeerden, en zodoende al met één been binnen het establishment stonden. Ze konden het zich veroorloven. Ook humor is een klassending: mijnwerkers en voetsoldaten zul je hun eigen land minder snel op die manier belachelijk zien maken.)

Er zijn honderd-en-één satirische programma’s op de Britse zenders, maar de meest in het oog springende nazaat van Beyond the Fringe is Have I Got News For You. De wekelijkse panelshow begon in 1990 en behoort inmiddels tot het vaste meubilair van de bbc, met meer dan vijfhonderd afleveringen and counting. Het programma heeft wisselende presentatoren en wisselende gasten, naast de vaste panelleden, de arbeideristische Paul Merton en de elitaire Ian Hislop. Na al die jaren zijn Merton en Hislop nog steeds vlijmscherp en hun commentaar op het nieuws is hilarisch. Maar tegelijk, als je te veel afleveringen kort na elkaar kijkt, word je er gek van. Want de boodschap is altijd hetzelfde: politici zijn lui, dom, inadequaat, corrupt, ze hebben losse handjes, losse broeken. De corrupte politicus is een stereotype zoals de vreselijke schoonmoeder dat is. Johnson was niet alleen veelvuldig panellid, hij presenteerde het ook vier keer. Toen hij eens te gast was vroeg Hislop hem, na een corruptieschandaal bij Labour, hoe een conservatieve regering met corruptie zou omgaan: ‘Well’, zei Johnson, ‘we promise to be less corrupt.’

Waar komt die Britse hang naar satire vandaan? Het lonkt om dat te psychologiseren. Ik herinner me een grap nog goed, omdat hij zo uit de lucht kwam vallen. Hij zal een jaar of tien terug gemaakt zijn. Hislop was weer eens de politieke klasse aan het fileren toen Merton ineens vroeg: ‘Do you miss it?’ Wat? vroeg Hislop. ‘The empire’, zei Merton. Je kunt bedenken dat hierin de kern schuilt: het Empire is verloren gegaan, Groot-Brittannië is niet meer wat het ooit zo nadrukkelijk was en om met dat verlies om te gaan kun je het maar het beste weglachen. De humor is therapeutisch.

Die satire heeft nog een tweede functie: het stereotype dat iedere politicus dom, corrupt en moreel inferieur is, lucht op. Omdat het betekent dat wij als burgers nergens verantwoordelijk voor zijn en alles de schuld is van die vreselijke politiek.

Zo’n droge grap als: ‘We promise to be less corrupt’, is vintage-Johnson, charmant en vol zelfspot. Maar het is ook weer een establishment-politicus die alle establishment-politici belachelijk maakt. Sinds politici zo vaak primair worden beoordeeld op de vraag: zou je een biertje met hem/haar willen drinken?, is politiek een persoonlijkheidswedstrijd geworden. Een groot deel van het publiek gaat ervan uit dat politici ijdel, corrupt of hypocriet zijn, of alle drie, en zodoende maakt de politicus die het authentiekst overkomt de grootste kans op electoraal succes. Johnson lijkt authentiek door continu de spot te drijven met zijn eigen ijdelheid, corruptie en hypocrisie. De romancier Jonathan Coe schreef jaren geleden al in de London Review of Books dat Johnson ‘heel goed weet dat het gelach dat hem omringt elke vorm van kritisch denken vervangt, en dat is zijn grote voordeel’. Met elke grap verlaagt Johnson de drempel waar hij zelf overheen moet.

In 2016 zei hij: ‘Brexit is going to be a titanic success.’ De kapitein grapt over het zinken van zijn schip.

Nu staat Johnson echt aan het roer. Een groot deel van zijn campagne om het partijleiderschap van Theresa May over te nemen, bestond eruit dat hij niet thuis gaf. Weinig interviews, weinig debatten. Johnson snapte dat hij zich niet als clown maar als premier-materiaal moest presenteren; de enige manier waarop hij dat kon doen was door zo veel mogelijk zijn mond te houden.