Wesam al Delaema, Terrorist tegen wil en dank

Dom zeker. Maar schuldig?

Wesam al Delaema is kapper te Emmen. Wesam al Delaema is ook de man die in 2003 afreisde naar zijn geboortedorp in Irak om bij te dragen aan de verdrijving van de Amerikanen. Is hij een terrorist? Een samenzweerder? Een oorlogsheld? ‘Je kunt niet in twee dagen een strijder worden.’

Voor de Amerikanen was hij het gezicht van de onzichtbare vijand, voor de geheime diensten een terrorist, voor de Irakezen uit Fallujah een verrader die wegging en zich ontpopte tot verzetsheld.

Terrorist, verrader, verzetsheld – het zijn grote woorden voor de man die voor ons zit. Wesam al Delaema, kapper te Emmen. 1 meter 65. Zachte ogen. Zangerige, zachte stem. Littekens van brandwonden op zijn rechterhand. Petje op. Modieus verkleurde spijkerbroek met gaten. V-hals. Verzorgd borsthaar. Hij draagt een zilverkleurige ketting met daarop het woord LOVE.

Het leven dat Wesam nu leidt is getekend door één nacht in Fallujah: 30 oktober 2003. En door het videoverslag van die nacht waarin alles samenkomt: zijn boosheid over de inval van de Amerikanen in Irak, zijn wens om beroemd te worden en zijn naïeve enthousiasme.

De film toont gemaskerde mannen die een tirade afsteken tegen de Amerikanen. Mannen die een bermbom leggen en pochen over de Amerikaanse slachtoffers die ze gaan maken. Een man met zijn hand in het verband schreeuwt hartstochtelijk mee, houdt een radicale speech en veegt het zand van een ingegraven bermbom opdat de wereld kan zien hoe ze de Amerikanen te grazen willen nemen.

De hand is verbrand tijdens een demonstratie in Amsterdam op het Museumplein tegen de inval in Irak (22 maart 2003). Volgens Wesam stak iemand een Amerikaanse vlag in brand. Hij wilde zwaaien met de brandende vlag. Hij verbrandde zichzelf. Maar tegen een interviewer van de Canadese televisie verklaarde hij dat hij zichzelf had overgoten met benzine en in brand wilde steken. Als protest tegen de oorlog.

Door het verband is hij als enige herkenbaar op de video. En door zijn kleding. Hij heeft een licht colbertje aan. Hetzelfde colbertje dat hij droeg tijdens zijn huwelijk met zijn nicht Zina een paar dagen eerder.

Vanwege zijn betrokkenheid bij die nacht is Wesam in de Verenigde Staten veroordeeld tot 25 jaar gevangenisstraf. In Nederland werd die straf omgezet in acht jaar. Dankzij de regel dat een straf voor tweederde deel wordt uitgezeten, kwam hij vrij op de dag dat de straf werd omgezet, 13 oktober 2010. Hij had toen 5,5 jaar vastgezeten.

Die nacht in Fallujah heeft zijn leven getekend. Als we hem anderhalf jaar na zijn vrij­lating vragen of hij spijt heeft, ontkent hij dat: ‘Ik heb niks gedaan, alleen gefilmd.’ Wesam is tegen geweld. Hij noemt zichzelf zachtaardig, links en vegetarisch. Als hij onrecht ziet, komt hij in actie. Hij vertelt dat hij uit medelijden zelfs wel eens een junk mee naar huis heeft genomen. Zijn afkeer van onrecht is ook de reden waarom hij naar Irak reisde. Hij wilde laten zien hoe de Amerikanen zijn land kapotmaakten. Daarom heeft hij ook de videotape met de beelden van de strijders van Fallujah aangeboden aan sbs6. sbs was niet geïnteresseerd.

Hij noemt zichzelf geen strijder en geen terrorist: ‘Ik had het door mijn verdriet en woede misschien wel gewild, maar je kunt niet in twee dagen een strijder worden.’ Hij is te gevoelig om zich aan te sluiten bij een militie: ‘Daarom ben ik ook niet in dienst geweest. Ik kan dat niet.’

De Amerikanen hebben geprobeerd te achterhalen of er ook daadwerkelijk mensen zijn omgekomen door de bermbom waar Wesam bij betrokken was. Dat is niet gelukt. Volgens Wesam was dat ook niet mogelijk: ‘Er waren toen geen Amerikanen in mijn dorp.’

Maar stel nu dat er wel mensen waren doodgegaan? vragen wij. Dat zou het voor hem moeilijker maken om zijn enthousiasme op de video te rechtvaardigen, maar dan nog zou hij die mannen geen terroristen noemen, maar strijders. Hij trekt een vergelijking met verzetsstrijders die na het bombardement op Rotterdam tegen de Duitsers vochten. De Amerikanen in Irak zijn de bezetters, de mannen het verzet. De Amerikanen gooiden zelfs fosforbommen op Fallujah (het is bekend dat dit in 2004 is gebeurd). Wesam heeft het, naar eigen zeggen, zelf gezien. De effecten op het dorp zijn volgens hem gigantisch: vrouwen krijgen mismaakte kinderen en veel mensen hebben last van de fosfor.

Hij heeft geen hekel aan Amerikanen, zegt hij, maar als de Amerikanen Iran zouden aanvallen, koos hij partij voor de Iraniërs. ‘Ik haat oorlog, maar slechte mensen moeten wel worden gestopt. Maakt niet uit hoe. Hoe hebben wij de Duitsers gestopt? Als de Amerikanen niet gestopt waren in Irak waren ze ook naar andere landen gegaan.’

De rechtvaardiging van Wesam is niet rechtlijnig. Hij springt heen en weer. Op het ene moment benadrukt hij dat hij niks heeft gedaan. Dan weer dat de strijd gerechtvaardigd is. Op het ene moment is hij alleen journalist. Dan weer wilde hij met zijn film de Amerikanen stoppen. Maar na een eerste afwijzing door sbs doet hij geen poging zijn filmmateriaal elders aan te bieden. Hij zegt ‘wij’ als hij vergelijkingen maakt met de Tweede Wereldoorlog. Wij zijn de Nederlanders die in verzet kwamen.

Voor de oorlog in Irak was Wesam een verwesterde immigrant. Hij hield van feesten, van drinken, van seks. Hij had geen interesse voor politiek en religie. Hij was kapper in Amersfoort, maar droomde van Hollywood. Hij was dan ook dolgelukkig met zijn optreden in het programma Cash Carlo van Carlo Boszhard, waarin zijn vreugde-uitbarsting door de kijkers tot het leukste moment van het jaar werd uitgeroepen.

Feesten, uitgaan, seks. Het westerse leven. Het leek er niet op dat hij ooit nog over Fallujah zou spreken als ‘mijn dorp’. Hij werd in Fallujah niet geaccepteerd. Ze vonden hem een pias. Hij werd gepest, hij kon niet goed meekomen op school en hij was veel te onaangepast voor het dorp dat hij vergelijkt met Staphorst. ‘In Irak’, zegt hij tegen ons, ‘heb je geen liefde. Alleen maar hoeren en vrouwen.’

In het boek Staatsgeheim van de anp-­journalist Sander Kuypers vertelt Wesam dat hij tijdens de Golfoorlog in de problemen kwam. Er was een bombardement op de markt, waarbij een vriend om het leven kwam. Hij heeft toen van alles geroepen tegen Saddam Hoessein en werd opgepakt. Zijn vader kocht hem vrij. Hij vluchtte naar Noord-Irak. Over hoe hij precies in Nederland kwam wil hij liever niet praten. In Nederland kreeg hij asiel en in 2001 de Nederlandse identiteit.

Als de Amerikanen Irak aanvallen is hij eerst nog blij dat het einde van Saddam nabij is. Dat verandert als hij beelden ziet van de Amerikaanse aanval op Irak. Dan doet hij mee aan de anti-oorlogsdemonstratie in Amsterdam waarbij hij zijn hand verbrandt en besluit hij naar Irak te reizen om als journalist verslag te doen van de strijd rond zijn dorp. Hij wil de wereld laten zien hoe de Amerikanen zijn land en zijn dorp verwoesten en hij wil met die beelden een beroemde journalist worden.

Wesam werd veroordeeld voor terrorisme vanwege zijn betrokkenheid bij die ene nacht in Fallujah. De video leverde daarvoor het bewijs. Maar dat die video boven water kwam, was toevallig. Kuypers laat in Staatsgeheim zien dat Wesam eerst werd verdacht van betrokkenheid bij de onthoofding van de Amerikaan Nicholas Berg. Al snel blijkt dat Wesam daar niks mee te maken heeft. De Amerikanen blijken ook niet erg geïnteresseerd in hem. Hij is een kleine vis. Als het onderzoek op een dood spoor zit, besluit het Openbaar Ministerie toch maar een huis­zoeking te doen en daar vinden ze de video. Hoewel Wesam zo graag een beroemde journalist wil worden, neemt hij na de afwijzing door sbs geen moeite om de video zelf te verspreiden. Maar ook heeft hij de video niet vernietigd of bij iemand in bewaring gegeven, terwijl hij weet dat de geheime dienst hem in de gaten houdt. Er is een nep-inbraak gepleegd in de garage waar hij werkt, om daar afluisterapparatuur te plaatsen. Met de vondst van de video kunnen de Nederlandse autoriteiten eindelijk claimen een belangrijke terrorist te hebben gevangen.

De arrestatie vindt plaats op 2 mei 2005, zes maanden na de moord op Theo van Gogh. Nederland is in de ban van de angst voor terrorisme. Wesam wordt na zijn arrestatie opgesloten in de zwaarbewaakte gevangenis in Vught en ontmoet daar Samir A., Nouredine el F. en Jason W. Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh, zit apart. ‘Die jongens zijn niet zoals je denkt’, vertelt Wesam. ‘Jason is helemaal niet zo. Hij is helemaal anti geloof geworden. Hij is nu anti-islam en wordt overgeplaatst naar een gewone afdeling.’ Hij heeft daar niet veel begrip voor: ‘De handgranaat die ze hebben gevonden was van de aivd. Iedereen weet dat. De Tweede Kamer weet het ook. Als Jason een sterke ideologie had gehad, was hij bij zijn verhaal gebleven. Hij is gebrainwashed.’ Bij Samir A. en Nouredine el F. is dat anders: ‘Zij staan achter hun daden. Jason is hypocriet en dom. Hij gaat van radicaal naar atheïst. Samir is een slimme jongen. Ik heb hem gevraagd: “Wilde je nou echt een aanslag plegen?” Hij zei: “Ben je gek? Ik heb ook kinderen.”’ Volgens Wesam is Nouredine ook niet radicaal. Wat hij daar precies onder verstaat licht hij overigens niet toe. Je zou verwachten dat Wesam het verschil tussen hem en de andere gevangenen op de terreurafdeling zou aanzetten. Nouredine el F. werd opgepakt met een doorgeladen machinegeweer. Jason W. gooide bij zijn arrestatie een handgranaat naar de politie. Wesam heeft alleen gefilmd. Maar hij praat over de anderen alsof zij ook geen ‘echte’ terroristen zijn.

De arrestatie van Wesam valt in een periode waarin de angst voor terreur groot is. De angst bestaat dat er na de moord op Theo van Gogh nog meer aanslagen in Nederland volgen. Het jaar ervoor, 11 maart 2004, heeft een bloedige aanslag plaatsgevonden in de metro van Madrid. Een paar maanden na de arrestatie van Wesam, op 7 juli 2005, is er een aanslag in de metro van Londen. Het politieke debat is sterk gepolariseerd. Het idee dat er sprake is van een clash of civilisations (het Westen tegen de islam) krijgt veel bijval. Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders hebben een oproep gedaan voor een liberale jihad. De angst voor terroristische aanslagen leidt af en toe tot collectieve angstaanvallen. In november 2005 wordt een volle ice-trein ­stil­gezet omdat reizigers twee passagiers aanzien voor terroristen. De twee moslims met baard en djellaba worden geblinddoekt afgevoerd. De twee waren op weg naar een bijeenkomst in Duitsland en bleken zich klaar te maken voor het gebed. Ze worden al snel weer vrijgelaten.

In hun aanpak van terroristen lijken de Nederlandse autoriteiten niet erg succesvol. In Utrecht wordt in september 2004 een woning van een islamitisch gezin doorzocht. Vader, ­moeder en zoon zitten twee dagen vast. Het gezin blijkt niets met terrorisme te maken te hebben. Op 6 april 2005 wordt Samir A. vrijgesproken. Ook in hoger beroep wordt hij niet veroordeeld. Het hof acht bewezen dat hij voorbereidingen heeft getroffen voor een terroristische aanslag, maar die zijn zo pril en amateuristisch dat hij er niet voor veroordeeld kan worden. Pas in 2006 krijgt Samir A. alsnog negen jaar cel opgelegd.

We lijken al weer bijna vergeten hoe radicalisering en terrorisme onze samenleving op dat moment beheersten. Sommigen zagen grote gevaren in de polarisatie in de samenleving en de strenge wetgeving en de ruime opsporingsbevoegdheden die werden toebedeeld. Anderen juist in de Nederlandse tolerantie, de laksheid waarmee terrorisme werd bestreden en de gebrekkige wetgeving. Inmiddels worden we door andere onderwerpen in beslag genomen. Het boek van Sander Kuypers over Wesam, dat een half jaar geleden verscheen, heeft dan ook weinig aandacht gekregen.

In 2005 hebben de autoriteiten een succes in hun strijd tegen terrorisme hard nodig. De vrijspraak van Samir A. doet velen binnen het Openbaar Ministerie twijfelen of het Nederlandse strafrecht wel is toegesneden op het vervolgen van terroristen. De rechters zijn terughoudend in veroordelingen voor het voorbereiden van aanslagen en achten vaker niet dan wel het bestaan van een terroristische organisatie bewezen.

Ook in de zaak tegen Wesam is het Openbaar Ministerie, ondanks de aanwezigheid van de video, niet verzekerd van een veroordeling. Staatssecretaris Fred Teeven is in die tijd werkzaam bij het Openbaar Ministerie. Hij is de teamleider van de officier die het onderzoek naar Wesam leidt. Teeven verzint een list. In de reconstructie die Sander Kuypers van de zaak heeft gemaakt is het Teeven die op het idee komt de Amerikanen te bewegen om te vragen om de uitlevering van Wesam. Hij wil een signaal afgeven. In Nederland lopen terroristen het risico dat ze worden uitgeleverd aan landen die terroristen veel harder straffen. De Amerikanen, die eerst niet geïnteresseerd waren in Wesam, vragen nu om zijn uitlevering. De Amerikaanse leider van het onderzoek zegt tegen Kuypers dat hij het als een proefproces zag. ‘Het was voor ons van belang om eerst te oefenen met een simpele zaak. Hoe ga je met buitenlandse strijders om?’ Het feit dat het hier om bermbommen ging, speelde natuurlijk ook een rol. Van de ruim vierduizend Amerikaanse militairen die in Irak tussen 2003 en 2012 zijn gestorven, is ongeveer de helft door improvised explosive devices om het leven gekomen.

Wesam begrijpt dat hij voor de Amerikanen het gezicht van een gehate vijand is en hij is bang voor uitlevering aan de Verenigde Staten, maar hij wil zich ook graag voor een rechter verantwoorden. Wij vragen hem naar de verwachtingen die hij van die rechtszaak had. Hij twijfelt er niet over dat hij door een Amerikaanse jury zou zijn veroordeeld, maar dan had de wereld tenminste kunnen zien hoe oneerlijk het rechtssysteem in elkaar zit. En de Amerikanen zouden zijn gedwongen om te luisteren naar zijn kritiek op de oorlog.

Het loopt anders. De zaak tegen Wesam al Delaema is nooit inhoudelijk door een rechtbank behandeld. Hij is in Nederland opgepakt en vastgezet in de terroristengevangenis in Vught. Net voordat zijn zaak ‘op de rol zal worden gezet’, wordt hij uitgeleverd aan de Verenigde Staten. Daar verblijft Wesam zowel in een isoleercel als op een gewone afdeling. Ook in Amerika beperkt zijn rechtszaak zich tot enkele formele zittingen rondom procedures. Als Wesam in afwachting van zijn proces wordt overgeplaatst naar een gewone afdeling schopt hij tijdens een van de vele rellen een gevangenisbewaker tegen zijn hoofd. Die bewaker raakt bewusteloos. Volgens Wesam schopte hij omdat de gang waar hij zich noodgedwongen bij had aangesloten hem daartoe dwong. Het was schoppen of geschopt worden. Het gewelds­incident wordt vastgelegd op de bewakingscamera.

Wesam wordt voor die daad gestraft met terugplaatsing naar de isoleercel. Dat betekent eenzaamheid, slecht eten en vernedering door de bewakers. Ze schelden hem uit, bespugen hem en er is glas door zijn eten gemengd. Hij heeft daar nog steeds last van. De bewaarders staan te lachen als een medegevangene voor zijn ogen zelfmoord pleegt.

De Amerikaanse officier gebruikt het geweldsincident om Wesam onder druk te zetten. Hij krijgt de keuze tussen eerst in de Verenigde Staten zijn straf uitzitten voor de mishandeling van de gevangenisbewaker (nog voordat zijn eigenlijke zaak behandeld zal worden), of een schuldbekentenis doen voor zijn terreurdaad met de mogelijkheid zijn straf in Nederland uit te zitten. Hij kiest eieren voor zijn geld en tekent een plea bargain waarin hij schuld bekent voor samenzwering met als doel het plaatsen van bermbommen. De beslissing om schuld te bekennen, zegt hij, kostte hem veel moeite, maar hij kon het verblijf in de isoleercel niet langer aan. En het proces over het geweldsincident leek een verloren zaak.

Wesam is de enige die buiten Irak veroordeeld is voor terreur in Irak. Maar die veroordeling kon zo makkelijk tot stand komen vanwege de mishandeling van een bewaker in de VS. Zo makkelijk verliep het proefproces over deze ‘simpele zaak’ dus blijkbaar ook niet. Voor Wesam heeft de schikking een vreemd gevolg. Juist door die plea bargain kan hij nu weer vrij rondlopen. Zo betekende de video in Fallujah, waarop hij niets anders doet dan enthousiast berichten over een bom die geen slachtoffers maakte, zijn gevangenschap. En leidde de video waarop hij een bewaker bewusteloos schopt, tot zijn vrijheid.

De ervaringen van Wesam zijn ook van belang voor een zaak die nu nog speelt. De Hoge Raad heeft de uitlevering van Sabir K. aan de VS goedgekeurd. Deze Sabir K., in Amerika Younis de Nederlander genoemd, wordt verdacht van betrokkenheid bij aanslagen in Afghanistan op Amerikaanse doelen en wapenleveranties waarbij hij nauwe contacten met al-Qaeda zou onderhouden. In de protesten die tegen zijn uitlevering worden georganiseerd, worden de ervaringen van Wesam gebruikt om het Amerikaanse gevangenisregime en de omgang met verdachten aan de kaak te stellen. Sabir K. is in Pakistan waarschijnlijk blootgesteld aan marteling en zou nu in Irak een soortgelijk regime te wachten staan als Wesam. Voor de tegenstanders van uitlevering is dat voldoende reden om ertegen te protesteren. Wesam volgt de zaak niet.

Na zijn vrijlating is Wesam in Nederland goed opgevangen door de instanties, zegt hij. De sociale dienst heeft hem goed geholpen, hij heeft nu werk als kapper en hij heeft een huis. Hij staat ook op de wachtlijst bij het Sinaï-centrum voor mensen met een oorlogstrauma.

Met zachte stem vertelt hij tijdens de lunch in een oud-Hollands café in de provinciestad waar hij woont en werkt dat hij paranoïde is. Hij is ervan overtuigd dat hij wordt afgeluisterd, ook nu. De fbi luistert mee en justitie is overal. Enige aanleiding voor paranoia heeft hij wel. Toen op 20 augustus 2005 een artikel in het Arabisch over zijn zaak verscheen, werden vier dagen later zijn broers beschoten toen die voor hun kapperszaak in Fallujah zaten. Een van hen werd daarbij gedood.

Hij kan goed meisjes versieren, zegt hij. Na zijn vrijlating dronk hij koffie met een meisje. Het werd wat: ‘Het was voor mij ook knallen, na zes jaar geen seks.’ Later zei hij tegen haar: ‘Zoek mij maar op. Kijk maar even op internet.’ Het meisje schrok zich rot. ‘O mijn god’, zei ze toen ze het allemaal zag. Hij vroeg haar of hij weg moest gaan, maar ze wilde dat hij bleef. ‘Haar broer was politieagent, ik zag de angst. Toen heb ik het uitgemaakt.’

Hij vertelt ons ook over een korte flirt met een officier van justitie die hij tegenkwam in een discotheek in Hilversum. Hij is ervan overtuigd dat het niets werd omdat er over hem werd gesproken op het parket. Hij laat vallen dat hij soms naar de hoeren gaat. Justitie is volgens hem blij als hij dat doet, ‘dan denken ze mooi, die is niet meer zo radicaal’.

Zijn vrouw ziet hij niet meer. Hij was in 2003 in Fallujah met Zina getrouwd om haar een betere toekomst te bezorgen, maar zij belandde in een hel toen Wesam werd opgepakt. Ze is volgens hem door de cia ondervraagd. Hij heeft begrip voor het feit dat ze hem niet meer wil zien.

Hij leeft teruggetrokken en probeert zijn leven zo eenvoudig mogelijk in te richten. Hij wil vooral met rust worden gelaten. Van de andere kant liet hij zich wel interviewen door Nieuws­uur en biedt hij ons aan om met hem naar Fallujah te reizen om met eigen ogen het leed te aanschouwen dat in zijn dorp is aangericht.

Soms benadrukt hij dat hij beroemd is en een oorlogsheld: ‘Ik ben een held, maar ik heb ook vijanden. In Irak is de macht nu in handen van de nsb’ers. Dat zijn de mensen die met de Amerikanen hebben gevochten tegen hun eigen volk. Ik ben een vijand van de verraders. Als ik er nu naartoe ga, word ik vermoord. Ik ben een symbool geworden, de enige Irakees die in het buitenland is veroordeeld voor zijn verzet tegen de Amerikanen.’ Als wij zijn naam intypen op Google, kunnen we niet vaststellen of hij buiten Nederland echt een bekendheid is. De meeste links verwijzen naar Nederlandse bronnen.

Wie is Wesam? Hij is onstuimig en impulsief en heeft de gevolgen van zijn daden volledig onderschat. In Staatsgeheim noemt de Amerikaanse opsporingsambtenaar Patarini de kans dat Wesam in herhaling valt daarom levensgroot. Maar zijn onstuimigheid heeft vooral zijn eigen leven getekend. De vlag die hij vastgreep tijdens de demonstratie tegen de oorlog in Irak verbrandde zijn hand. Dat is rampzalig voor een kapper. Wesam raakte er arbeidsongeschikt door. Zijn enthousiasme tijdens het leggen van de bermbom in Fallujah leverde hem het stempel van terrorist op. De schop die hij uitdeelde tegen het hoofd van de cipier kostte hem zijn kans om zijn verhaal te doen tijdens een rechtszaak in de Verenigde Staten die waarschijnlijk veel aandacht had getrokken. ‘Ik ben dom geweest’, zegt hij verschillende keren.

Dom zeker. Maar schuldig? De vraag of Wesam een straf verdiende is interessante kost voor filosofen en juristen. De ethische vraag ‘waar is Wesam schuldig aan?’ is complex. Hij is ­betrokken geweest bij het plaatsen van een ­bermbom die tot doel had Amerikaanse ­soldaten te ­vermoorden. Die betrokkenheid ging verder dan die van de journalist in oorlogsgebied. Wesam was partijdig, hij wilde dat de Amerikanen werden verslagen. Hij accepteerde dat daarvoor bommen moesten worden gelegd. Maar het was wel oorlog. Zijn geboortedorp werd beschoten en gebombardeerd. Waarom zou degene die een bermbom legt moeten worden veroordeeld en degene die een fosforbom gooit niet?

En stel dat Wesam schuldig is aan hetgeen hij heeft bekend, het verspreiden van film­materiaal dat tot doel heeft aan te zetten tot aanslagen tegen de Amerikanen in Irak, hoeveel straf verdient hij dan? Hoeveel straf is redelijk voor een Nederlandse Irakees die afreist naar zijn geboortedorp om daar bij te dragen aan de verdrijving van de Amerikanen zonder zelf geweld te gebruiken?

Misschien betstaat op die vraag geen antwoord en is het beter om in termen van winnaars en verliezers te denken dan in universele waarden. Wesam is gestraft, omdat hij zo dom was af te reizen naar een land dat zich aan de kant van de winnaars had geschaard. Als hij niet wilde worden gestraft, dan had hij in Irak moeten blijven of naar een land moeten reizen dat geen deel uitmaakt van de Navo.

Maar Wesam was niet thuis in Irak, hij was thuis in Nederland en daar wilde hij beroemd worden.

Is Wesam een terrorist? Een samenzweerder, een oorlogsheld? Het zijn woorden die misschien passen bij de Wesam van enkele jaren geleden die op zoek ging naar roem en grootse daden wilde verrichten. Maar het zijn wel erg grote woorden voor de kapper van nu die een aantal keren per week opbelt als we hem vertellen dat dit stuk straks wordt gepubliceerd. Nee, wij denken niet dat dit artikel tot veel negatieve aandacht voor zijn persoon gaat leiden. De Groene Amsterdammer is een weekblad dat vooral wordt gelezen door progressieve, linkse lezers, verzekeren we hem.

Hij laat zich geruststellen, maar is er een dag later toch niet gerust op, er is weer ‘een aantal dingen’ gebeurd. Hij is paranoïde en wij kunnen niet inschatten of zijn zorgen waanbeelden zijn of dat hij nog steeds wordt afgeluisterd en achtervolgd. De gedachte komt op dat de ketting om zijn nek een smeekbede is. Wesam, veroordeelde terrorist en kapper, wil LOVE. En natuurlijk PEACE.