De blokkade van Gaza

Dood een Turk en rust uit

De aanval door Israël op de ‘flotilla’ van de Free Gaza Movement doet de Israëlische vredesactivist Uri Avnery sterk denken aan de Engelse aanval in 1947 op de Exodus. De Engelsen overmeesterden het schip met joodse oorlogsoverlevenden, maar verloren de propagandaslag.

TEL AVIV - Op volle zee, buiten de territoriale wateren, wordt het schip tegengehouden door de marine. De commando’s bestormen het schip. Honderden mensen die aan dek zijn plegen verzet, de soldaten gebruiken geweld. Sommige passagiers worden gedood, heel veel meer zijn gewond. Het schip wordt naar een haven gebracht en de passagiers worden met geweld afgevoerd. De wereld ziet ze lopen op de kade, mannen en vrouwen, jong en oud, uitgeput achter elkaar, ieder van hen wordt opgebracht tussen twee soldaten.
Het schip heet Exodus 1947. Het heeft Frankrijk verlaten in de hoop dat het de Engelse blokkade zal kunnen breken, ingesteld om te voorkomen dat schepen met overlevenden van de jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog de kust van Palestina bereiken. Als Engeland ze had toegestaan aan te meren, hadden de illegale immigranten aan land kunnen gaan en hadden de Engelsen ze naar gevangenkampen op Cyprus gestuurd, zoals ze eerder hadden gedaan. Niemand had er dan langer dan twee dagen aandacht aan besteed.
Maar degene die erover gaat is Ernest Bevin, een leider van de Engelse Labour Party, een arrogante, grove en machtsbeluste Engelse minister. Hij is niet van plan zich de wet te laten voorschrijven door een stelletje joden. Hij besluit ze een lesje te leren dat de hele wereld zal kunnen zien. ‘Dit is een provocatie!’ roept hij en natuurlijk heeft hij gelijk. Het belangrijkste doel is inderdaad om een provocerende situatie te creëren, waardoor de ogen van de wereld op de Engelse blokkade zullen worden gericht.
Wat volgt is bekend en door boek en film vereeuwigd: het gaat almaar door, de ene stommiteit volgt op de andere, de hele wereld heeft sympathie voor de passagiers. Maar de Engelsen geven niet toe en moeten een erg hoge prijs betalen.
Velen geloven dat het incident met de Exodus een keerpunt is geweest in de strijd om de stichting van de staat Israël. Engeland bezweek uiteindelijk onder de druk van de internationale verontwaardiging en besloot zijn mandaat over Palestina op te geven. Er waren, natuurlijk, veel belangrijker redenen voor dit besluit, maar de Exodus is de strohalm die de rug van de kameel heeft gebroken.

IK WAS LANG NIET de enige in Israël die vorige week aan het gebeuren met de Exodus werd herinnerd. Als je in die tijd in Palestina woonde en er getuige van was, is het bijna onmogelijk om er niet aan te denken.
Natuurlijk zijn er belangrijke verschillen. Toen waren de passagiers joodse oorlogsoverlevenden, ditmaal waren het vredesactivisten uit de hele wereld. Maar toen en nu zag de wereld hoe zwaar bewapende soldaten op een brute manier de aanval openen op ongewapende passagiers, die verzet plegen met stokken en met hun blote vuisten. Toen en nu gebeurde het op volle zee - toen op veertig kilometer van de kust, nu op 65 kilometer.
Achteraf lijkt het gedrag van de Engelsen in deze affaire ongelooflijk stom. Maar Bevin was niet gek en de Engelse officieren die het bevel voerden waren geen minkukels. Ze waren net als overwinnaars uit een wereldoorlog gekomen. Als ze zich van begin tot eind als volkomen dwazen hebben gedragen was dat het gevolg van arrogantie, ongevoeligheid en een grenzeloze minachting voor de opinie van de wereld.
Minister van Defensie Ehud Barak is de Israëlische Bevin. Ook hij is niet gek en de Israëlische legertop evenmin. Maar ze zijn verantwoordelijk voor een reeks oerstomme daden, waarvan je de rampzalige gevolgen nog maar moeilijk kunt inschatten. Ex-minister, nu publicist Yossi Sarid noemt de groep ministers die besluiten neemt in veiligheidszaken, het zogenaamde comité van zeven, 'zeven idioten’ - en daar moet ik tegen protesteren. Dat is beledigend voor de idioten.
De voorbereidingen voor de flotilla waren al meer dan een jaar aan de gang. Honderden e-mailboodschappen gingen op en neer. Ik heb daar ook tientallen van ontvangen. Er was geen enkele geheimzinnigheid. Alles gebeurde openlijk. Er was dus tijd genoeg voor Israël om de nadering van de schepen voor te bereiden. De politici beraadslaagden. De soldaten trainden. De diplomaten brachten verslag uit. De geheime diensten deden wat ze moesten doen. Niets hielp. Alle besluiten waren vanaf het begin volkomen fout. En dat gaat nog steeds door.
Het idee van een flotilla als een manier om een blokkade te doorbreken grenst aan het geniale. Het plaatst de Israëlische regering voor een onmogelijk dilemma: de keuze tussen alternatieven die alle verkeerd zijn. Elke generaal hoopt zijn tegenstander in zo'n situatie te brengen.

ER WAREN VERSCHILLENDE alternatieven: de flotilla zonder belemmeringen naar Gaza te laten varen. De secretaris van de regering steunde deze optie. Dat zou het einde van de blokkade hebben betekend, want daarna zouden er meer en grotere vloten zijn gekomen. Of de schepen tegenhouden in de territoriale wateren, controleren of er geen wapens of 'terroristen’ aanwezig zijn en ze dan verder laten varen. Dat had enige vage protesten in de wereld opgeleverd, maar het principe van de blokkade was intact gebleven. Of de schepen op volle zee enteren en naar de haven van Ashdod brengen met het risico van man-tegen-man-gevechten met de activisten aan boord.
Zoals altijd koos de regering-Netanyahu de slechtste van deze alternatieven. Iedereen die zich even in deze zaak heeft verdiept had kunnen voorzien dat dit ertoe zou leiden dat er mensen zouden worden gewond en gedood. Als je een Turks schip bestormt verwacht je niet dat kleine meisjes je daar met bloemen staan op te wachten. De Turken staan niet bekend als mensen die zich zomaar overgeven.
De instructies die de Israëlische strijdkrachten hadden gekregen en die openbaar zijn gemaakt bevatten drie noodlottige woorden: 'tot elke prijs’. Elke soldaat weet wat deze drie woorden betekenen. Bovendien stond op de lijst van doelstellingen het lot van de passagiers pas op de derde plaats, na de veiligheid van de soldaten en het volbrengen van hun opdracht.
Als premier Benjamin Netanyahu, minister van Defensie Ehud Barak, de opperbevelhebber van de strijdkrachten en de commandant van de marine niet hadden begrepen dat dit zou leiden tot doden en gewonden, dan moet je concluderen dat ze volkomen incompetent zijn. Dan moeten ze, in de onsterfelijke woorden van Oliver Cromwell tot het Engelse parlement, te horen krijgen: 'U hebt te lang gezeten, want veel goeds heeft u de laatste tijd niet meer gedaan. Vertrek! zeg ik u. Wij zijn klaar met u. Gaat heen, in de naam van God!’
Dit hele gebeuren wijst nog eens op een van de meest ernstige aspecten van de hele situatie: de Israëliërs leven in een luchtbel, in een soort mentaal getto dat ze afsnijdt van een andere werkelijkheid, zoals die wordt waargenomen door de rest van de wereld. Een psychiater zou dit beschouwen als een symptoom van zware geestelijke stoornis.
De propaganda van de Israëlische regering en het leger vertelt een simpel verhaal: onze heldhaftige soldaten, de elite van de elite, zijn met grote vastberadenheid en zorgvuldigheid geland op het schip om daar overleg te voeren en toen zijn ze aangevallen door een wilde en gewelddadige meute. Officiële woordvoerders herhaalden keer op keer het woord 'lynchen’. De eerste dag accepteerden bijna alle Israëlische media dit. Het is immers duidelijk dat wij joden altijd de slachtoffers zijn. Altijd. Dat geldt ook voor joodse soldaten. Ook als we een buitenlands schip op zee bestormen, veranderen we onmiddellijk in slachtoffers die geen enkele andere keuze hebben dan zichzelf te verdedigen tegen gewelddadige en opgehitste antisemieten.
Er is een klassieke joodse mop over een joodse moeder in Rusland die afscheid neemt van haar zoon als hij dienst moet nemen in het leger van de tsaar om tegen de Turken te vechten. 'Overdrijf het niet’, smeekt zij hem, 'dood een Turk en rust dan uit. Dood een andere Turk en rust dan weer uit…’ 'Maar moeder’, valt de zoon haar in de rede, 'en wat als die Turk mij doodt?’ 'Jou?’ roept zijn moeder, 'waarom zou hij dat doen? Wat zou hij tegen je moeten hebben? Je hebt hem toch geen kwaad gedaan?’
Voor elk gewoon mens moet het krankzinnig lijken. Zwaar bewapende soldaten van een elite-eenheid enteren een schip ’s nachts op volle zee, vanaf het water en vanuit de lucht - en zij zouden de slachtoffers zijn? Maar er zit toch een greintje waarheid in: ze zijn wel degelijk slachtoffers, slachtoffers van arrogante en incompetente bevelhebbers, onverantwoordelijke politici en de media die zich door hen laten leiden. En zelfs van de Israëlische publieke opinie, want de meeste Israëliërs stemden voor deze regering of voor de oppositie; dat maakt weinig verschil.

HET IS EEN herhaling van de Exodus-affaire, maar met een duidelijke rolwisseling. Nu spelen de Israëliërs de rol van de Engelsen. Ergens denkt een nieuwe Leon Uris na over zijn nieuwste boek: Exodus 2010. Een nieuwe Otto Preminger gaat een film maken die een grote hit kan worden. Een nieuwe Paul Newman zal de hoofdrol spelen.
Meer dan tweehonderd jaar geleden zei Thomas Jefferson dat elke natie moet handelen met 'fatsoenlijke eerbied voor de opvattingen van de mensheid’. De Israëlische leiders hebben de wijsheid van deze uitspraak nooit aanvaard. Zij houden zich aan het gezegde van David Ben-Goerion: 'Het is niet belangrijk wat de niet-joden zeggen, het is belangrijk wat de joden doen.’ Misschien ging hij ervan uit dat joden zich niet als gekken zouden gedragen.
De Turken tot je vijanden maken is erger dan je gek gedragen. Tientallen jaren lang was Turkije de beste bondgenoot van Israël in het Midden-Oosten. Turkije had in de toekomst een belangrijke rol kunnen spelen als bemiddelaar tussen Israël en de Arabische moslimwereld, tussen Israël en Syrië en ja, zelfs tussen Israël en Iran. Misschien is Israël er nu in geslaagd het Turkse volk tegen zich te verenigen.
Deze aanval is hoofdstuk 2 van 'Operatie Gegoten Lood’. Toen joeg Israël de meeste landen in de wereld tegen zich in het harnas, choqueerde zijn weinige vrienden en maakte zijn vijanden blij. Nu heeft Israël dat weer gedaan, en misschien met nog meer succes. De openbare mening in de wereld keert zich tegen Israël.
Het is een langzaam proces. Het lijkt op de opeenhoping van water achter een dam. Het water stijgt langzaam, de verandering is nauwelijks waar te nemen. Maar op zeker moment barst de dam en is er sprake van een ramp. Dat punt komt steeds dichterbij.
'Dood een Turk en rust dan uit’, zegt de moeder in de mop. De Israëlische regering rust niet eens even uit. Het lijkt erop dat ze doorgaat tot al haar vrienden vijanden zijn geworden.

Vertaling Max Arian