Donkere krochten

Op een dag wordt fictie feit. Welke feiten krijgen we als we kunnen sleutelen aan ons DNA? Moeten we beter (kunnen) maken wat al goed is?

Gedachten lezen en door kleren heen kijken zijn diep gevoelde wensen waarin vrees en verlangen samengaan. Dat van die kleren was even mogelijk toen Sony eind jaren negentig een videocamera verkocht die onder bepaalde omstandigheden – infraroodmodus bij daglicht – de vage contouren van het lichaam liet zien. Een terugroepactie en een update volgden, maar voor het zover was stonden er natuurlijk al de nodige plaatjes op internet. Die camera’s doen nu niet meer wat ze niet mogen, maar er worden nog altijd verwoede pogingen ondernomen om met allerlei filters hetzelfde effect te bereiken. Het verlangen naar de naaktheid van anderen is peilloos. Zoals Steve, uit de Britse serie Coupling, ooit uitriep: ‘When man invented fire, he didn’t say, “Hey, let’s cook.” He said, “Great, now we can see naked bottoms in the dark.”’

Gedachten lezen is een andere zaak. Onderzoekers aan de Universiteit van Californië zijn erin geslaagd om zinnen te herkennen die worden gedacht voor ze uitgesproken zijn. Het gaat voorlopig om standaardantwoorden op vragen, maar daar zal het niet bij blijven. Het onderzoek wordt gefinancierd door Facebook dus de lichte huivering die u nu voelt is geheel op zijn plaats.

Sociale media proberen al jaren onze gedachten te lezen, maar voorlopig is dat een ‘educated guess’ aan de hand van bergen verzamelde data en fijngeslepen algoritmes. Maar wat als je in iemands hoofd kunt kijken? Vooralsnog is het alleen mogelijk om de gedachten te lezen die tot spraakprikkels leiden. Dat kan mensen met spraakproblemen helpen. Daar zal het niet bij blijven. Wie de splitsing van het atoom ontdekt staat ongewild ook aan de wieg van de bom. En ik kan zo drie, vier – ach, nog veel meer – regimes bedenken die heel graag willen weten wat hun burgers denken maar niet zeggen.

Zoals altijd als ethiek en wetenschap elkaar ontmoeten klinkt de roep om voorzichtigheid. En zoals altijd is dat roepen in de woestijn. Wetenschappers mogen van goede wil zijn, als een idee eenmaal ontsnapt uit het laboratorium is er geen houden aan en voor je het weet heb je tefal pannen, het hoofd van de koningin op een pornoster en mindreaders. De vooruitgang is niet te stuiten, maar soms is vooruitgang achteruitgang.

Wat doen we bijvoorbeeld met CRISPR? Dat is een technologie waarbij een proteïne (CAS9) wordt gebruikt om DNA te ‘editen’ door er stukjes uit te knippen en eventueel te vervangen. Het is een elegante en relatief simpele techniek die gebaseerd is op de natuurlijke afweermechanismen van bacteriën en bepaalde eencelligen. Genetische defecten die tot ziektes leiden zouden op die manier op DNA-niveau kunnen worden aangepakt, in de levensmiddelenindustrie kan CRISPR gewassen resistent maken tegen plagen en de weerbaarheid verbeteren tegen droogte of verzilting. Ten slotte zou je met CRISPR ziektes als malaria kunnen uitbannen door de drager, vrouwtjesmuggen, genetisch onvruchtbaar te maken. Die onvruchtbaarheid is dan overerfbaar, waardoor de draagsters langzaam uitsterven. What’s not to like?

En dat in een tijd waarin krankzinnige theorieën over zuiverheid terrein winnen

Het probleem is dat CRISPR veel meer kan en sommige dingen ook niet goed kan. Dat ‘veel meer’ kan iedereen zich voorstellen die In de ban van de ring kent. Daarin hebben de kwade machten een leger van mutanten gekweekt die geen pijnprikkel hebben en alleen maar verlangen naar strijd. In de Star Trek-offshoot Deep Space 9 komt iets dergelijks voor. Een soort die zich ‘The Dominion’ noemt heeft voor haar verdediging soldaten gemaakt die niet alleen zeer snel tot wasdom komen, maar ook buitengewoon sterk zijn en genetisch geprogrammeerd zijn om hun meesters te beschouwen als goddelijke wezens voor wie het goed sterven is.

Eugenetica, ja, en dan zijn we aanbeland in de donkere krochten van de wetenschap. Niet alleen bij dokter Mengele. De Britten, de Zweden, de Canadezen, de Russen, de Australiërs – ze hebben zich er de afgelopen twee eeuwen allemaal wel op de een of andere manier mee beziggehouden. CRISPR is goud in de handen van eugenetici en laten we nu net in een tijd leven waarin krankzinnige theorieën over ras en zuiverheid terrein winnen.

CRISPR is nog te onvolmaakt om echt serieus te gaan gene-editen. De effectiviteit varieert tussen de vijftig en de tachtig procent, maar belangrijker is dat er geen langetermijneffecten bekend zijn. Je kunt wel een stukje ongewenst DNA wegknippen, maar wat gebeurt er twee, drie generaties later met dat geredigeerde DNA, wat voor een effect heeft dat op de rest van het erfelijk materiaal? En dan dit. Mensen zijn voor 99,9 procent hetzelfde, ongeacht ras, afkomst, noem maar op. Het verschil wordt gemaakt door die 0,1 procent en een beetje nurture. Als we de foutjes gaan wissen, ligt het dan ook niet voor de hand om beter te maken wat goed is? En wat is dan beter? Voor de een is dat heteroseksualiteit, voor de ander een bepaalde fysiek, veel ouders willen gymnasiumkindjes en er zijn er ook die ze het liefst gehoorzaam hebben.

Als we willen dat ouders kunnen voorkomen dat hun kind taaislijmvliesziekte heeft, kunnen we dan andere ouders ontzeggen dat ze op een andere manier hun kind kunnen optimaliseren? Waarom alleen herstellen wat fout is en niet beter maken wat goed is? Als het ooit zover komt dat sleutelen aan het DNA de mens vooruit kan helpen, op welke manier dan ook, wie heeft dan toegang tot die techniek? Of beter: wie kan een ‘perfect’ kind betalen? En wie kan zich veroorloven om niet zo’n kind te hebben?

Het is allemaal nog sciencefiction, maar de meeste fictie wordt ooit feit. Dat bewijst die camera van Sony wel.