Andrej Koerkov: Picknick op het ijs

Dood op bestelling

Andrej Koerkov

Picknick op het ijs

Uit het Russisch vertaald door Richard Kellerman

Uitg. Byblos, 238 blz., € 18,00

De dood in de oorspronkelijke Russische titel (Smert’ postoronnego) komt in de vertaalde titel niet voor; er wordt wel een picknick op het ijs gehouden, maar die doet het als plaatje beter dan als uithangbord voor het boek. Op een zaterdagmorgen gaat aspirant-schrijver Viktor met Misja en Sergej in Kiev picknicken op de bevroren Dnepjr, tussen de vissers die bij hun wakken zitten. Misja is een konings pinguïn die Viktor onlangs in huis heeft genomen toen de dierentuin hongerige dieren aan bezoekers meegaf. Het mistroostige dier is bij alle gebeurtenissen onbewogen toeschouwer. Het kuddedier is in z’n eentje hulpeloos en eenzaam, net als zijn nieuwe baas. Misja lijdt ook nog aan een hartkwaal en depressies.

Sergej is een wijkagent die voor Misja zorgt als Viktor uithuizig is. De jongeman droomt van een roman, heeft nog nooit iets uit zijn vingers gekregen en gaat in op het riante aanbod van een krantenuitgever om voor een fors honorarium necrologieën te schrijven van mensen die nog leven. «Je schrijft gewoon een grote doos vol, net als talloze schrijvers dat indertijd in onze goede oude Sovjet-Unie deden. Het verschil is alleen dat jouw stukjes vroeg of laat zullen worden gedrukt.»

Dat is waar, ze komen in de krant, zonder enige inkorting, zelfs niet van de filosofische uitstapjes. Als er 118 doden zijn gevallen, is de door Viktor driftig aangevulde cartotheek van «kruisjes», zoals de korte prozastukjes heten, nog lang niet uitgeput. Daarnaast krijgt hij ook nog vrije opdrachten van een vrije jongen die hem zelfs vijfhonderd dollar per stuk biedt, «minstens tweemaal zoveel als de duurste prostituee».

Viktor praat zijn broodschrijverij goed met te zeggen dat zo’n necrologie lezers het gevoel geeft dat de overledene zijn dood eerlijk heeft verdiend. Hij krijgt al gauw door dat hem een rol in een grote schoonmaakactie is toe bedeeld: elke necrologie bevat aanwijzingen voor het hoe, waar en wanneer van de meestal gewelddadige dood van een publieke figuur. Of hij is ongewild de handlanger van een maffiabende, óf hij werkt voor een autoriteit die de maffia bestrijdt, met eigen middelen; er is altijd een hogere hand in het spel, zelfs of juist als hij iets op eigen initiatief doet.

Koerkov (1961) past met zijn satire over het wilde kapitalisme in de voormalige sovjetrepubliek Oekraïne in een typisch Russische traditie vanaf Gogol en Boelgakov. Toch is het boek meer dan een satire op een maffiastaat of op een opportunistische kunstenaar. Er zijn scènes die ook zonder satirische strekking heel sterk zijn, zoals die van de treurige pinguïn, geliefde gast op begrafenissen, of van de oude pinguïnoloog die nog nooit een studie in druk heeft gezien, of het meisje, niet groter dan een pinguïn, dat door een boef of geheim agent bij Viktor wordt achtergelaten.

Op sommige momenten, de betere zou ik zeggen, heeft de stijl van Koerkov in dit boek iets weg van Platonov. Ook Viktor denkt en praat zo naïef dat hij in zijn overdreven aanpassing en plichtsbetrachting alles en iedereen in de maling lijkt te nemen, zoals wanneer hij met zijn stukken het vaderland zijn helden wil laten kennen. Koerkov bedrijft satire, Platonov heeft altijd beweerd dat zijn verhalen een bijdrage tot de opbouw van het communisme waren. Maar in de laconieke treurigheid van hun personages slaan ze dezelfde toon aan: «De mensen waren weer alleen met het leven van alledag en de toekomst» (na Nieuwjaar), of: «Er is iets niet in orde met het leven, dacht hij onder het lopen, terwijl hij naar zijn voeten keek. Of misschien is het leven veranderd en is alleen de buitenkant zoals hij vroeger was, simpel en begrijpelijk. Maar van binnen is als het ware het mechaniek kapot en weet je niet meer wat je van bekende objecten kunt verwachten. Van een Oekraïens brood, van een telefooncel op straat.» De roman mag qua compositie wat onevenwichtig zijn, hij biedt voldoende intrigerende zijpaden en verrassende hoeken.

Warm aanbevolen, heet dan een wervende tekst als deze. Maar ik ben er een beetje laat mee, want de vertaling blijkt al een jaar of twee oud. Ik heb het boek destijds niet waargenomen, zelfs niet dat er een pocketuitgave van is gemaakt. Ik bestelde het boek naar aanleiding van een stukje over de recente Engelse uitgave, Death and the Penguin. Maar waarom zou je je moeten houden aan de paternoster van de boekenmarkt? Een boek komt uit en na twee maanden gaat het er weer uit; een boek als dit is dan een jaar later gewoon verdwenen. Tenzij iemand zich niet aan de regels houdt. Zo heeft Rudy Kousbroek niet zo lang geleden de Engelse vertaling van de Duitse roman De voorlezer van Bernhard Schlink aan een verlaat verkoopsucces geholpen — een jaar na verschijnen van de Nederlandse vertaling die wel, onder meer in De Groene, uitvoerig besproken was. Daarmee kreeg ook de Nederlandse vertaling een nieuwe kans.