Klassieke muziek - Johannes-Passion

Doorbloede klanken

Bachs Johannes-Passion hoorde ik voor het eerst als jongetje van vijf en ik begreep direct dat daar mijn wereld lag. Een god is er niet aan te pas gekomen.

Medium muziek

De emotie kwam via de seculiere fascinatie voor een retorica die, eenmalig paradoxaal, complexe middelen benut om zich als pijn verstaanbaarder te maken.

De trance die de koralen brengen is gebleven, met hun gelukzalig schrijnende effect van schrale troost. In het prisma van Bachs verbeeldingskracht is een koraalthema de lichtstraal die zich verveelvoudigt tot dat veelstemmige wonder, iriserend spectrum van dat ene. Geen componist heeft Bach in zijn harmonische substantie overtroffen. De Johannes is bijna driehonderd jaar oud. Je weet: dat hoeft geen mens meer te proberen. Mendelssohn, geniale vakman, imiteerde de kunst in de koralen van zijn oratoria bijna goed; de alchemie blijft uit.

Door Bach verdraag je de gewone wereld slecht. In het rumoer van die monsterlijk platte discussies over de vrijheid van meningsuiting gaan de gedachten naar de vrijheid van expressie die hij extraheerde uit de voor hem onwrikbare geboden van het contrapunt. Hij was bereid zich vrij te vechten.

Er is een nieuwe opname van de Johannes, in Berlijn gemaakt met het Rias Kammerchor, Staats- und Domchor Berlin en de Akademie für alte Musik onder leiding van de Belgische dirigent René Jacobs. Jacobs, ooit een fameuze countertenor, behoort met zijn landgenoot Philippe Herreweghe tot het reflectieve kamp in de authentieke uitvoeringspraktijk; beiden zoeken de bezonnenheid. Voor Harmonia Mundi legde hij in 2013 met zware, diepe adem een Matthäus-Passion vast, de eerste sinds de laatste Harnoncourt-opname die weer telde.

De uitvoering is bij passie-registraties zelden meer dan de beslagen spiegel van het stuk, volmaakt wordt het nooit. Solisten, continuospelers, de instrumentale obligaatpartijen in de aria’s, er zit altijd ruis op de lijn. Bij Jacobs is de cast middelmatig. Vocale reuzen passen niet in zijn concept van evangelische saamhorigheid. Werner Güra is een mooie evangelist, de Christus van Johannes Weisser doods, sopraan Sunhae Im een beetje muizig. Counter Benno Schachtner zingt redelijk mooi, wat erger is dan slecht, tenor Sebastian Kohlhepp lijkt me een van de velen.

Aan die zwaar gloeiende koren heeft Jacobs daarentegen heel zijn glorieuze muzikaliteit verpand. De sterke, buikige orkestbas stuwt een religieus doorbloede klank die opwelft uit de diepten van de ziel, die onderbuik van pijn en rouw, bewust gemaakt door middel van het woord dat met een koor in moerstaal net wat scherper spreekt.

Jacobs slaat zijn homerun in Ruht wohl, het bijna-slotkoor voor het slotkoraal. De gemeente wuift daar Christus uit met het berouw van de verliezers en hun ontluisterde verlangen naar het Licht, hoewel de strijkers daar wat meer bij hadden mogen glanzen. Daar treft Jacobs de gelatenheid van een gemeenschap die het drama van Zijn lijdensweg niet kon voorkomen en toch smeekt dat hij, het slachtoffer, hen mag verlossen. ‘Macht mir den Himmel auf und schließt die Hölle zu.’ Die bede legt het volk nu bij de mensen neer, politici die het ook niet meer weten. Het is aangrijpend actueel.


De Johannes-Passion onder leiding van René Jacobs verscheen bij Harmonia Mundi

Beeld: Paßio secundum Joannem, BWV 245, eerste pagina, Johann Sebastian Bach (STAATSBIBLIOTHEK ZU BERLIN – PREUSSISCHER KULTURBESIT)