Domme blanken

Progressief Amerika was met stomheid geslagen toen twee jaar geleden ‘The Bell Curve’ verscheen. Wat viel er in te brengen tegen dat uitvoerige betoog over de aangeboren domheid van zwarten? Een boel, stellen nu eindelijk zes Californische sociologen. Maar of ze gehoor vinden, is een andere vraag.
Inequality by Design: Cracking the Bell Curve Myth, door Claude S. Fischer, Michael Hout, Martin Sanchez Jankowski, Samul R. Lucas, Ann Swidler en Kim Voss verscheen vorige week bij Princeton University Press in de VS.
HET AMERIKAANSE debat over positieve discriminatie wordt nu pas echt gezellig. Vooral in Californië lopen de gemoederen dezer dagen hoog op. Niet alleen gouverneur Pete Wilson (tegen), president Bill Clinton voor, (maar in aangepaste vorm), presidentskandidaat Bob Dole (tegen), universiteitsbestuurders (meest voor) en werkgevers (meest tegen) doen hier hun zegje - nu is ook de voormalige Ku-KLux-Klanleider en beruchte racist David Duke door een studentenvereniging uitgenodigd om zijn visie op voorkeursbehandeling te geven.

Dat zou nog wel eens jaren-zestigachtige protesten kunnen geven op campussen als Berkeley en Northridge, waar Duke zal optreden.
Duke zal natuurlijk zeggen dat Proposition 209, eufemistisch ook wel het ‘Californië Mensenrechten Initiatief’ (CCRI) genoemd, lang niet ver genoeg gaat. Het CCRI, waarover kiezers zich in november per referendum mogen uitspreken, zegt dat immigratie verder moet worden beperkt en affirmative action (positieve discriminatie) afgeschaft. Het woord mensenrechten krijgt zo een geheel nieuwe betekenis. Overigens is gouverneur Wilson, Republikein, furieus over de uitnodiging aan Duke. Hij steunt het CCRI, maar wil begrijpelijkerwijs niet met de racist Duke worden geassocieerd. Zo ontstaat de interessante situatie dat progressieven Duke van harte welkom heten om hun tegenstanders als extremisten te kunnen afschilderen, terwijl rechts hem vervloekt omdat hij hun campagne tegen positieve discriminatie dreigt te verstoren.
Voorstanders van positieve discriminatie zwemmen sinds 1994 tegen de stroom in. In dat jaar wonnen de Republikeinen een meerderheid in het Congres. De euforische Republikeinen bepleitten vervolgens een hervonden, heel Amerikaans 'rugged individualism’, waarin positieve discriminatie vanzelfsprekend geen plaats heeft. Die sfeer werd ook gevoed door het in datzelfde jaar verschenen boek The Bell Curve: Intelligence and Class Structure in American Life, waarin wordt beweerd dat raciale verschillen in IQ erfelijk bepaald zijn en ongelijkheid 'natuurlijk’ is.
Maar nu is er een kalme doch vernietigende reactie op The Bell Curve, afkomstig van zes sociologen uit Berkeley. Inequality by Design: Cracking the Bell Curve Myth is de eerste academische reactie in boekvorm op The Bell Curve. De sociologen leveren een heranalyse van precies dezelfde gegevens als in The Bell Curve werden gebruikt, maar de conclusies zijn radicaal anders. Zo kan zich eindelijk een intelligent debat ontspinnen over de oorsprong van en oplossingen voor maatschappelijke ongelijkheid.
Niet bekend
The Bell Curve is imposant van omvang en bevat ontelbare tabellen en grafieken die weinigen begrijpen en die bijdragen aan wat Claude Fischer, coördinator en een van de auteurs van Inequality by Design, 'pseudo-wetenschap’ noemt. Commentatoren uit de populaire media doken als haviken op Murray en Herrnstein. Hun boodschap werd weliswaar weersproken, maar overal las je ook een verhuld ontzag voor de ongelooflijke kennis en wetenschap die hier over 860 pagina’s lag uitgespreid. Murray sprak de nieuwe conservatieve meerderheid in het Congres toe, en de zelfbenoemde 'Republikeinse revolutie’ omhelsde haar nieuwe eigen partij-ideoloog.
Wat Fischer pas echt verbaasde, was dat het op wetenschappelijk niveau heel lang angstig stil bleef. Decennia lang had onderzoek aangetoond dat de ongelijke posities van verschillende etnische en economische groepen en klassen in de samenleving alles te maken hebben met omgevingsfactoren. Hadden een psycholoog en politicoloog nu plots die kennis onderuitgehaald, bleek ongelijkheid nu 'natuurlijk’? Samen met vijf collega’s besloot hij een boek te schrijven waarin The Bell Curve op overtuigende wijze naar de vuilnisbak werd verwezen. 'Lage intelligentie leidt niet tot een inferieure status; inferieure status leidt juist tot lage scores opintelligentietests’, stellen zij direct in het eerste hoofdstuk van Inequality by Design:
Inequality by design, vele malen leesbaarder en dunner dan The Bell Curve, beschrijft systematisch de onjuiste statistische methoden plus de verkeerde interpretaties van cijfers en testresultaten van The Bell Curve, om vervolgens op zoek te gaan naar wat historisch, economisch en politiek gezien die ongelijkheid wèl veroorzaakt. Fischer gebruikte hetzelfde testmateriaal als The Bell Curve: 12.500 Amerikanen werden vanaf 1979 ruim tien jaar lang getest door onderzoekers. In 1980, toen alle deelnemers tussen 15 en 23 jaar oud waren, deden zij de zogeheten Armed Forces Qualifying Test, die Murray en Herrnstein volgens Fischer abusievelijk 'IQ-test’ noemen. Wat getest werd, was aangeleerde kennis; wie het op school goed had gedaan, scoorde hoger.
DE NIEUWE interpretatie van hetzelfde onderzoeksmateriaal laat zien dat de lagere scores van minderheden alles te maken hebben met hun gebrekkige scholing, het opleidingsniveau en de status van hun ouders en familie, en de plek van herkomst. Dit zijn variabelen die Murray en Herrnstein weglieten uit hun data-analyse, terwijl ze overduidelijk bijdragen aan de lagere score van niet-blanken. Ook sekse werd niet meegerekend in The Bell Curve, terwijl het nieuwe boek aantoont dat meisjes veertig punten hoger moesten scoren dan jongens in de intelligentietest om later een zelfde inkomenspeil te bereiken. Bovendien bleek de huwelijkse staat een factor van belang: ongehuwde moeders hebben een veel grotere kans op armoede. Niemand bestrijdt dat vrouwen, zwarten en hispanics lager scoren in IQ-tests - maar de reden voor die ongelijkheid en de grote verschillen in economische en sociale status tussen de seksen en tussen blank en gekleurd hebben alles te maken met het milieu en de buurt waaruit je komt, of je man of vrouw bent, en met al dan niet latent aanwezig racisme in de Amerikaanse samenleving.
Het centrale punt in Inequality by Design is dat Amerikanen ongelijkheid en sociale misstanden helemaal niet blindelings hoeven te accepteren, dat ze door beleidskeuzen zijn ontstaan en door bewuste keuzen kunnen worden veranderd. De status quo is allesbehalve statisch.
Hoewel de Berkeley-onderzoekers de eersten zijn die tot dergelijke conclusies komen, zijn ze niet de enigen. Kritiek op The Bell Curve is er van links en rechts. Glenn Loury, een conservatieve econoom van Boston University, zei tegen de San Francisco Chronicle: 'Het probleem met The Bell Curve is niet dat het politiek incorrect is, maar dat veel van de aannamen foutief zijn of niet ondersteund worden door de argumenten in het boek.’
IN ZIJN KANTOOR op de sociologiefaculteit van Berkeley zegt Claude Fischer: 'Een tijd lang werd Murray als dè stem van de sociale wetenschap beschouwd in het maatschappelijke debat over gelijkheid en affirmative action. Dat is afschuwelijk. Het is slechte en onzorgvuldige wetenschap. Juist daarom hadden wij een professionele en ethische verantwoordelijkheid om ons boek te schrijven. The Bell Curve leverde de intellectuele rechtvaardiging voor een laisser faire-houding tegenover ongelijkheid in de Verenigde Staten, omdat de impliciete boodschap was: dit is natuurlijk en onvermijdelijk, en staatsbemoeienis is zinloos. Het boek ontwapende en demoraliseerde mensen die voor meer actieve overheidsinterventie hadden gepleit. Hopelijk geven wij hun intellectueel gereedschap om er tenminste weer een faire strijd van te maken.’ De auteurs, gemakkelijk van links-politieke motieven te betichten, worden op Berkeley trouwens als gematigd of zelfs clintonesk nieuw-rechts beschouwd.
Fischer meent overigens dat economische herverdeling en sociaal beleid in de Verenigde Staten geen absolute onmogelijkheden zijn. Niet dat hij in de illusie verkeert dat een verzorgingsstaat als de Nederlandse haalbaar is, maar 'een situatie zoals in het Amerika van twintig jaar geleden’ moet volgens hem toch weer te bereiken zijn. Hij wijst op maatregelen die in het verleden voor een meer egalitaire samenleving zorgden, zoals Medicare - de ziektekostenverzekering voor arme ouderen, opgezet onder president Lyndon Johnson - en een hulpprogramma voor gezinnen met verslaafde kinderen. Van dat laatste programma willen de auteurs van The Bell Curve en Newt Gingrich em de zijnen overigens af.
Fischers ideeën gaan in tegen alles wat Charles Murray in The Bell Curve schreef. Murray, door Newsweek in 1994 een 'intellectuele slangenbezweerder’ genoemd en door Fischer een 'pseudo-wetenschapper’, meldt vanuit Washington DC dat hij Inequality by Design nog niet heeft gelezen. Op de vraag of hij dat nog gaat doen, verzucht Murray dat hij dat vanuit professioneel oogpunt 'wel zal moeten’. Hij kan weinig zeggen over Fischers boek, maar over het algemeen laat de kritiek hem koud. Murray: 'Critici citeren zelden uit ons boek. Wat ze doen is interpreteren, waardoor je een weergave krijgt van wat zij denken dat The Bell Curve is. De kritiek zelf heeft op die manier weinig meer van doen met wat Herrnstein en ik zeggen.’ Als hij hoort dat Inequality by Design uitvoerig citeert uit zijn boek en zelfs exact dezelfde gegevens anayseert om tot heel andere conclusies te komen, grinnikt Murray. 'Dat zeggen ze allemaal.’
Murray toont zich bescheiden als het gaat over de vraag welke invloed zijn boek op beleidsbeslissingen heeft gehad of zou kunnen hebben. Dat verbaast: The Bell Curve verscheen gelijktijdig met de Republikeinse verkiezingswinst in 1994 en sloot gezien haar politieke en sociale uitspraken naadloos aan bij de verrechtsing in Washington DC en in de staten. Vervolgens ontstonden in verschillende staten initiatieven om positieve discriminatie op te heffen, zoals Proposition 209 in Californië - iets wat The Bell Curve ook voorstaat. Een citaat uit het boek: 'De overgrote meerderheid van de Amerikanen weet heel goed hoe hun eigen levens te organiseren, en beleid moet hun in de eerste plaats toestaan dat te doen.’
OOK FISCHER gelooft niet dat Inequality by Design echt effect zal hebben. 'We zijn blij als de punten die we naar voren brengen in het Congres en op de opiniepagina’s ter sprake komen.’ Dat zit er wel in. Zowel Democraten als Republikeinen willen van positieve discriminatie in haar huidige vorm af. De laatsten zijn het duidelijkst. In hun partijprogramma staat: 'We zullen het doel van dit land, gelijke rechten, bereiken zonder quota of andere vormen van voorkeursbehandeling.’ De Democraten schrijven: 'We willen positieve discriminatie verbeteren, niet beëindigen.’
De rechterlijke macht worstelt dezer dagen ook met affirmative action. In Boston dwong een rechter vorige maand de prestigieuze publieke school Boston Latin om een blank meisje toe te laten dat meermalen geweigerd was ten gunste van zwarte en Latino leerlingen die slechter scoorden dan zij voor het toelatingsexamen. De rechter noemde het quotasysteem van Boston Latin 'grondwettelijk verdacht’. En de progressieve universiteit van Berkeley, eind jaren zeventig een van de eerste plaatsen in Amerika waar positieve discriminatie werd toegepast, zou in 1996 een van de instellingen kunnen zijn die gedwongen voorop loopt in de afschaffing van positieve discriminatie. De universiteit is een staatsschool en hoewel een mogelijke afschaffing door het CCRI-referendum meteen voor de rechtbank bestreden zal worden, is niet duidelijk wat juristen zullen besluiten met betrekking tot de grondwettelijkheid van het ingewikkelde stelsel van federale en staatswetten en -regelingen dat affirmative actionin goede banen leidt. En mogelijke afschaffing per referendum zou weer een aantasting van federale macht kunnen betekenen, wat de machtstrijd tussen Washington en de staten verder kan aanwakkeren.
HET MOOISTE VOORBEELD van hoe positieve discriminatie kan werken is nota bene een top-Republikein: Colin Powell. De oud-generaal en mogelijke kandidaat voor het ministerschap van Buitenlandse Zaken onder Dole, of voor het Republikeinse presidentschap in 2000, vertelt in zijn autobiografie hoe hij de top in het Amerikaanse leger bereikte doordat bij een van de promotierondes de lijst enkel uit blanken bestond. Degene die moest besluiten vond dat wonderlijk en droeg zijn ondergeschikten op nog eens goed te zoeken naar mensen met kwaliteit èn een donkere huidskleur. Men kwam op de proppen met Powell, die later samen met Generaal Norman Schwarzkopf voor Amerika de Golfoorlog won. Zo, vindt Powell, was de positieve discriminatie, die onder de Republikeinse president Nixon begin jaren zeventig is ingevoerd, eingelijk bedoeld.
Inequality by Design wijst op het verregaande individualisme in de Amerikaanse samenleving. 'Wij Amerikanen geloven rotsvast in het idee dat ieder mens een produkt van zichzelf is. Of het nou erfelijk is of gevormd - je maakt jezelf’, zegt Fischer. Vanuit dat perspectief is gelijke mogelijkheden het enige echt noodzakelijke. Over de kennelijk vanzelfsprekende ongelijkheid aan de eindstreep hoor je niemand. Een Amerikaanse corporate executive officer verdient 225 dollar tegen elke dollar die zijn gemiddelde werknemer krijgt. Dat ongelijkheid alles te maken heeft met politieke keuzen, in dit geval die van Reagan en Bush, toont de waanzinnige groei van die ongelijkheid: in 1974 was de verhouding werkgever-werknemer nog 35: 1.
Het is mooi dat de intellectuele elite in Inequality by Design de academische rechtvaardiging vindt voor wat zij met haar boerenverstand al wist: intelligentie, prestatie en mogelijkheden kun je vormen en verbeteren. Maar dit boek zal hooguit een tiende halen van de verkoopcijfers van The Bell Curve, waarvan honderdduizenden exemplaren zijn. De vraag is of de mensen die wakker lagen van The Bell Curve - zwarte studenten die dank zij affirmative action Berkeley waren binnengekomen bijvoorbeeld - nu over deze ondermijning van de argumenten van Murray en Herrnstein zullen horen.