Doodklap

Uitzonderlijke personen brengen uitzonderlijke dingen voort. In zoverre ben ik het eens met wat René Boomkens beweert in zijn artikel ‘Culturele doodklap’ (De Groene van 7 juli). Is het dan echt zo uitzonderlijk dat Nederland een artistieke avantgarde kent? En is het vreemd dat die avantgarde zich verzet tegen het voornemen van een staatssecretaris die op de steeds hoger reikende golven der commercie mee wil drijven?

In het artikel van Boomkens komt de individuele kunstenaar nergens ter sprake, wat te denken geeft. Het voornemen van de staatssecretaris komt neer op een teruggrijpen op de idee dat kunst en cultuur niet elitair maar egalitair dienen te zijn. Een idee dat in de jaren dertig en veertig bij alle belangrijke politieke stromingen terug was te vinden. De fnuikende werking die dit had op de ontwikkeling van de individuele kunstenaar is uitstekend beschreven in romans en gedichten van o.a. W.F. Hermans, Gerard Reve en Gerard den Brabander. Dat deze heren zich niet gaarne gelijkgeschakeld willen zien met de ‘don’t worry, be happy’-boodschap van bepaalde popmuzikanten siert enkel hun gevoel voor eigenwaarde. Het is nog altijd boeiender om te luisteren en te kijken naar iemand die iets eigens te brengen heeft dan de zoveelste gratuite tekst met dito melodie aan te horen. Als voorbeeld van een levensvatbaar toneelstuk (ik gebruik hier zijn woorden) noemt Boomkens Bernadetje. Ik heb Bernadetje niet gezien, ik ben zelfs nooit in Lourdes geweest, maar de superlatieven waarmee Boomkens deze Gentse interpretatie van Bernadette Soubiroux prijst maken mij nieuwsgierig. Te meer omdat het 'zonder al te veel verlies aan intensiteit’ niet op de televisie te beleven valt. Laat ik nou menen dat op de televisie alles zijn intensiteit verliest! De televisie is een uitstekend medium voor wie alle kunst en cultuur gelijk wil schakelen. Miljoenen, eerdaags miljarden mensen kijken tv, ongeacht hun culturele achtergrond. Ze worden er bijzonder snel door geïnformeerd en vermaakt zonder dat ze uit hun woonstee hoeven te komen. En dat is ideaal voor een overheid die het liefst flink bezuinigt op dure theaterzalen en muziekpodia. Het risico dat er direct een financiële doodklap wordt uitgedeeld aan, al dan niet, elitaire uitingen die onder de noemer 'kunst’ vallen is niet gering. Maar wellicht geschiedt er nog een wonder, zoals eens te Lourdes.