Dood en dans

Als een dikke stroop trekt het verkeer door de straten van SaŸo Paulo. De wegen kunnen de onafzienbare files niet aan. Iedere dag komen er in deze stad duizend auto’s bij, en dat zie je. Bij elk stoplicht zijn er acute stollingsverschijnselen zichtbaar. Soms loopt zelfs alles vast. Dan kun je een heel etmaal doorbrengen in je kleffe kuipstoeltje. In hun cocons van blik verspelen mensen de uren die de mooiste van hun leven hadden kunnen zijn. Reikhalzend wordt uitgezien naar intelligente auto’s die geheel radargestuurd en op de automatische piloot hun weg door de asfaltjungle zoeken. Wat een hemels genot moet het zijn langzaam rijdend en stilstaand in ieder geval te kunnen faxen. Zelfs in de volslagen anonimiteit in de smog van de metropool kun je dan nog iemand zijn, communicerend, werkend aan je carrière. Dan heb je ook een voorwendsel om je ogen af te wenden van wat continu het raam van het portier passeert: de vragende ogen van hen die zo'n cocon niet bezitten, de straatventers en bedelaars. Ze lopen op krukken of rijden op plankjes met wieltjes; ze zijn nog geen zeven of de zeventig allang voorbij. Het stoplicht in SaŸo Paulo is de ontmoetingsplek van een natie. Het is meteen de enige.

Op een der drukste kruispunten van de stad, waar vier zesbaans verkeersstromen bij elkaar komen, staat een rijzige gestalte. De man valt onmiddellijk op. Het is tegen de veertig graden, maar hij is keurig in het pak, inclusief stropdas. Zo hoog mogelijk boven het verkeersgewoel houdt hij een bord omhoog: ik zoek werk. Zijn voorkeur gaat uit naar het veiligheidswezen, zo valt er nog te lezen. Een goede zet. Daarin heeft hij hier overduidelijk de meeste kansen. De man let goed op het verspringen der lichten. Hij volgt het ritme van rood. Zo draait hij zich iedere keer een kwartslag om, om de volgende stroom wachtenden van zijn wanhoop op de hoogte te stellen. Ze hebben steeds een paar minuten om te besluiten een mobiel telefoonnummer te noteren. De man zal zijn post verlaten als hij in zijn binnenzak de verlossende trillingen voelt. Met zijn wilskracht vormt hij daar een onvoorstelbare referentie voor zichzelf. Hij zal gebeld worden.
Dit SaŸo Paulo is vormloos. Het stratenpatroon is een kluwen waar je nooit vat op krijgt. De Paulistanos kennen de weg op routine, maar alleen de kortste. Rijden ze zomaar door de stad, dan zijn ook zij onmiddellijk de weg kwijt. In de meeste buurten zijn ze nog nooit geweest, en dat willen ze ook zo laten. De gebouwen hebben nauwelijks contour. Er rijzen overal steenklompen op, amorfe massa’s. Er is geen enkele ruimtelijke oriëntatie, alleen de bewegwijzering kan je helpen. Overal brengt deze je eerst en vooral in de parkeergarage. Vanaf daar kun je verder naar boven. Indien voorzien van de juiste pinpassen uiteraard. Het stratenprofiel is uiterst rommelig. Wie alleen op het verkeer let, overleeft niet. Overal zijn kuilen, randjes, verzakkingen. En alles is bedekt met een dikke laag stof. Je ziet niets scherp, en er ís niets scherp.
Behalve de hekken. Die zijn overal én messcherp. Raak geen hek aan. Je kunt je snijden. Je kunt een schok krijgen of gewoon een reprimande vanuit een of andere wachttoren. Er staan ook hekken om de schaarse boompjes die her en der geplant zijn. Ze dienen behalve als bescherming ook als reclamezuil. Opschietend groen is hier de laatst overgebleven mogelijkheid voor nieuwe commercials.
Vorm is in SaŸo Paulo goed verstopt, maar ís er wel. Wie wordt toegelaten op een privé-terrein, kan plotseling oog in oog staan met een volslagen excentrieke villa met een arctisch silhouet. Wie de dodenakker bezoekt, ziet al het architectonisch vernuft van het land geconcentreerd in de tombes en grafstenen. Wie de opslagplaatsen van de praalwagens van het carnaval binnenglipt, voelt alleen maar levenslust in de vormen, de kleuren, de fantasievolle lijnen. De bouwkunst in Brazilië is gereserveerd voor dood en dans.
En hier vindt nu de Biennale voor Architectuur plaats, goed beschut in zo'n prachtig parkgebouw van Oscar Niemeyer. De bezoekers mogen zich laven aan de wereldstandaard. Ik kan er slechts naar gissen hoe hen dat smaakt.