Doorlonten

Noem iets een traditie en er mag tegenwoordig niet aan worden getornd. Maar steeds meer mensen hebben genoeg van het steeds agressievere geknal rond de jaarwisseling. En ze houden hun protest stug vol.

Het waren prachtige zwart-witfoto’s die de fotografe Linelle Deunk had gemaakt van een zestal jonge vuurwerkslachtoffers uit voorgaande jaren. Heel esthetisch. Ze stonden in december in de Volkskrant. De foto’s waren waarschijnlijk bedoeld als waarschuwing voor wat toen nog moest komen. Maar waren ze niet te mooi om het gewenste effect te hebben? Waar zijn de beelden van de bloederige weggeschoten handen en ogen, van de paniek, de chaos, het verdriet van de familie van de slachtoffers, met name die van die ene dode in Medemblik dit jaar?

Bij mij in de straat was het rustig rond middernacht op 31 december, dank u. Deze keer geen vreugdevuur bij het café op de hoek en de angst voor brand omdat dronken idioten er vuurwerk in gooien. Op 1 januari hoefde ik ditmaal ook niet door de vuurwerkrestanten te waden die in voorgaande jaren vaak dik op het wegdek lagen. Ik kon instemmen met de woorden van burgemeester Jozias van Aartsen van Den Haag, mijn woonstad, dat het dit jaar meeviel. Maar nog meer met zijn woorden dat ‘wat ooit mooi was, is gedegenereerd’. Evenals met de woorden van de voorzitter van het genootschap van burgemeesters Bernt Schneiders: ‘De grens van het toelaatbare is overschreden.’

Want op de laatste dag van het jaar klonk er vanaf tien uur ’s ochtends elke seconde ergens in mijn stad een knal, vaak zo hard dat het leek alsof er een bom ontplofte. Menige Hagenaar waande zich in oorlogsgebied en blijft op die 31ste december al sinds jaar en dag het liefst binnen. Dat is de wereld op z’n kop, zeker als derden je het advies gaan geven: ga dan ook niet de straat op! Dat gevoel in een oorlogsgebied te wonen zal niet alleen in Den Haag bestaan.

Landelijk blijken zich rond deze jaarwisseling minder gewonden te hebben gemeld bij de Eerste Hulp-posten dan andere jaren, drie procent minder, waardoor het aantal slachtoffers uitkwam op zevenhonderd in totaal. Nog steeds niet om blij mee te zijn, te meer daar er voor het eerst sinds 2011 weer een dode te betreuren viel.

In 2008 schreven twee op lokaal niveau actieve GroenLinksers, Arno Bonte (Rotterdam) en David Rietveld (Den Haag), een opiniestuk in NRC Handelsblad waarin ze hun zorgen over het uit de hand lopen van het gebruik van vuurwerk rond oudjaar aankaartten. Veel weerklank vond dat toen niet. Een jaar laten startten de twee een burgerinitiatief in een poging het onderwerp vuurwerk op de agenda van de Tweede Kamer te zetten. Binnen twee weken haalden ze meer dan voldoende handtekeningen op. Dat ging zelfs zo snel en in zulke grote aantallen dat intern in de Tweede Kamer gezegd zou zijn: als het zo makkelijk is, dan moet die grens van veertigduizend handtekeningen omhoog.

Het onderwerp vuurwerk kwam ondanks de vele handtekeningen niet op de Kameragenda terecht. Er werd ergens in de parlementaire stukken in de twee jaar daarvoor een Kameroverleg over vuurwerk gevonden en daarmee was voldaan aan regel 1 bij burgerinitiatieven: ‘Uw voorstel is nieuw: de laatste twee jaar is het onderwerp niet in de Tweede Kamer aan de orde geweest.’ Wij burgers moeten blijkbaar niet echt mee willen praten.

Maar de twee GroenLinksers hebben zich niet uit het lood laten slaan. Dit jaar openden ze voor het tweede jaar op rij een website waar vuurwerkoverlast kon worden gemeld. Bij het sluiten van de website, op 4 januari, stond de teller op 89.623 meldingen. Rond de tienduizend klachten meer dan vorig jaar. Nieuwsprogramma EenVandaag deed vervolgens aan doorlonten, om het in vuurwerktermen te zeggen. Het hield een enquête waaruit bleek dat inmiddels twee derde van de Nederlanders een verbod wil op vuurwerk. Zoals dat bij doorlonten van vuurwerk ook het geval is, zet dat, samen met de waarschuwingen van de burgemeesters, het initiatief van beide GroenLinksers om paal en perk te stellen aan het steeds zwaardere geknal kracht bij.

Of het zoden aan de dijk zal zetten? Als ik vvd-minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie het afsteken van vuurwerk een traditie hoor noemen, wordt het me zwaar te moede. Noem deze dagen iets een traditie en er mag al bij voorbaat niet aan worden getornd. Maar hebben we vuurwerk, vele gewonden en een dode nodig om onze Nederlandse identiteit bevestigd te zien?

Wat ook moedeloos maakt is de eeuwige Haagse vicieuze cirkel over de handhaafbaarheid van een nieuwe maatregel, deze keer van andere afsteektijden of zelfs een mogelijk verbod. De handhaafbaarheid erbij betrekken, lijkt op het oog te staan voor pragmatische politiek. Maar de ervaring leert dat het vaak staat voor de onwil om iets aan te pakken. Het was niet voor niks het argument van de drankenlobby om de leeftijd waarop jongeren mogen drinken niet te verhogen naar achttien jaar. De lobby wist hoe graag de politiek zich erachter verschuilt.

Maar juist uit de verhoging van die leeftijd die nu toch op 1 januari is ingegaan, kunnen de GroenLinksers Bonte en Rietveld – en velen met hen – hoop putten. Ook bij drank duurde het even voordat het tij keerde, maar de doorzetters kregen gaandeweg de publieke opinie en daarmee uiteindelijk ook de politiek mee. Bij vuurwerk lijkt eenzelfde soort proces gaande. Steeds meer mensen vinden het geen feest meer. Dat moet de Tweede Kamer aan het denken zetten.

Hebben we gewonden en een dode nodig om onze Nederlandse identiteit bevestigd te zien?