`dood is ook een staat van zijn’.

‘We hadden het er vaak over gehad, dat dit kon gebeuren. Op de motor hadden we al veel situaties meegemaakt waarin het maar heel weinig scheelde of we waren allebei dood geweest. Nu is het dan gebeurd. Maar we hadden onze houding tegenover de dood bepaald. Dat heeft het voor mij wel makkelijker gemaakt.’

Claudia Reynen (26) verloor een half jaar geleden haar vriend Andre toen ze in Spanje aan het bergbeklimmen waren. Het aantal dodelijke slachtoffers in de Europese hooggebergten is nog nooit zo hoog geweest als de laatste tijd. Deze zomer zijn in een periode van drie weken acht Nederlandse alpinisten om het leven gekomen, allen tussen de negentien en vijfentwintig jaar oud. Volgens voorzitter Lucas Wildevanck van de Koninklijke Nederlandse Alpinisten Vereniging is een van de oorzaken van dit trieste recordaantal de populariteit van de berg- en wandelsport onder ‘lieden die de avonturier willen uithangen en te grote risico’s nemen’. Juist hun gebrek aan ervaring en kennis zou overmoedig maken.
'Wij zagen onszelf niet als echte klimmers, daarom klommen we altijd zonder touwen’, zegt Claudia. 'We dachten meestal dat we een veredeld bergwandelingetje zouden maken, maar die eindigde soms op de steilste hellingen.
Andre en ik zaten in Malaga om Spaans te leren, want wij zouden de wereld gaan ontdekken. We hadden alles in Nederland opgegeven om te gaan reizen. Die dag hadden we geen zin om te studeren en waren we op de motor geklommen om wat te toeren. En toen zagen we die berg. Het was een prachtige berg, die moesten we gewoon eventjes bezitten. Maar het was een moeilijke beklimming en ik had onderweg naar boven al een keer helemaal vastgezeten. Ik hing daar maar wat en kon geen kant meer op. Eenmaal boven aangekomen wachtte er een prachtig grasveldje en daar zat hij al, heerlijk in de zon. Dan sta je daar en je denkt: Wauw, dit is te gek. Zo'n gevoel dat de wereld aan je voeten ligt en dat je heel dicht bij jezelf bent. Een heleboel dingen die wij belangrijk vinden bestaan dan plotseling niet meer. Dat vind ik zo lekker aan bergbeklimmen, naast dat fantastische gevoel dat je iets bedwingt. Je doet iets waar de mens eigenlijk helemaal niet voorgebouwd is.
Andre wist dat ik bang was om naar beneden te gaan, want afdalen is nog veel enger. Dus bleef hij achter me staan en zei hij waar ik een hand en een voet kon neerzetten. We kwamen op een plateau uit en hij wees me: dat is de makkelijkste weg, die moeten we nemen. En ineens schiet hij uit - ik zie hem zo naar beneden vallen, 35 meter zoals later bleek. Ik stond daar boven en zag hem liggen. Ik schreeuwde en gilde en dacht: als hij maar beweegt, als hij maar even beweegt. Maar hij bleef liggen. Het heeft nog anderhalf uur geduurd voor ik beneden was. Dat was afschuwelijk. Ik klom ook niet meer met mijn verstand, ik heb met mijn volle gewicht aan struikjes gehangen en schaafde mijn benen helemaal stuk. Toen ik bij hem kwam, zag ik dat zijn hoofd helemaal open lag, maar ik hoopte dat het nog te repareren viel. Ik heb zelfs zijn pols nog zitten voelen. Godzijdank heeft een schaapherder ons gevonden; die heeft hulp gehaald in het dorp. Hij is toen naar beneden vervoerd in een grote plastic zak, want ze konden niet met een helikopter op die afgelegen plek komen. Het was allemaal heel afschuwelijk. Het is een film die ik iedere dag weer zie.’
Ze is jong, leuk en blond, creatief en ongelooflijk opgeruimd. Tussen de schilderijen en foto’s aan de muren van de oude kantine waarin ze woont, hangt een zelfportret met daarop de woorden van Andy Warhol: 'Death is just another headline.’ 'Dat heb ik net na het ongeluk geschilderd. De dood is voor mij niet zoiets groots als mensen er vaak van maken. Dood is ook een staat van zijn.’
'Ik begrijp heel goed’, vervolgt ze, 'waarom mensen bergen beklimmen en ik wil het zelf ook weer gaan doen. Maar nu kan ik het nog niet, ik ben gewoon nog veel te bang.’
Niet dat ze nu kalmpjes leeft. In het schuurtje staat haar nieuwe Suzuki-motor, vorige week van de verzekering gekregen. 'Ik heb net twee heftige ongelukken gehad waarbij ik mijn oude machine in puin heb gereden. Ik ben uit de bocht gevlogen, een keer op de Merghelroute in Limburg en een keer in de Belgische Ardennen. Hee, ben je daar weer? vroegen ze in het ziekenhuis in Maastricht.’ Ze barst in lachen uit. 'Ik heb een erg fatalistische houding gekregen, maar dat is niet goed; er zijn mensen die om me geven en vreselijk bezorgd zijn. Maar ik heb na Andres ongeluk zo lopen relativeren dat niets er nog toe doet. We gaan toch allemaal dood.
En het is gewoon verslavend, om de snelste te zijn op de weg en iedereen voorbij te scheuren. Dat geeft een soort machtsgevoel. Ik vind het lekker om een paar bochten plat te nemen. Bij Purmerend heb je een bocht die je met 230 kunt nemen. Dat heb ik zelf nog nooit gehaald, mijn top ligt op 180. Fantastisch: helemaal plat door de bocht, liefst een knietje aan de grond. Dat heeft niks met intelligentie of creativiteit te maken, dat is gewoon een kwestie van durven. Je durft het, je doet het en je overleeft het. Dat gevoel, die adrenalinestoot is echt fantastisch.’
Dat haar flirts met de dood erg trendy zijn, realiseert Claudia Reynen zich heel goed. 'O zeker, wij hebben iets fatalistisch. Pogoen tijdens concerten is daar ook een voorbeeld van. Mensen die bovenop elkaar springen, van het podium afduiken en hun nek breken. Al die gevaarlijke dingen, het experimenteren met drugs en ook piercing, het past allemaal in dat plaatje: knal d'r maar weer een tatoeage op, het is maar je lichaam.’