Domina wil gemeenschap

Het gedonderjaag begon al op de Nederlandse Vrouwensynode van 1992, toen een aantal zwarte dominees separate workshops eiste benevens een aparte, niet voor blanken toegankelijke vergaderruimte. Zij representeren de uit de Verenigde Staten overgewaaide womanistische stroming, die in feite slechts over een onderwerp wenst te discussieren: ‘de pijn van het racisme’. Of zoals de woordvoerster der womanisten het indertijd zei: ‘De liefde gaat diep, maar nu op onze eigen voorwaarden. En of we gemeenschap zullen hebben, dat hangt van jullie, mijn witte zusters af, en niet van ons.’ De formulering is op zijn minst dubbelzinnig.

Ondubbelzinnig was het womanistische standpunt aan de vooravond van de Europese Vrouwensynode, die van 21 tot 28 juli in Gmunden (Oostenrijk) is belegd. Zij bleven thuis, want het thema racisme stond andermaal niet prominent genoeg op de agenda.
Bonje in het kippenhok. Deze typering is niet van mij - ik kijk wel uit - maar van de twee vrouwelijke verslaggeefsters die de Europese Vrouwensynode voor het prot.-chr. dagblad Trouw hebben verslagen. Het racisme is inderdaad, zo blijkt, niet expliciet ter sprake gebracht. Impliciet was het eigenlijk het enige waarover gesproken is, via thema’s als vrouwenhandel, de wereldwijde uitbuiting van vrouwen, de perspectieven van vrouwen in een multireligieus en multi-etnisch Europa, vrouwen en migratie, vrouwelijke vluchtelingen, zigeunervrouwen en het onderwerp ‘Seksisme, dat is duidelijk - en racisme?’
Vlak voor de slotdag van de Vrouwensynode maakten de twee Trouw-verslaggeefsters de balans op. De tranen schieten je in de ogen. Het was pure theofeminavelkietelende therapie. 'De vrouwensynode is vooral nog met zichzelf bezig. De vrouwen willen er bevestiging vinden, liefde en zusterschap, naast informatie, netwerken en spiritualiteit. Maar ook willen zij de wereld veranderen, haar verbeteren tot een mens- en natuurvriendelijke planeet. Deze dualiteit is terug te vinden in het programma. Intellectuele lezingen worden voorafgegaan door drie minuten “aarden”.’ Onderwijl rende iedereen langs iedereen heen en kon men bij de 'oase-sessies’ geen besluit nemen over een brandende kwestie als 'Zullen we onder de boom gaan zitten of toch maar in de zon?’
En Holland (160 afgevaardigden) sprak een woordje mee. Via onder meer de cabaretgroep In Naam van de Heer, dat de draak stak met het seksuele misbruik in pastorale relaties. Dat is een reeel probleem, gegeven al die dominees en pastoors die, zoals inmiddels bijna dagelijks in de kranten te lezen valt, ten overstaan van de geliefde gelovigen hun gewijde bronst niet weten te beteugelen.
Iedereen boos. De Poolse vrouwen, bijvoorbeeld, die nog in hun pastoors geloven. En de Nederlandse delegatie, in dit geval op de verslaggeefsters van Trouw wier verslaggeving zij als 'beledigend’ en 'niet inhoudelijk’ ervaren.
Het is een oud communicatief probleem: schrijf op wat er gebeurt en de ingezonden stukken stromen binnen. De wel ter conferentie aanwezige zwarte domina’s betuigden hun tevredenheid. De lesbodomina’s zongen onder applaus een mooi lesbolied. Nederland drong aan, gegeven het daverende succes, op een Tweede Europese Vrouwensynode. Is tijdens die bewogen week in Gmunden eigenlijk, al was het maar een keer, het woord 'God’ gevallen?