Thema & Variaties

Domesticatie van de topsport

Betere statistische analyse heeft in de Verenigde Staten het afgelopen decennium een kleine revolutie ontketend in de topsport. De vraag is of de sport er echt beter van is geworden.

Het verhaal van honkbalcoach Billy Beane en Oakland A’s is inmiddels een heldenepos voor statistiekliefhebbers geworden. Het boek van Michael Lewis Moneyball: The Art of Winning an Unfair Game gaat over een honkbalteam dat met een zeer beperkte begroting via statistische analyse ondergewaardeerde spelers aantrok en een winnend team bouwde. In De Correspondent werd er deze week voor gepleit om dezelfde statistische methodes ook in het Nederlandse voetbal te gebruiken. De sport zou erop vooruit gaan.

Het idee is vrij eenvoudig: sommige spelers zijn op het eerste gezicht geen uitblinkers. Maar als je statistisch in het voetbal verder kijkt naar bijvoorbeeld de assistpercentages en hoe spelers omgaan met hun doelkansen, dan kom je misschien wel tot een heel andere conclusie. Zo kan een speler als Lex Immers niet als een prutser maar als een bovengemiddeld goede speler gekwalificeerd worden. Wellicht een goed idee dus om te importeren voor andere sporten, maar laten we eerst kijken naar wat er met het honkbal is gebeurd in het afgelopen decennium.

De methode die Beane invoerde – een PhD in econometrie inhuren en met behulp van statistische analyse goedkope degelijke spelers aantrekken – kreeg veel navolging. Ook andere teams gingen minder uit van conventionele kennis over wat een goede speler is en keken meer naar de percentages die ertoe doen. Het gevolg: die spelers werden duurder. De inefficiëntie van de markt werd gedicht. Dit zijn spelers die gemiddeld veel op het honk komen met vier wijd (zie ook: niet slaan) en geen honken stelen (zie ook: geen risico nemen). Kortom, het spel duurt steeds langer en er worden minder risico’s genomen. De kans op onwaarschijnlijke heroïsche acties wordt verkleind en vervangen door koelbloedige calculatie. Wat eerst een stap vooruit leek voor de sport heeft tien later het spel juist minder aantrekkelijk gemaakt voor de toeschouwer.

Volgens filosoof Michael Sandel illustreert Moneyball dat de markt efficiënter maken op zichzelf geen deugd is. Met spelers herwaarderen aan de hand van statistiek is weinig mis, maar als het idee wordt geadopteerd op de spelersmarkt kan het leiden tot een devaluatie van de sport. Vooruitgang is vaak relatief.