Door de wolken breken

Politiek, popcultuur, werk: het interesseert James Salter niet. Het gaat hem, ook weer in Lichtjaren, om de heldhaftigheid in ons eigen, kleine bestaan. Om onverschrokken te zijn en het gewone te overstijgen.

Medium salter lichtjaren

Vorige zomer stond ik bij de kassa van Athenaeum Boekhandel, op het Spui in Amsterdam. Op de toonbank lagen stapels van Alles wat is, de Nederlandse vertaling van James Salters toen net verschenen roman. Ik keek naar de bebaarde verkoper en vroeg: ‘Loopt dat nou?’

Mijn inschatting was dat iedereen die geïnteresseerd was in James Salter zijn werk in het Engels zou lezen. Salter is een schrijver voor een handjevol liefhebbers, een zogenaamde writer’s writer, voor wie ritme, melodie en toon net zo belangrijk zijn als verhaal en visie. ‘Onwijs’, was het antwoord van de tevreden verkoper. Van Salters roman, zijn eerste in bijna dertig jaar, werden meer dan dertigduizend vertaalde exemplaren verkocht.

Dat was terecht, omdat het Salter betrof. En All that is – of: Alles wat is – is een mooi boek, maar niet Salters beste. Dat is de huwelijksroman Light Years uit 1975. Nu is er dan, op de golf van het succes van Salters laatste, een Nederlandse uitgave van dit boek, in een sterke, doordachte vertaling van Peter Verstegen.

Voor een vorig jaar verschenen profiel voor The New Yorker haalde Salter herinneringen op aan het verschijnen van Light Years. In het eerste jaar na publicatie verkocht het boek achtduizend exemplaren. Er waren enkele goede recensies, maar de meeste waren wreed en bot. De personages waren volgens critici egoïstisch, hun namen vreemd. Maar langzaam maar zeker groeide de roman over een steeds ongelukkiger wordend echtpaar in statuur, net als zijn auteur. Een kleine schare grote fans – Jhumpa Lahiri, John Irving – aanbiedingen voor een verfilming (die Salter altijd afwees), prijzen voor andere boeken (hoewel nooit ‘the big cookies’), een heruitgave met een inleiding van Pulitzer Prize-winnaar Richard Ford (‘Sentence for sentence, Salter is the master’) een Penguin Modern Classic-editie en nu dus, jawel, een Nederlandse vertaling, getiteld Lichtjaren. Die titel heeft twee connotaties: de tijd gaat snel ja, en er zijn bepaalde periodes in ons leven dat het licht meer op ons lijkt te schijnen dan op andere momenten. Probleem is dat we dat meestal pas door hebben als de zon weer achter de wolken is verdwenen. Om dit goed te beschrijven, moet je zowel geluk als de afbraak daarvan eerlijk kunnen neerzetten.

De criticus en romancier John Updike schreef in een lovende recensie over Ian McEwans Atonement eens dat een goede roman naïviteit nodig heeft, een krachtig verlangen naar een transcendente ervaring, om jezelf te overstijgen. De zin om door de wolken te breken en de zon op ons gezicht te voelen. Updike de romancier, zelf verslaggever van de persoonlijke onrust van zijn personages in de onverschilligheid van zowel de grote stad als in de monotonie van de stille buitenwijk, nam daartoe vaak het huwelijk – een familie en haar verplichtingen – en echtelijke ontrouw als achtergrond. Updike de criticus contrasteerde in zijn recensie deze literatuuropvatting met veel van de literatuur die rond het begin van deze eeuw verscheen: personages die te veel van de wereld wisten om nog zo naïef te zijn als te verlangen iets te overstijgen, die zichzelf in een laag van zelfbeschermende ironie hadden gewikkeld en zich niet overgaven aan zorgen, passies, lijden en seksualiteit van de zoekende mens. Het leven kon de moderne personages niet verrassen want ze wisten het allemaal al: die zon, die is niet te bereiken.

Medium par310809

Hoe anders is het in James Salters Light Years, een roman met niet alleen de thematiek van Updike’s meeste romans – maar ook van hetzelfde kaliber. Politiek, popcultuur, werk, het interesseert Salter allemaal niet. Het gaat hem om de heldhaftigheid in ons eigen, kleine bestaan. Om onverschrokken te zijn en een begerenswaardig leven te leiden en zo het gewone te overstijgen. Maar ook om het egoïsme van die zoektocht naar een plek in de zon. De cast is vrij klein: Viri en Nedra Berland zijn een getrouwd echtpaar in het New York van eind jaren vijftig. Hij werkt in de stad en zij woont met hun twee dochters, Franca en Danny, in een groot huis verderop langs de Hudson. We beginnen midden in de gloriedagen van het jonge gezin, met ochtenden vol zonlicht, van middagen in een huis met kamers met witte rechthoeken op de houten vloeren. Het is een warm huis, de bewoners leven met de seizoenen. ‘Leven is het weer. Leven is maaltijden’, zo begint het vijfde hoofdstuk van het boek. Nedra is de jonge moeder van het gezin. Haar dochters hebben een pony. Ze is ‘als een boerenvrouw die naar de markt gaat’: ze pakt de auto en rijdt naar de stad om boodschappen te doen. Op feestjes staat ze naast haar man en vertelt hem welke mannen ze aantrekkelijk vindt. Ze is dertig, in de kracht van haar leven. Maar haar man valt ’s avonds vroeg in slaap. Zij blijft wakker liggen en iets knaagt aan haar. Ze voelt dat ze voor meer is voorbestemd dan dit huiselijke bestaan. Soms is ze niet meer dan een bediende van haar gezin. En Viri vertrekt elke ochtend weer naar de stad waar zij zo graag wil zijn. Maar ook hij kent een frustratie, in afwisselende hoofdstukken beschreven: Viri is architect, maar ‘een man met een klein talent’, die toch gelooft in zijn eigen grootsheid. Hij gelooft dat hij recht heeft op meer dan wat hij heeft: de liefde van een goede vrouw, twee mooie dochters, een baan. Hij ziet zijn gezin weinig: hij moet werken, terwijl hij juist op zijn werk wordt geconfronteerd met zijn tekortkomingen. Allebei zijn ze dus waar ze niet willen zijn.

Viri en Nedra zoeken vervolgens beiden hun geluk bij een ander, en zo begint de ontbinding, wordt het avond en trekt de hemel dicht: omdat de hoofdpersonen meer bezig zijn met wat ze niet hebben dan met wat ze wel hebben. En de jaloezie van anderen ten spijt zetten ze hun eigen, eigengereide weg door.

Light Years is een vertelling over die meest banale tragedies van de gegoede burgerij: overspel, ontslag, kinderen die het ouderlijk huis ontglippen, een overlijden door kanker – het overkomt de hoofdpersonen allemaal en dat is het hele verhaal. En alles dus zonder een zweem van postmoderne spot en distantie verteld.

Viri en Nedra zoeken beiden hun geluk bij een ander, en zo begint de ontbinding en trekt de hemel dicht

Dat kan ook niet anders, zou je denken, want Salter is een West Point Graduate, geboren 1925: hij is een man voor wie begrippen als moed en hoffelijkheid en verraad nog iets betekenen, in ieder geval op papier. Light Years, de vierde roman van de oud-straaljagerpiloot – hij schreef eerst The Hunters (1957) en The Arm of Flesh (1961, in 2000 herschreven tot Cassada), romans waarin werkelijke oorlogvoering wel centraal staat, en die zich louter afspelen in mannenwerelden – werd voorafgegaan door het prachtige, passionele A Sport and a Pastime (1967), de beschrijving van een korte, heftige affaire in het Frankrijk van de jaren vijftig. Light Years is het verslag van het logische vervolg op zo’n affaire: een huwelijk.

En dus de decennialange ontbinding daarvan. ‘Er zijn eigenlijk twee soorten levens. Er is, zoals Viri zegt, het soort waarvan mensen denken dat je het leidt, en er is het andere. Het is dit andere waar het gedonder van komt, dit andere dat we graag willen zien.’

Salter is, volgens Susan Sontag, een schrijver die hen in het bijzonder beloont voor wie lezen een intens genoegen is. Dat komt in de eerste plaats door zijn schrijfwijze. Hij weeft elegante, beweeglijke zinnen aan elkaar, die paragrafen vol stilistisch machtsvertoon vormen, maar wel zo soepel en los blijven dat het de schrijver wordt vergeven, ja, zelfs indruk maakt. Maar Salter heeft ook een visie op de mens, die het geheel boven de uiterlijke schoonheid uittilt; hij onderwerpt de personages in zijn boek aan zijn wereldbeeld. Het lastige is Salters visie op de mens samen te vatten zonder niet te vervallen in grote woorden die zich openstellen voor hoon en spot.

Lezen, de activiteit, is je langdurig en diepgravend engageren met de personages in een verbeelde wereld. Je inlaten met wat hun overkomt, maar ook met hoe zij daarmee omgaan, wat ze denken en zeggen, en wat ze niet denken en zeggen.

Daar komt de zienswijze van Salter om de hoek. Hij meent wat hij schrijft. En niet zegt. Ironie is niet menen wat je wel schrijft en zegt. Salter: ‘Het leven deelt zich en dat geeft littekens als de jaarringen van bomen. Hoe dicht opeen lijken de oudste littekens, door de tijd samengedrongen, zodat twintig jaren niet meer van elkaar te onderscheiden zijn.’

Salter stelt zich kwetsbaar op: zijn boek gaat over het verraad van waarden, over de dwingelandij van emoties en ons lichaam, en over fragiliteit en loyaliteit en verlangen. De grootste misdaad van zijn personages is hun naïviteit; het verlangen iets mee te maken wat groter is dan zijzelf. Dat verlangen uit zich paradoxaal genoeg vaak in egoïstisch gedrag, in kortzichtigheid, en de hang naar status in ogen van de anderen. Het breekt uiteindelijk Viri en Nedra’s huwelijk op en verstoort de relaties met hun ouder wordende kinderen – die dingen die meer zijn dan zijzelf. Maar een andere, diepe waarheid blijft staan: iedereen moet zijn eigen fouten maken om erachter te komen wie hij is. Dat in ieder geval proberen. Om echt te leven.

Salter weigert ironie onze levens te laten tiranniseren en te laten lamleggen. Hij gelooft dat mensen met eerbied en overtuiging kunnen handelen, hoe misleid deze twee noties wellicht vaak ook zijn, om ergens te komen. Hij ziet ironie liever zoals de Amerikaanse filosoof Rorty het begrip zag: deze levens zijn gegaan zoals ze gingen, maar ze hadden ook heel anders kunnen gaan, als de personages maar het lef hadden gehad de leien van hun leven moediger en zuiverder in handen te nemen en iets anders te doen. Als ze het lef hadden gehad zichzelf een ander verhaal te vertellen, zoals Viri aan het einde van de roman ook doet. Anders is het, zoals zij in Lichtjaren zegt, alsof de lucht die we inademen besmet is, alsof je leeft tussen vergeten herinneringen, tussen ‘onbekende gezichten beroofd van een naam’, en gescheiden van de wereld. Nog voor je dood bent.

Dit boek dus, toont hoe het daarvoor kan gaan, maar dus ook hoe het niet hoeft te gaan. Aan het einde van de roman is iedereen er klaar voor, lezer, schrijver, personage: een nieuwe confrontatie met het bestaan. Leven in de wereld. Vervuld met een vernieuwd verlangen naar een transcendente ervaring, of in ieder geval met het geloof van de mogelijkheid daarvan.


James Salter - Lichtjaren. Uit het Engels vertaald door Peter Verstegen. De Bezige Bij, 304 blz., € 19,90 en e-book: € 14,99.

Beeld: De bruiloft van James Salter en Kay Eldredge in 1998 (Guy le Querrec/Magnum/HH).