Dominique Uilenspiegel

Dominique Strauss-Kahn heeft iets van Lodewijk XIV, en iets van de klassieke schelm. Hij is slim, heeft lak aan regels en overtreedt ze met plezier. En met een glimlach. Veel mensen voelen zich getergd.

NU DSK weer op vrije voeten is, gaat hij met zijn vrouw van het ene luxe restaurant naar het andere om truffels te eten. Wel steeds met een hele sleep journalisten achter zich aan. Zo komen we aan een interessant filmpje van het stel dat na een avondje stappen in New York op woensdagavond 6 juli weer thuiskwam. Het moet laat geworden zijn, want het is al donker. Mevrouw DSK steekt de sleutel in het slot, maar ze krijgt de voordeur niet open. Ze geeft de sleutel door aan haar man, maar ook hem lukt het niet, ook niet met allerlei aanwijzingen van omstanders. Een journalist komt naar voren. Hij zal het wel even voor ze doen. Maar het slot geeft zich nog altijd niet gewonnen. Misschien is er iets met de sleutel aan de hand. DSK probeert het zelf nog maar eens een keer. En ja! De deur zwaait open. Hij stapt met zijn vrouw de hal in. Heel beminnelijk wendt hij zich nog eenmaal tot de journalisten, die beleefd buiten blijven staan, hij wenst ze allemaal een ‘bonne nuit’. Binnen enkele uren was dit filmpje meer dan twaalfduizend keer bekeken. Waarom kan zo'n triviale handeling zo fascinerend zijn? Misschien omdat het zo herkenbaar is. Iedereen heeft wel eens zoiets bij de hand gehad. Meestal reden om een tikje beschaamd te zijn, je dom te voelen, verwijten te maken aan jezelf of het slot. Maar nu overkomt het Dominique Strauss-Kahn onder het oog van een horde lacherige journalisten. En hij is eerder geamuseerd dan beschaamd.
Het heeft z'n charme om publieke figuren in actie te zien buiten het officiële protocol om. Stel dat er zo'n scène zou bestaan met Willem van Oranje en Anna van Egmont of met Napoleon en Josephine. Juist het triviale zegt veel over een mens. Je krijgt een andere kant van zijn persoonlijkheid te zien, zoals hoe Strauss- Kahn er blindelings op vertrouwt dat zijn vrouw (die hij de afgelopen jaren nogal eens bedrogen heeft) de sleutel bij zich heeft en de deur voor hem zal openen. Terwijl je dit stel zo bezig ziet, kun je je afvragen of dit nu buitengewone mensen zijn of toch stervelingen als ieder ander.
Negentiende-eeuwse historici hebben sterk bijgedragen aan de verheerlijking van de ‘grote mannen’ uit de geschiedenis, zoals de Zonnekoning en Napoleon. Grote mannen waren volgens hen groot geworden door hun bijzondere talenten en charismatische persoonlijkheid. Daarna, in de twintigste eeuw, deden historici van alles om dit beeld te nuanceren, maar het aura van het buitengewone is toch altijd blijven hangen om publieke figuren, zowel historische als hedendaagse. Zijn ze echt anders dan hun getalenteerde tijdgenoten die door toeval net niet op de juiste plaats en tijd aanwezig waren?
Zolang je je baseren moet op geschreven bronnen is het niet eenvoudig deze vraag te beantwoorden. Je bent toch steeds afhankelijk van de blik van de ander, bijvoorbeeld van iemand als Baron de Méneval, die elf jaar lang de trouwe secretaris van Napoleon is geweest en zich daarna als een deskundige van ‘grote mannen’ heeft opgeworpen. Hij schreef zijn herinneringen aan de kleine generaal, die hij oprecht bewonderde: ‘De natuur heeft Napoleon een overvloed aan talenten geschonken die ze bewaart voor de bevoorrechten die zijn voorbestemd om de mensheid te bevelen, te besturen en te verlichten.’ De Méneval gaf veel aardige details en anekdotes uit het leven van Napoleon, maar ze zijn allemaal ingekleurd door zijn grote liefde voor deze man, die hij als een held verheerlijkte. Hij geeft maar weinig aanleiding te denken dat Napoleon een gewoon mens geweest kan zijn. Naast deze memoires is er onvoorstelbaar veel meer over Napoleon geschreven, door vriend en vijand, maar door alle afwegingen die je maken moet over de vooringenomenheid van elke bron kun je nooit zo'n helder beeld krijgen als met zo'n schijnbaar futiel filmpje. Je mist toch altijd iets.
Filmbeelden hoeven overigens niet alleen maar bij te dragen aan de ontmythologisering van grote mannen. Ze kunnen evengoed ook bewondering afdwingen. Strauss-Kahn komt in het filmpje aanlopen met een ingetogen glimlach door een haag van flitsende fotografen. Hij schrijdt naar de voordeur, met onder zijn arm een rode doos geklemd, alsof hij daarin nog een belangrijk dossier meedraagt, zoals toen hij nog in functie was. Het doet denken aan de onvergetelijke scène in Sunset Boulevard met Gloria Swanson, die als voormalig filmactrice in een droomwereld leeft, denkend dat ze nog altijd als een diva aanbeden wordt.
Strauss-Kahn moet weten dat de meute hem volgt omdat men in hem een verkrachter ziet die twintig jaar gevangenisstraf boven het hoofd hangt. Hij moet inmiddels wel begrepen hebben dat hij door een groot deel van de Amerikanen wordt beschouwd als ‘Le Perv’. Maar geen moment raakt hij van zijn stuk, geen spoor van schaamte, geen enkele aarzeling. ‘Wat is nu uw gemoedstoestand?’ roept iemand uit het publiek. Geduldig antwoordt hij: ‘Die van iemand die er niet in slaagt zijn sleutel uit het slot te halen.’
Zou Lodewijk XIV ook zo door Versailles geschreden hebben? Er is een overeenkomst met DSK. Ook hij was een bekend vrouwenverslinder en ook hij werd door de geestelijken, die toen eenzelfde soort macht hadden als de media nu, het vuur aan de schenen gelegd en vanaf de kansel te schande gezet. Geregeld kwam Lodewijk in botsing met de geestelijken aan zijn hof, voorop de beroemde bisschop Bossuet, die de koning er graag aan herinnerde dat hij door de inzegening in de kathedraal van Reims een afgezant van God was en zich ook als zodanig behoorde te gedragen.
De kwestie sleepte zich jarenlang voort tot vlak voor Pasen 1675, toen de bisschop vond dat het nu echt afgelopen moest zijn en dat alle middelen moesten worden ingezet om de koninklijke maîtresse, madame de Montespan, van het hof te verwijderen. Er werd een ultimatum gesteld aan de vooravond van een rituele gebedsdienst waarin de koning door handoplegging zieken genas. Men geloofde toen nog dat koningen over bijzondere geneeskrachtige gaven beschikten en vele duizenden mensen waren van heinde en verre gekomen in de hoop op genezing. Nu zette de bisschop de koning voor het blok. Hij zou hem de absolutie niet geven als hij niet beloofde zich van zijn maîtresse te ontdoen. En zonder de absolutie kon de koning de al aangekondigde religieuze genezingsceremonie niet uitvoeren. De druk werd toen te groot en Lodewijk zwichtte voor de devots, want hij bereidde zich voor op een oorlog en vreesde de schade die zijn imago hiermee zou oplopen. De maîtresse werd toen weggestuurd.
Bijna een jaar heeft de koning zich aan zijn gelofte gehouden trouw te blijven aan zijn vrouw. Heel moeilijk was dit niet, want hij was in oorlog met de Republiek der Nederlanden en verbleef steeds aan het front, ver van de meest verleidelijke vrouwen. In de zomer van 1676, na de overwinning op Maastricht, keerde Lodewijk als triomfator terug en bijna meteen, nog tijdens de overwinningsfeesten, vatte hij de relatie met zijn maîtresse weer op. Negen maanden later beviel ze van een bastaarddochter.
De hofgeestelijken voelden zich door de koning geprovoceerd. Want terwijl de koning eerst nog zijn maîtresses in het geheim ontmoette, liet hij ze steeds vaker in het openbaar verschijnen tot ze een vanzelfsprekend deel van het hof geworden waren. Zelfs buitenlandse ambassadeurs wisten dat ze niet alleen de koning, maar ook zijn maîtresse-en-titre met een bezoek moesten eren. Alle pogingen van de bisschop om Lodewijk weer in het gareel te krijgen, stuitten op een muur van onverschilligheid.
Wat was de koning dan voor man die de druk van de kerk wist te weerstaan zonder daar al te veel consequenties van te ondervinden? De bronnen lopen in hun oordeel uiteen. Tijdgenoten beschreven hem als wijs en verstandig, anderen vonden hem arrogant. Trouwe dienaren vonden hem uiterst intelligent, tegenstanders beweerden dat hij te dom was om te leren schrijven. Het is moeilijk om meer dan drie eeuwen later het karakter van deze koning met zijn lange pruik, strakke maillot en pofbroek te doorgronden. Een filmpje zou werkelijk helpen.

NU IK DSK in actie heb gezien, komt er een aspect naar voren waar je niet zo gauw aan denkt bij machtige mannen die zich voornamelijk in plechtige entourages bewegen. Zijn succes met de sleutel, zijn lach, zijn opgewekte grappen hebben iets weg van de klassieke schelm. Tijl Uilenspiegel bijvoorbeeld. Iemand die slim is, lak aan regels heeft en er vrolijk van wordt ze te overtreden. De echte schelm geniet ervan te botsen met degene die zulke onzin verdedigt en bedenkt. Het lijkt bijna een voorwaarde voor zijn levenslust.
Naar het nu lijkt, is Strauss-Kahn terechtgekomen in een opzetje om hem op de een of andere manier af te persen. Hij is daarbij in handen gevallen van puriteinse Amerikanen die hij als ware schelm altijd al wel zal hebben veracht. Zo zit hij in de nacht van zijn arrestatie onverschillig achterover geleund op een bankje, ongeschoren en met een losgeknoopt overhemd, alsof hij op vakantie gaat en verveeld op een vertraagd vliegtuig wacht. Hij lijkt de bewakers niet eens te zien, de mannen in hun slecht zittende uniform met grote handboeien aan hun riem, die opdracht hebben ervoor te zorgen dat hij ze niet ontglipt. Ze kijken grimmig, alsof ze met de bewaking van deze al wat oudere man een zware opdracht hebben gekregen, al lijkt het niet bepaald waarschijnlijk dat Strauss-Kahn ineens de benen neemt. Toch hebben ze gedeeltelijk wel gelijk. Fysiek hebben ze hem te pakken, maar geestelijk nog niet.
Een echte schelm is ongrijpbaar en zo zit DSK erbij. Vol zelfvertrouwen en met maling aan het preutse Amerika. Hij heeft daarmee veel Amerikanen in de kern van hun ziel geraakt. Dat is ook te merken aan de reacties die bij het filmpje zijn geplaatst. De meeste zijn vol walging en zien alleen zijn gestuntel. Hij is rijk en verwend: ‘Has this man ever opened a door in his life?’ Of te machtig: ‘WOW!!! And this guy was at some point in charge of the world’s money.’ En hij is een man: ‘He wouldn’t have a problem if they had put some hair around it.’ Ze zijn blind voor het feit dat het niemand lukt het slot te openen behalve nou juist DSK. Het conservatieve deel van het land is door zijn houding zo getergd dat ze hem het liefst willen stenigen.
De geschiedenis is vol met koningen, keizers, presidenten en allerlei bestuurders die het zo nauw niet namen met morele regels. Maar ze hebben lang niet allemaal als schelmen gehandeld. De schelm herken je aan zijn lichaamstaal. Alle overtredingen worden met een glimlach begaan. Prins Charles, met zijn humorloze blik, valt ondanks zijn escapades met Camilla meteen al af als schelm. Over Clinton kun je nog twijfelen. Tijdens de Lewinsky-affaire toonde hij af en toe een aarzelende lach die niet altijd overtuigde. Maar hoe zit dat nou met Lodewijk en Napoleon? Dat zullen we helaas nooit weten.