Reis langs de luchtkastelen der moderne romantiek

Domweg gelukkig

Ikea, Batavia Stad, Natuurmonumenten – schrijver Tommy Wieringa onderzoekt of dergelijke concepten de vervolmaking van Nederland betekenen.

«En ieder slooft zich ten uiterste af om de oorlog op een oorlog te laten lijken»

(Antoine de Saint-Exupéry, Oorlogsvlieger)

Op 23 januari 2001 is Nederland klaar. Die dinsdag, half tot zwaar bewolkt met aanvriezende weggedeelten in de avond, wordt de Grootschalige Basiskaart van Nederland gepresenteerd. Nederland is het enige land ter wereld met zo’n gedetailleerde kaart van zichzelf. Elk schuurtje, elk zandpad en elke steiger staat erop. In print bestrijkt de kaart ettelijke voetbalvelden, er is 25 jaar aan gewerkt, het wordt een «geografisch deltawerk» genoemd.

In de nazomer van 2004 rij ik door dit voltooide land, schoenen uit, raam open, huis zwaluwen brengen de tweede leg al groot. Het is een schitterende ochtend om de tekenen van afheid te zoeken, met als uitgangspunt dat het concept de hoogste uitdrukking is van een ontworpen, voltooid land. Het concept is een financieel-economische categorie, bedoeld om de klant in de kooplustige stemming te brengen die aan een transactie voorafgaat. Conceptualisering betekent een voortdurende verfijning van het contact tussen producent en consument.

Op de kaart zet ik een route uit langs een aantal concepten in de Randstad en omstreken. Als je er eenmaal op let, liggen ze overal voor het oprapen. Van Ikea in Amsterdam-Zuidoost tot Batavia Stad en de Vereniging Natuurmonumenten in de polder zijn de concepten glas helder; het is een röntgenachtige ervaring om op deze manier naar Nederland te kijken.

Vaak hebben concepten een historische aanleiding die door iedereen begrepen kan worden. Zo verrees achter de dijk in Lelystad een compleet zeventiende-eeuws VOC-dorp waar fabrikanten hun restpartijen verkopen tegen bodemprijzen: Batavia Stad. Nederlands eerste outlet-center werd in dezelfde tijd opgeleverd als de Grootschalige Basiskaart; sinds de zomer van 2001 werden in Batavia Stad 5,5 miljoen bezoekers geteld die hun ervaring gemiddeld beoordeelden met een 7,6.

Uit de vestingmuur rondom Batavia Stad steken pittoreske kanonsloopjes, de wapperende vlaggen seinen SALE, wat hier het stads wapen is. Honden zijn binnen de muren niet toegestaan. Honderden kinderen wel. In de map Algemene Informatie vinden we: «In Batavia Stad wordt het outlet-concept aangeboden in een setting die is geïnspireerd op de Gouden Eeuw. Bij het binnengaan van Batavia Stad door één van de drie toegangspoorten wordt onmid dellijk de sfeer van bedrijvigheid en handel duidelijk, die zo kenmerkend is voor Nederland tijdens de zeventiende eeuw. Binnen de muren geen kolossale winkelpanden met grote etalages, maar intieme winkels achter karakteristieke gevels. (…) Hierdoor ontstaat een sfeer van ambachtelijke bedrijvigheid in een vestingstad. Het concept outlet shoppen speelt in op de Hollandse koopmansgeest, wat naadloos aansluit bij de Gouden Eeuw en het uiterlijk van het stadje.»

Ik spreek Karin Dekker, directeur van Batavia Stad, niet toevallig opgeleid als industrieel ontwerper in Delft. Ze is opgetogen over haar stad: «Ik noem mezelf geen directeur maar burgemeester, en het managementteam noemen we de Stadsraad. De façade van Batavia Stad werkt zo goed omdat het zo ongelooflijk knap is doorgedetailleerd. Een goed concept is doorgevoerd in alle facetten van het bedrijf. Ons infobulletin heet het Stadsjournaal en we proberen het personeel te stimuleren door inspirerende spellen voor ze te bedenken, ze kunnen bijvoorbeeld goudstaven winnen door goede service te verlenen. We zijn tenslotte een VOC-dorpje.»

Goudstaven, aha. Maar is het uiterlijk van de stad niet eerder Scandinavisch?

«Ik hoor ook wel dat het op Willemstad lijkt, maar nee, we zijn letterlijk een vissersdorpje, zó zag het eruit. We zijn in Nederland met heel veel mensen die keus hebben uit heel veel producten: dat maakt de consument zo kritisch. Hij wil service die past bij het product, en wordt daarin bevredigd door eenvoudige, krachtige concepten. Wat wij eigenlijk willen met een concept als Batavia Stad is een plaatsje kopen in het hoofd van de consument.»

Terug naar de Randstad, distels pluizen in de berm van de A6. Ik denk aan Karin Dekker die werkelijk gelooft dat ze burgemeester is van een zeventiende-eeuws vissersdorpje. Misschien kan het niet anders en moet de uitvoerder van een ver doorgedreven concept er zelf diep in geloven om het te laten slagen, zoals priesters werkelijk denken dat ze het woord van God verkondigen.

Bij Almere staat links in de weilanden Kasteel Almere. Het concept Nederland mag dan zijn voltooid, Kasteel Almere is dat beslist niet. Het was bedoeld als hotel annex partycentrum, maar de bouw ligt al heel lang stil. Vanaf de weg is de kasteeltoren van grijze betonplaten te zien, en een aantal bijgebouwen zonder dak. Het is niet gemakkelijk om er te komen, ik verdwaal op fietspaden tussen het groen en vraag op een bruggetje de weg aan een gepensioneerde wandelaar met hond en tennisbal. Hij heet Bert, gewoon Bert, geen achternaam, «je weet nooit wat er kan gebeuren». Achter ons ligt het kasteel, waterwegen scheiden ons van het terrein. Bert weet waarom het project is mislukt, zijn pratende hoofd steekt door het open portierraam en vertelt het hele verhaal van ongedekte leningen tot een directeur van de Rabobank die zich wellicht expres doodreed tegen een pilaar van een viaduct. «Jammer, heel jammer, het was een schitterend idee. Het is een reproductie van een Waals kasteel, een hotel moest erin komen, een oranjerie, zalen, horeca. Langs de oprijlaan werden zestien jaar oude kastanjes geplant, het kon niet op. Nu ligt het precies twee jaar stil. Als je er echt heen wilt, moet je afslag Almere Haven nemen en daar maar verder zoeken.» Bert gooit de tennisbal, de hond verdwijnt in de aangelegde bosschages van de Almeerse wandelzone.

Kasteel Almere is vanuit elke hoek te zien, maar er leidt slechts één vrijwel onvindbaar weggetje tussen een haag van berenklauw naartoe. Melden bij uitvoering, staat op een bord, en Hadi Bewakingen dreigt met honden achter een scherp betand hek. De toegangsweg van betonplaten is overgroeid met onkruid, in de verte staat de grijze graalburcht die al een ruïne is nog voor hij een kasteel was. Rafelig plastic wappert voor de ramen.

Waarom bouwen mensen kastelen na in de 21ste eeuw, waarom verschijnen er VOC-dorpen in de polder? Het loopt tegen de middag, voor het antwoord op zulke vragen moet ik naar Lucas Verweij in Rotterdam, tot wiens beroep het hoort om losjes maar in hoog tempo te filosoferen over vormgeving en ruimtelijke ordening. Hij ontvangt in korte broek en schenkt cola met ijsblokjes. Zijn kaartje vermeldt dat hij werkt voor Premsela, Stichting voor Nederlandse vormgeving. Ik wil het hebben over concepten in het algemeen en kastelen en VOC-dorpen in het bijzonder.

Lucas Verweij: «Allereerst de vaststelling dat Nederland af is. Natúúrlijk is dat zo. We hebben altijd ergens naartoe gewild, en nu zijn we er. We moeten accepteren dat dit het is, morgen wordt in Nederland niet beter dan vandaag. Het land is klaar, de rest is onderhoud. Maar tegenover die Totalordnung staat de romantiek: enerzijds zijn onze binnensteden dood gereguleerd door de evenementencultuur, anderzijds door en door gehistoriseerd.» Ik veer op.

De binnenstad van Utrecht!

«De grachtengordel! Daar trap je veel meer mensen mee op hun pik. De steden raken in zichzelf opgesloten door de hoge grondprijzen, dus voor de dynamiek moet je kijken naar plaatsen waar de grondprijzen laag zijn. Dan krijg je kastelen en VOC-dorpjes in de polder. Mensen willen een historische worteling terugzien in hun omgeving, neem de riviertjes die ooit zijn gedempt en nu in oorspronkelijke staat worden teruggebracht. De Gender bij Eindhoven komt op de oude plek te liggen, daar is draagvlak voor. Ook concepten als Batavia Stad en Kasteel Almere vormen opportunistisch gekozen achter elkaar liggende historische façades. De grond van een ontwerp moet liggen in een schijnbaar natuurlijke aanleiding.»

En voor de historische binnensteden geldt een kunstmatige authenticiteit?

«Ze ademen de sfeer van historische duurzaamheid, maar als de vraag van de consument verandert, komen er weer andere coulissen.»

En wat moeten we aan met een af land?

«Natuurlijk levert afheid een zingevings crisis op, maar we moeten niet meer proberen iets fundamenteel te veranderen. We hebben het goed voor elkaar. Dit is een postindustrieel, geslaagd land.»

Bij het afscheid overhandig ik Verweij een handvol muntgeld, niet als loon voor zijn informatie maar omdat hij zijn chipkaart leende voor een parkeerticket. Verweijs laatste woorden zijn: «De coulissenidentiteit van Nederland wordt ingegeven door gebrek aan tijd. Tijdens een wandeling van 35 minuten door de natuur willen we een paar dingen beleefd hebben: een bos, een watertje, wat rietland misschien. We hebben kort de tijd, dus in die korte tijd moeten een paar belevenissen zitten.»

Dat treft, want de volgende halte is de Ver eniging Natuurmonumenten, producent van natuurbelevenissen. Als we Nederland beschouwen als een park dat weliswaar af is, maar waar de seizoenen nog kleur geven aan het concept, dan is Natuurmonumenten de plantsoenendienst. De vereniging beheert tachtigduizend hectare natuur verdeeld over 330 natuurgebieden. In de nota Genieten van de natuur: Recreatiebeleid bij Natuurmonumenten staan de doelstellingen beschreven: «Natuurmonumenten levert mogelijkheden voor natuur- en landschapsbeleving. (…) Natuurgebieden zullen zo ingericht worden dat de belangrijkste natuur- en landschapsaspecten van het gebied beleefbaar zijn. Door aantrekkelijke wandelpaden aan te bieden, van waaraf de belangrijkste aspecten van het gebied van dichtbij te beleven zijn, wordt het van de paden afwijken onaantrekkelijk; het pad dient het gemak van de mens. Uitgangspunt is dat buiten de paden niet veel anders te zien is dan vanaf de paden. Naast het aanbieden van dit padennet is het in een aantal fysiek makkelijk toegankelijke natuurgebieden mogelijk om van de paden af te gaan (struinnatuur).»

Het concept is duidelijk: beleefbare natuur, overal hetzelfde en begrijpelijk voor iedereen. Het is tot in de details uitgedacht en verschilt daarin niet van de grondgedachte van Batavia Stad. «Van de Sint-Pietersberg tot aan Schiermonnikoog en van de Duivelshof tot aan het Zwanenwater wordt dan ook hetzelfde verhaal verteld: het Natuurmonumentenverhaal. (…) Cultuurlandschappen zullen bijvoorbeeld gekarakteriseerd worden door brede, goed onderhouden paden, draaihekjes en mooi uitgevoerde banken, terwijl in nagenoeg na tuurlijke landschappen gestreefd zal worden naar het creëren van een illusie van niet ingerichte natuur.»

Mogelijke extra voorzieningen zijn «een speelweide met ruige hoeken» en een «rituelenbos, waar mensen een boom kunnen adopteren voor de geboorte van een kind of ter nagedachtenis aan een geliefd persoon».

Het pad dient het gemak van de mens en de illusie van niet ingericht landschap, de struinnatuur en het rituelenbos komen tegemoet aan de wens van mogelijke doelgroepen.

In Muiderberg ontmoet ik Gradus Lemmen, every inch een boswachter. Hij is beheerder van het Naardermeer, het oudste gebied van Natuurmonumenten, en draagt een groen boswachterspak. «Ik ben beheerder, maar in de uiting naar het publiek heet ik boswachter, dat is de term die bij het publiek populair is. Het uniform is vanwege mijn publieksfunctie.»

Als zijn mobiele telefoon gaat, klinkt er een hysterisch sjirpende cicade. Lemmen negeert de cicade, zijn wijsvinger volgt de courante wandelroute op een satellietfoto van het Naardermeer en omliggende polders. Het vertrekpunt is station Naarden-Bussum, de route is achttien kilometer lang en voert langs hooilandjes met orchideeën, open water in diverse schakeringen, gemaaid rietland, verouderd rietland en moerasbos. Op een aantal plaatsen komt de wandelaar Galloways tegen, geïmporteerde grazers met een vervaarlijk uiterlijk maar een zachtaardige inborst. Twintig- tot dertigduizend mensen lopen jaarlijks het rondje Naardermeer, merendeels hoger opgeleiden. Lemmen: «Hoger opgeleiden hebben een voorkeur voor natuurlijke natuur, lager opgeleiden voor georganiseerde natuur. In onze gebieden scheppen wij de omstandigheden waarbinnen een autonoom proces plaatsvindt. Natuur ontstaat door natuurlijke dynamiek, onrust. Wind, verlanding, verstuivingen, overstromingen, maar dat kunnen we niet meer hebben hier. In Nederland zijn alle natuurlijke vormen van dynamiek stilgelegd omdat ze voor ons bedreigend zijn. Maar gebrek aan dynamiek levert eenvormige natuur op, dus wekken we kunstmatig onrust op waarbinnen beleefbare natuur kan ontstaan.»

Het rondje Naardermeer (NS-wandeltocht no. 23) is in één richting uitgezet, zodat de wandelaar onderweg minder andere wandelaars tegenkomt. «Dat geeft de bezoeker een minder druk gevoel.»

Voor de deur van Lemmens kantoor is het suizen van auto’s op de A1 te horen, de aanstaande uitbreidingen van het wegennet oefenen grote druk uit op het natuurgebied. Het zal steeds verder ingeklemd raken tussen het web van wegen dat al nauwer om de wereld spant (Slauerhoff). Lemmen: «We krijgen het land dat we verdienen; wanneer de auto en de portemonnee in het geding zijn is niet iedereen bereid offers te brengen. Er is een plan voor een verbinding tussen de A6 en de A9, onder onze polders door. Maar een tunnel heeft luchtschachten nodig, een in- en een uitgang, er zullen zichtbare markeringen in het landschap komen. De vraag is: in wat voor land willen we leven?»

Tot zo ver Natuurmonumenten, het loopt tegen de avond, tijd voor de laatste halte vandaag: Amsterdam-Zuidoost. In het nieuwe centrum heeft elke illusie van niet ingericht landschap plaatsgemaakt voor Totalordnung. Daar waar de menselijke ontwikkeling is geëindigd in kolossale overstilering, is het best te zien in wat voor land we willen leven.

Ik laat de auto achter in de sectie Snickers van de parkeergarage onder de Arena. Ook in de secties Philips, Opel en Nationale Nederlanden is plek, maar de consumentenvoorkeur bepaalt de parkeerplaats. Ik denk aan kinderen die op het strand de weg naar de handdoek terugvinden via borden met pictogrammen van Dick Bruna erop. («Roosje, we liggen bij Nijntje, onthoud je dat?»)

Het is vlak voor zessen, het lied van de heimachine klinkt en bezemwagens vegen de pleinen aan. Onder duizend spiegelende zonnen spoeden goed verzorgde forensen zich naar de metro; met losse hand geschetste figuurtjes op een zonnige artist impression. Amsterdam-Zuidoost is een totaalconcept, gesegmenteerd in tientallen kleinere concepten. Rond de ArenA Boulevard wemelt het ervan, te beginnen bij Soccer World, de brasserie van Frank Rijkaard, Danny Blind, John van ’t Schip en de broers De Boer. In dit «Mekka van de culinaire voetballiefhebber» bestel je een koffietafel Sjaak Swart of spare ribs die volgens Danny Blind «nog lekkerder smaken als je ze met de handen eet». In het Grolsch CineCafé schuin aan de overkant eet je Grolsch CineSaté en in brasserie Het Vervolg wordt geen slok gedronken zonder een verwijzing naar Ajax. Maar dit is nog allemaal kinderspel vergeleken bij de kampioen van het conceptdenken, het onbetwiste Concept No. 1: Ikea.

Op loopafstand van de ArenA Boulevard is een Ikea-filiaal met vijf koopavonden per week. Ik waag me in het labyrint en passeer op de roltrap een blow-up van idyllisch Zweeds platteland. De tekst die erop staat afgedrukt is te mooi om te laten liggen:

Småland

Stilte heerst.

Bossen domineren het landschap.

Een meertje verscholen achter boomstammen.

Een eland nipt van helder water.

Rode bessen klaar om geplukt te worden.

Stenen muren. Vastberadenheid.

Hard werken en streven.

Naar een beter bestaan.

Dit is het hart van de nijverheid van Zweden.

Dit is Småland.

De poëzie van Scandinavisch huiskamergeluk. Op www.ikea.nl wordt het idee nader toegelicht: «Het concept van Ikea is helder: het aanbieden van een zo breed mogelijk assortiment functionele woonartikelen van een goede vormgeving, tegen zulke lage prijzen dat zoveel mogelijk mensen in staat zijn deze artikelen te kopen. (…) Wij kozen partij voor de grote meerderheid.»

Pijlen wijzen de weg door het pand, je volgt een circuit dat alleen met geheime wetenschap halverwege verlaten kan worden. Het hele assortiment wordt zo gezien. De circulaire route heet de long, natural walk en net als bij Natuurmonumenten kun je maar één kant op.

Ik dwaal door alle interieurs van mijn vrienden, alleen, mijn vrienden zijn er niet. Wat nu als je hier nooit meer uit zou kunnen? Je zou noodgedwongen alle tweedehands boeken uit de grenen kasten lezen, een allegaartje van Nederlandse en Zweedse titels. Glinsterend was het zwaard, De zee en haar geheimen. Zweedse woordjes oefenen met Sexualitet och öde van Germaine Greer in de hand.

Langzaam ademhalen nu, niet in paniek raken. Er is een uitgang. Ooit. Ergens.

Onderweg staan transparante informatiezuilen: «Maak kopen nog gemakkelijker». De middelen hiervoor zijn een wegwijzer, een potlood en een meetlint. Ik begrijp het: navigatieapparatuur om de weg naar buiten te vinden.

Tussen de bedden belt een man naar huis: «Hai schat, met mij. Kun jij de lengte van Robins matras even voor me opmeten?»

«…»

«Robin is een warme slaper, hij zweet ’s nachts als een konijn.»

«…»

«Nu heeft-ie een vrij harde, dit matras zit tussen soepel en stevig in.»

Verderop twisten een man en een vrouw om een kussen. Zij, vergevingsgezind: «Jij hebt gewoon een andere smaak dan ik.» Hij, met gelaten woede: «Doe maar jouw niet-smaak dan.» Ikea: «Wij richten ons op al die mensen die hun woning willen verfraaien om een leukere leefomgeving te creëren. Mensen met uiteenlopende wensen, smaken, dromen, verwachtingen…»

Ieders woonvoorkeur is verbluffend knap geïmiteerd, we zien de betaalbare illusie van authenticiteit. Wij zijn geteld en gewogen, elke denkbare individuele stijl is gekoloniseerd. «Omdat de meeste producten plat zijn verpakt, kan je ze makkelijk naar huis vervoeren en daar monteren. Dat betekent dus dat je niet betaalt voor wat je zelf kan doen. Tja, en zo besparen we samen geld… om elke dag beter te leven!»

Een moeder tegen haar dochtertje: «Aziza, kijk uit, die meneer wil er even langs.»

Een mevrouw op de afdeling modern- klassiek: «Tss, heeft u haast of zo?»

DIT IS GEEN UITGANG. VOLG DE BORDEN UITGANG. Rennend naar beneden over een roltrap omhoog ontvlucht ik de conceptwereld in platte verpakking. In de sectie Snickers wacht de auto.