Economie

Dom volk

Deze zomer was er onrust in het Haagse kippenhok over vrouwen die hun eieren wilden laten invriezen. Belachelijk natuurlijk. Als iemand iets wil laten invriezen – eieren, sperma, nier of embryo – moet hij dat zelf weten. Ik moest aan deze vriesfarce denken door de heibel die er nu in het Haagse is over de vergrijzing. Na veel gesteggel is er een oneerlijk compromis uitgekomen dat 55-plussers spaart en uitzonderingen maakt voor werknemers die ‘zwaar werk’ verrichten. Naast de spreekwoordelijke stratenmaker en brandweerman meldden zich vorige week al de onderwijzers, verpleegkundigen, huisartsassistenten en sociale-dienstmedewerkers. Nog even en ook de zakenbankier meldt zich; aan stress immers geen gebrek. Zo gaat dat in Nederland.
De exorbitante aandacht die uitgaat naar de vergrijzing heeft alles te maken met de omvang van de babyboomgeneratie. Wat dat betreft is dit nog maar een voorproefje van wat ons de komende jaren te wachten staat. Jongere generaties doen er dus goed aan zich als de wiedeweerga te organiseren. Doordat de babyboomers de politieke agenda hebben gegijzeld komen andere oplossingen niet aan bod. Vergrijzing is namelijk alleen een probleem als je beroepsbevolking krimpt. En daar zit volgens mij de crux: die moet groeien of tenminste op peil blijven.
Twee weken geleden hield Piet Emmer op deze pagina’s een nuchter pleidooi voor ruimhartiger arbeidsmigratie. Nederland is geen eiland; tegen vergrijzing hier is de jeugd van India een probaat middel. Dat is mij uit het hart gegrepen. Het Nederlandse denken over arbeidsmigratie is veertig jaar na dato nog altijd in de ban van de ervaringen met het gastarbeidersregime van de jaren vijftig. Juist een nuchtere economische blik op arbeidsmigratie – wat kost het? wat levert het op? hoe zorgen we ervoor dat we er zo veel mogelijk aan verdienen? – zou aan deze banvloek een einde kunnen maken. Maar op dit soort vragen reageert Den Haag spastisch.
Waar je ook nauwelijks iets over hoort zijn de dalende geboortecijfers in Nederland en, vooral, de scheve verdeling van kinderen over opleidingscategorieën. Simpel gesteld: in Nederland krijgen domme mensen meer kinderen dan slimme mensen. Formeel voert Nederland geen bevolkingspolitiek, ondanks enkele weggehoonde pogingen van André ‘laat-de-kindertjes-tot-mij-komen’ Rouvoet. Dat laat echter onverlet dat Nederland in de praktijk wel degelijk bevolkingspolitiek voert, en wel een zeer perverse.
Ga maar na: gezinnen met twee kinderen ontvangen per jaar een fokpremie van 1253 euro, en als je er meer hebt levert dat tot honderd euro per kind per jaar extra op. De belastingvrije voet van de verzorger mag in Nederland nog altijd worden overgeheveld naar de kostwinner. Kinderopvang is matig en de kosten zijn inkomensafhankelijk: laag voor armen, duur voor rijken. Schooltijden stammen uit het agrarische tijdperk en gezinnen moeten zelf maar uitzoeken hoe ze de kloof tussen school en werk overbruggen, onder het motto: wie kinderen neemt moet zelf op de blaren zitten. Vreemd overigens dat je dat argument niet hoort als iemand met de vut wil.
De combinatie van een financiële fokpremie en schamele kinderopvang is desastreus. Nederland kent momenteel een voortplantingsratio van pakweg 1,7 per vrouw. Om de bevolking op peil te houden is 2,1 nodig. Uit onderzoek blijkt dat het tekort vooral komt doordat paren het krijgen van kinderen uitstellen. Nederland is kampioen oude moeders – gemiddeld rond de dertig – met alle perinatale complicaties van dien. Nederland is ook kampioen studerende meisjes. Meisjes doen het op school veel beter dan jongens. Nederland is ook kampioen glazen plafond. Geen land in West-Europa met minder vrouwelijke hoogleraren, bestuurders en meer vrije tijd voor vrouwen.
De verklaring is simpel: anders dan in ontwikkelde landen is het in het achterlijke Nederland onmogelijk om het opvoeden van kinderen te combineren met het hebben van een veeleisende en bevredigende baan. Het gevolg is dat hoogopgeleide vrouwen het krijgen van kinderen zo lang mogelijk uitstellen en over de levensloop genomen dus minder kinderen krijgen. Laagopgeleide vrouwen verdienen sowieso minder, hebben sterke fiscale prikkels om thuis te blijven en krijgen dan ook eerder en meer kinderen.
Hoogopgeleide vrouwen staan in Nederland voor een onmogelijke keuze: of kinderen krijgen en stoppen met werken, of werken en kinderloos blijven. Dat is de tragedie van de ingevroren eieren. In het licht van de vergrijzing zijn beide keuzes ongewenst. De eerste is een flagrante verspilling van collectieve middelen. De tweede leidt tot een verschralende genenpoel of, in goed Nederlands: een dom volk. Weg dus met die kinderbijslag en stop die miljarden in goede, kosteloze staatscrèches. Dan ben ik bereid om langer door te werken voor het mooie pensioen van de babyboomer.