Domeinen van beschaving

In De bescheiden held, de nieuwe roman van Mario Vargas Llosa (1936), komt een priester voor die met gemak carrière had kunnen maken als academisch filosoof of theoloog, maar toch met overtuiging en zonder spijt achteraf heeft gekozen voor het onaanzienlijke handwerk in een parochie.

Medium llosa

Aan gewone priesters is behoefte, vindt hij, intellectuelen zijn er genoeg. ‘In bibliotheken sluit je je soms te veel af van het dagelijks leven, de gewone mensen. Ik geloof niet in jouw domeinen van beschaving, die scheiden je van de andere mensen en maken een kluizenaar van je.’

Dat zegt de priester tegen Don Rigoberto, een oude bekende van hem en tevens een oude bekende in het werk van Vargas Llosa. Het is een dilemma dat beiden maar al te goed kennen. Net als Rigoberto gelooft Vargas Llosa wel degelijk in dat ‘domein van beschaving’, hij heeft er zijn hele leven voor gestreden, maar tegelijkertijd weet hij als weinig anderen door welke krachten het werd en wordt bedreigd. De verdediging van dat domein is de niet geringe inzet van zijn hele werk. Ook heeft hij zich van meet af aan gerealiseerd dat de keuze voor de ‘bibliotheek’ het risico in zich bergt van isolement, wereldvreemdheid, kluizenaarschap, zeker in de politiek explosieve situatie van Zuid-Amerika in het algemeen en Peru, zijn geboorteland, in het bijzonder. Vandaar dat hij zich ook al vroeg buiten de bibliotheek, als geëngageerd docent, journalist, politiek commentator in talloze conflicten mengde, totdat hij in 1987 zelfs een gooi deed naar het presidentschap van Peru.

Altijd is het gevoelige vizier gericht op fanatisme, krankzinnig bijgeloof en dogmatisme

Die mislukte, misschien jammer voor de Peruanen, maar zeker tot heil van de literatuur. In zijn werk heeft Vargas Llosa op onnavolgbare wijze de politieke en maatschappelijke tegenstellingen van diverse Zuid-Amerikaanse dictaturen verbeeld, en wel met de eigenhandig uitgebreide middelen van de grote Europese roman. Vargas Llosa is dus geen pamflettist, boeken als Het groene huis (1976) en De oorlog van het einde van de wereld (1984), om me tot twee van de indrukwekkendste (en ook al door Mariolein Sabarte Belacortu voortreffelijk vertaalde) romans te beperken, zijn complexe, verbeeldingrijke vertellingen, gebaseerd op gedegen historische kennis en gesitueerd in een reële omgeving, maar vooral bevolkt door fictieve figuren die zijn verstrikt in half fictieve gebeurtenissen.

En altijd is het gevoelige vizier gericht op politiek en religieus fanatisme, krankzinnig bijgeloof en dogmatisme, kortom op al die krachten die geen boodschap hebben aan enig ‘domein van beschaving’. In De bescheiden held komt die formulering met bijbehorende attributen om de haverklap voor. De geografische vindplaats ervan is Europa, of liever: de historische centra, de musea, concertzalen, boekhandels, parken en restaurants in Rome, Florence, Parijs en Madrid, niet toevallig de vakantiebestemming van Rigoberto aan het eind van het boek. De bedreiging van dat domein komt uiteraard van ‘de barbarij’, en die manifesteert zich in velerlei vorm; niet primair als analfabetisme en culturele onverschilligheid, maar als corruptie, geweld, parasitisme, en, als een soort samenballing van dit alles: als een onderontwikkeld ethisch besef in combinatie met een gebrek aan persoonlijke moed dat mensen tot laffe meelopers maakt.

Medium lon50170

De bescheiden held ontwikkelt zich langs twee gescheiden, per hoofdstuk afwisselende verhaallijnen. In de ene gaat het om een eenvoudige vrachtwagenchauffeur die zich heeft opgewerkt tot eigenaar van een transportbedrijf, Felícito Yanaqué, in de andere om een rijke eigenaar van een verzekeringsmaatschappij, Ismael Carrera. Felícito wordt gechanteerd: of hij maar even elke maand vijfhonderd dollar wil overmaken, dan zal hij worden ‘beschermd’ tegen ‘roof of vandalisme door rancuneuze of jaloerse types of ander slecht volk’. Ismael, die tegen de tachtig loopt, heeft twee luie, lanterfanterende, onbeschofte zoons, ook wel ‘de hyena’s’ genoemd, een tweeling die nergens voor deugt en evenmin ergens voor terugdeinst als blijkt dat ze het geld van pa dreigen mis te lopen door diens huwelijk met een veel jonger dienstmeisje. Felícito en Ismael blijken toonbeelden van onverzettelijkheid. Ze leven, met volledige instemming van de auteur, volgens het principe dat Felícito’s vader hem op zijn sterfbed in het armenziekenhuis heeft ingefluisterd: ‘Laat nooit iemand over je heen lopen, mijn zoon.’

Dat leidt onvermijdelijk tot een kettingreactie van nieuwe bedreigingen en nog standvastiger afweerstrategieën. Vargas Llosa doet ze vaardig en uitgebreid uit de doeken, zowel met gevoel voor suspense als humor. Tekenend voor zijn vakmanschap is het dat hij zich ook nu uitleeft in ongebruikelijke verteltechnieken – bijvoorbeeld het veelvuldig zonder overgang laten alterneren van plaats en tijd, als snel gemonteerde filmbeelden – zonder de lectuur daardoor ook maar een moment te ‘hinderen’. Vargas Llosa is geen avant-gardist die uit is op vervreemding of bewustmaking van retorische procédés, literaire techniek is altijd dienstbaar aan het verhaal. En dat wordt virtuoos verteld, zozeer zelfs dat het toch ook beoogde drama, althans in dit boek, in virtuositeit ten onder dreigt te gaan.

Daarvan is de auteur zich trouwens terdege bewust. Een paar maal, vooral tegen het einde, geeft hij er zich expliciet rekenschap van dat de ingewikkelde, maar tot in de puntjes uitgewerkte en ‘kloppende’ intrige, al die ontvoeringen, onverklaarbare ontmoetingen, verrassende onthullingen en buitenechtelijke, bizarre of in sociaal opzicht ongewone verhoudingen (Vargas Llosa betoont zich andermaal vindingrijk en op Latijns-Amerikaanse manier prettig ongegeneerd in de beschrijving van geilheid en seks) het boek een melodramatisch karakter geven. Nee, het dagelijks leven bouwt geen ‘meesterwerken’, het biedt eerder stof voor soaps of voor romans als die van Dumas en Dickens. Het is dan ook geen verrassing dat dit bij wijle nogal weemoedig en mild gestemde boek, alle verrassingen ten spijt, opgelucht, verzoenend en happy eindigt, op weg naar Rigoberto’s ‘domein van beschaving’, waarop hij zich met pittige vliegtuiglectuur (Calvino, Magris, Malraux) alvast voorbereidt.


Mario Vargas Llosa - De bescheiden held. Meulenhoff, 352 blz.,€ 22,95. Vertaald door Mariolein Sabarte Belacortu

Beeld: Mario Vargas Llosa op verkiezingscampagne in 1989 (Ian Berry/Magnum/HH)