Mededogen voor rebellen uit de Oegandese bush

‘Dominic was een verlegen jongetje’

Dominic Ongwen werd als minderjarige in Oeganda ontvoerd door het Verzetsleger van de Heer. Maandag verscheen hij voor de rechters van het Internationaal Strafhof. Sommige slachtoffers pleiten voor amnestie.

Medium oeganda3

Florence Ayot vraagt om vergiffenis voor Dominic Ongwen die twee kinderen bij haar verwekte tijdens haar vijftien jaar durende ontvoering in de bush. ‘Als Dominic terugkomt, kan hij helpen zorgen voor onze kinderen’, zegt Ayot (ongeveer 35) naast een houtskoolvuur met een tinnen kookpot in haar hut van leem en riet. ‘Mijn kinderen zijn ook zijn kinderen, en kinderen hebben een vader nodig.’

Dominic Ongwen komt voorlopig niet terug. Ongwen verscheen maandag als eerste commandant van het Verzetsleger van de Heer voor het Internationaal Strafhof in Den Haag (icc). Ongwen is aangeklaagd voor moord, plundering en andere wreedheden tegen de bevolking in het noorden van Oeganda. Het Verzetsleger van de Heer (Lord’s Resistance Army, lra) is de beruchtste militie van Afrika. In 1987 vormde Joseph Kony, een voormalige misdienaar met toegang tot de geesten, een gewapende groep tegen president Yoweri Museveni die een jaar eerder zelf als rebellenleider de macht in Oeganda had overgenomen. De zelfverklaarde verzetsbeweging lra groeide uit tot een brandschattende militie in het hart van Afrika.

De lra vermoordde volgens schattingen van de Verenigde Naties meer dan honderdduizend mensen, ontvoerde er meer dan zestigduizend en dwong 2,5 miljoen mensen op de vlucht. De rebellen sneden bij slachtoffers lippen, neuzen en oren af, verkrachtten vrouwen en brandden dorpen plat. Zo’n tien jaar geleden dreef het Oegandese leger de lra de grens over naar Congo, Zuid-Soedan en de Centraal-Afrikaanse Republiek. De lra bestaat naar schatting nog uit tweehonderd ronddolende leden.

Dominic Ongwen werd begin januari, na een kwart eeuw in de bush, opgepikt in de Centraal-Afrikaanse Republiek en overgebracht naar Den Haag. In 2005 al werden hij en vier andere commandanten, onder wie Joseph Kony, aangeklaagd. Twee aangeklaagden zijn waarschijnlijk overleden. Kony wordt nog steeds gezocht.

Florence Ayot, de bush wife die om vergiffenis vraagt voor Ongwen, weet wat het betekent om ontvoerd te worden door de lra. Ze werd zelf meegenomen in 1989. Ze was toen negen. ‘In 1994 werd ik als vrouw toegewezen aan een van de rebellen’, verhaalt Ayot in haar hut. ‘Hij stierf in 1996. Toen werd ik de vrouw van Dominic Ongwen. Het kind dat ik al had met de eerste rebel heette Back to God, het werd gedood tijdens een bombardement door het Oegandese leger. In 2004 werd ook een co-wife die ik deelde met Ongwen gedood, door een granaat. Ik besloot te vluchten. Ik nam het kind mee dat ik had gekregen met Dominic, en het kind van hem dat ik in mijn buik droeg.’

Het verhaal van Florence Ayot wordt onderschreven door Oegandese autoriteiten die Ayot ondervroegen na haar terugkeer. Ayot leeft tegenwoordig in Gulu, een stadje in Noord-Oeganda dat midden in de conflictzone lag tot de lra tien jaar geleden de grens over werd geduwd. Gulu krabbelt inmiddels op, er is een winkel met landbouwmachines uit China en een filiaal van een supermarktketen uit Kenia.

De woonplek in Gulu van Florence Ayot herinnert nog wel aan het conflict. Ze woont in een nederzetting voor voormalige ontheemden aan de rand van de stad. De nederzetting, Heilige Rozenkrans, is een woud van ronde hutten die in de taal van Ayots tribale groep de Acholi’s otlum heten (‘ot’ betekent huis, ‘lum’ betekent riet). Ayot leeft er met andere Acholi’s die na hun ontvoering wisten te ontsnappen of werden vrijgelaten.

Ayot verdient soms wat geld met het dragen van water en het verkopen van maïs. Haar twee kinderen – de kinderen ook van Dominic Ongwen – spelen naast haar hut. ‘Door mijn ontvoering heb ik veel tijd verloren in mijn leven’, verzucht ze. ‘Mijn lichaam doet ook zeer, er zit nog een kogel in mijn been.’ Ayot staat toe om over een bobbel te wrijven in de kuit van haar rechterbeen.

Al werd Florence Ayot ontvoerd door de lra, toch wil ze niet dat Dominic Ongwen berecht wordt. Ze wil dat Ongwen amnestie krijgt, zoals zijzelf en zo’n dertienduizend andere Oegandezen kregen nadat ze teruggekeerd waren uit de bush. Oeganda’s amnestiewet uit 2000 geldt voor Oegandezen die door ontvoering bij de lra kwamen en voor Oegandezen die zich vrijwillig aansloten bij de groep, en die rebellie afzweren. Het systeem moet verzoening in Noord-Oeganda bevorderen en de nog resterende lra-leden aanmoedigen ook terug te keren naar huis. Omdat Ongwen vervolgd wordt door het icc, loopt hij amnestie mis.

Ayot laat trots haar amnestiecertificaat zien, een geplastificeerd document gedateerd 27 april 2005. Ze vindt dat Ongwen ook amnestie verdient omdat hij – net als zijzelf en vele anderen – als kind ontvoerd werd door de lra. Niemand betwist de ontvoering van Ongwen. Zelf zei hij maandag in Den Haag dat hij in 1988 werd meegenomen, op zijn veertiende.

‘Wat kon hij anders doen dan de orders opvolgen om mensen te doden?’ vraagt Ayot. ‘Wie orders negeert of probeert te ontvluchten aan de lra, kan worden vermoord. Dominic was voor mij trouwens zorgzaam, hij liet mij zelfs ontsnappen. Ja, ik ben bereid dat te vertellen bij het icc, als me daar niks overkomt.’

‘Wie orders negeert of probeert te ontvluchten aan het Verzetsleger van de Heer, kan worden vermoord’

Agnes Ocitti (34) vindt het juist goed dat Dominic Ongwen terechtstaat. Ocitti werd in 1996 ontvoerd uit de katholieke St Mary’s School in het dorp Aboke, samen met 138 andere meisjes. Eenmaal in de bush moest Ocitti, toen veertien jaar oud, met een knuppel een meisje van ongeveer tien doodslaan dat geprobeerd had te vluchten. Na drie maanden slaagde Ocitti erin om zelf te vluchten. Ze ging rechten studeren in Oeganda en Nederland. Tegenwoordig werkt ze als juriste in Kampala.

‘Ik belandde bij de lra op dezelfde manier als Dominic Ongwen’, vertelt ze. ‘Het verschil is dat Ongwen daarna totaal over de schreef ging. Zelfs een kind heeft iets van een moreel geweten, ik weet dat ook van mijn eigen zoon van tien. Maar Ongwen klom op in de rangen van de lra. Dat zegt wat over de misdaden die hij opzettelijk beging. Berecht hem.’

De tegenovergestelde meningen van Ayot en Ocitti over Ongwen illustreren het langlopende debat over wat nou de meest geschikte aanpak is voor de lra: verzoening of vervolging, of een combinatie van de twee. Zuid-Afrika installeerde na de apartheid een Waarheids- en Verzoeningscommissie. Rwanda berechtte verdachten van de genocide voor lokale _gacaca-_rechtbanken die tevens moesten bijdragen aan verzoening.

Kenmerkend voor het conflict in Oeganda was dat de lra voortkwam uit de bevolkingsgroep de Acholi’s en vervolgens jarenlang misdaden beging tegen diezelfde Acholi’s. Duizenden kinderen werden ontvoerd en ingezet als kindsoldaat. Dominic Ongwen is de eerste die terechtstaat voor het icc. Voorstanders van verzoening en amnestie noemen dit willekeur en een slecht signaal richting de lra-leden die nog in de bush zitten: worden zij nu niet bang om te voorschijn te komen en amnestie te vragen?

Medium oeganda2

Een pikant gegeven is dat het icc in 2012, in zijn eerste vonnis, een veroordeling uitsprak wegens ronseling van kindsoldaten. Dat was tegen de Congolese krijgsheer Thomas Lubanga. Het icc veroordeelde dus het soort daad waarvan icc-verdachte Dominic Ongwen ooit slachtoffer werd. Ongwen wordt zelf beschuldigd van slavernij, ook iets wat hem zelf ooit overkwam.

Mensenrechtenorganisaties die in de regel pleiten voor vervolging in plaats van vergeving van misdadigers, zoals Human Rights Watch, zitten met hetzelfde dilemma. De organisaties zeggen dat de ontvoering van Ongwen een verzachtende omstandigheid moet zijn tijdens diens proces.

De gedachtegang achter de in Noord-Oeganda vaak gehoorde pleidooien voor verzoening is dat de strijd alleen beëindigd kan worden, en onze ontvoerde kinderen terug kunnen komen, als we tot een vergelijk komen. Daders en slachtoffers komen uit dezelfde gemeenschap, daders zijn vaak óók slachtoffers, en we moeten toch op de een of andere manier samen verder. Veel lra-leden waren onze eigen vaders, moeders, zoons en dochters. Die verdienen toch zeker mededogen?

In de pleidooien van Acholi’s voor verzoening op lokaal niveau klinkt ook argwaan door jegens de centrale overheid. Het Oegandese leger bestreed de rebellen, maar het beging daarbij volgens veel Acholi’s misdaden tegen de lokale bevolking. De overheid, die is er niet voor ons.

Dit sentiment voert uiteindelijk terug tot de historische scheidslijn in Oeganda tussen Noord en Zuid, tussen de Luo/Nijlotische stammen boven de Nijl en de Bantu-stammen beneden de rivier die door de koloniale Britten werden ondergebracht in één staat. De lra keerde zich weliswaar tegen de ‘eigen’ bevolking, maar het was eind jaren tachtig ontstaan als verzetsgroep tegen de ‘zuidelijke’ regering van president Museveni, die in 1986 aan de macht was gekomen na een oorlog tegen de toenmalige ‘noordelijke’ leiders in de centrale regering.

Anders gezegd: de lra deed ons slechte dingen aan, maar dat geldt ook voor de regering. En Dominic Ongwen deed ons slechte dingen aan, maar hij blijft er een van ons.

‘Was Ongwen zich ervan bewust dat hij verkeerde dingen deed? Jezus zei: “Vader, vergeef het hun, ze weten niet wat ze doen”’

Florence Ayot, de voormalige ‘echtgenote’ van Dominic Ongwen, voegt hieraan toe dat Ongwen ontvoerd kon worden omdat de regering van president Museveni er niet in slaagde hem te beschermen tegen de lra. ‘Dat was toch niet de schuld van Ongwen?’ Waarom, vraagt zij, laat de regering-Museveni nu dan wel Ongwen terechtstaan in Den Haag? De enige die volgens Ayot en andere voorstanders van verzoening wel vervolgd moet worden, is Joseph Kony, de nog steeds gezochte leider en oprichter van de lra.

Nelson Onono pleit ook voor verzoening. Onono was tien jaar geleden als bisschop van de Anglicaanse kerk in Gulu betrokken bij vredesbesprekingen met de lra. Hij heeft nog een foto waarop hij te zien is in zijn paarse soutane, zittend naast Dominic Ongwen en andere rebellen in camouflagepakken. De rebellen dragen de voor lra-strijders kenmerkende dreadlocks.

‘Laat het leven vloeien, mijn vriend’, zegt Onono in zijn huis even buiten Gulu, terwijl hij zijn armen de lucht in zwaait. ‘We moeten vergeven zodat we verder kunnen. Zoals het water van de Nijl: als dat een rots raakt, stroomt het langs een andere weg toch altijd verder.’

Onono kent ze wel, de slachtoffers vol verbittering. Wat zegt hij ze? ‘Ik zeg: was Ongwen zich ervan bewust dat hij verkeerde dingen deed? Snapte hij het? Jezus Christus zei: “Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.”’

Een Oegandese journaliste in Gulu meent dat Acholi’s die slachtoffer werden van de lra vaak niet hardop durven te roepen om berechting van lra-leden omdat ze niet durven in te gaan tegen de kerkelijke, culturele en politieke leiders die zo nadrukkelijk pleiten voor verzoening. ‘In Oeganda ga je niet makkelijk in tegen de elders’, aldus de journaliste, ‘zeker niet als vrouw of kind, waarvan er veel bij de lra zaten.’

Professor Tim Allen van de London School of Economics and Political Science betoogt dat het paradigma van verzoening op basis van lokale gebruiken minder lokaal is dan gedacht. Het kwam volgens hem mede tot stand onder invloed van (kerkelijke) hulporganisaties en vredesbemiddelaars uit het Westen. De hulporganisaties en vredesbemiddelaars streefden naar een eind aan het lra-conflict en wilden voorkomen dat hun bijdrage gezien zou worden als een vorm van buitenlandse inmenging, aldus Allen in de artikelenbundel The Lord’s Resistance Army: Myth and Reality uit 2010_._ De westerlingen gingen lokale rituelen propageren die in hun optiek overeenkomsten vertoonden met christelijke noties van vergiffenis. Wat ze daarmee in werkelijkheid aanmoedigden – bedoeld of onbedoeld – was de omvorming van soms onduidelijke gebruiken tot een verondersteld, vastomlijnd en zogenaamd ‘eeuwenoud’ systeem van conflictoplossing, aldus Allen. Hij rept van ‘invention of tradition’.

Volgens Allen omarmden religieuze, culturele en politieke leiders van de Acholi’s deze benadering omdat ‘traditionele’ oplossingen hen in staat stelden om hun plaatselijke macht en invloed uit te breiden. Immers, de westerse vredestichters brachten geld en andere middelen mee voor lokale partners. De ironie, stelt hij, is dat het icc vaak weggezet wordt als een neokoloniale interventie, maar dat dit verwijt juist gemaakt kan worden aan het adres van de buitenstaanders die beweeglijke lokale rituelen in beton goten. Tim Allen ervoer naar eigen zeggen tijdens veldwerk in Noord-Oeganda dat veel slachtoffers van de lra wel degelijk willen dat toprebellen in de cel verdwijnen.

Paul Omach gaat niet zo ver als Allen met kritiek op traditionele manieren van verzoening. Omach, politicoloog aan de Makerere-universiteit in Kampala en een Acholi, houdt het erop dat de pleidooien voor verzoening en amnestie vooral manieren waren om praktische oplossingen voor het vreselijke lra-conflict te ‘rationaliseren’. Hij vindt dat begrijpelijk. ‘Ruim tien jaar geleden was men in Noord-Oeganda desperaat, vergeet dat niet. Men wilde voor alles een einde aan het geweld en een terugkeer van de ontvoerden. Dat betekent niet dat men geen gerechtigheid wilde, maar men dacht destijds eerst en vooral praktisch. De beweging voor amnestie en verzoening werd gezien als een alternatief voor de militaire strategie die in die fase nog niet helemaal had gewerkt.’

Omach vindt dat nu, met de lra op haar laatste benen, Dominic Ongwen berecht moet worden. ‘We moeten mensen niet te makkelijk laten wegkomen’, zegt hij. ‘Ongwen heeft afschuwelijke misdaden gepleegd.’ Omach wijst erop dat berechting van Ongwen in Den Haag niet automatisch iedere lokale benadering van conflictoplossing uitsluit. Na een mogelijke gevangenisstraf kan Ongwen nog altijd in Noord-Oeganda een reinigingsritueel ondergaan zoals veel andere ex-leden van de lra.

Bij de zaak van Dominic Ongwen dringt zich de vraag op of – en zo ja: waar – er een grens moet worden getrokken bij een besluit om een kindsoldaat te vervolgen. Ongwen werd ontvoerd als minderjarige. Als volwassene beging hij vermoedelijk meer wreedheden dan de meeste andere lra-rebellen die als kind ontvoerd waren. Maar waar ligt de lat voor vervolging? Bij tien moorden? Bij honderd? Tweehonderd? Talrijke andere lra-leden die mensen doodden, kregen amnestie.

‘Kwantificeer het niet, maar kijk naar de specifieke misdaden’, zegt Agnes Ocitti. ‘Ongwen doodde niet alleen eigenhandig mensen, hij gaf ook orders tot het doden van mensen. Hij liet hele dorpen uitwissen.’

‘Ongwen doodde niet alleen eigenhandig mensen, hij gaf ook orders tot het doden van mensen. Hij liet hele dorpen uitwissen’

Een proces tegen Ongwen moet duidelijk maken van welke aanvallen hij concreet beschuldigd wordt en in welke omstandigheden hij opereerde. Van het icc is officieel alleen bekend dat het Ongwen verdenkt van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid zoals moord en plundering ‘in 2004’ en ‘in Oeganda’.

Denis Otim werkt in Gulu voor het Refugee Law Project, een organisatie die positief tegenover amnestie staat. Otim vreest dat het proces tegen Dominic Ongwen de nog resterende lra-leden in de bush afschrikt. Dat zij niet meer te voorschijn durven te komen om amnestie te vragen omdat ze bang zijn dat ze zullen worden vervolgd. lra-leden zonder arrestatiebevel van het icc hebben in principe recht op amnestie, maar dat gegeven gaat, ver weg in de jungle, misschien verloren. ‘Als Ongwen zelf amnestie zou krijgen, zou dat die anderen juist kunnen aanmoedigen om terug te komen.’

Agnes Ocitti gelooft niet in deze redenering. ‘Als de nog resterende lra-leden willen terugkomen, waarom hebben ze dat dan niet al gedaan?’ Ze erkent dat sommige ‘rebellen’ misschien wel wíllen terugkomen maar tegen hun zin vastzitten in de bush. Ocitti kreeg zelf overigens nooit amnestie, al had ze daar als returnee wel recht op. ‘Ik weigerde. Door amnestie aan te vragen, zou ik hebben geïmpliceerd dat ik een rebel was. Ja, strikt gezien ben ik misschien nog steeds een rebel.’ Ze wilde wel vergiffenis vragen van de familie van het meisje dat ze in 1996 onder dwang doodsloeg in de bush. Maar ze heeft de familie nooit kunnen vinden. ‘Ik heb om vergeving gevraagd aan de geest van het meisje.’

Dominic Ongwen werd vermoedelijk geboren in het dorpje Coo-Rom, of Corom. Hij zei dat in elk geval zelf maandag in Den Haag. Een familie in een ander dorp in Noord-Oeganda claimt dat Ongwen ‘van hen’ is, maar autoriteiten in de regio gaan ervan uit dat die familie zich vergist, zo laten zij desgevraagd weten.

‘Ouders weten na al die jaren niet of hun kind nog leeft of waar hun kind is’, zegt een medewerkster van de Oegandese amnestiecommissie die anoniem wil blijven. ‘Mensen hebben geen foto’s of geboortebewijzen. Herinneringen raken vervormd, mensen creëren hun eigen waarheid. Iedereen wil graag dat zijn of haar kind nog leeft, dus als er iemand te voorschijn komt, zoals nu Ongwen, menen sommige ouders dat het hun kind zal zijn. Het illustreert het trieste probleem van de vermiste kinderen in Noord-Oeganda.’

De autorit van een uur van het stadje Gulu naar Corom voert over onverharde wegen omzoomd door manshoog gras dat koperachtig kleurt door het stof dat opstuift in de droogte. Corom blijkt te bestaan uit precies tien hutten van leem en riet. Kippen en geiten scharrelen er onder een schroeiende zon.

‘Dominic is van hier ja’, zegt Madalena Akot in de schaduw van een hut. Akot zegt dat ze een van de twee vrouwen was van de vader van Ongwen. ‘Ik herinner me Dominic nog als jongetje. Hij was een harde werker. Verlegen ook, hij praatte nooit veel.’

Akot vertelt dat de vader en de biologische moeder van Ongwen gedood werden een dag nadat Ongwen ontvoerd werd toen hij buiten het dorp liep. ‘De rebellen vielen ons dorp aan en sloegen de moeder dood met stenen.’

Tussen de hutten van Corom lopen kinderen. Die drie, wijzen de dorpelingen, zijn kinderen van Dominic. Hij liet ze in september vorig jaar vrij in de Centraal-Afrikaanse Republiek, samen met een vrouw en met de boodschap om de kinderen naar zijn geboortedorp te brengen.

De Oegandese amnestiecommissie ondervroeg de vrouw en stuurde de drie kinderen vervolgens naar Corom. Van Dominic Ongwen wordt gezegd dat hij vaker vrouwen en kinderen vrijliet of liet ontsnappen – zie ook het voorbeeld van Florence Ayot. Ongwen ging volgens sommige berichten ook wel eens in tegen de orders van lra-leider Joseph Kony.

Een van de drie kinderen die naar Corom werden gebracht, een meisje van een jaar of zes in een versleten rode trui, houdt haar rug naar de bezoekers gekeerd. Ze praat niet en staart voor zich uit. ‘Ze is getraumatiseerd’, zegt Madalena Akot. ‘Heel af en toe als er hier een vliegtuig of een helikopter over komt, gaat ze schreeuwen en duikt ze weg in een hut.’

Madalena Akot zegt dat ze Dominic Ongwen na al die jaren graag weer in haar armen zou sluiten. Ze vergeet de hele lra het liefst. Ze verloor haar man en Dominic aan de rebellen. Akot vindt dat Ongwen vergeven moet worden en moet thuiskomen. ‘Hij was nog heel jong toen hij ontvoerd werd.’