Hoe belandt een Sint Oedenroder in Hollywood om daar een idool in het filmsterrencircuit te worden?

Op 29 oktober 1934 maakte filmster Lou Tellegen (1883-1934) in Hollywood een einde aan zijn leven. Een jaar eerder was bij hem kanker geconstateerd, operaties hielpen niet meer, hij was als filmster al een paar jaar vrijwel uitgerangeerd, was aan de drank en woonde bij rijke vrienden in huis. Hij bekeek die ochtend een plakboek met herinneringen aan zijn grote toneel- en filmcarrière. Hij ging naar de badkamer om zich te scheren, hij maakte zich op alsof hij een filmrol ging spelen, zag in de spiegel zijn sterk gehavende gezicht dat geen schim meer was van het gezicht waarvoor duizenden vrouwen in de jaren twintig in de rij voor de bioscoop hadden gestaan. Hij was verbitterd, wanhopig en leed pijn. Hij pakte een gouden schaar van de toilettafel en stak zichzelf met volle kracht zeven keer in zijn borst, de laatste keer trof hij zijn hart. In de pers verscheen het bericht dat het de schaar was waarmee hij vroeger de recensies van zijn toneelstukken en filmrollen uitknipte. Aldus David Menefee in zijn in eigen beheer uitgegeven biografie over deze voormalige filmster van Nederlandse afkomst, idool van duizenden Amerikaanse vrouwen.
Hij werd in Sint Oedenrode geboren als zoon van Anna van Dommelen en Isidore Louis Bernard Edmond Tellegen, een lage officier in het Nederlandse leger. Hoe beland je vervolgens in Hollywood en word je daar een idool in het filmsterrencircuit? Tellegen publiceerde in 1931 een buitengewoon vermakelijke autobiografie die hij de veelzeggende titel Women Have Been Kind gaf. Zijn ster was toen al dalende, hij meende met dit vrolijke en brutale boek, dat ik een jaar of vijf geleden op de kop wist te tikken, een commerciële klapper te kunnen maken. Dat viel nogal tegen, de Amerikaanse critici vonden het destijds maar een opgeblazen werkje dat van leugens en halve waarheden aan elkaar hing. Helemaal ongelijk kun je ze niet geven. Over zijn vader vertelt hij bijvoorbeeld dat hij een belangrijke militaire strateeg was, waaraan de generaals Foch en Hindenburg veel van hun tactiek in de Eerste Wereldoorlog ontleenden. Bovendien gaf zijn vader volgens hem leiding aan de kolonisatie van Java. Hij beweert dat hij op zijn vijftiende het ouderlijk huis ontvluchtte omdat hij een verhouding kreeg met de maîtresse van zijn vader, een Russische danseres die later voor de tsaar bleek te spioneren. Hij woonde een tijdje in Rusland, later ook in Polen en Duitsland en probeerde onder meer aan de kost te komen als verkoper van ‘books on anatomy’, boeken dus met plaatjes van blote dames. Hij belandde in Rusland in de cel en keerde na vele avonturen - hij werkte onder andere als trapezeartiest in The Three Bernard Brothers - naar Nederland terug. Hier kwam hij aan de kost als acteur in een Rotterdams theatergezelschap dat volgens hem vrijwel alleen het repertoire speelde van 'the great Dutch poet and playwright Multatuli’. Tellegen had toen hij zijn boek schreef duidelijk geen idee wie Multatuli ook weer was, maar het is toch leuk dat die naam tijdens het schrijven bij hem omhoog kwam. In dat toneelgezelschap bevond zich ook ene Madame Tartaud die hij erg goed vond. 'She was the dramatic lead and her husband was the leading man.’ Biograaf Menefee doet geen enkele poging dit allemaal in archieven na te gaan, zijn boek laat het er wat feitelijkheden betreft lelijk bij zitten. Terwijl hier een kans lag. Lou Tellegen verzon deze namen niet. Een beetje speurwerk leert dat rond 1905 Frits Tartaud directeur was van het Rotterdams Toneel, hij was getrouwd met Alida Klein, en die maakte furore met haar dramatische rollen. Tellegen noemt ook nog ene Van Eisden, misschien was dit de echtgenoot van Marie van Eijsden, ook een speelster in dat gezelschap, waarover Menno ter Braak veel later ter gelegenheid van haar zeventigste verjaardag een mooi stuk schreef in dagblad Het Vaderland.
Tellegen verdient zijn geld onder meer met gokken, boksen en modellenwerk. Hij volgt toneellessen aan een beroemde toneelschool, zegt hij, trouwt zelfs, maar dat loopt mis. Ondertussen heeft hij voortdurend affaires, met onder anderen de vriendin van Mata Hari die hij ongegeneerd in zijn boek beschrijft als een 'doortrapte’ lesbienne. Hij gokt erop los, koopt een villa aan de Rivièra waar hij reusachtige feesten geeft, hij wordt wereldkampioen schermen, gaat goud zoeken in Brazilië en zo gaat het door en door. Hij krijgt een paar kleine toneelrollen en valt in de smaak bij Sarah Bernhardt (1844-1923), op dat moment nog steeds de grote ster van het Franse melodrama. Hij toert enige tijd met haar door Amerika en speelt in 1912 naast haar een belangrijke rol in de stomme film Queen Elizabeth. Er bestaat nog een dvd van: Sarah Bernhardt en Lou Tellegen samen in beeld, ik heb er stil en ontroerd naar zitten kijken. Lou is extreem lang, hij heeft een bloedmooie kop, hij loopt er wat houterig bij, maar hij maakt diepe indruk, net als Bernhardt trouwens. De enscenering van het geheel is verbluffend knap, vooral de massascènes zitten prima in elkaar. Vanaf dan begint zijn ster te rijzen. Wanneer hij in 1916 met zangeres, filmster en superster Geraldine Farrar (1882-1967) trouwt, hoort hij tot de top van de Amerikaanse showbusiness. En daarnaast schittert hij als een Don Juan in veel niet altijd succesvolle toneelstukken. Probleem was dat hij altijd Engels met een Frans-Nederlands accent sprak. Voor de stomme film was dat geen bezwaar, maar voor zijn toneelwerk wel. Menefee geeft achter in zijn biografie een mooie opsomming plus korte beschrijving van de ruim veertig films en zeker zestig toneelstukken waarin hij speelde. Van de films is overigens maar weinig bewaard gebleven. De kritieken waren niet altijd goed, hij was duidelijk geen groot acteur, maar zijn impact op vrouwen was groot. Jarenlang was Lou-Tellegen, dat streepje tussen zijn voor en achternaam verzon hij erbij, een van de belangrijkste 'matinee idols’, zoals men mooie mannelijke sterren noemde.
In 1923 scheidde hij van Farrar, na pijnlijke dronkemanstaferelen en ontrouw, alles uitvoerig besproken in de toenmalige roddelpers die ervan smulde. Farrar heeft in haar autobiografie weinig goede woorden over voor Lou en toen men na zijn dood om haar commentaar vroeg, liet ze optekenen: 'Why should that interest me?’ Na 1931 daalde zijn ster snel. Hij was ongeschikt voor de geluidsfilm, te oud voor rollen als jonge verleider en legde zich langzamerhand steeds meer toe op schurkenrollen, wat hem slecht afging. De kritieken waren vernietigend. Hij ging failliet en tot overmaat van ramp verbrandde hij zijn gezicht ernstig, het moest worden opgelapt. De drank begon zijn leven te beheersen en in 1934 maakte hij er op boven beschreven bizarre wijze een einde aan.
Menefee vroeg dichter/schrijver en nazaat Toon Tellegen een voorwoord bij zijn biografie te schrijven. Deze vertelt dat hij zijn vader op zijn twaalfde of dertiende jaar over een familielid hoorde praten dat in Hollywood filmster was geweest en Charley Chaplin had gekend. Zijn vader was er verder niet erg in geïnteresseerd. Pas jaren later keek hij in Londen in het British Museum of er ook werk van een Tellegen in de catalogi stond. En toen vond en las hij Women Have Been Kind. Terug in Nederland zocht hij uit hoe de familierelatie precies in elkaar zat. Zijn bet-overgrootvader was arts in Groningen. Een van zijn broers was infanterie-officier, wijnkoopman én belastinginner. Dat was de overgrootvader van Lou-Tellegen. Toon Tellegen besluit zijn voorwoord met de opmerking dat geen Tellegen ooit een grotere fantasie had en een opwindender leven leidde dan Lou. 'But, thinking of him, few Tellegens were so tragic too.’

DAVID W. MENEFEE
THE RISE AND FALL OF LOU-TELLEGEN
MenefeePublishing Inc, $ 24.95
Lou Tellegen in Queen Elizabeth: zie www.grapevinevideo.com of www.amazon.com, $ 16.95