Toneel: ‘Kinderen van Nora’

Donderende klap

De moeder van de volwassen Emmy is een meisje van begin twintig. Dat kan doordat in de voorstelling Kinderen van Nora het heden en het verleden door elkaar lopen. Bij een film als Tenet, de bioscoophit van Christopher Nolan, hebben ze daar sciencefictionapparatuur voor nodig: een draaideur die een soort wormgat in de tijd creëert, zodat mensen terug kunnen om voorbije gebeurtenissen te veranderen. Het theater heeft daar veel eenvoudigere middelen voor. Moeder Nora, die aan het begin van het toneelstuk haar gezin verlaat, blijft in het leven van haar kinderen terugkeren zoals zij zich haar herinneren. Terwijl Emmy wanhopig worstelt met haar geliefde wordt Marieke Heebink ineens afgeleid door een ouderlijk ruzie/seks-tafereel dat zij als kind vanuit haar slaapkamer heeft meegekregen, en dat zich vlak naast haar opnieuw afspeelt. Als Emmy’s geliefde woedend is weggebeend en zij in snikken uitbarst, richt de jonge actrice Claire Bender die haar moeder-van-toen-speelt zich op, en vraagt zich hardop af of zij Emmy hoort huilen.

Een adembenemend moment waarin er contact lijkt te bestaan tussen figuren uit het heden en uit het verleden. Ook hier is het wormgat een deur. De Britse regisseur Robert Icke laat in zijn gastregie bij het ita de buitendeur van het majestueuze interieurdecor telkens met een donderende klap dichtvallen als iemand de ruimte verlaat. Het is de echo van de demonstratieve daad waarmee Nora uit Ibsens klassiek geworden relatiedrama Een poppenhuis zich aan het slot bevrijdt uit haar verstikkende rol van onderdanige echtgenote. De dichtslaande deur is de schakel tussen dit emancipatoire toneelstuk uit 1879 en het door Icke zelf geschreven hedendaagse vervolg waarin hij toont hoe het de achtergelaten kinderen van Nora is vergaan. En die blijken zwaar te lijden onder hun moeders zoektocht naar zelfverwezenlijking. Net als hun dominante vader, die zijn kindvrouwtje als een speeldier gekooid hield, zoeken Emmy en Ivar hun geluk bij jeugdige minnaars, maar uit angst dat die hen verlaten, houden ze die tegelijk op afstand. Hun jongere zusje blijkt door een huiselijke brand te zijn omgekomen – veroorzaakt door vader Torvalds gewoonte om, net als in Ibsens stuk, op papier gezette familiegeheimen te verbranden – en waart als een spook door hun bestaan.

Met lef neemt Icke stelling tegen de verworvenheden van de individualisering. Maar waar het toevoegen van het kinderperspectief in Medea een verrijking opleverde, slaat zijn visie op Nora’s bevrijdingsverhaal alle nuance plat. Hoewel er met verve wordt gespeeld, met name door een heerlijk woeste Marieke Heebink en Steven Van Watermeulen als haar verstijfde broer, zijn de acteurs niet opgewassen tegen de humorloze drammerigheid waarmee Icke zijn boodschap aan egocentrische ouders verwoordt. Icke laat Nora’s kinderen eindeloos vastlopen in hun neuroses, terwijl de hedendaagse optie van psychologische hulp niet bij ze opkomt. Wat je bijblijft is het beeld van de moeder als meisje dat veel te vroeg kinderen kreeg. Je eigen ouders in hun jeugdige beperking zien, kan een troost zijn voor iedere volwassene die niet loskomt van de fouten die zijn of haar opvoeders hebben gemaakt.

Kinderen van Nora is t/m 26 september te zien in ITA, Amsterdam; ita.nl