Het IMF oordeelt over de Antillen

Door de bank genomen

Dezer dagen beslist het Internationaal Monetair Fonds (IMF) over het lot van de Nederlandse Antillen. Terwijl de lokale bevolking kreunt en steunt onder de economische malaise, blijft het IMF voor de Nederlandse regering dé ultieme scheidsrechter. En daar vaart de Bank van de Nederlandse Antillen wel bij.

De «Tromp-tower» heet het in de volksmond. Het nieuwe gebouw van de Bank van de Nederlandse Antillen, dat hoog op een heuvel boven Willemstad verrijst, heeft een grote symbolische waarde. Exacte cijfers zijn niet te achterhalen, maar het kolossale pand met de Romeins aandoende architectuur moet ergens tussen de dertig en de vijftig miljoen Antilliaanse guldens kosten, zo’n 42 tot zeventig miljoen Nederlandse guldens.

Op Curaçao is het politieke direct persoonlijk en het persoonlijke meteen politiek. Daar ontkomt ook Emsley Tromp, de directeur van de BNA, niet aan. Op het economisch zwaar getroffen Curaçao geldt het dure nieuwe gebouw als een arrogant signaal. Alsof het niet duidelijk genoeg was: de BNA staat voor geld en macht.

Binnen de BNA ziet men het anders. De instelling huist momenteel in zeven afzonderlijke, over de stad verspreide gebouwen. Alles samenbrengen in één pand is nu eenmaal efficiënter en goedkoper, zo redeneert men.

Daarmee sluit de filosofie van de BNA naadloos aan bij die van het IMF. En dat is geen toeval. Sinds het land het IMF-traject is ingeslagen, is de BNA de belangrijkste speler op de Nederlandse Antillen. Vergelijk Tromp met een Greenspan of een Duisenberg, maar dan wel in een gemeenschap van zo’n 200.000 zielen. Op de Antillen ben je al snel een grote vis in een kleine vijver.

Half november stuurde de Antilliaanse premier Miguel A. Pourier een brief met elf bijlagen naar het IMF. Zijn laatste, aldus Pourier. «Tot hier en niet verder. Ik beantwoord nu geen enkele vraag meer van het IMF. Als die er wel komt, stap ik op», aldus Pourier in een gesprek met De Groene Amsterdammer.

De landsregering van de Nederlandse Antillen onderhandelt al sinds begin dit jaar met het IMF. Met deze laatste brief van Pourier heeft het land aan alle door het IMF gestelde vijftien «prior actions» voldaan. Maar een nieuw akkoord zat er tot op heden niet in.

In 2000 lukte het wel. Toen kwam Nederland op aanraden van het IMF met tweehonderd miljoen gulden extra over de brug, boven op de 250 miljoen die de Antillen jaarlijks van Nederland ontvangen. Een zak met geld waar volgens premier Pourier ook de Nederlandse «diensten» op de Antillen van worden betaald, zoals de kustwacht en de Neder landse vertegenwoordiging.

De Antillen hebben 3,3 miljard gulden schuld. Dit jaar bedragen de rentelasten van het Land Nederlandse Antillen ongeveer 170 miljoen en die van het Eilandgebied Curaçao 150 miljoen gulden. Voor 2001 wordt het Bruto Binnenlands Product (BBP) van de Antillen geschat op 6,2 miljard en dat van Curaçao op 4,5 miljard. Het begrotingstekort van de gezamenlijke overheden is voor 2001 geraamd op 4,2 procent van het BBP.

In de jaren zeventig en tachtig ging het goed op de Antillen. Zo goed dat het geld letterlijk niet op kon. De machthebbers joegen er enorme bedragen doorheen en dat uitgavenpatroon bleef gehandhaafd. Ook toen de inkomsten allang niet meer gegarandeerd waren. Er is dus hard geld nodig.

Over dat geld gaat in eerste instantie de BNA. Op de lokale zender TeleCuraçao worden onder het plaatselijke weerbericht beelden geserveerd van de «Tromp-tower by night». Toch is de mythevorming rond de Centrale Bank volgens premier Pourier alleen op de buitenwacht gericht: «De BNA is het financiële gezicht van onze natie. We kunnen niet pretenderen dat we een internationaal belangrijk financieel centrum willen zijn en ons met veel poeha in de markt zetten om vervolgens mensen te ontvangen in een krotje van een Centrale Bank.»

De «buitenwacht» moet de Antillen weer uit het slop trekken. Daarom haalde Pourier in 1995 het IMF binnen. Nadat orkaan Luis Sint-Maarten nagenoeg verwoestte, vreesde de premier voor de monetaire status van de Antillen. In het keurmerk van het IMF zag Pourier, van huis uit een fiscalist die de trust- en offshorewereld op zijn duimpje kent, dé oplossing om zijn land aantrekkelijk te maken voor buitenlandse investeerders. Er werd een Structural Adjustment Plan (SAP) opgesteld, conform het standaardlijstje van actiepunten dat het IMF oplepelt om elke economische crisis waar ook ter wereld te bezweren.

Rond 1995 begon de economie van de Antillen definitief te krimpen. Het wegvallen van de offshore-pijler, met de bijkomende consequenties voor de banken, en de teloorgang van de op sekslijnen draaiende telecommunicatie-industrie zetten de neerwaartse spiraal in gang. Aan het einde van de eerste termijn van het kabinet-Pourier in 1998 werd de balans opgemaakt: de verwachtingen van het SAP waren te hoog gespannen geweest, sommige statenleden spraken zelfs van een mislukking.

«Als deel van het Koninkrijk mogen de Nederlandse Antillen niet internationaal de boer op om geld te lenen. Men moet met Nederland onderhandelen. En Nederland stelt het IMF als absolute voorwaarde», legt Carl Camelia uit, bestuurslid van het Curaçao Institute for Social and Economic Studies aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen (UNA).

Hij vervolgt: «Ondertussen blijft Nederland maar zwaaien met die buidel met geld. Gijs de Vries (staatssecretaris Koninkrijksrelaties — ms) zegt dat er flink uitgepakt gaat worden als het akkoord met het IMF er eenmaal is. Maar het IMF heeft er alle belang bij dat als het een keurmerk afgeeft alles dan ook goed gaat, dus wachten ze zo lang mogelijk en blijven ze een akkoord maar uitstellen.»

Inmiddels zijn niet alleen de lokale bevolking, academici en ondernemers IMF-moe, ook de politici, tot aan de premier toe, hebben het wel gehad. Volgens Pourier begint het feit dat de geldinjectie van Nederland hieraan gekoppeld is nu echt contraproductief te werken.

Nog geen twee jaar geleden dacht Pourier er heel anders over. Toen hij eind 1999 zijn tweede termijn inluidde, was het opnieuw binnenhalen van het IMF een van zijn eerste officiële daden. De regering in Nederland was de rol van het IMF inmiddels ook zeer gaan waarderen. Niet alleen omdat monetaire recepten van de internationale instelling Nederland veel vertrouwen inboezemden. Het IMF verloste Nederland ook meteen van zijn ongemakkelijke rol als kolonisator die aan de geldkraan draait. Met het IMF als scheidsrechter ertussen was de vraag of de Antillen meer steun hadden «verdiend», en zo ja hoeveel, volledig uit Nederlandse handen.

Op verzoek van minister Suzy Camelia-Römer van Economische Zaken heeft ook de Wereldbank vorig jaar een advies voor de Antillen opgesteld. Dit gaat uit van een duurzaam ontwikkelingsprogramma, dat zich richt op een jump-start van de economie.

Nu, dik een jaar later, gelooft niemand meer in die jump-start en blijft het wachten op het IMF. Lokale ondernemers praten over de noodzaak van een zakenkabinet met een «Marshallplan» voor de Antillen. Minister De Vries van Binnenlandse Zaken zei eind oktober tijdens een bezoek aan Curaçao dat hij, zodra het akkoord met het IMF een feit is, een cheque van zo’n 230 miljoen gulden zou ondertekenen. Volgens de lokale ondernemers zou zelfs daarvan de impact nog vrijwel nihil zijn.

Volgens Carl Camelia van de UNA is het inschakelen van het IMF als scheidsrechter funest. «Economie is een gedragswetenschap, dus het kan niet worden voorspeld. Een IMF-keurmerk is daarmee niet zonder risico. Als je het IMF als voorwaarde stelt, ga je ervan uit dat economie een exacte wetenschap is. Maar dat is niet zo.» Daarnaast heeft Camelia er moeite mee dat Nederland het IMF als voorwaarde stelt. «Dat juist Nederland, dat in de regel bekend staat om zijn kritische houding, nu één enkel instituut omarmt en het daarbij laat, riekt naar verraad.»

In een reactie hamert staatssecretaris voor Koninkrijksrelaties Gijs de Vries erop dat er ook andere adviseurs zijn ingeschakeld. «Maar het kan echter niet zo zijn dat de Antillen uit de verschillende adviezen selectief gaan shoppen.»

Directeur Tromp — die overigens niet bereikbaar was voor commentaar — vindt niet dat de BNA te veel macht in handen krijgt als neveneffect van de IMF-strategie. «Het zijn de ministerraad en het Bestuurscollege (b. en w. van Curaçao — ms) zelf geweest die het IMF-programma hebben geaccordeerd», zei Tromp eerder dit jaar in het Curaçaose dagblad Amigoe.

Toch ziet premier Pourier wel reden voor een kentering. «De BNA heeft een belangrijke rol in het geheel. Maar er moet wel meer evenwicht worden gecreëerd. Financiën moet de rol van de Centrale Bank gaan vervullen.» Zodra het departement van Financiën voldoende bemand is, zou het volgens Pourier het sturen van de financiële huishouding van de Antillen van de BNA moeten overnemen.

Mocht dat niet vanzelf gaan, dan houdt Carl Camelia, echtgenoot van de minister van Economische Zaken Suzy Camelia-Römer, de vinger aan de pols. De UNA begint in januari met een evaluatie van het IMF-traject.