JORIS IVENS’ LIEFDE VOOR CHINA

Door de geschiedenis gebeten

In de aanloop naar de Olympische Spelen maakte René Seegers de documentaire Een oude vriend van het Chinese volk, over de cineast Joris Ivens en diens sympathie voor het maoïsme. ‘Ivens hoopte zo dat het waar was wat hij zag.

BIJNA TWEE MILJOEN. Het is een getal waarbij je met je ogen knippert: bijna twee miljoen Nederlanders keken in 1977 naar Hoe Yukong de bergen verzette, het twaalf uur durende epos over de Chinese Culturele Revolutie van Joris Ivens dat door de NOS op tv werd gebracht. De afleveringen van de in stukken geknipte megadocumentaire toonden impressies van, onder meer, een visserscommune aan de Gele Zee, het reilen en zeilen van een apotheek in Shanghai, de gang van zaken in een generatorenfabriek en op de olievelden van Daqing in Mantsjoerije. En alsof dat niet spannend genoeg was kwamen er telkens weer pratende mensen in beeld, die vergaderden of, zoals de hoogleraar natuurkunde Chen, voor de camera vertelden wat de Culturele Revolutie voor hen betekende. In het geval van Chen: de Rode Gardisten hadden hem hardhandig tot het inzicht gebracht dat hij, ondanks zijn solide internationale reputatie, geen goede wetenschapper was. De jeugd had hem de vraag ‘Waartoe dienen al die boeken’ voor de voeten geworpen en na arbeid op het platteland wist hij beter.
Nu, in de aanloop naar de Olympische Spelen in Peking, is er ook weer die grote belangstelling voor dat raadselachtige Rijk van het Midden. Stapels boeken zijn er de afgelopen maanden over de ontwakende draak gepubliceerd en de komende weken zal de televisie bevangen zijn door de Chinese koorts, met de programmering van speelfilms en reportages over China, de China-reizen van Paul Rosenmöller en speciaal voor de gelegenheid gemaakte documentaires.
Een van die documentaires is Een oude vriend van het Chinese volk van René Seegers, over Joris Ivens en China. Aanvankelijk had Seegers het ambitieuze plan een film te maken over het beroemde epos Hoe Yukong de bergen verzette. Hij wilde in de sporen van Ivens door China reizen, de plekken bezoeken die de geëngageerde regisseur tijdens de Culturele Revolutie filmde, de mensen zoeken die een hoofdrol speelden – veel van hen leven nog. Maar de weduwe Ivens, Marceline Loridan, bleek in haar Parijse appartement Nederlandse brieven niet eens te openen, en toen Seegers, na een Franse introductie, een middag met haar gepraat had, volgde niet veel later een missive dat hij het project acuut moest stoppen. Daar had de weduwe natuurlijk niets over te zeggen, maar ze kon Seegers wel verbieden beelden uit Yukong te gebruiken.
Het werd daardoor een andere film. Een film waarin het vooral gaat om de vraag wie nu wie regisseerde. Liet Ivens zich in een keurslijf persen door de Chinese machthebbers? Zag hij wat zij wilden dat hij zag? Of ging het allemaal veel subtieler en zag hij als gelovige maoïst vooral wat hij zélf wilde zien? ‘Het is zeer Nederlands’, zegt René Seegers, ‘om Ivens ofwel als een groot regisseur te zien die naïef is geweest over de Culturele Revolutie, of als een foute, doorgewinterde stalinist. Ik denk dat de werkelijkheid in het midden ligt. Ivens is overal in de wereld geweest, heeft alles zien veranderen. Hij is nooit naïef geweest, wel een idealist. Hij geloofde in een betere wereld.’
‘Het is een intrigerend mechanisme’, vervolgt Seegers. ‘Wat zie je als je ergens naartoe gaat? Voor een groot deel, dat blijkt ook uit veel psychologisch onderzoek, onze eigen vooringenomenheid. Het zogenoemde kinderwagensyndroom: als je zwanger bent, zie je opeens overal kinderwagens in de stad. Ons beeld van de werkelijkheid wordt in hoge mate bepaald door wat wij met anderen delen.’

Over Joris Ivens en China kun je twee verschillende verhalen vertellen. Het eerste past zo in een avontuurlijk jongensboek. In 1938 reisde de toen 39-jarige Ivens met de China Clipper, een van de eerste vliegtuigen die over de Stille Oceaan vlogen, naar Hongkong. Hij had al internationale faam verworven als maker van avant-gardefilms als De brug en Regen. In 1930 had hij zijn eerste reis naar de Sovjet-Unie gemaakt, waarna hij zich, onder de paraplu van de Communistische Internationale, ontpopte als revolutionair filmer en rondzwervende wereldverbeteraar. ‘De vliegende Hollander’, zoals hij zichzelf ook met zelfspot benoemde.
In 1938 had hij zojuist The Spanish Earth voltooid, zijn documentaire over de Spaanse Burgeroorlog. Het was, noteerde hij in zijn met hulp van Robert Destanque geschreven autobiografie Aan welke kant en in welk heelal, een politieke daad om vervolgens een documentaire te maken over de Chinese onafhankelijkheidsstrijd – het land was voor een groot deel door de Japanners bezet. ‘Maar’, schreef hij verder, ‘van China wist ik niets. Als iedereen wist ik dat het een enorm land was, met een beschaving, een cultuur en zijn lettertekens.’ Vager kan haast niet, maar China was ook toen, net als tijdens de Culturele Revolutie een gesloten wereld.
Het jongensboek is trouwens nog romantischer. In 1938 hadden de Chinese communisten onder leiding van Mao Zedong hun Lange Mars achter de rug en werd er eendrachtig met de nationalisten van Tsjang Kai-sjek tegen de Japanse vijand gevochten. Het werd Ivens niet toegestaan om zich bij het communistische front te voegen. Maar het toeval wilde dat hij twee camera’s bij zich had. Eén ervan gaf hij, met tweeduizend meter film, cadeau aan de communisten. De camera zou later mythische proporties krijgen: de eerste filmbeelden van Mao werden ermee vastgelegd, zij zou het begin vormen van de Studio van de Eerste Augustus in Peking. Ivens stond daarmee aan de wieg van de Chinese filmacademie, waaraan hij een kleine twintig jaar later, eind jaren vijftig, filmstudenten uit het hele land de beginselen van het documentaire-filmen zou bijbrengen.
Maar er is daarnaast ook meteen het tweede verhaal, over Ivens als propagandist van abjecte totalitaire regimes, kind aan huis in Moskou en Peking. In 1938 maakte hij The 400 Million en was hij nog afgesloten van de communisten, in 1957 was Mao aan de macht en was Ivens artistiek adviseur van de propagandafilm De verontwaardiging van de 600 miljoen. Een jaar later maakte hij zelf Voor de lente, een verheerlijking van het Chinese agrarische leven, terwijl in diezelfde tijd, tijdens Mao’s Grote Sprong Voorwaarts, miljoenen Chinezen van de honger stierven. De commentaarstem in de documentaire Een oude vriend van het Chinese volk verbaast zich over de frisgewassen meisjesgezichten, ‘alsof Ivens in China een dorpstafereel filmt dat in een studio is nagespeeld. Zelfs de buffels lijken te acteren.’ Zou hij zelf echt niet het verschil hebben gezien met Borinage, de film over het benarde leven van Waalse mijnwerkers die hij in de jaren dertig vervaardigde?

Na de dood van Stalin en de ontdooiing onder Chroesjtsjov was Ivens teleurgesteld in de Sovjet-Unie, maar uit China putte hij nieuwe hoop. ‘Ik zie China als voorbeeld van de puurheid van een socialistische staat’, zei hij in een interview. In China bereikte zijn radicalisering een hoogtepunt. Hij was, zoals Hans Schoots beschrijft in zijn Ivens-biografie Gevaarlijk leven, niet de enige die in China’s nieuwe mens geloofde, maar in één opzicht was Ivens wel een buitenbeentje: ‘Er waren nauwelijks westerlingen te vinden die de hele geschiedenis van het sovjetsocialisme al persoonlijk hadden meebeleefd en daarna ook nog eens zo onbevangen in het maoïsme geloofden.’
En geloven deed Ivens, toen hij met Hoe Yukong de bergen verzette een lofzang maakte op de Culturele Revolutie. In Een oude vriend van het Chinese volk zijn tv-beelden opgenomen van een zeer zelfverzekerde Ivens, terug van een maandenlang verblijf in dat grote geheimzinnige land, die dingen zegt als: ‘Je voelt werkelijk dat je in een land bent waarin mensen het aangedurfd hebben om een nieuwe mens te vormen in de maatschappij. (…) Ik heb er teruggevonden de jeugd van de revolutie.’ En: ‘Ik geloof dat de theorie van Marx en Lenin voor onze periode doorgezet is, filosofisch en praktisch, door Mao Zedong. Door de Chinese Culturele Revolutie.’
Het mooie van de film van René Seegers is dat hij Ivens niet goedpraat en niet hard veroordeelt. Hij probeert hem te begrijpen. ‘Hij hoopte zo dat het waar was wat hij zag’, zegt Seegers, ‘en het was tegelijk zo moeilijk om de werkelijkheid te zien. In de eerste plaats omdat hij geen Chinees sprak. Dat maakt alles moeilijk te beoordelen. In de tweede plaats was hij overmoedig door de nieuwe apparatuur waar hij mee werkte. Door de mobiele draagbare camera’s zou hij de werkelijkheid kunnen betrappen. In de derde plaats werd hij niet omringd door mensen die hij kon vertrouwen. De Chinezen konden hem, als ze dat al wilden, niet tegen zichzelf in bescherming nemen.’
‘De tanden van de geschiedenis zijn scherp en ik kan zeggen dat ik door de geschiedenis gebeten ben’, schreef Ivens begin jaren tachtig in Aan welke kant en in welk heelal. Zijn levenswerk Yukong werd in ieder geval vermalen door die tanden. Halverwege de jaren zeventig kwam Ivens als een Marco Polo terug uit dat verre, onbekende Rijk van het Midden. In 1976 wilde iedereen kennisnemen van zijn film over het leven van gewone Chinezen, of die nu twaalf uur duurde of niet. Maart 1976 werd de film uitgebracht in Parijs. In de twee jaar daarop werd hij overal vertoond, op festivals, op tv, en reisden Ivens en zijn vrouw Marceline Loridan er onvermoeibaar achteraan om uitleg te geven. Wereldwijd werd de film positief onthaald. Maar in september van hetzelfde jaar overleed Mao en nog geen jaar nadien was de weg vrijgemaakt voor kritiek op de Culturele Revolutie. Ivens en Loridan begonnen te beseffen dat Yukong een half jaar na voltooiing al een politiek anachronisme was. Onderling gingen ze de documentaire ‘een monster, een gekte’ noemen.
De film werd uit roulatie genomen. In 1985 verbood Ivens het Nederlands Filmmuseum, dat zijn films beheert, Yukong in het openbaar te vertonen. Dat verbod wordt door zijn weduwe nog steeds gehandhaafd.
‘Ze doen zichzelf te kort’, vindt René Seegers. ‘De film heeft grote waarde, vooral ook voor China zelf. Daar kan niet over de Culturele Revolutie worden gepraat.’ Ivens is in China een nationaal symbool, drager van de eretitel ‘oude vriend van het Chinese volk’. Juist het bestuderen van zijn werk zou kunnen helpen dit bloedige verleden te verwerken. Met een glimlach haalt Seegers een uitspraak van Mao aan: ‘Use the past to serve the present and make foreigners serve China.’ Ivens zou, kortom, nog steeds een nuttige vriend van het land kunnen zijn.

Een oude vriend van het Chinese volk (VPRO) van René Seegers wordt uitgezonden in Het uur van de wolf, 1 augustus, 23.10 uur, Ned 2