TELEVISIE

Don Quichote in Teheran

To Be and Not to Be

Hoe lang speel je trompet, vraagt dirigent aan muzikante. Vier jaar. Beloof je dat je nooit op zult geven – ongeacht de prijs? Wij hoorden daarvoor al opvallende vooruitgang in de manier waarop ze de opening van Urlicht uit Mahlers Tweede Symfonie speelde. Hier inspireert een kunstenaar dus een jong talent niet alleen tot betere prestaties, maar ook tot trouw aan de kunst. Ze lacht, zwijgt, maar haar antwoord kunnen we raden. Ze vertelde al over de energie die de ontdekking van de trompet haar gaf. Trompet is niet voor meisjes, werd gezegd, maar trots stelt ze vast dat ze dat pad voor andere vrouwen heeft gebaand.
Deze scène had nog niet lang geleden in het Gronings Jeugdorkest of de harmonie van Veghel kunnen spelen (als die een Mahler-bewerking aankan). Maar deze trompettiste draagt, net als klarinetten en violen, de hoofddoek, voorste lokken vrij, en je kunt er gif op innemen dat ze vorige week bij de miljoenendemonstratie voor Mousavi de straat op ging, ongeacht de prijs. Ze zit namelijk in het Teherans Filharmonisch Orkest van componist/dirigent Nader Mashayeki die na dertig jaar Weense praktijk recent remigreerde om de westerse cultuurmuziek in het geboorteland te propageren. Zijn dringend beroep is niet in de eerste plaats dat op een vrouw maar op een muzikant die behouden moet voor een verdachte kunstvorm. Vandaar die term ontdekking van de trompet, instrument waarop geen traditionele Iraanse muziek wordt gemaakt (eerst speelde ze tar, een soort luit). Muziek die überhaupt voor geestelijk leiders als kunstvorm al verdacht is.
To Be and Not to Be heet Frank Scheffers documentaire over orkest en vooral dirigent. Maar verwacht geen film over onderdrukking door een vijandige, machtige omgeving; over het verzet van tulbands en baarden tegen de zachtaardige maar onbuigzame Mashayeki die zich beijvert voor ‘Beethoven in Esfahan’ en ‘Cage in Quom’. De vraag is of zo een documentaire gemaakt kan worden onder Ahmadinejad. Los daarvan: Scheffer is gezien zijn oeuvre vooral geïnteresseerd in kunst, in muziek als onderwerp; en in filmische verbeelding daarvan. Dat levert een fraai kunstzinnig product op, waarin zelfs de politieke kant een poëtische behandeling krijgt. Dankzij de bejaarde vader van de dirigent, die zoons missie respecteert maar hem, de dichter Hafez citerend, waarschuwt voor de zwaarte: ‘Je hebt geen steen nodig om een porseleinen hart te breken – een koude blik volstaat.’
Mashayeki wil zijn volk muziek geven ‘die er alleen maar is om naar te luisteren’, niet om deel te nemen. Zelf op zijn elfde diep geraakt door Bachs Johannes Passion (fragmenten uit openings- en slotkoor door een mix van jonge Duitse en Iraanse muzikanten leverden bij deze kijker vergelijkbare ontroering op) is hij niet alleen geworden tot uitvoerder van dat westers cultuurgoed, van Barok tot Webern, maar ook tot schepper die westerse en Iraanse muzikale en poëtische traditie probeert te vermengen. Verbluffend daarbij te horen hoe sterk een oud Iraans lied lijkt op de flamenco van Zuid-Spanje. Misschien is Nader Don Quichote in zijn streven; maar ook lijkt hij een soort Messias, wiens spiritualiteit wortelt in pre-islamitisch Iraans geloof, in islam en christendom. Ja, het zweeft, maar het zweeft mooi. Verwacht geen toporkest. Wel een bevlogen man met missie.

Frank Scheffer, To Be and Not to Be, Uur van de wolf, VPRO. Vrijdag 26 juni, 22.50 uur, Nederland 2