Dooie boel

Het intrigerende in het werk van schrijver/regisseur Jules Terlingen is de georganiseerde chaos. Of hij nu eigen werk regisseert (Het hoofd, een satire over de sociaal-democratische vergadercultuur), of een B-filmklassieker (Requiem voor een zwaargewicht), of stukken van Lodewijk de Boer - het effect van Terlingens regies is steeds dat hij dozen met puzzelstukken op de speelvloer flikkert, acteurs banjeren daar zo'n beetje doorheen, een ‘af’ plaatje ontstaat er nooit, en wij, toeschouwers, blijven met de brokstukken achter.

We mogen ons eigen verhaal maken. Ik voel me als publiek in Jules Terlingens regies, zeker bij zijn eigen, almaar ongesubsidieerde groep Würz, altijd bijzonder serieus genomen. Wij kijkers mogen zelf ook nog iets bedenken.
Nu heeft hij een stuk geschreven voor FACT, de werkplaats voor regisseurs/debutanten in Rotterdam. Forza Caesari heet dat stuk. Het ‘recept’ is gejat van Sartres Huis clos: individuen kijken van gene zijde van de stervensrivier naar het heden en proberen de geschiedenis te verspijkeren op grond van recent verworven inzichten. In Sartres toneelstuk Huis clos zijn de terugblikkende doden relatief anonieme eenlingen. Bij Terlingen gaat het in Forza Caesari om beroemdheden uit het begin van onze jaartelling: Julius Caesar, de Egyptische keizerin Cleopatra, haar minnaar Marcus Antonius. Dit dooie drietal kijkt naar de stervende keizer Augustus, die - met het levenseinde in de ogen - alsnog probeert een goddelijke status te verkrijgen.
De tekst van Forza Caesari is helder, intrigerend, fris. Maar hij kent één overheersend probleem: hij is te lang. De helden uit de geschiedenis van het Romeinse rijk hebben wel erg veel tekst nodig om met terugwerkende kracht hun gelijk te halen. Hun mededelingen worden zó vaak herhaald dat je als toehoorder denkt: ja, nu weet ik het wel, kan die grammofoonplaat een keer worden afgezet. En daarmee zijn we ook aanbeland bij het probleem van de voorstelling. De regisseur, tevens auteur van deze tekst, bleek niet in staat op het juiste moment de naald van de plaat te halen. 'Kill your darlings’ ís ook lastig als de drukinkt van de geschreven tekst nog zo nat is wanneer je haar zelf begint te regisseren. De acteurs in Forza Caesari worden zodoende opgezadeld met een probleem waarmee je acteurs beter níet kunt opzadelen: een té overladen tekst die niet op tijd is gekuist.
Daarenboven had ik de indruk dat de acteurs ook niet werkelijk zijn geregisseerd. En niet-geregisseerde acteurs met een te vol beladen tekst worden ongeleide projectielen: ze slaan naar binnen (en doen helemaal niks meer) of ze klappen naar buiten (en doen van alles te veel). Forza Caesari is een dramatische demonstratie van beide varianten. Dik Boutkan (Marcus Antonius) speelt de acteur die niet wil spelen - het leverde een soort lamlendigheid op waar ik al na korte tijd helemaal niet meer naar kon kijken. De volstrekte slaapverwekkendheid die dit spel oplevert, werd nog eens gekwadrateerd door Adri Verberne, die de stervende keizer Augustus neerzet als een nondescripte slapjanus in een soepjurk, waar ik na vijf minuten ook al totaal niet meer in was geïnteresseerd. Diane Lensink (Cleopatra) en Jack Vecht (Julius Caesar) doen precies het omgekeerde: ze overschreeuwen hun rol, staan continu te orakelen en te brullen, de overkill komt nergens vandaan en gaat nergens naartoe. Ik had als kijker het idee dat er elders in het gebouw een reeks zeer uiteenlopende voorstellingen gaande was, en dat de hoofdrolspelers uit die voorstellingen op ons (centrale) podium eventjes opkwamen om een nummer te doen: een ongereguleerde chaos aan acteerstijlen, om gek van te worden. Tussen deze acteerwanhoop stond de slaaf Polycleitos, vormgegeven door de vaste Terlingen-acteur Cornelis Schenk. Hij speelde almaar nuchter-leuk, maar het probleem was dat wat hij doet geen moment leuk is. Zijn slottekst luidde: 'Te laat. Afgelopen.’ Ik heb in geen tijden meegemaakt dat een dergelijke tekst een zo bevrijdende werking had. Ik was als toeschouwer eindelijk verlost van een voorstelling. Ik mocht weg! Hoera!