Domme witte voetballers

Ze zaten nederig en gedisciplineerd te lebberen aan een glaasje frisdrank. Twee donkere vlekken in het halfduister van een lounge. Twee vogels met natte en glanzende veren en treurige ogen. Het aangrenzende stadion was leeggelopen en leek al op het kerkhof dat het nu geworden is. Ik had me een vrolijk onderhoud voorgesteld, maar naarmate het gesprek vorderde voelde ik me in een moeras van neerslachtigheid wegzakken.

Deze ontmoeting vond ongeveer een jaar of tien geleden plaats. In Frankrijk keek men toen gefascineerd naar de ‘zwarte tornado’ die door het van oudsher blonde en witte Ajax raasde en die het Nederlandse voetbal in een veranderingsproces had gestort. Aron Winter en Stanley Menzo waren toen net twintig. Hun verhaal heb ik die dag opgetekend. Een relaas dat even treurig kleurde als hun ogen en dat in de bruisende lounge bijna niet te verstaan was omdat voortdurend werd gefluisterd. Alsof ze vreesden afgeluisterd te worden.
Die avond begreep ik dat het succes en de roem die zwarte spelers ten deel vallen, geen garantie vormen voor een betere acceptatie door hun witte omgeving. 'Het is een illusie. Op de grasmat hoor je de beledigingen die uit de tribunes van je eigen supporters opstijgen. Als je even minder in vorm bent, word je toch weer een rotneger’, vertelde Aron Winter me.
Tien jaar later heeft de zwarte generatie van fluisteraars-met-melancholische blikken plaatsgemaakt voor een nouvelle vague van kleurrijke spelers. Soms zijn ze zelfs verenigd in esoterische verbanden die als naam 'De Kabel’ dragen. Een turbulente lichting van welgestelde rebellen, succesvol en zeer rijk, goed gebekt en strijdlustig. Toch dragen ze hetzelfde mal de vivre als hun voorgangers in hun zielen. Een existentialistisch onbehagen dat nog steeds niet tot hun witte Nederlandse omgeving doordringt.
Voor het kleine, conservatieve voetbalwereldje is het ook even wennen. Sinds wanneer mag een zwartje een arrogante grote bek opzetten in plaats van op zijn knietjes te kruipen en dankbaar te zijn voor het feit dat men hem uit zijn oerwoud naar het nationale team heeft gehaald?
Het blanke Nederlandse voetbalwereldje is doof, blind en vooral dom. Het kan niet tellen en het kan helemaal geen statistieken lezen. Van het Magische Trio Gullit, Rijkaard en Van Basten dat het Nederlands elftal in de jaren tachtig tot ongekende hoogten heeft opgezweept, waren twee spelers zwarte Surinamers. In de jaren negentig is de inbreng van donker bloed in de oranje aders van een nog groter belang. Van de elf spelers die in de basis stonden tijdens de westrijd tegen Turkije, waren er vijf van Surinaamse origine. Bijna de helft dus! En toch wonen er geen zeven miljoen Surinamers in dit land. Het zwarte reservoir waaruit Nederland put om op grote internationale toernooien goede sier te maken, bestaat uit niet meer dan een paar honderdduizend zielen. Rest maar één conclusie: Surinamers zijn vele, vele, malen bekwamer dan witte Nederlanders in het trappen tegen een bal.
Die erkenning is er in Nederland nooit geweest. Dat heeft de malaise en frustratie van de zwarte spelers alleen maar versterkt. Het zijn dus de witte spelers, trainers en sportjournalisten die in hun handen mogen knijpen, dankbaar dat al die zwartjes het oranjeshirt de rug nog niet hebben toegekeerd. Maar in de superieure blanke kop komt het nog steeds niet op. Eerst hebben de witte sportjournalisten een hetze tegen Kluivert ontketend omdat hij er een andere seksuele moraal op nahield. Vervolgens is er na de westrijd tegen Turkije een nieuwe klopjacht tegen Seedorf, Bogarde en Kluivert - die verfoeide Kabel dus - ingezet omdat zij hun onbehagen in het Surinaamse blad Obsession hebben geëtaleerd. Wat die jongens zeggen is dat ze zich in het Nederlands team niet op hun gemak voelen, dat ze het idee hebben niet gerespecteerd te worden en minder te tellen dan hun witte collega’s. En maar dromen van een Surinaams elftal waarin 'donkere jongens elkaar door dik en dun steunen’. Als ik dat lees, denk ik dat er toch wel ergens een probleem zit. En dan verwacht ik, heel Hollands, dat er een paar praat- en werkgroepen, tv-programma’s als Rondom tien of De ronde van Witteman tegenaan gegooid worden teneinde de kostbare zwarte component van Oranje bij Oranje te houden. In plaats daarvan wordt een nieuwe hetze van witte sportjournalisten tegen zwarte spelers in hun krantjes ontketend. In de sportpagina’s eist men kadaverdiscipline en wordt die Kabeltjes geen enkele vrijheid van meningsuiting gegund. Ik kan ter afsluiting slechts herhalen: het witte voetbalwereldje is blind, doof en vooral dom.