Donkere verlokking

Seriemoordenaars en massamoordenaars wisten altijd al de verbeelding te prikkelen. Nu, aan het einde van de eeuw, gaat dat nog verder. In romans, computerspelletjes, films en televisieseries overal is de serial killer populair. Als kunstenaar en intellectueel.

IN FORT WORTH, Texas, stapt een man de Wedgwood Baptist Church in Whitman Avenue binnen. Het is woensdag 15 september 1999, een uur of zes. Bij zich draagt hij een 9mm Ruger semi-automatisch pistool en een .38 kaliber AMT-revolver. Hij heeft tien volle 9mm Ruger-magazijnen in zijn jaszak. In het voorportaal van de kerk stopt hij, steekt een sigaret op. Hij kijkt om zich heen. Wanneer een portier hem erop wijst dat roken verboden is, schiet hij hem neer. Hij draait zich om, richt zijn revolver op een vrouw die bij de ingang zit, en haalt de trekker nogmaals over.
De man loopt verder, naar waar het geluid van zang vandaan komt. De zaal zit vol: honderden tieners zijn er bijeen voor een christelijk muziekconcert. De man haalt zijn twee vuurwapens opnieuw te voorschijn en begint in het wilde weg te schieten. Chaos breekt uit. Overal duiken mensen onder de kerkbanken. Terwijl hij schiet, loopt hij in het gangpad op en neer. Hij herlaadt zijn wapen verscheidene keren. Uit een jaszak pakt hij een eigengemaakte bom, steekt deze aan en gooit hem naar de voorste rij. Een explosie. Wanneer de rook optrekt zit Larry Gene Ashbrook alleen op de achterste rij. Zijn ogen zijn leeg; hij lijkt volstrekt onbewust van de slachtpartij die hij heeft veroorzaakt. Zonder waarschuwing jaagt hij zichzelf een kogel door het hoofd.
Austin, Texas, eerder die dag. Aan de universiteit in de hoofdstad vindt een ceremonie plaats ter gelegenheid van de heropening van de Clock Tower, waar precies vandaag meer dan dertig jaar geleden een andere massamoord plaatsvond. Toen schoot ex-marinier Charles Whitman van achter de klok in de top van de toren veertien studenten dood en verwondde er 31 voordat de politie hem doodschoot.
Texas heeft iets met massamoordenaars. En met serial killers, een begrip dat door de hysterische wijze waarop de kranten en televisie erover berichten voor Larry Gene Ashbrook van groot belang was. Hij was volledig geobsedeerd door seriemoordenaars, vooral door Ricky Lee Green, ook van Fort Worth, Texas, het stadje in de buurt van Dallas en Waco, nog een plaatsnaam die wegens een bloedbad internationale bekendheid heeft. Green werd twee jaar geleden terechtgesteld wegens de moord op een televisieproducent. Daarvoor had hij bekend dat hij in de jaren tachtig twee vrouwen en een tienerjongen seksueel had misbruikt en vermoord. Volgens rechercheurs kan hij in verband worden gebracht met nog acht moorden op vrouwen en jonge meisjes.
Larry Gene Ashbrook wist dit soort informatie over zijn ‘held’ feilloos te citeren toen hij enkele dagen voor zijn dood een telefoongesprek voerde met P.A. Humphrey, verslaggever van het alternatieve blad FW Weekly. Hieruit blijkt dat Ashbrook, een voormalige marinesoldaat, een leven van angst en paranoia leidde. Hij was ervan overtuigd dat de FBI en de marine hem achtervolgden en dat mensen in zijn omgeving door deze twee instituten waren ontvoerd. Maar wat hem het meeste kwelde, was dat zijn moeder altijd, tot en met haar dood, vermoedde dat hij een seriemoordenaar was. Ook zijn vriendin verliet hem nadat zij had gehoord dat hij 'een seriemoordenaar was’.
Of zijn obsessie met seriemoordenaars en seksueel getinte moorden een rol in die Fort Worth-slachting heeft gespeeld, is onbekend. Uit zijn gesprek met verslaggever Humphrey is wel gebleken dat Ashbrook naar aandacht smachtte, dat hij jaloers was op de wijze waarop zijn held, Ricky Lee Green, een mediaster werd kort voor zijn dood. Uit datzelfde gesprek blijkt dat Ashbrook een nobody was die dolgraag een somebody wilde zijn. Zoals miljoenen andere mensen.
WELKOM IN AMERIKA, een land waar moorden makkelijk is! aldus de The New York Times. De krant overdrijft niet. Het land lijkt uiteen te worden gereten door moord en doodslag en zijn eigen onvermogen zichzelf te genezen. Een verslagen president Clinton: 'We moeten meer doen om tot onze kinderen door te dringen. We moeten ze leren om hun boosheid te uiten en hun conflicten met woorden op te lossen, en niet met vuurwapens.’ Hij reageerde op de tragedie in Littleton, Colorado, waar jeugdige moordenaars in lange zwarte jassen, rijdend in BMW’s enkele maanden voor het incident in Texas een massaslachting aanrichtten. Een jongen van Columbine High School in Littleton ervoer de nachtmerrie van de schietende scholieren op bijzondere wijze. Volgens The Times zei hij na afloop in een tv-interview: 'Ze gilden telkens wanneer ze weer schoten… en het was… weetjewel… tof.’
Welkom in Amerika, een land waar je nooit weet of je je in de realiteit bevindt of in een film.
Amerikaanse kinderen wisselen graag speelkaarten uit met daarop afbeeldingen van hun favoriete sporthelden. Hetzelfde soort kaarten bestaat in een seriemoordenaar-uitvoering. Kaarten met Ted Bundy, Jeffrey Dahmer, John Wayne Gacy, David Berkowitz en anderen.
Doordat de populaire cultuur de werkelijkheid weerspiegelt, zijn seriemoordenaars onontkoombaar aanwezig als thema in films, televisieseries, speelkaarten en de nieuwe media. Of deze echte en gefictionaliseerde seriemoordenaars mensen als Larry Gene Ashbrook tot gruweldaden 'aanzetten’, is onduidelijk - en weinig interessant, gezien de vermoeiende discussie over geweld op televisie. Boeiender is de vraag waarom Ashbrook door seriemoordenaars geobsedeerd was. Hij was geen uitzondering. Boekenlezers, film- en televisiekijers en cyberspace-bezoekers krijgen maar niet genoeg van seriemoordenaars. Ze lijken een belangrijke culturele rol te vervullen.
Cyberspace zit met de killers in zijn maag. Maar dat schijnt een prettig gevoel te zijn. Op Internet kun je bijvoorbeeld een digitale rondleiding maken langs de favoriete plekjes in Londen van Jack the Ripper, een kampioen in de ogen van de seriemoordenaarfans. Er is ook een online Jack the Ripper-computerspelletje, maar dat blijkt niet downloadbaar te zijn. Onlangs werd de Internet-aanbieder America Online (AOL) gedwongen websites met de woorden en afbeeldingen van kunstwerken van veroordeelde seriemoordenaars weg te halen. Een volksopstand dreigde, want hier komt men aan de vrijheid van meningsuiting van de Amerikanen. En wie dat durft… Bovendien is de actie van AOL een druppel op een gloeiende plaat. Het net is doordrenkt met seriemoordenaarfans- en fanclubs, verhalen en statistieken over waargebeurde misdaadverhalen. Voor iedere seriemoordenaar lijken er wel drie of vier sites te zijn. En ze kennen geen landgrenzen.
Seriemoordenaars kunnen meer zijn dan de in cyberspace wonende gezichtsloze monsters of karikaturen van zichzelf. In Peeping Tom (1960) van Michael Powell, die nu in het Filmmuseum draait, speelt Carl Boehm de rol van Mark, een psychopaat die zijn vrouwelijke slachtoffers filmt terwijl hij ze met een aan zijn statief bevestigde speerpunt om het leven brengt. Mark is de archetypische seriemoordenaar: een eenzame alleenstaande met een traumatische jeugd, voor wie het moorden cruciale symbolische betekenis heeft. Opvallend is zijn creatieve karakter. Hij werkt als focuspuller op de set van een grote speelfilm en heeft de ambitie in de toekomst regisseur te worden. Hiertoe heeft hij al de eerste stappen gezet met zijn 'documentaire-project’: het filmen en vermoorden van vrouwen.
Zo wordt de seriemoordenaar niet alleen een personage binnen een kunstwerk (Peeping Tom), hij is ook een kunstenaar binnen dat kunstwerk. Voor de kijker maakt dat hem meer dan een 'monster’. Hij wordt een personage in een fictief verhaal, iemand met wie we zouden kunnen sympathiseren, of die we bewonderen vanwege zijn artistieke kwaliteiten of zijn intellect. We worden vrijwel machteloos voor wat Roland Barthes het plezier van de tekst noemt, in dit geval in de vorm van de onhoudbare spanning van de vraag hoe het verhaal zich zal ontwikkelen en hoe het met de personages zal gaan. De Engelse auteur Fay Weldon schreef in 1991: 'Murder for the fun of it? And we all clap and cheer. Me too, me too.’ Weldon is verpletterend eerlijk, want zij heeft gelijk: we zijn onverzadigbaar waar het om seriemoordenaars gaat.
EEN WARME AVOND in Brooklyn, New York. Abba zingt Dancing Queen. De muziek op de autoradio staat hard wanneer de moordenaar opeens naast het open raam verschijnt. 'You are the Dancing Queen…’ Hij trekt een revolver vanachter zijn broekriem en schiet verscheidene keren op de kussende tieners in de auto. Bloed en stukken hersens spatten tegen de voorruit aan - in slowmotion. Het volume wordt hoger gezet, de muziek evolueert tot een soundtrack, overdonderend: 'Young and sweet. Only seventeen…’
Spike Lee heeft een van de beste films van dit jaar gemaakt, ware het niet dat Summer of Sam wegens plaatsgebrek in de Nederlandse bioscopen pas in 2000 gaat draaien. Gelukkig beleefde het nieuwste werk van de regisseur van Do the right thing en de schandalig ondergewaardeerde Girl 6 vorige week bij het filmfestival in Gent zijn première in de Lage Landen. In Summer of Sam gebruikt Lee opnieuw een vrij controversieel onderwerp om vernieuwende cinema te maken. In Girl 6 was dat prostitutie, in Summer of Sam neemt hij de kijker mee terug naar New York, 1977, toen de seriemoordenaar David Berkowitz, alias Son of Sam, alias de .44 Caliber Killer, een schrikbewind voerde.
Lee’s film gaat over veel meer dan alleen Berkowitz. Of zoals de bulldog van de Amerikaanse journalistiek, Jimmy Breslin, aan het begin en einde van de film zegt: 'There area thousand stories in the Naked City. This is one of them.’ Lee gebruikt de seriemoordenaar als een centraal motief met daaromheen, in de stijl van Robert Altmans Short Cuts, een complex netwerk van verhalen. De seriemoordenaar vervult de functie van nostalgie-opwekker op precies dezelfde wijze als de perfect uitgekozen muziek op de soundtrack: Abba, Elvin Bishop, Edith Piaf, Frank Sinatra, David Byrne en The Who.
En zoals Abba nu oubollig klinkt, ondanks de periodieke revivals, zo komt David Berkowitz als seriemoordenaar op een vreemde manier oubollig over. Dat maakt hem 'leuk’. In een hilarische scène aan het begin van de film zien we hem in zijn vieze appartement, razend, gillend, zijn hoofd in zijn handen. De kijker, met zijn kennis van hoe het zoal met dit soort seriemoordenaars is gesteld, namelijk dat ze met de allervreselijkste stemmen in hun hoofd kampen, denkt dat hij de scène snapt. Maar nee. Berkowitz blijkt zo te keer te gaan omdat de hond van de buren onophoudelijk blaft. Geen sprake van een traumatische jeugd of een Oedipuscomplex. Regisseur Lee ondermijnt de verwachtingen die wij van de seriemoordenaar hebben. Hij ontkracht de Berkowitz-mythe, waardoor de seriemoordenaar niet meer is dan een oude kennis die wij lang niet hebben gezien. Zoals een Abba-liedje.
Voor de populaire cultuur betekende de arrestatie van Son of Sam allerminst een einde. Juist tijdens de echte speurtocht naar hem is de term 'serial killer’ voor het eerst gebruikt. Nog een nieuwe ontwikkeling was de wijze waarop de media over de moorden berichtten: sensationeel, met behulp van in het oog springende benamingen als 'Son of Sam’ en ’.44 Caliber Killer’. Voor het eerst waren de media verantwoordelijk voor een wijdverspreid gevoel van paniek en werden mensen vanwege de krantenkoppen en de stand-ups van de televisiejournalisten volledig geobsedeerd door de moorden. Een monster was geboren.
DE AMERIKAANSE schrijver Brett Easton Ellis wist begin jaren negentig critici zowel tot walging te brengen als te overrompelen met American Psycho, een roman waarin hij de daden van zijn hoofdpersonage, de seriemoordenaar, in detail beschrijft. Patrick Bateman werkt, als symbolische bloedzuiger, op Wall Street en vindt Whitney Houston en het tijdschrift Playboy het toppunt van intellectuele diepgang. ’s(Avonds vermoordt hij bloedmooie vrouwen op sadistische wijze. Meer geraffineerd gaat ex-misdaadverslaggever Thomas Harris te werk in zijn drieluik over de psychopaat dr. Hannibal 'The Cannibal’ Lecter. Zijn romans zijn verheven boven gemiddelde misdaadliteratuur dankzij zijn schrijfstijl: rijk aan citaten en feiten, kort en krachtig, en met een levendige dialoog zoals ze Harris bij Associated Press hadden geleerd. Vooral ook de thematische complexiteit van zijn verhalen maakt zijn werk interessant. Twee romans, Red Dragon en Silence of the Lambs, zijn verfilmd. Zijn nieuwste roman, Hannibal, is onlangs verschenen.
Ontmoet dr. Hannibal Lecter. Kunstschilder, psycholoog, liefhebber van klassieke muziek, Europese aristocraat - van Italiaanse adellijke komaf. Tegenwoordig is dr. Lecter een seriemoordenaar. Hij had een getraumatiseerde jeugd. Tijdens de oorlog vermoordden de nazi’s zijn zuster; haar lichaam werd door de soldaten opgegeten. Maar zijn achtergrond geeft slechts een simplistische verklaring voor wie en wat hij is. In de woorden van een FBI-agent: 'De psychologen noemen hem een psychopaat - alleen omdat ze er geen ander woord voor hebben.’
In Hannibal schetst Harris de seriemoordenaar als een gotische held in een paleis in Florence. Dit sluit aan bij het idee van de moordenaar als een intellectueel, een kunstenaar voor wie gevoel voor detail van cruciale betekenis is in zijn 'werk’. Belangrijk is dat Harris de lezer direct aanspreekt wanneer hij 'onthult’ dat de aristocraat die het paleis bewoont in werkelijkheid dr. Lecter is. Door de lezer direct aan te spreken beschrijft Harris zelfbewust het verleidelijke aan het lezen van zijn roman en van andere werken in het gotische genre, bijvoorbeeld die van Mary Shelley. De lezer staat voor de deur van het paleis. Dan: 'If you believe you are beyond harm, will you go inside? Will you enter this palace so prominent in blood and glory, follow your face through the web-spanned dark, towards the chiming of the clavier?’ Harris’ tekst sluit aan bij Anne Rice’s moderne gotische sage waarin wij, zoals bij het lezen van haar roman The Vampire Lestat, zwichten voor de charme van de romantische, bloedzuigende seriemoordenaar Lestat.
Net als Lestat, in ieder geval in Neil Jordans film Interview with a Vampire, met zijn tijd meegaat - hij luistert naar Guns 'n Roses - zo ontkomt het Palazzo Capponi waar Lecter woont niet aan de moderne tijd. Harris beschrijft namelijk hoe Lecter een Amerikaanse tabloid leest en hoe het door de lichtval lijkt alsof de religieuze iconen aan de muur 'meelezen alsof ze in de supermarkt in de rij staan’.
In Hannibal speelt het kijken een belangrijke rol. Dr. Lecters eerste slachtoffer, jaren geleden, is nu een verminkt, door wraak bezeten half mens half monster. Het slachtoffer zet een wereldwijde speurtocht na dr. Lecter op gang. Al aan het begin van het boek maakt het slachtoffer duidelijk hoe de seriemoordenaar aan zijn einde zou moeten komen: dat dr. Lecter door wilde zwijnen wordt opgegeten is niet voldoende; er moet ook een filmregisseur worden ingehuurd om het allemaal vast te leggen. Vermoedelijk omdat het slachtoffer het einde van dr. Lecter later steeds opnieuw kan bekijken.
Hannibal Lecter krijgt in de roman een archetypische waarde: 'The monster sits in the black library, his mind painting colors on the dark and a medieval air running in his head.’ Hij vertegenwoordigt de donkerste zijde van de mens. Harris verwijst naar genocide: de Tweede Wereldoorlog, het Idi Amin-bewind. Maar het universele monster heeft ook een intens persoonlijke incarnatie.
MICHAEL MANNS meesterlijke Manhunter (1986), gebaseerd op Harris’ Red Dragon, is een film die op een stille manier een enorme trefkracht heeft en die veel over de obsessie met seriemoordenaars vertelt. William Petersen speelt de FBI-agent Will Graham die wegens psychische problemen moet aftreden nadat hij de seriemoordenaar Hannibal Lecter (Brian Cox) heeft gearresteerd. Wat de precieze redenen hiervoor zijn, komen we niet meteen te weten. Omdat een nieuwe seriemoordenaar heeft toegeslagen, wordt Graham wegens zijn 'speciale kwaliteiten’ gevraagd met het FBI-onderzoek te helpen. Naarmate het verhaal vordert blijkt dat Graham in staat is zich verregaand met de moordenaar te identificeren. Hij bezoekt de plaats van misdrijf en verbeeldt zich dan hoe de moordenaar te werk zou zijn gegaan: welke instrumenten had hij gebruikt? Hoe voelde hij zich toen hij bepaalde dingen deed? In feite wordt Will Graham de moordenaar.
Graham bezoekt Lecter in zijn cel om hem hulp te vragen bij het onderzoek naar Tooth Fairy, de bijnaam voor de nieuwe seriemoordenaar. De gevangenis is een ultra-modern, hagelwit, avantgardistisch gebouw. Graham voelt zich er vreemd, verdwaald bijna. De kijker heeft dezelfde emoties, want hij identificeert zich met het hoofdpersonage: Graham. Ook Lecters cel is wit. Wanneer Graham binnenkomt, groet Lecter hem als een oude vriend. Graham probeert de reden van zijn komst uit te leggen, maar Lecter heeft iets anders in zijn hoofd: hij tart de FBI-man. Verlangend: 'Have you ever seen blood in the moonlight, Will…’ Uitdagend: 'The reason you caught me, Will, is because we are alike. You want the scent? Smell yourself.’ Graham rent de cel uit, door een labyrint van trappenhuizen, begeleid door vreemde, hol 0klinkende elektronische muziek - als een bang kind in een boze, onbegrijpelijke, hi-tech-wereld.
Francis Dolarhyde, de moordenaar, is geobsedeerd door William Blake’s schilderij The Great Red Dragon and the Women Clothed with the Sun. Hij is ervan overtuigd dat hij op het punt staat een metamorfose te ondergaan: van man naar draak. Graham komt Dolarhyde op het spoor, maar in het proces raakt hij steeds onzekerder over zijn eigen psychologische welzijn. Zijn identificatie met het monster, vooral wat het drijft, gaat ver. Graham weet dat Do larhyde het moorden als een uiting van macht ziet. Hij weet - evenals de zelfingenomen dr. Lecter - dat de moordenaar zich door het moorden een god voelt, een Machtige Rode Draak die mensenlevens kan maken en breken. Omdat Graham menselijk is, is hij ontvankelijk voor deze verleiding. Het gaat om dezelfde keuze waarvoor kapitein Marlow en Kurtz in Joseph Conrads Heart of Darkness komen te staan: de verleiding van macht, de verleiding - niet om een god te zijn - maar door een drastische metamorfose een god te worden. En dat betekent onherroepelijk toegeven aan de donkere verlokking van het moordenaarsinstinct dat, lijken Harris en Mann te suggereren, inherent aan de menselijke natuur is.
Dit instinct ontwikkelt zich langs visuele weg. Voyeurisme is inherent aan het kijken naar een film, maar bij seriemoordenaarfilms gaat dat een stap verder. Net als voor de meeste seriemoordenaars is ook voor Dolarhyde in Manhunter het kijken de belangrijkste zintuiglijke stimulans. Hij werkt in een laboratorium waar mensen hun 8mm-films laten ontwikkelen. Het zien van datgene wat verlokking opwekt - vrolijke gezinnen, de borsten van een seksueel aantrekkelijke moeder - prikkelt het instinct.
Het motief van het kijken refereert niet alleen aan Michael Manns film, maar ook aan het voyeurisme van zowel Dolarhyde en Graham als de kijker. Bijvoorbeeld de openingsscène van Manhunter: vanuit een eerste-persoonsperspectief beweegt de camera de trap op, een slaapkamer binnen. Er zijn drie mogelijke kijkers: Will Graham, Dolarhyde en wij. Deze drie zien een vrouw die naast haar man ligt te slapen. Zij wordt wakker; de camera beweegt naar voren; het beeld wordt langzaam zwart. De kijker - wie hij ook is - heeft zich overgegeven aan de verlokking.
Dit is een zeer complex, ijzingwekkend moment. Het is precies wat Conrad met 'the horror’ bedoelt, wat Marlon Brando in Apocalypse Now alleen maar durft de fluisteren, wat in Stanley Kubricks horrorfilm The Shining het anagram 'redrum’ is.
In Manhunter zien we de aanloop tot de moord door de ogen van de moordenaar. Dat moment is pijnlijk intiem, het echtpaar is weerloos; hun angst is voelbaar en als toeschouwers schamen we ons ervoor dat we kijken, we zouden Dolarhyde het liefst alleen willen laten om zijn lugubere taak te voltooien. Maar we willen zo vreselijk graag kijken, we willen zo vreselijk graag weten hoe het afloopt.
In de confrontatie tussen held en moordenaar - tussen onszelf en het monster - bereikt de obsessie met seriemoordenaars een hoogtepunt. Wanneer Will Graham oog in oog met Dolarhyde staat en ze in een gevecht om leven en dood verwikkeld raken, is het alsof beiden worden verlost. Graham doodt de moordenaar. Hij ligt op de vloer. Twee plassen bloed vloeien weg aan weerszijden van zijn lichaam. Dit zijn de vleugels van de Draak. De metamorfose van Francis Dolarhyde is voltooid. En Graham? Voor hem, en dus voor de kijker, verandert er niets. Hoe vaag is de grens tussen Graham en Dolarhyde? Conrads kapitein Marlow: 'He (Kurtz) had made that last stride, while I had been permitted to draw back my hesitating foot.’
ALS JE millenniumspelletjes wilt spelen, zou je kunnen vragen of wel het toeval is dat seriemoordenaars juist aan het einde van deze eeuw een obsessie zijn. Deze donkere eeuw van genocide, oorlog, tieners in lange jassen met volautomatische machinegeweren en paranoïde psychopaten die kerkgangers genadeloos afmaken. Deze tijd waarin alleen maar de vluchtige suggestie bestaat van verlossing en loutering. Als we eerlijk zijn, dan zijn er bij het verbeelden van onszelf en onze tijd, via kunst, weinig geschiktere metaforen dan seriemoordenaars, en is het voorspelbaar dat Larry Gene Ashbrook van Fort Worth, Texas, in de ban van hen raakt.
Hier komt geen verandering in. Want seriemoordenaars lijken het eeuwige leven te hebben: Son of Sam die, zoals Jack the Ripper, een gouwe ouwe is geworden, Lestat die al eeuwen doorgaat, Mark die opnieuw in het Filmmuseum te zien is, Patrick Bateman die aan het einde van American Psycho zegt: 'This (het moorden) is what being Patrick means to me, I guess…’ Ze hebben hun onsterfelijkheid aan ons te danken: de lezers en kijkers. Door middel van de populaire cultuur, van kunstwerken als Manhunter, houden we deze killers springlevend, hebben we ze nodig - opdat we onze dorst kunnen lessen.
En kijk, daar staat hij: in het centrum van Florence, in de Forte di Belvedere, tegen de muur aan leunend in een hoekje bij de tentoonstelling Atrocious Torture Instruments, gewijd aan de martelinstrumenten van de mens. Hij staat er bewegingloos, met de suggestie van geamuseerdheid om zijn lippen. Voor zijn ogen stromen de toeristen enthousiast voorbij, wellustig, in de richting van de kooien met de zorgvuldig gerangschikte werktuigen van pijn. In de schaduw zucht dr. Hannibal Lecter tevreden.