Oude zekerheden sneuvelen deze dagen bij bosjes. Het jongste slachtoffer betreft de zegeningen van een ‘politiek onafhankelijke’ centrale bank, een idee dat hip werd in de jaren negentig. Zo’n centrale bank heeft een duidelijk omschreven opdracht (zorg voor lage en stabiele inflatie) waardoor, is de gedachte, ze niet gebruikt kan worden voor andere, politieke doeleinden, zoals electoraal gewin via de geldpers.

Vorige maand verscheen een onderzoeksrapport van de Wereld-bank onder de titel ‘Leidt centrale-bank-onafhankelijkheid tot meer ongelijkheid in de inkomensverdeling?’ Het spannende is dát het verscheen, de inhoud is oud nieuws. Het antwoord is ja, op drie manieren. ‘Onafhankelijke’ centrale banken dringen altijd aan op beperking van overheidsuitgaven, deregulering van financiële markten en ondermijning van onderhandelingsmacht van werknemers. Loongroei is immers dé bepalende factor in prijsstijgingen. De ECB speelde een leidende rol in de afbraak van collectieve loononderhandelingen in Griekenland, en voormalig ECB-president Draghi hamerde continu op flexibeler arbeidsmarkten in Frankrijk.

Het betekent dat zo’n ‘politiek onafhankelijke’ centrale bank toch niet politiek neutraal is. Ze bekommert zich in naam alleen om inflatie maar is intussen anti-arbeid en pro-kapitaal. De angst dat politici met hun vingers aan de geldpers kunnen zitten, leidde tot de lange arm van centrale banken tot in de overheidsfinanciën en op arbeidsmarkten. (Daarna werd de geldpers alsnog aangezet – voor de banken en multinationals.)

Het vreemde is dat we al dertig jaar ervaring hebben met deze bevoordeling onder het mom van politieke onafhankelijkheid. Progressieve economen schrijven het al minstens twintig jaar in hun artikelen en leerboeken, ik geef er zelfs les over. Alleen: in een zogeheten ‘top’-tijdschrift was zoiets nog nooit gepubliceerd – een loepzuivere aanwijzing dat het politiek not done was om aan centrale-bank-onafhankelijkheid te morrelen. Ook dit Wereldbank-rapport had vijf jaar geleden niet kunnen verschijnen. Dat verandert nu. We wisten het al lang, bij de Wereldbank mogen ze het nu ook zeggen.

De kritiek op financiële scheefgroei werd plotseling omarmd

Wat gebeurt hier intussen op een fundamenteler niveau? Misschien een paradigmaverschuiving, ik hoop het. Misschien ook wat de progressieve econoom Thomas Palley gattopardo economics heeft genoemd. Alles moet veranderen opdat alles hetzelfde kan blijven, is het thema van het boek Il Gattopardo van Tomasi di Lampedusa. De macht handhaaft zich door ogenschijnlijk mee te bewegen met de uitdagers van de macht. Vertaald naar de economische wetenschap: argumenten die er al decennialang zijn maar genegeerd werden, worden – als dat niet meer lukt – opeens doodgeknuffeld.

Een voorbeeld is financialisering, een term voor de donkere kanten van de expansie van de financiële sector. In de database EconLit met wetenschappelijke economische artikelen vind je 620 artikelen gepubliceerd na 2007 met het woord ‘financialisation’ in de titel. Zoek je op vóór 2007, dan vind je er negentien. Niet omdat financialisering niet bestond voor de megacrisis van 2007, of geen naam had, maar omdat de problemen rond financiële expansie niet pasten in de dominante theorie, en nog niet rampzalig genoeg waren. Dat kon na 2007 niet meer ontkend worden.

Het antwoord was gattopardo economics. Was financialisering als theoretisch concept serieus genomen, dan was de omvang van de financiële sector drastisch ingeperkt. Maar ondanks die honderden artikelen sinds 2007 gebeurde dat niet. De kritiek op financiële scheefgroei werd omarmd, cosmetische hervormingen werden met veel tamtam doorgevoerd. In Nederland stegen de minimum kapitaalbuffers een paar procent, de hypotheek-leennorm daalde een beetje. Intussen werden wereldwijd de megabanken gered, en werd subsidie op schulden gehandhaafd, aandeelhoudersmacht bleef ongebroken. De belastingparadijzen konden verder, de ongelijkheid explo-deerde. Alles veranderde met procentjes: alles kon hetzelfde blijven.

Pas op voor gattopardo economics in de verkiezingsprogramma’s. Daar is iedereen nu vóór klimaatbeleid en tegen de maatschappelijke kloof. Maar vorige week weigerde de VVD plotseling haar klimaatplannen door het Planbureau voor de Leefomgeving te laten doorrekenen, zoals andere partijen wél doen. Verkiezingsprogramma’s zijn er voor de korte termijn, PBL-berekeningen kijken verder. Het onderscheid tussen gattopardo economics en echte verandering wordt op de langere termijn duidelijk.