Nader bekeken

Door het hart van China

Walter van der Kooi ziet veel meer dan alleen dat waarover hij zijn kronieken schrijft. Vandaag: Door het hart van China.

Medium 996400

In aflevering vier van Door het hart van China belanden de makers in een martial arts-academie met niet minder dan dertigduizend leerlingen/studenten. Al kun je beter zeggen ‘gedetineerden’ want de jongelui zitten er niet vanwege beroepskeuze maar omdat ze er door ouders en/of instanties heen zijn gestuurd vanwege niet-deugen (computerverslaving, drank, knokken). Je ziet ze in gigantische formaties en identieke outfit niet alleen elementaire conditietraining doen, zoals sporters en aankomende soldaten overal ter wereld, maar ook – en dat is zowel indrukwekkend als angstaanjagend – ingewikkelde, gestileerde en razendsnelle vechtpatronen uitvoeren. Niet zó onvoorstelbaar knap als de kung-fu-meester die de makers eerder in de aflevering bezochten en die op hun verzoek één keer een verbluffende klassieke oefening voordoet (alle nauwelijks te volgen bewegingen volgens hem functioneel, want gericht op het zich verdedigen tegen de tijger die ooit de kluizenaar-taoïst in de bergen bedreigde; ‘let goed op: ik doe het maar één keer’) – maar toch adembenemend, vooral ook omdat ze het onvoorstelbaar synchroon doen. (Zoals veel scènes in de serie trouwens geweldig in beeld gebracht door Joost van Herwijnen.)

Belanden’ zeg ik en dat woord is misleidend omdat het te zeer ‘toeval’ suggereert. In de VPRO-gids voor komende week vertelt regisseur Maaik Krijgsman over de productie van de serie – het ‘achter de schermen’. Dat werkt misschien onttoverend maar is informatief en nuttig. Zoals in bijna alle televisie zijn de meeste ‘gewone’ mensen tegelijk ‘bijzonder’ doordat ze om welke reden dan ook researcher Adelheid Kapteijn (die hun reis eerder al maakte) en/of het duo Terlou-Krijgsman opvielen. En bijna allemaal maken ze die keuze waar – of door hun geschiedenis of lot; of door openheid en vermogen tot formuleren; of door aaibaarheid of juist weerbarstigheid, en dat vaak in combinatie.

Wat die openheid betreft: die is verrassend groot en daarmee in zekere zin atypisch voor wat als ‘Chinees’ wordt beschouwd. Tegelijk is die meer verhelderend dan misleidend, omdat deze dapperen zeggen wat ontelbare anderen voelen of denken maar niet geacht worden uit te spreken. En dat ze dat doen tegen Terlou heeft met zijn onweerstaanbaarheid, openheid, empathie en ook voor hen verrassende taalbeheersing van doen; maar ook met iets algemeners. Als twintiger betrapte ik me er al op dat ik op reis tegen een sympathieke vreemde meer over mezelf vertelde dan ik tegen familie en vrienden deed. En dat is precies wat ook een jongen die zich in Beijing verhuurt voor vriendschappelijk contact (in de prachtige aflevering twee) zegt over het ‘product’ dat hij aanbiedt en over zijn eigen openheid tegenover die rare Hollanders.

Hoe dan ook, in die gigantische academie valt een jochie Terlou naar eigen zeggen op door de extreme energie en concentratie waarmee hij de zware oefeningen in die massa uitvoert. Maar ook, lijkt me, omdat hij tot de weinige kinderen tussen pubers en vroeg-twintigers behoort. Misschien was hij dus al van tevoren gespot, maar wat maakt het uit? Ruben gaat na afloop met Tang Xiang apart zitten. Tien jaar is het mannetje. Hoe komt hij hier? Vanwege ‘slechte gewoontes’ thuis. Wat dan? Hij zat de godganse dag te gamen en zijn ouders konden hem daar niet vanaf houden. Dus is hij hierheen gestuurd om te veranderen. Hoe vond hij dat? Hij was heel bang. Heimwee? Ja. Naar games? Nee, naar ouders. Nog steeds? En het kind zwijgt, terwijl de tranen komen. Zijn je ouders al op bezoek geweest? Nee. Bellen ze? Nee. ‘Wat een offers brengen deze kinderen die eens per jaar naar huis mogen’, zegt Terlou. Even ontzet als de kijker, die zich afvraagt of hij dit wel moet zien: eindeloos blijft het lijdende kind in beeld. Anderzijds, het is misschien heel extreem, maar tegelijk krijg je de indruk dat het ook weer geen rariteit is: het inleven in de tere kinderziel lijkt, algemeen gesproken, daar iets minder ontwikkeld. Ook oudere jongens vertellen over gigantisch heimwee. Tang moet binnen de massa zelfs knokken om aan zijn eten te komen. Wat mij automatisch doet denken aan de vraag hoe veilig kinderen en jongeren ook op seksueel gebied in dit soort instituties zijn. En nee, daar is niks Chinees aan, zoals we inmiddels allemaal kunnen weten.

Het gesprek met Tang zag ik direct na de Deense documentaire Waiting for the Sun die de VPRO, kennelijk in een China-bui, dinsdag uitzendt. Een verbijsterende, maar enigszins verwante ervaring. In China worden veel doodstraffen en levenslang gegeven. Wat gebeurt er met het kind/de kinderen als de partner van de veroordeelde al is overleden of weggelopen, of, erger, vermoord is door de partner die daarvoor veroordeeld wordt? Althans, in gevallen dat de familie niet in staat of bereid is hen op te nemen? De overheid neemt geen enkele verantwoordelijkheid waardoor veel van die kinderen op straat belanden. ‘Ze zwierven als wilde veulens’, zegt mevrouw Zhang, voormalig gevangenisbewaarster, die 25 jaar geleden besloot zich over hen te ontfermen – en die dus prachtig gepast zou hebben in Terlou’s reeks, ware het niet dat er nu een complete documentaire over haar project Sun Village is gemaakt. Ze begon met één tehuis maar beheert er nu negen, over het land verspreid. Ze komt vaak op de locatie waar gefilmd is en die geleid wordt door een oud-militair, meneer Su. De openingsscène spreekt boekdelen: als in een crèche zitten wat drie-, vierjarigen rond een tafeltje. Komt een kereltje van pakweg zes aan banjeren, roepend: ‘Wat heb ik nou gezegd? Jullie eigen schuld; ik heb jullie niet allemaal gemeld, een paar wel.’ Want ze moeten, gezien de piepkleine staf, zichzelf en elkaar opvoeden, dus: ‘Als je je niet gedraagt zeggen we het tegen de juf.’ ‘En wat dan?’ vraagt een meisje beteuterd. ‘Dan krijg je een draai om je oren.’ ‘En daarna?’ ‘Dan word je op straat achtergelaten. Net als vader met mij heeft gedaan. Hij heeft me hierheen gestuurd. Niemand wil me nog.’

Hier spelen dus twee gruwelen: je wordt weggedaan naar het tehuis, waar je al heel jong hard mee moet werken, maar het kan nog erger: daar weggestuurd worden. De film is vaak hartverscheurend door heimwee en verdriet van de kinderen en door scènes waarin ze bijvoorbeeld afscheid moeten nemen van een geketende vader die levenslang of doodstraf wacht; of waarin ze als elfjarige jongen hun moeder, die hun vader acht jaar geleden vanwege jarenlange mishandelingen vermoordde, op bezoek krijgen en voor geen goud met die vreemde vrouw mee willen maar bij ‘oma’ Zhang willen blijven. Maar hij is ook hartverwarmend als je ziet hoe mevrouw Zhang de individualiteit van elk kind benadrukt en zich daar ook naar gedraagt. En hoe meneer Su soms steun en toeverlaat kan zijn. Het is daarom dat ik scènes doorstond waarvan ik me afvroeg of we dit wel moesten (willen) zien. Natuurlijk zijn dit extreme situaties, maar ze lijken toch ook de hardheid en veeleisendheid jegens kinderen te spiegelen die je in Terlou’s serie tegenkomt. Overigens had ik in de docu wel wat meer informatie over financiering en organisatie willen zien. Het leunt wel erg op de emoties zo.

Nog even terug naar die vierde aflevering van Door het hart van China. De slotpassage met Tang Xiang en de academie ligt aan de rand van het thema van Het rechte pad, waarin Terlou onderzoekt wat toch die leer van de Tao inhoudt. Aan de geschriften van Lao Tse kon hij, letterlijk ‘eerlijk gezegd’, geen touw vastknopen. Dus reist hij wat Meesters af die elk op eigen wijze de weg zoeken, leven, duiden. Hij gaat niet ver mee in de cryptische spirituele taal en een beetje in de zware fysieke praktijk. En hij constateert dat ook jongeren naar ‘het rechte pad’, meestal gesitueerd in de bergen, zoeken – als reactie op een veeleisende prestatiemaatschappij waaraan je soms niet kunt of wilt meedoen. Het levert een geweldige scène op als hij een boeddhistische monnik vraagt waar de jonge kluizenaars toch te vinden zijn. Eerst ontkent de man dat die er zijn en dan gaat hij me toch een potje tekeer tegen die dolende idioten, werkschuw tuig dat de ouders niet eert (horen we daar niet een echo van K’oeng Foe-tse?). Terlou’s zoektocht leek me figuurlijk onbegonnen werk: eventjes Tao doorgronden, als dat überhaupt al zou kunnen. Maar letterlijk levert het soms fraaie televisie op.


Ruben Terlou, Maaik Krijgsman, Door het hart van China, VPRO, 7 delen vanaf zondag 14 januari, NPO 2, 20.15 uur.

Kaspar Astrup Schröder, Waiting for the Sun, VPRO 2Doc, dinsdag 16 januari, NPO 2, 23.15 uur