De bank van morgen

Door de bank genomen

Nederlandse grootbanken laten bij belegging, hypotheekverstrekking en kredietverlening hun eigenbelang prevaleren boven het klantbelang. Alternatieve financieringsvormen zijn het gevolg.

Ruud Vonk, die zondag 23 september zijn onthutsende verhaal deed in het Brandpunt-_item _Bankenbedrog, is het soort klant dat banken zouden moeten koesteren, zeker in deze crisistijd. In plaats daarvan werd hij getild, als slachtoffer van een bancaire cultuur die meer waarde hecht aan eigen verdiensten dan aan het klantenbelang. Op jonge leeftijd nam Vonk het autoschadeherstelbedrijf van zijn vader over. Samen met zijn vrouw Truus bouwde hij die onderneming verder uit. Na een paar decennia hard werken verkochten zij het bedrijf met een mooie winst – een bedrag met zes nullen. Een riante basis, zo leek het, voor een comfortabele oude dag. De vraag was alleen hoe dat pensioen­kapitaal zeker te stellen. Zelf beleggen? Ruud had al eens wat gehobbyd op de beurs, uit nieuwsgierigheid vooral, om te kijken hoe dat zou gaan. Soms had hij wat verdiend, soms ook flink verloren. Te riskant, vond het echtpaar. Truus en Ruud besloten het in beheer te geven.

In 2007 stapten ze naar de Rabobank, hun huisbankier, en legden hun wensen op tafel. Ze wilden hun geld ‘defensief’ belegd zien, met een zo laag mogelijk risico. Anders gezegd: zo min mogelijk kans op grote verliezen. Lage risico’s gaan hand in hand met lagere rendementen, maar dat vonden de Vonken prima. Vijf, zes procent vermogensgroei per jaar, net iets meer dan de inflatie (zo’n twee procent, nu) en vermogensrendementsheffing (1,2 procent), zou ruim genoeg zijn voor de financiering van hun pensioen. Geen probleem, zo kregen zij te horen. Via Schretlen Co, het rijkeluislabel van Rabobank, zou hun geld hoofdzakelijk belegd worden in relatief veilige obligaties – leningen van overheden en bedrijven die daarover ieder jaar rente vergoeden, en na een bepaalde looptijd de hoofdsom aflossen – en in fondsen die beleggen in een reeks obligaties. Ook zou de bank een deel van het geld cash aanhouden op een spaarrekening, als reserve voor onvoorziene gebeurtenissen.

Aan die laatste belofte hield de bank zich meteen al niet, zo ontdekte Vonk toen de eerste afschriften op de deurmat vielen. Schretlen had zijn kapitaal tot de laatste cent belegd. Hij besloot er geen punt van te maken. Gealarmeerd raakte hij pas toen hij in het najaar van 2008 – de krediet­crisis woedde inmiddels in alle hevigheid – zijn vermogen in snel tempo zag verdampen. Vonk wilde weten wat er aan de hand was, en waarom de bank geen actie ondernam. Zijn beheerders haalden de schouders op. ‘Het is crisis’, kreeg Vonk te horen. ‘Alle beleggingen doen het slecht.’ Dat klopte niet. In 2008 vluchtten beleggers in hun paniek massaal in precies het soort effecten waarin Vonk grotendeels belegd dacht te zijn – obligaties van ‘veilige’ landen als Nederland, Duitsland en de VS. Mede daardoor presteerden die in het rampjaar juist goed, of veel minder slecht dan andere soorten beleggingen.

Maar Vonk wás niet in die veilige effecten belegd, zo bleek toen hij de onafhankelijke vermogensbeheerder Peter van der Slikke om hulp vroeg. Van der Slikke ontdekte dat Vonks portefeuille, in flagrante strijd met wat hem was beloofd, vol producten zat die hoge risico’s paarden aan hoge beheerskosten. Obligaties met een zeer hoge rente van financieel wankele debiteuren. Obligatiefondsen die eigenlijk niet zo mochten heten, omdat zij grotendeels belegden in complexe derivaten. Eind 2008 was het kapitaal van Ruud en Truus Vonk met de helft geslonken. Zij haalden het restant weg bij Rabobank, en sleepten de bank voor de rechter. Die begon met een deskundige aan te stellen, om de portefeuille van het echtpaar te analyseren. Hun rechtszaak loopt nog steeds. Tot dusver ontkent de Rabobank iedere schuld aan het debacle. Als zij in die houding volhardt, kan het eindvonnis nog jaren op zich laten wachten.

Ruud en Truus Vonk hebben nog een flink vermogen over. Hooguit zullen ze een paar jaar eerder afstand moeten doen van hun huis aan de oever van de Amstel, met een prachtig uitzicht over de groene weiden vlak buiten Amsterdam. Maar daar draait het in dit verhaal niet om. Hun ervaring staat namelijk niet op zichzelf. Duizenden particuliere beleggers worden door de Nederlandse grootbanken al jarenlang slecht bediend met matig renderende beleggingsfondsen, waarvan de kosten en voorwaarden voor een normale sterveling nauwelijks zijn te achterhalen. Peter van der Slikke schreef er een boek over, Ontmaskerd geheten, dat onlangs is verschenen. Hij kan het weten: hij werkte 25 jaar voor ABN Amro, waar hij die fondsen zelf verkocht. Ergens in de jaren negentig begon dat te wringen. Bankmedewerkers werden steeds harder afgerekend op de hoeveelheid producten die zij wisten te slijten, en de winstmarge die de bank daarmee behaalde. Het belang van de klant raakte daaraan volstrekt ondergeschikt.

In zijn boek betuigt Van der Slikke spijt dat hij jarenlang aan deze praktijken heeft meegewerkt. In 2006 verliet hij de bank en begon voor zichzelf, eerst voor vermogende klanten (vanaf een miljoen euro) en inmiddels ook voor ‘gewone’ beleggers (vanaf 25 mille). Hij belegt hun geld nog uitsluitend in zogenoemde etf’s of trackers, producten die automatisch via computerprogramma’s indices of mandjes onderliggende waarden volgen. Zulke ‘passieve’ beleggingen brengen voor de klant veel lagere kosten met zich mee dan ‘actief’ beheerde beleggingsfondsen, en leveren mede daardoor vaak betere rendementen op. Bovendien zijn ‘fysieke’ trackers, die de gevolgde waarden ook daadwerkelijk aanhouden als onderpand, transparant en eenvoudig te begrijpen.

Amerikaanse particulieren investeren gemiddeld al zo’n veertig procent van hun vermogen in passieve beleggingen. In Nederland is dat nog maar vijf tot zeven procent, en de banken maken geen haast dat te veranderen. Zij zijn verslaafd geraakt aan dezelfde drug als bijvoorbeeld de uitgevers van papieren kranten: hun oude producten zijn zo lucratief dat iedere prikkel tot innovatie ontbreekt. En de banken verliezen niet eens terrein, zoals de kranten wel doen. Twee keer binnen tien jaar hebben hun klanten fors verloren: tijdens de dotcom-crash (2000-2002) en tijdens de kredietcrisis. Toch stappen zij nog nauwelijks over naar nieuwe aanbieders zoals de indexbeleggers. ‘Eerst wil ik mijn verliezen bij mijn huidige bank goedmaken’, is een even veelgebruikt als onzinnig argument. ‘Dan kom ik naar jullie toe.’ ABN Amro, veruit de markt­leider in Nederland met zo’n zeventig miljard euro van particulieren onder beheer, zag vorig jaar nog negenhonderd miljoen euro aan extra kapitaal toevloeien. Robeco, een andere dochter van Rabobank en de oudste Nederlandse aanbieder van beleggingsfondsen, kreeg in 2011 zelfs veertien miljard euro meer onder beheer van particulieren over de hele wereld, een groei met een vijfde tot 81 miljard euro.

En toch rommelt het in bankenland. De afm publiceert binnenkort een onderzoek naar de kosten van bancaire beleggingsfondsen. afm’er Tim Mortelmans lichtte in Brandpunt alvast een tipje van de sluier op. De waakhond over de financiële markten wil dat de banken alle zichtbare en verborgen kosten van hun beleggingsproducten bundelen tot één total cost of ownership, zodat de consument voortaan weet waar hij aan toe is. De kritiek blijft niet beperkt tot beleggen, maar strekt zich ook uit tot de maatschappelijke basisfuncties van de banken, zoals hypotheken en kredietverlening aan het midden- en kleinbedrijf. Het mkb klaagt al jaren over dure en schaarse kredieten. Boele Staal, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Banken, reageerde onlangs met een ­testimonium paupertatis: hij maande de ondernemers buiten de banken financiering te zoeken.

Dat doen zij dan ook. nvob (banketbakkers) en Bovag (garagisten) willen hun leden ­verenigen in kredietunies, een mooie maar verdwenen figuur uit het verleden. Gevestigde bakkers en autobedrijven zijn eerder bereid en beter in staat startende branchegenoten te financieren, omdat zij hun eigen business door en door kennen. Tot dusver stuit het initiatief echter op wettelijke regels die zijn geschreven voor banken, niet voor kredietunies. Een ­alternatief is de verkoop van bedrijfsobligaties aan het publiek, een financieringsvorm die wereldwijd een grote vlucht neemt omdat de banken het laten afweten. Nu is deze markt nog voorbehouden aan grote ondernemingen. Diverse partijen proberen hem ook voor kleine bedrijven te ontsluiten. De Amsterdamse zakenbank Keijser Capital lanceerde onlangs haar eerste mkb-obligatie op Alternext, een Europese beurs voor kleine en middelgrote ondernemingen. De lening was bedoeld voor het incassobedrijf CE Credit Management uit Barendrecht, dat met de opbrengst debiteurenportefeuilles van bedrijven en overheden wil overnemen om die vervolgens te innen. De portefeuilles dienen als onderpand voor de lening. Toch werd de beoogde opbrengst van tien miljoen euro bij lange niet gehaald: de grote banken weigerden hun klanten op de emissie te laten intekenen. De lening was te klein, er zou te weinig vraag naar zijn, zo verklaarden zij. Wat vooral bleef hangen, was dat zij met deze opstelling ­lijnrecht ingingen tegen de oproep van hun eigen ­voorman Boele Staal om nieuwe financierings­bronnen aan te boren. Euronext- en Alternext-topman Cees Vermaas was daar zo boos over dat hij in De Telegraaf uithaalde naar de banken.

De kredietcrisis heeft het Nederlandse bankenlandschap uitgedund, waardoor er nauwelijks nog sprake is van concurrentie. Europese en nationale wetgevers en toezichthouders eisen dat de overlevende banken eerst en vooral hun kapitaalbuffers versterken. Beide factoren zijn bepaald niet bevorderlijk voor de toch al minimale klantgerichtheid en innovatiedrang van de Nederlandse grootbanken. Woningbezitters kunnen daarover meepraten. Ondanks de almaar dalende marktrente kondigden ing en ABN Amro in mei een forse verhoging aan van de opslag op variabele hypotheekrentes. Na felle protesten van de actiegroep Stop de Banken trok ing dat voornemen in september in. ABN Amro volhardt vooralsnog. In Nederland is de ­hypotheekrente gemiddeld een procentpunt hoger dan in Duitsland. Behalve de ­huizenbezitters kost dat ook de staat veel geld: zes miljard euro extra aftrek van hypotheekrente.

René Frijters ziet een gat in de markt. Met financiële steun van verzekeraar Aegon lanceerde hij vrijdag de Knab – ‘bank’, maar dan achterstevoren. Frijters stond in 1999 aan de wieg van Alex, de eerste Nederlandse internetbroker die beleggers in staat stelde veel goedkoper te handelen op de beurs. De Knab moet de eerste echte internetbank worden, met een hip ogend ‘dashboard’ dat de klanten in staat stelt al hun financiële zaken in onderlinge samenhang online te regelen. Maar waar een gewone bankrekening een paar tientjes per jaar kost, vraagt de Knab vijftien euro per maand. Zuinige Hollanders vallen daarover, zoals ook bleek uit de vele negatieve tweets.

Kees de Kort heeft een beter idee. ‘De staat moet een Wij Bank oprichten, of Oranje Bank voor mijn part’, zegt de vermogensbeheerder en beurscommentator van Business Nieuws Radio. ‘Die moet zich concentreren op twee hoofd­zaken: sparen en betalen. Geef een hogere spaarrente dan de commerciële banken, en garandeer alle tegoeden voor honderd procent. Niet tot een ton, zoals onder het huidige depositogarantiestelsel. Alleen de overheid kan op die manier de bankenmarkt openbreken. Banken die dat niet trekken, moeten we gewoon failliet laten gaan. Die veranderen toch nooit, en ze zitten het herstel alleen maar in de weg.’


De auteur van dit stuk heeft als researcher meegewerkt aan de Brandpunt-uitzending Bankenbedrog en was aanwezig bij de interviews met Ruud Vonk

Foto: John Schaffer / HH