Doodgeknuffeld

Zelfhaat staat in Oostenrijk op grote hoogte. Denk aan Thomas Bernhard. Op het terrein van de film is Ulrich Seidl bezig aan een oeuvre dat hem een aan Bernhard gelijkwaardige reputatie zal gaan geven. Ik zag in Wenen Seidls nagenoeg voltooide nieuwe film Tierische Liebe. Seidls medefinanciers van de Oostenrijkse televisie waren een week eerder al briesend tot de conclusie gekomen dat ze deze schandelijke film nooit zouden uitzenden. Ook de wens om maatschappelijke ongerechtigheden te verbloemen staat in Oostenrijk op vrij grote hoogte.

Ulrich Seidl maakt documentaires met de visuele souplesse van speelfilms en met een ongenaakbare blik op zijn omgeving. In Tierische Liebe laat hij slechts schijnbaar zien hoe zijn stadgenoten hun liefde geven aan hun huisdieren. Feitelijk geeft hij een onthutsende reeks beelden, die associaties oproepen met slavernij, martelingen en wrede perversie. Het zou geen kwaad kunnen als de dierenbescherming een kijkje gaat nemen in de bioscoop om de door Seidl geportretteerde zogenaamde dierenliefhebbers eens nader aan de tand te voelen. Onder het mom van het houden van dieren wordt menig huisdier letterlijk doodgeknuffeld.
Seidl heeft een bijzonder vermogen om zijn personages totaal onverbloemd in beeld te brengen. Zijn werkwijze is mede daardoor omstreden. Critici spreken in verband met Seidls films eerder over slachtoffers dan over hoofdpersonen. Hij is niet het soort documentarist dat mensen keurig laat vertellen wat ze kwijt willen. Hij is niet geinteresseerd in wat mensen van zichzelf zeggen, maar in wat ze doen. Hij vraagt niet of iemand van zijn hond houdt, maar hij vraagt of iemand hem kan laten zien hoe hij van zijn hond houdt. Hij dringt door tot de intiemste momenten van de huisdierenhouder en wendt dan zijn blik niet meer af, hoe gek zijn ondervraagden het ook maken. Maar hoe onthullend Seidls weergave van de omgang tussen mens en dier ook is, toch lijkt dit niet zijn werkelijke onderwerp. Via de getoonde omgang met dieren wordt een menselijk en maatschappelijk fenomeen blootgelegd. Sociaal uitgestotenen, drugs- en drankafhankelijken en vereenzaamden klampen zich aan hun dieren vast als aan laatste strohalmen. Aan de lijn van hun hond laat Seidl zich meenemen in het onbekende leven van de moderne paria. Hij is niet iemand die bescheiden voor de drempel blijft staan. Als mensen al een slaapkamer hebben, dan houdt hij ook daar geen halt.
Seidl is bezig met het ontwikkelen van een nieuw soort maatschappelijke documentaires. In Good News: Von Kolporteuren, Toten Hunden und anderen Wienern schetste hij het leven van buitenlanders die zich in Wenen in leven proberen te houden met het venten met kranten. Gehuld in geel en rood gekleurde regenpakken staan ze 24 uur per dag onder alle weersomstandigheden op straat met een handje kranten. Ook ’s winters vind je midden in de nacht in een uitgestorven Wenen op iedere straathoek nog een kleumende krantenverkoper. Seidl ging met ze mee naar huis of, als ze geen huis hadden, naar de plaats waar ze sliepen. Hij toonde het prive-leven van mensen die nauwelijk meer als mensen werden gezien.
In de op het Amsterdamse documentaire-festival en de VPRO-televisie vertoonde film Mit Verlust ist zu rechnen gaf hij een beeld van het leven van enkele arme bewoners van twee plaatsjes, ieder aan een kant van de Oostenrijks-Tsjechische grens. Hij liet zien hoe de grote politieke en maatschappelijke verandering van het wegvallen van het IJzeren Gordijn zijn effect had in de keuken van doodgewone mensen. Seidl is in Oostenrijk niet echt geliefd. Dat lijkt verklaarbaar omdat hij het leven van Oostenrijkers laat zien die niemand kent en die niemand ook wil kennen. Maar eigenlijk zou men Seidl in Oostenrijk dankbaar moeten zijn. Hij laat zien waar de samenleving gist, schimmelt en in ontbinding verkeerd. Het verwijt dat hij mensen misbruikt, is hypocriet. Hij kijkt naar datgene waarvoor een ieder zijn ogen sluit.