Dood en (wan)hoop

Faris is een Palestijnse jongen. Hij heeft zijn oude moeder verlaten voor twee maanden werk in een ver buitenland. Zijn moeder wenst hem veel geluk. Als Faris terugkomt is ze dood. Er spookt daarna een geest door zijn hoofd, die hem wijsmaakt dat hij zijn moeder heeft vermoord. De geest geeft hem nog zes weken. Daarna is het met Faris gedaan. De dood zit hem op de hielen.

In de tweede week wordt hij bijna overreden door de auto van Raja, een Palestijnse vrouw van rijke komaf. Ze wil hem naar het ziekenhuis brengen. Faris spreekt tijdens de rit almaar over zijn aanstaande dood. En hij onthult Raja dat hij zijn moeder heeft vermoord. Raja vlucht, ze kan (of wil) dit verhaal niet horen. Maar het blijft door haar kop spoken. Ze kan Faris niet meer van zich afzetten en vraagt hulp. Haar vader snapt niks van het verhaal, een leraar raadt haar aan een studie te maken van spookverschijningen, een dokter verklaart Raja’s verhaal als psychosomatische afwijking, een vriend zegt haar het verhaal gewoon te vergeten. Maar dat kan Raja niet. Ze gaat op zoek: wat is er gebeurd met Faris’ moeder, hééft hij haar werkelijk vermoord? Uit de administratie van het lijkenhuis blijkt dat de moeder is gestorven aan een hartaanval, een half uur nadat Faris naar het buitenland vertrok. Raja, die ondertussen van Faris is gaan houden, brengt hem die boodschap. Hij is verrast. Hij kan alleen nog maar één tekst herhalen: ‘Ik heb mijn moeder niet vermoord’. Hij werd verteerd door gevoelens van schuld en boete, nu is hij opgelucht. Er is een zware last van zijn smalle schouders gevallen.
Bridge to Eternity ('Brug naar de eeuwigheid’) is de titel van een voorstelling van Theatre Day Productions & Inad Theatre ('Inad’ betekent 'koppig’ in de taal van de Palestijnen). De theatermakers opereren in Gaza, Bethlehem, Hebron en Oost-Jeruzalem. Ze spelen daar voor pubers. De tekst van Bridge to Eternity is van Ghassan Kanafani (1936), ze werd in 1965 als hoorspel geschreven voor Arabische radiostations. Tot een uitvoering is het toen nooit gekomen. Nu wel. De voorstelling was het afgelopen weekend te zien op het Internationaal Theaterschool Festival ITs in Amsterdam.
Het speelvlak is een klein podium. Iedere situatie wordt gesuggereerd met minimale middelen: twee stoelen en we zitten in een auto, een plant en een vogelkooi en we zijn bij Faris thuis. De speelstijl is eenvoudig, open en helder. Khalid el Massou heeft een mooi vermogen tot schakelen. Op de donkere avonden als de geest aan hem verschijnt, speelt hij met grote angstige ogen Faris, en in één seconde gaat er een knop om en dan is hij de boosaardige geest. In de tweede en de vierde acte, als Raja haar vader, leraren en vrienden om raad vraagt, speelt hij in een razendsnel tempo een oude Palestijnse man, een nuffige professor, een psycholoog met een tic, een relnicht en een hypernerveuze kapper - komische intermezzi, allemaal raak. En als hij de bonte kaftan die voor al deze karakters wordt gebruikt, van zich af gooit, is hij in één klap weer de naïeve en onschuldige Faris. Raeda Ghazaleh speelt op een heftig ingeleefde, maar zelden ranzige manier het meisje Raja. Met een simpel kleed en een witte hoofddoek transformeert ze tot een ontroerend beeld van Faris’ moeder.
Bridge to Eternity wordt geheel in het Arabisch gespeeld, met boventiteling (kernachtige Engelse samenvattingen van de dialogen en de verhalen, simpel geprojecteerd via een diascherm boven de speelvloer). De voorstelling past bij wijze van spreken in één koffer - dit is theater van de armoede. De groep richt zich tot de Palestijnse jongeren in de voormalige bezette gebieden in Israel. Ze hebben een eigen opleiding, met drie kleine ensembles en men heeft zes stukken op het repertoire. De voorstelling werd geregisseerd door de Nederlander Jan Willems, die al acht jaar met Palestijnse jonge acteurs en actrices werkt.
De voorstelling is niet politiek in de expliciete betekenis van het woord. Het werk van de schrijver Ghassan Kanafani, die een aantal jaren geleden stierf toen zijn auto in Beiroet op een boobytrap reed, is een uitdrukking van de tragedie van het Palestijnse volk. Maar hij zoekt niet naar directe beelden voor die tragedie, eerder naar metaforen, 'diepte, verwarring en een niet-aflatend vragen’, zoals de eenvoudige programmafolder meldt. Zo'n metafoor is de kleine tragedie van Faris (Arabisch voor 'ridder van de dood’), en Raja (Arabisch voor 'hoop’). In Bridge to Eternity vechten de dood en de hoop met elkaar, letterlijk op leven en dood. De hoop wint. Door deze voorstelling zie je de oorsprong van de wanhoop onder de Palestijnen. Ze verdient een rondreis door Nederland. Wie neemt het initiatief?