Door goden gekust

Veel tv-drama wordt ontleend aan de lijst van Grootste Nederlanders (kro 2004). Kampioen Willem de Zwijger had al dertig jaar geleden zijn serie met Krabbé als vertolker, waarna een leger negentiende- en twintigste-eeuwse Oranjes volgde – van wie de meesten die erelijst trouwens niet haalden.

Ook Anne (8), Rembrandt (9), Vincent (10) en Annie MG (13) kregen biofictie. Niets mis met het naspelen van de werkelijkheid, al is de eerste vraag: welke acteur levert een geloofwaardige hoofdpersoon op? Betreft het een staatsman, wetenschapper of scheppend kunstenaar, dan kan een castingbureau een legioen goede acteurs ophoesten. Maar waar vind je, pakweg, iemand met het uitvoerend talent en charisma van een Johan (6) of een Ramses (99)? Uitgerekend die twee staan binnenkort op de rol en mij leek dat mission impossible. In hoeverre het de vpro bij Cruijff (Reinout Scholten van Aschat) gelukt is, en welke ‘voetballende oplossingen’ daar zijn gevonden, valt vanaf 24 februari te zien. Maar bij Avro’s vierdelige serie over Shaffy is een mirakel geschied.

Volgens regisseur Michiel van Erp was het hele project gesneuveld als ‘Ramses’ niet was gevonden. Maar dat de allereerste auditiekandidaat zowel op de jonge Shaffy lijkt als hem grandioos speelt zonder louter imiteren, en dat hij daar bovenop talentvol zanger is, ook of juist in het genre van Ramses, dat had hij moeilijk kunnen dromen. Gelukkig, Maarten Heijmans bestaat en is onmisbaar voor dit portret in dramavorm. Maar een goede acteur betekent nog geen goed drama. Dat lukt ook niet snel bij biopic of een ander ‘waar gebeurd’ verhaal, al waren er uitschieters met Annie MG, Joop den Uyl en het koningshuis, Zorreguieta versus Van der Stoel. Het lukt hier ook, dankzij scenariste Marnie Blok, cameraman Mark van Aller en, hulde, Van Erp zelf, tot nu hoofdzakelijk documentairemaker.

Ik zag delen 1 en 3. Die roepen persoon en tijdperk overtuigend op en overstijgen het anekdotisch verhaal. Beginnend rond de jaren zestig als Shaffy jeune premier is bij de Nederlandse Comedie, eindigt de productie in de late jaren zeventig, wanneer hij in vrije val lijkt geraakt. Wat daarna komt – Bhagwan, de Ramses van Pieter Fleury en verpleeghuis – we maken het niet mee. Zo overweldigend als Ramses was (half Amsterdam zou met hem zijn doorgezakt en/of in bed beland) zo onweerstaanbaar dendert hij deze dramaproductie binnen. En wie iets weet van het Amsterdam van de jaren zestig (die zich lang weinig onderscheidden van potdicht vijftig) – een Amsterdam dat ook fysiek knap wordt teruggeroepen middels speciale technieken – die beseft te meer hoe uitzonderlijk deze jongen was, die de cultuur veel meer vorm gaf dan dat hij er een product van was. En ervaart weer iets van de blijde verwachting van toen.

In Shaffy leeft niet alleen de naam van een groot drinker voort, ook die van een dito minnaar, acteur, zanger, componist en bovenal beïnvloeder van andermans leven. Juist daarin schuilt de dramatische kracht, omdat die laaiende vlam, waar vrouw en man gebiologeerd op af kwamen, naast verrukking en bevrijding ook verdriet en schade produceerde. Zoals in Shaffy zelf vrijheid en verslaving, honger naar liefde en ontbreken van verantwoordelijkheid met elkaar botsten. Als kind beschadigd, door goden gekust en hoog geklommen, maar ook vernietiger en zelfvernietiger. Een kosten-baten-afweging probeert de serie niet te maken. Hoe zou alleen al grote liefde Joop Admiraal (prachtig gespeeld door Thomas Cammaert) dat mengsel van geluk en ellende gewogen hebben?

De waardering voor Shaffy schommelde. Nogal wat van zijn liedteksten werkten op mijn lachspieren. Terugkijkend winnen bewondering en vertedering het van scepsis. Bewondering wekt ook deze dramaproductie over de Grootste Geadopteerde Nederlander.


Ramses (vier delen), Michiel van Erp (regie), Marnie Blok (scenario), Avro, Nederland 2, vanaf zaterdag 11 januari