Dood door Zuid-Afrikaans onderwijs

Johannesburg - Gloria Sekwana was een van de duizenden zwarte Zuid-Afrikanen die vorige week in de rij stonden bij de University of Johannesburg (UJ) in de ijdele hoop om een van de laatste achthonderd plekken te bemachtigen. De ‘laatkomers’ worden ze genoemd. Sekwana stond er samen met haar zoon. De rij werd langer. De druk nam toe.

Het ongeduld groeide. Een waaghals klom over de scherp gepunte groene palisade. Mensen juichten en drongen naar voren. Zwaarder en zwaarder. Tot het hek het begaf en de meute over elkaar heen tuimelend het universiteitsterrein op stormde. Sommigen vielen en werden vertrapt. Onder hen was Sekwana. Ze overleefde het niet. ‘Dying for education’, schreven woedende jongeren op Facebook.
Het incident benadrukte weer eens de crisis in het Zuid-Afrikaanse onderwijs, de wanhoop om aan een doodlopend bestaan in de townships of plattelandsdorpies te ontsnappen. Zo had UJ 65.665 aanvragen ontvangen voor elfduizend eerstejaarsplekken. Desondanks, en ondanks vergelijkbare chaos de afgelopen twee jaar, beweerde de UJ-beveiliging niet op zo'n enorme toeloop te hebben gerekend.
Het overkoepelende probleem is dat het onderwijs in Zuid-Afrika simpelweg onvoldoende plekken heeft. De radicale zwarte studentenorganisatie Azasco legt de schuld bij het ANC. Sinds de partij in 1994 aan de macht kwam is er geen enkele nieuwe universiteit bij gekomen. Sterker, zegt Azasco, dankzij een samenvoegingsbeleid is het aantal hoger-onderwijsinstellingen zelfs gekrompen. Dat UJ te maken kreeg met een zwarte stormloop heeft volgens Azasco te maken met het feit dat ‘blanke’ universiteiten hogere toelatingseisen hebben.
De regering is zich terdege bewust van de crisis en publiceerde - het tijdstip was toeval - twee dagen na het UJ-drama haar beleidsnota voor het hoger onderwijs, met een nadruk op enorme groei in wat we hier lbo en mbo noemen: een vertienvoudiging van het aantal plekken de komende twintig jaar tot vier miljoen, terwijl de capaciteit van de universiteiten van negenhonderdduizend tot anderhalf miljoen moet groeien. Het probleem is dat veel ouders en schoolverlaters die lbo’s en mbo’s als inferieur beschouwen en de universiteit als enige garantie zien voor een betere toekomst.
Dat er iets gedaan moet worden lijdt geen twijfel. Want, benadrukte de minister van Hoger Onderwijs Blade Nzimande, drie miljoen jongeren tussen de 18 en 24 zijn zowel qua onderwijs als banen al buiten de boot gevallen. ‘Dit is een verwerpelijke verspilling van menselijk potentieel en een mogelijke bron voor serieuze sociale instabiliteit.’