Peter Handke, Don Juan (erz

Don Handke

Peter Handke

Don Juan (erzählt von ihm selbst)

Suhrkamp, 158 blz., € 16,80

De in Oostenrijk geboren schrijver Peter Handke is een eigenzinnige, tegendraadse auteur. In de jaren negentig, ten tijde van de oorlogen in het voormalige Joegoslavië, toen iedereen naar Belgrado wees als de plek waar de bad guys zaten, nam Handke het op voor de Serven. Een golf van verontwaardiging spoelde over hem heen, en misschien was dat wel de reden dat Handke zich in zijn literaire werk afkeerde van de huidige, moderne wereld, en een eigen universum met een aparte tijdrekening en zonderlinge personages ging ontwikkelen.

In Bildverlust, verschenen in 2002, wandelt een eenzame «geldvrouw» over de bergen van de Sierra de Gredos in Spanje. Ze belandt uiteindelijk in Hondareda, een vreemd oord met mensen die lijden aan het verschijnsel Bildverlust en nu opnieuw moeten leren kijken. Hoog in de lucht klinkt het dreigende geluid van bommenwerpers. De moderne tijd is dus niet verdwenen, maar de mensen in Hondareda hebben daarvan duidelijk afstand genomen. Ze zijn uit de tijd gevallen en hebben een eigen utopisch wereldje geschapen.

Bij het lezen van Don Juan (erzählt von ihm selbst), het jongste werk van Handke, moet je steeds weer aan Bildverlust denken. Ook Don Juan, de legendarische Spaanse edelman en tomeloze vrouwenversierder, is uit zijn tijd gevallen. Handkes boek speelt in het heden; zo zijn er opnieuw bommenwerpers in de lucht en er rijden politieauto’s voorbij. Geen wonder dat Don Juans gevoel voor tijd verstoord is geraakt. «De tijd was niet meer zijn element.» Don Juan loopt ook achteruit en dat doet eveneens denken aan de bewoners van Hondareda.

In Handkes kleine werk bevindt de edelman zich in Frankrijk, in de landstreek Île-de-France, waar hij toevlucht heeft gezocht in een eenzame herberg. Het is een herberg zonder gasten, er is alleen nog maar een kok. Deze luistert zeven dagen lang naar Don Juans verhalen, verhalen over avonturen die hij een week eerder in verschillende landen, waaronder Nederland, beleefde.

Handke heeft de legende van Don Juan op knappe wijze vervreemd. De dolende edelman «doet» het met verschillende vrouwen, maar hij is geen grote verleider of erotische superheld meer. Seks komt niet voor in het boek, want «pikante details zijn van geen belang». Handke heeft van Don Juan eerder een tragische held gemaakt die rouwt om het verlies van zijn enig kind. Zijn verdriet heeft hem doof en blind gemaakt voor vrouwen. En ofschoon dit bittere verlies nog altijd niet is verwerkt, heeft de «vrouwentijd toch weer bezit van hem genomen». Vrouwen vormen nu eenmaal Don Juans lot.

In Mozarts opera Don Giovanni zingt de held dat «vrouwen belangrijker zijn dan het brood dat ik eet en de lucht die ik inadem» en hij begeert ze allemaal. Handke echter draait de zaak om: de vrouwen begeren Don Juan. Hij weet dat zijn macht in zijn ogen schuilt en hij deinst terug voor die macht. Want als vrouwen door zijn blik worden getroffen, merken ze plotseling hoe eenzaam ze zijn. Ze gaan Don Juan zien als de man die hen uit de eenzaamheid kan bevrijden. Ze zijn dan ook zwaar teleurgesteld als Don Juan hen verlaat. Hij moet steeds weer vluchten. Aan het eind van het boek wordt de herberg belaagd door zes of zeven vrouwen.

Het behoort tot Handkes bijzondere verteltrant dat we over Don Juans avonturen steeds minder te weten komen. Zijn verhalen schrompelen langzaam ineen. Het meest uitvoerig is hij over zijn eerste vrouw, de Kaukasische bruid, en vervolgens de vrouw in Damascus. De lezer komt vooral veel te weten over het landschap, over waar en hoe hij deze vrouwen leerde kennen en de omstandigheden tijdens hun samenzijn. Over Nederland wordt nauwelijks méér verteld dan dat er een springvloed was.

De vrouwen hebben geen duidelijk profiel. Over hen wordt slechts gezegd: «Ze waren allen overigens onopvallend, blijkbaar zonder eigenschappen, en werden pas mooi, maar dan ook onbeschrijflijk mooi, toen hen de ogen werden geopend en zij zich uiteindelijk lieten zien.»

Handke gaat het vooral om Don Juan, of beter gezegd om het onschadelijk maken van Don Juan. Hij is niet meer de grote vrouwenveroveraar, maar een vrouwenbevrijder wiens blik vrouwen gelukkig en mooi maakt, zij het voor even. In de handen van Handke wordt Don Juan een «verweesde» vader, een man voor wie de natuur geen geheimen heeft, een man met vlinders en donzige populierenzaadjes rond zijn hoofd en die spreekt met dieren.

Dit alles is niet bijster opwindend, maar toch is het goed toeven in Handkes wonderlijke universum. En dat komt vooral door de manier waarop dit kleine werk is geschreven, door de woorden en zinnen waarmee dit universum wordt opgebouwd. Handke is een kunstenaar door wiens taal men zich graag laat verleiden om verder te lezen.