Mazelen in de biblebelt

Dominee laat z’n kudde vrij

9 oktober 2013 - Het beeld van streng gelovigen op de Veluwe die hun kinderen weigeren in te enten behoeft nuancering. Dominees laten de keuze vaak aan de ouders, die in meerderheid de weg naar de GGD weten te vinden. Maar: ‘Dwang komt uit het rijk van satan.’

Medium mazelen3

‘Een journalist, wat leuk! Ik wist niet dat u in het geheim afspraken met journalisten maakte, mam.’ Het elfjarige meisje komt met uitgestrekte arm een hand geven en gaat naast haar moeder op de roodstoffen bank in de voorkamer zitten. Een vlecht, jurk en onderzoekende ogen. ‘O het gaat over de mazelen. Pfff, nou ik hoop dat ik ze niet krijg. O nee, ik ben ertegen ingeënt, gelukkig!’ En weg stuift ze weer.

Moeder Els de Groot, parttime secretaresse, blond los haar en een lange bloemetjesrok met rood vestje, is lid van een reformatorische gemeente in Veenendaal en moeder van vier kinderen. Alle vier zijn ze ingeënt tegen mazelen. Het gezin De Groot woont in dezelfde straat als hun dominee, de kerk is om de hoek.

In de sobere maar lichte Adventkerk preekt dominee Barend Labee iedere zondag twee keer, met brede armgebaren. Hij gebruikt hedendaagse gebeurtenissen om bijbelteksten uit te leggen en ook vaccinatie komt, als er een epidemie woedt, aan de orde. Labee zal nooit expliciet vóór inenten pleiten, maar de beslissing van De Groot en haar man is geen uitzondering in gereformeerd Veenendaal. Naar schatting heeft zelfs zestig procent van de reformatorische gelovigen in de stad zijn kinderen ingeënt, een percentage dat gelijk staat aan de vaccinatiegraad van alle reformatorische Nederlanders. Veenendaal komt hierdoor net boven het nationale streefpercentage van negentig procent ingeënte inwoners uit – bij een vaccinatiegraad van 95 procent zouden mazelen in Nederland niet meer bestaan.

Zouden, want het lukt maar niet om de ziekte uit te bannen. Steeds als er in ons land een epidemie uitbreekt waartegen een vaccin bestaat, struikelt vrijzinnig Nederland over de mensen die vanuit hun levensovertuiging weigeren hun kinderen in te enten. Zo ook nu.

Tussen mei en eind september van dit jaar hebben 1540 mensen mazelen opgelopen en er komen nog steeds nieuwe gevallen bij. De woede richt zich zoals altijd op de biblebelt, de gereformeerde strook die loopt van het westen van Overijssel naar Zeeland. Veertig procent van de kinderen wordt daar niet ingeënt, zoals ook naar voren kwam tijdens de polio-uitbraken in 1971 en 1992 en de vorige mazelenepidemie van 1999-2000. De groep niet-ingeënte antroposofen en ‘kritische prikkers’ in Nederland is overigens groter, maar zij krijgen weinig aandacht omdat de kans op onderlinge besmetting aanzienlijk kleiner is dan in de biblebelt.

De maatschappelijke discussie volgt voorspelbare paden. Artsen, bezorgde ouders en kritische burgers vragen zich verontwaardigd af waarom gereformeerde ouders hun kinderen moedwillig ziek laten worden, terwijl de medische wetenschap ‘een prachtig medicijn ter beschikking stelt’.

Het is opvallend dat de aangesproken groep zelf slechts eenzijdig aan het woord komt. Vooral één religieus argument galmt door de media: God beslist nu eenmaal over ziekte. Terwijl er veel meer over reformatorische beweegredenen te zeggen valt. Deze beperkte berichtgeving is niet alleen de schuld van de pers, de streng gereformeerden zelf staan bekend om hun geslotenheid.

Els de Groot herkent zich in dit beeld. ‘Ik kan me voorstellen dat we overkomen als een gesloten groep’, zegt ze terwijl ze in haar thee roert. ‘We vormen een aparte wereld. We zouden best meer van ons kunnen laten horen.’ De Groot wil niet met haar echte naam in de krant, ze vindt het vervelend als die op internet blijft circuleren. Bovendien wil ze niet de bevolkingsgroep kwetsen die zijn kinderen niet inent. Het is ook een vorm van bescheidenheid: jezelf op de voorgrond zetten past een ware christen niet.

Thuis, in zijn werkkamer met zwartleren kuipstoelen, uitpuilende boekenkasten en een groot zwart bureau met computer, spreekt dominee Labee met dezelfde gedragen stem als in zijn kerk. Hij erkent dat gereformeerde mensen vooral op de eigen kring gericht zijn. Niet veel zullen over inenten willen praten, voorspelt hij: ‘Ze zijn bang voor negatieve verhalen. De pers gaat niet altijd respectvol met ons om. Maar wij gaan ook niet altijd respectvol met de buitenwereld om.’

Zo blijft het beeld bestaan van zwartgekousde, vreugdeloze gereformeerden die afhankelijk zijn van dominee en kerkgemeente. Vrouwen mogen niet werken, jongeren maken geen lol en kinderen worden blootgesteld aan ouderwetse ziekten, waardoor ze het risico lopen van zwaar fysiek letsel of zelfs de dood. Erger nog: ze brengen ook andermans kinderen in gevaar.

Zestig procent van de reformatorische kinderen loopt wel degelijk ingeënt rond

Nauwelijks aandacht krijgt het feit dat zestig procent van de reformatorische kinderen wel degelijk ingeënt rondloopt, zoals de kinderen De Groot. Dat is jammer, want juist achter de reformatorische redenen voor wel of niet inenten zou, in een tijd van wetenschap als nieuwe religie en medische controle van wieg tot graf, een verfrissende kijk op medische en morele vraagstukken schuil kunnen gaan. Hoe komen deze mensen tot hun keuzes? Hoe modern zijn ze eigenlijk?

Het is dan belangrijk om de betreffende groep helder af te bakenen. Media spreken vaak simpelweg over ‘de gereformeerden’, maar Frits Woonink, arts infectieziektebestrijding bij ggd Midden-Nederland en zelf lid van de Nederlands gereformeerde kerk, wil absoluut niet over één kam worden geschoren met niet-vaccinerende ouders. In een kleine vaccinatiekamer vol potjes en naalden vertelt hij hoe hij onlangs nog aan de nos duidelijk heeft gemaakt dat het in deze kwestie gaat om bevindelijk gereformeerden, de geloofsstroming die ook wel wordt aangeduid met ‘reformatorisch’.

Woonink, in geruit overhemd en ribbroek, spreekt met een vriendelijke maar autoritaire stem. Hij kan de keuze van niet-vaccinerende bevindelijken wel respecteren, maar niet begrijpen. ‘Het kan nooit Gods bedoeling zijn dat je door polio in een rolstoel terechtkomt’, zegt hij boos. Hij richt zich daarom, zoals alle ggd’s in Nederland, op de groep die te overtuigen is om in te enten. Wooninks afdeling heeft in juni als enige van alle ggd’s een brief gestuurd aan de reformatorische gezinnen met niet-gevaccineerde kinderen. Zij kregen het aanbod om hun kinderen thuis te laten inenten – de berg werd zogezegd naar Mozes gebracht.

Woonink vindt dat mensen een schouderklopje verdienen als ze besluiten om hun kinderen toch te laten prikken: ‘Je moet nudgen, kleine aanmoedigingen geven, dat hebben we allemaal nodig.’ Nudgen is de Amerikaanse vinding van het geven van kleine, subtiele duwtjes in de ‘goede’ richting, dat wil zeggen: de richting die bijvoorbeeld de overheid de juiste vindt.

Aan het aanbod van ggd Midden Nederland gaven 29 gezinnen gehoor. Niet, zoals het stereotiepe beeld wil, omdat moeders zo hun kinderen stiekem konden laten prikken, buiten het zicht van streng gelovige vaders of oplettende buurtgenoten. Het was gewoon praktischer, verklaart Woonink: ‘Het gaat vaak om grote gezinnen waarvan moeder ook nog zwanger is, dan is het makkelijker aan huis.’

In de media blijven echter verhalen de ronde doen over moeders die met hun baby’s verborgen in boodschappentassen via een achterdeur het consultatiebureau bezoeken. Volgens Woonink komt dit soort praktijken al lang niet meer voor. Ook Helma Ruijs, arts infectieziektebestrijding en onderzoeker bij onder meer ggd Gelderland-Zuid, heeft niet het idee dat stiekem inenten tegenwoordig nog gebeurt: ‘Misschien toen er twintig jaar geleden polio uitbrak, maar nu niet meer.’

Onlangs promoveerde Ruijs op de besluitvorming van reformatorische ouders om wel of niet in te enten. ‘Dit soort verhalen wordt opgeklopt en vaak herhaald’, vertelt ze. ‘Een zekere mate van groepsdruk zal hooguit nog voorkomen binnen de meest conservatieve kerken zoals de oud gereformeerde gemeenten en de gereformeerde gemeenten in Nederland.’ Maar, benadrukt Ruijs, in alle kerkverbanden worden kinderen gevaccineerd en nooit zal iemand om die reden uit de kerk of gemeenschap worden gezet.

Want de individuele mening telt zwaar binnen het reformatorische geloof. Ruijs onderscheidt twee groepen. De eerste groep volgt klakkeloos de traditie en doet wat vader en moeder ook deden. Dat geldt voor zowel wél als niet inenten. ‘Dat zie je overigens bij het grootste deel van de Nederlandse bevolking’, aldus Ruijs. De tweede groep bestaat uit mensen die over medische beslissingen uitgebreid nadenken. Zij besluiten, met de bijbel als leidraad, op basis van hun eigen argumenten tot wel of niet inenten. Nudging heeft op beide groepen nauwelijks effect.

‘We hebben wél de verantwoordelijkheid gekregen om goed voor onszelf en ons lichaam te zorgen’

Christenen hebben een ander toekomstbeeld dan ongelovigen: na dit aardse leven volgt nog een eeuwig leven. Voor de vaccinatiekwestie maakt dit een wereld van verschil. Dominee Labee licht toe: ‘Een echte christen is onderweg naar een wereld waar geen ziekte en pijn heerst.’ Lachend: ‘Dat klinkt wel als een utopie hè? Maar dit maakt het makkelijker om tegenslag te accepteren.’ Het bekende lokbeeld van de hemel als goedmaker voor ziekte en pijn dus. Ook ggd-arts Woonink gelooft in dit eeuwige leven, maar, zegt hij: ‘God heeft ons daarbij wel een bepaalde verantwoordelijkheid gegeven. Bij bevindelijken zie je dat er passiviteit in kan zitten, een lijdelijk toezien.’

Maar juist dit etiket van passiviteit, dat vaak op het reformatorische geloof wordt geplakt, klopt niet. In ieder geval niet wat betreft de groep die actief nadenkt over morele keuzes. Discussie en deliberatie vinden de leden van dominee Labee’s kerk erg belangrijk – vooral echtparen bespreken veelvuldig de belangrijke beslissingen. Sommige bevindelijken vertellen dat ze daar dagen voor uit kunnen trekken: dan gaan ze bijvoorbeeld samen wandelen in een mooi gebied om te praten over een kwestie. Vaak worden de kinderen, soms de familie of intieme vrienden, bij dit beslissingsproces betrokken. Slechts zelden spreken de echtparen over moeilijke keuzes met artsen of dominees – hooguit vragen ze om extra medische of religieuze uitleg. Helma Ruijs beaamt dit: de mensen die ze interviewde voor haar onderzoek klopten nooit aan bij hun dominee om een beslissing voor ze te nemen.

Medium mazelen1

Twee huizen van de familie De Groot vandaan woont de familie Eerdsma met zes niet-ingeënte kinderen. De jongste ligt op dit moment met mazelen in bed, de oudere hebben de vlekjesziekte al gehad. De gezinnen De Groot en Eerdsma komen vaak bij elkaar over de vloer, de kinderen spelen samen. Ook vader Joop Eerdsma wil niet met zijn echte naam in de krant, met als argument dat hij zijn familie wil beschermen. Om dezelfde reden wil hij zelf het woord voeren, op de bank in de voorkamer, terwijl zijn vrouw in de achterkamer aan tafel aan haar laptop werkt.

Eerdsma is zelfstandig ict-consultant en een beweeglijke man. Hij legt uit dat iedereen, in relatie tot God, voor zichzelf moet uitmaken wat hij doet. Op basis van de bijbel en boeken over de bijbel zoek je grondig uit wat anderen zeggen. ‘Dan ga je bidden, alleen of met je vrouw of gezin. Dat klinkt misschien wat mystiek, maar je krijgt dan rust. Als je die niet vindt, dan is het wellicht een teken dat je niet goed bezig bent.’

Soms krijg je op een bijzondere manier aanwijzingen, vertelt de ict’er: ‘Dan gaat het bijvoorbeeld in de bijbel of de dienst zo specifiek over jouw vraag dat het geen toeval kan zijn. Dan is het zo ongelooflijk duidelijk.’

Sleutelwoorden bij het lezen, bidden en besluiten: afhankelijkheid van de Heere en eigen verantwoordelijkheid. De balans tussen deze twee is niet makkelijk te begrijpen, maar dominee Labee geeft graag tekst en uitleg. Hij heeft zelf drie adoptiekinderen en twee pleegkinderen – alle vijf ingeënt, omdat Labee en zijn vrouw dit hadden beloofd aan het adoptiebureau. Anders hadden ze het niet gedaan.

‘Ben je bekend met de catechismus?’ vraagt Labee. Hij gaat er met rechte rug voor zitten en leest plechtig voor uit ‘Zondag 10’, het leerboek met beide handen voor zijn gezicht. ‘De almachtige en alomtegenwoordige kracht Gods…’ Als hij klaar is legt hij de catechismus op zijn schoot en vertelt dat in dit deel de kern staat: een vaccin behoort volgens sommigen tot de ‘ongeoorloofde middelen’, omdat je je van God onafhankelijk maakt als je het gebruikt. Maar, benadrukt Labee, ‘we hebben wél de verantwoordelijkheid gekregen om goed voor onszelf en ons lichaam te zorgen’.

Dat maakt het ingewikkeld. Want waar houdt dan de afhankelijkheid van God op en begint je eigen verantwoordelijkheid? Precies daar zit de crux van elk praktisch of moreel vraagstuk zoals vaccineren: het hangt er maar vanaf welke argumenten je persoonlijk belangrijk vindt. Voor Labee maakt de uiteindelijke keuze niet zo veel uit: ‘Wat vaccineren betreft geldt voor mij dat beide keuzes goed zijn. Als je de beslissing maar neemt op basis van een goede overweging.’ De dominee vertelt dat mensen soms een keuze hebben gemaakt ‘omdat hun oma het zo deed’. Dit kan dus nooit een goed argument zijn, vindt Labee. ‘Maar wie ben jíj dan?’ vraagt hij aan zo iemand.

Voor Eerdsma en zijn vrouw waren er een paar redenen om hun kinderen geen prik te geven. Volgens hen kun je van een vaccin ziek worden. Door ziektekiemen in je lichaam te spuiten kies je er dus voor om jezelf ziek te maken, dat gaat in tegen het gezond verstand van de Eerdsma’s. Bovendien kunnen de mazelen je dwingen om na te denken over voorzienigheid en vertrouwen in Gods oordeel. ‘Ziekte brengt je daardoor dichter bij God’, verklaart Eerdsma. Zodra ze achttien zijn mogen de kinderen zelf beslissen. De paar die nu volwassen zijn hebben tot nu toe niet voor inenting gekozen.

Eerdsma is natuurlijk wel eens bang dat het verkeerd afloopt: ‘Het zijn toch je kinderen. Als je ze dan zo ziet liggen… Maar dat geldt voor griep ook. Je maakt je altijd zorgen om de kinderen, ook als ze naar school fietsen.’

Ook buurvrouw De Groot en haar man hebben nagedacht over hun vertrouwen in God. Moeten ze dat niet manifesteren door ziekte toe te laten? Uiteindelijk besloten ze dat God hun het vaccin heeft gegeven, plus de wijsheid om er goed mee om te gaan. Je moet vertrouwen hebben vinden ze, maar de mogelijke gevolgen van de ziekte zijn te groot: ‘Kijk, ziekte komt wel door de zondeval, maar als Hij ons voor alle zonden die we begaan zou straffen, dan zouden we nu al niet meer leven.’ Bovendien, legt De Groot uit, is mazelen geen ziekte die je over jezelf afroept, zoals je baarmoederhalskanker kunt krijgen als je wisselende seksuele contacten hebt buiten het huwelijk. ‘Daar enten we niet tegen in, dat gaat in tegen een levenswijze naar Gods Woord.’

‘De samenleving roept ons op om onze kinderen te vaccineren, terwijl ze zelf hun kinderen laten drinken’

Toen de kinderen van Eerdsma mazelen hadden en nu de jongste ziek is, praten beide families er wel eens over. De Groot heeft bewondering voor het vertrouwen dat Eerdsma en zijn vrouw in God leggen: ‘Je ziet dat ze er sterker van worden.’ Maar de herinnering aan een ernstig ziek kind van bekenden heeft voor haar de doorslag gegeven.

Soms kunnen de levensvragen die reformatorische families bezighouden trouwens heel anders van aard zijn, zelfs heel alledaags. Zoals de gelovigen zelf zeggen: de tweeduizend jaar oude bijbel is geen medisch of praktisch handboek, zeker niet voor de moderne tijd. Een van de vragen die het gezin De Groot kopzorgen gaven: mag een vrouw wel of niet een legging aan? Met een korte rok erboven lijkt deze immers op een broek, en in de bijbel staat dat mannen en vrouwen niet dezelfde klederdracht horen te dragen.

Els de Groot vertelt over het gezin van zeven kinderen waar ze zelf uit komt: ‘Als ik vroeger iets niet mocht gaf mijn vader als reden: “Omdat ik het zeg.”’ Zelf wil De Groot haar keuzes aan haar kinderen kunnen uitleggen. Zij en haar zussen mochten vroeger geen sportbroek aan, zelfs niet als ze gingen schaatsen of skiën. ‘Ik heb wel eens stiekem een broek aan gedaan voor een sportdag van mijn werk. Op de terugweg was ik heel bang dat God me zou straffen en dat ik een auto-ongeluk zou krijgen. Maar nu denk ik dat niet meer, hoor. En mijn kinderen mogen gerust een broek aan als ze gaan sporten.’ Met het hele gezin besloot De Groot praktisch te zijn: een legging is warmer dan blote benen en moet daarom kunnen. ‘Het gaat erom dat we als vrouw een rok dragen. Er is bovendien niets onbehoorlijks aan.’

Overigens betekent al het nadenken en discussiëren niet dat een besluit voor altijd vaststaat. Eerdsma ziet dat meer mensen inenten nu de risico’s ervan vrijwel zijn verdwenen. Hij is er zelf ook door gaan twijfelen: de weegschaal zou in deze kwestie wel eens kunnen doorslaan naar eigen verantwoordelijkheid, in plaats van het aan God over te laten.

Uit Ruijs’ onderzoek blijkt dat veel ouders zich bij ieder nieuw kind de vraag stellen of ze het wel of niet in willen enten, al wijkt de uiteindelijke keuze zelden af van de oorspronkelijke beslissing. Een morele of praktische kwestie blijft dus altijd een rol spelen – je moet ze in feite iedere dag opnieuw overwegen.

Maar is het niet onmenselijk zwaar om al je keuzes dag in, dag uit op een goudschaaltje te wegen? Dominee Labee beaamt dat er wel ‘enige zwaarte’ zit in een leven dat in het teken staat van het hiernamaals. Maar, voegt hij eraan toe, ‘je mag zeker genieten van voorspoed. Het gaat ons juist om blijmoedigheid.’ Het kenmerkt een ware christen niet om altijd maar te lopen piekeren, vindt hij: ‘Tobben en doemdenken heeft met karakter te maken. Mensen die dat doen zitten op de grens van psychische zwakte, dat heeft niets met het geloof van doen.’

De Groot kan zich wel voorstellen dat mensen haar geloof zien als bang en somber. ‘Maar je moet je erin verdiepen’, raadt ze iedereen aan. ‘Wij houden vast aan tradities omdat dat ons rust en houvast geeft.’ Op zondag ondernemen de kinderen geen activiteiten. Het gezin doet dan spelletjes, ze zingen en zijn ‘gezellig met elkaar’. Op vakantie downloaden ze preken voor de zondagen. ‘We gaan niet ineens andere principes volgen omdat de gemeente niet meekijkt.’

Deze levensstijl, die wordt gekenmerkt door vaste patronen, rituelen en herhaling, wordt door de buitenwereld juist vaak gezien als inconsequent. Zeker als het om vaccineren gaat. Dominee Labee zucht. ‘Tja, dat verwijt van inconsequentie. Dat we ook geen autogordel zouden moeten dragen als we niet vaccineren: dat is echt appels met peren vergelijken. Het is bijbels om goed voor je lichaam te zorgen, en waar de grens ligt is persoonlijk.’ Zo is roken een hele tijd ‘een beetje toegestaan’ in de reformatorische gemeenschap, terwijl tegen drinken altijd streng is geageerd. Volgens Labee is dit niet inconsequent: het verschil is of je schade toebrengt aan jezelf of ook aan een ander. Inmiddels wordt er weer strenger gedaan over roken omdat men in de kerk, in families en in talloze bijbelse praatgroepen is gaan discussiëren over de wenselijkheid om jezelf schade toe te brengen.

Medium mazelen2

Argumenten zijn dus flexibel: een besluit staat nooit vast en andere argumenten kunnen de overhand krijgen. De bijbelse geboden zijn immers maar een leidraad, meer niet. Joop Eerdsma vindt dat maar goed ook: ‘Stel dat alles uitgeschreven zou zijn. Dan zouden we zelf niet meer verantwoordelijk zijn en steeds hetzelfde moeten doen. Maar we zijn geen kadavers: we veranderen voortdurend en we zijn allemaal verschillend.’ Je moet scherp blijven op de tradities die in de bijbel staan, vindt ook De Groot: ‘Anders kun je ze niet eens meer uitleggen. Tja, en sommige mensen volgen uit dommigheid de traditie, zonder nadenken.’

‘We weten dat het gereformeerde geloof altijd weerstand blijft oproepen, dat staat zelfs in de bijbel’

Tegen iedereen die hun leven als inconsequent ziet hebben de bevindelijken nog iets te zeggen. Stuk voor stuk zijn ze verbolgen over de, volgens hen, hypocriete manier waarop de samenleving druk uitoefent op hun geloofsovertuiging. Zo was er de oproep van premier Rutte, die dominees vroeg vóór vaccineren te prediken. De voorstellen om inenten verplicht te maken stootten al helemáál tegen het zere reformatorische been. ‘Dwang komt altijd uit het rijk van satan’, legt Labee uit. Lachend: ‘Dat klinkt wel erg zwaar hè?’ In ieder geval zou hij zelf nooit mensen willen dwingen of zijn mening willen opdringen, want ‘gewetens kunnen niet gedwongen worden’. Iets wat hij politici en media nu wel ziet proberen.

‘Alle christelijke normen en waarden moeten maar zo snel mogelijk Nederland uit’, zegt De Groot. ‘De samenleving roept ons op om onze kinderen te vaccineren, terwijl ze zelf hun kinderen laten drinken en naar geweld op tv laten kijken.’ Dát is pas inconsequent, vinden De Groot, Eerdsma en Labee. Zij letten zelf juist zo goed op hun gezondheid en die van hun kinderen. Als hun kinderen mazelen hebben, breken ze bijvoorbeeld een vakantie op een camping af, of de kinderen worden thuis gehouden.

Niet-ingeënte kinderen kunnen alleen kinderen aansteken die ook bewust niet zijn ingeënt, zeggen de bevindelijken. Dat klopt niet helemaal, want Nederlandse baby’s tussen de zes en veertien maanden krijgen tot nu toe geen prik, al wordt tijdens de huidige epidemie in gemeenten met een lage vaccinatiegraad wel een extra inenting voor baby’s aangeboden.

Maar acties van liberale bemoeials ‘besmetten’ in ieder geval alle reformatorische kinderen, zegt Eerdsma. Zoals de huidige campagne van GroenLinks’ jongerenafdeling Dwars. Overal in Veenendaal zijn posters aangeplakt met daarop jonge halfnaakte mensen die duidelijk seks gaan hebben. ‘Omdat wij volgens de samenleving maar eens anders moeten gaan denken over seksualiteit’, verklaart de ict’er. ‘We zijn te netjes om de posters weg te halen, maar onze kinderen krijgen zo een heel raar beeld van seks, alsof de vrouw zich altijd zomaar aan de man moet geven.’

De reformatorische scholen claimen juist goede programma’s te ontwikkelen voor seksuele voorlichting. Gebaseerd op de bijbel, dat natuurlijk wel.

Els de Groot windt zich intussen op over de gedwongen toetreding van vrouwen tot de sgp: ‘Als wij vrouwen een andere rol zouden willen in de partij, dan zouden we dat prima zelf kunnen regelen.’ Trouwens, voegt ze toe, ‘als zo’n vrouw in Zeeland de verantwoordelijkheid voelt waar mannen het laten afweten, dan vind ik dat prima. Zij heeft die gave, dan moet ze die vooral inzetten.’ Maar het gaat haar om de paternalistische houding van ‘buitenkerkelijken’: ‘Ze denken dat ze voor ons op moeten komen. Maar dat hoeft echt niet.’

Moderne vrijheidsdrang werkt op deze manier als tralies voor mensen die hun leven op hun eigen manier willen leiden. ‘Wij moeten wel een plaats hebben in de samenleving’, vindt dominee Labee. ‘Maar we weten dat het gereformeerde geloof altijd weerstand zal blijven oproepen, dat staat zelfs in de bijbel.’

Maatschappelijke weerstand is er duidelijk, zeker ten aanzien van de vaccinatiekwestie. Juist een bevolkingsgroep die secuurder nadenkt over morele keuzes dan de meeste mensen doen, wordt daardoor in zijn keuzes beperkt. Hoewel hier een nuance op zijn plaats is, want dominee Labee moet toegeven dat steeds minder mensen zo bewust kiezen als de families De Groot en Eerdsma. Daarom vindt hij het zorgelijk dat de reformatorische groep die vaccineert, groeit: het is voor hem een teken dat nadenken en bidden er door de drukke levens van zijn gemeenteleden bij inschieten. De maatschappelijke discussie over inenten ziet hij als een welkome manier om zijn kerkgangers aan te zetten tot nadenken. Als er maar geen dwang aan te pas komt, zegt hij, en buitenkerkelijken zich een beetje in zijn geloof verdiepen.

Eerdsma vindt dat het iedereen goed zou doen om door ziekte na te denken over het leven en je keuzes. Of je dat nu een relatie met God noemt of iets anders. ‘Mensen worden tegenwoordig echt ontzettend zenuwachtig van niet vaccineren’, zegt hij. ‘Alsof de pest weer terugkeert. Ze zijn ongelooflijk afhankelijk van de wetenschap.’

ggd-arts Woonink kan zich wel in deze visie vinden. De bevindelijk gereformeerde groep houdt de wetenschap wel scherp, zegt hij: ‘Deze mensen hebben absoluut een antenne voor dit soort morele dingen.’


Beeld 1: Werry Crone / HH
Beeld 2: Bert Verhoef / HH
Beeld 3: Luuk van der Lee / HH